about
Toon menu

Etienne Vermeersch over pseudowetenschappen

In discussies in de pers en op internetfora is het de gewoonte geworden op de man, i.p.v. op de bal te spelen: men valt personen aan, vaak met sneren en schimpscheuten, zonder op de grond van de zaak in te gaan. Hoewel ik tot nu toe noch inzake Zizek, noch inzake psychoanalyse en pseudowetenschappen, aan het woord kwam, heeft men mij er herhaaldelijk op negatieve wijze bij vermeld.
dinsdag 20 december 2011

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Toch houd ik mij hier ver van persoonlijke aanvallen en laatdunkende uitspraken: ik preciseer alleen enkele standpunten. Wie het daar niet mee eens is, wordt verzocht aan te tonen dat de stellingnamen zelf onhoudbaar zijn; beledigingen zijn een bewijs dat men dit niet kan.

1. Vooreerst het volgende

Het 'skepticisme' dat wereldwijd door een vrij groot aantal verenigingen wordt verdedigd, is wars van elke vorm van dogmatiek. De basisstelling luidt immers: "Wij zijn bereid de geloofwaardigheid van elke bewering te onderzoeken, maar hoe meer onwaarschijnlijk een uitspraak is, op basis van de betrouwbare kennis die we bezitten, des te meer verpletterend moet het bewijsmateriaal voor die uitspraak zijn."

Wij noemen 'pseudowetenschappen', die verzamelingen van beweringen die a priori zo onwaarschijnlijk lijken, dat materiaal van die aard nodig is vooraleer men er geloof aan kan hechten. Er bestaan echter gradaties in onwaarschijnlijkheid (de psychoanalyse is minder onwaarschijnlijk dan de astrologie).

De grens tussen wetenschap en pseudowetenschap valt dus niet scherp te trekken. Desalniettemin blijft het onderscheid zinvol. Ook de grens tussen volwassenheid en onvolwassenheid is niet scherp; toch is dat onderscheid nuttig.

2. Hierna poog ik de termen van dit debat enigszins te preciseren

In de wetenschappen streeft men ernaar betrouwbare kennis te bereiken en men beseft dat men hiertoe aan een aantal strenge voorwaarden moet voldoen.

2.1. Ondubbelzinnige vastlegging van de betekenis van de termen en van de zinnen die ermee worden opgebouwd. Dat heeft als voordeel dat men interne contradicties zonder moeite kan opsporen,  en dat men zinnen uit andere zinnen kan afleiden. Aan deze voorwaarde is het best voldaan in wetenschappen die in een logische of wiskundige taal worden geformuleerd, maar in andere wetenschappen streeft men ernaar dit ideaal zo goed mogelijk te bereiken.

2.2. Zinnen die naar ervaarbare gegevens verwijzen, worden op basis van streng gecontroleerde observatie en experiment getoetst.

2.3. Door combinatie van deze eigenschappen kan men uitspraken over afzonderlijke waargenomen gegevens combineren tot wetten en theorieën, die door hun onderlinge samenhang een nog grotere betrouwbaarheid garanderen.

2.4. Deze samenhang in theorieën biedt bovendien als voordeel dat het volstaat één contradictie in het geheel te ontdekken, of één onmiskenbare weerlegging in de feiten, om de hele theorie op de helling te zetten. Omgekeerd biedt het telkens weer mislukken van zulke 'falsificatiepogingen' een steeds grotere betrouwbaarheid aan het geheel.

2.5. Het proces van wetenschapsontwikkeling bevat dus een 'democratisch' element: controle op de helderheid van definities, niet-contradictie en toetsing door observatie en experiment gebeuren binnen elk domein door een groot aantal wetenschapsmensen en hoe langer dit verificatieproces heeft geduurd, hoe betrouwbaarder de uitspraken of theorieën zijn.

3. Nuanceringen

3.1. Je kunt het bovenstaande ideaalmodel niet in alle wetenschappen op dezelfde wijze realiseren: de evolutietheorie van Darwin is geen geaxiomatiseerde theorie zoals de analytische mechanica. Belangrijk is wel dat je die eisen zo goed mogelijk poogt te benaderen en contradictie en manifeste weerlegging door observatie en experiment vermijdt.

3.2. Zelfs binnen de sterkst bekrachtigde theorieën en verzamelingen van feitelijke uitspraken zijn er domeinen die meer bekrachtigd zijn dan andere. Hoewel we binnen de fysica heel wat met grote zekerheid weten, zijn er op randgebieden voorlopige hypothesen of zelfs verregaande onzekerheden; zal men het Higgs boson ontdekken en welke consequenties zullen daaruit voortvloeien? Vergelijkbare onzekerheden bestaan ook in de biologie en andere wetenschappen: zal de theorie van Gould het halen op die van Dawkins? Bestaat er echte groepsselectie? Enz.

Het bestaan van dergelijke omstreden randgebieden in veel wetenschappen leidt vaak tot een noodlottige misvatting: men veralgemeent deze situatie naar de wetenschappelijke theorieën en wetten in hun geheel.

Nochtans bestaat op het stuk van betrouwbaarheid een onmiskenbare hiërarchie tussen (a) theorieën en wetten waaraan geen redelijk mens twijfelt, (b) andere die een groot aantal geleerden als nagenoeg vaststaand beschouwen en (c) nog andere die velen, of de meesten, slechts als werkhypothesen beschouwen.

3.3. Een relatief gemakkelijke methode om een theorie als pseudowetenschappelijk te beschouwen, doet zich voor zodra duidelijk wordt dat ze beweringen inhoudt die radicaal in strijd zijn met die kerngebieden van de hierboven vermelde wetenschappen die alle specialisten betrouwbaar achten. Zo is de homeopathie pseudowetenschappelijk omdat ze strijdig is met een kernaspect van de scheikunde, nl. de constante van Avogadro.

3.4. Een tweede eigenschap van pseudowetenschappen is dat ze immuun zijn tegen weerlegging. In de gewone wetenschappen is het al vaak gebeurd dat men een theorie geheel of gedeeltelijk heeft gewijzigd omdat ze door nieuwe feiten werd weerlegd. Op pseudowetenschappers hebben weerleggingen geen effect: doe duizend experimenten over astrologie, die alle mislukken: dat zal de astrologie niet uit de wereld helpen.

3.5. Een derde eigenschap is dat ze niet vooruitgaan op het stuk van theorievorming en bewijsvoering. Soms worden wel nieuwe zogezegde paranormale fenomenen 'ontdekt'. Na de ontdekking van de fotografie ontstonden paranormale foto's met de afbeelding van overledenen op; na de ontwikkeling van de geluidsbanden ontstonden boodschappen uit het hiernamaals op die banden; maar de bewijskracht van al die fenomenen gaat nooit een stap vooruit (en een theoretische samenhang wordt er niet door verbeterd).

3.6. Een vierde, heel gemakkelijk, criterium is de vaststelling dat veel pseudowetenschappen hun oorsprong vinden in mythische, magische of heel simpele verklaringsschema's: astrologie heeft duidelijk een mythische oorsprong, spiritisme een magische en homeopathie een simpele ('het gelijke genezen door het gelijke': soms klopt dat toevallig bijvoorbeeld bij vaccinatie, maar dat heeft de wetenschap ontdekt; dat zo'n mechanisme altijd zou werken, is natuurlijk te mooi om waar te zijn, en is ook niet waar).

4. Nog een paar opmerkingen over misverstanden

4.1. Men moet een onderscheid maken tussen de ontdekking van een theorie en de bewijsvoering ervoor. Wij weten dat een theorie de gekste oorsprongen kan hebben: iemand kan een theorie voorhouden omdat zijn vader het tegendeel beweerde en toevallig gelijk hebben. Daaruit volgt niet dat het in algemene regel een goede methode is het tegenovergestelde te geloven van wat je vader dacht.

Er zijn enkele belangrijke doorbraken gebeurd door mensen die ingingen tegen de gangbare meningen. Zij deden dat echter door een nieuwe theorie te ontwikkelen waarvan ze wisten dat die geverifieerd moest worden. De theorieën van de pseudowetenschappers zijn meestal zo oud als de straat, en de enkele andere (bv. Velikovsky) trekken zich van verificatie nauwelijks iets aan.

4.2. Dat wij zouden beweren dat de wetenschap definitieve bewijzen levert, is een misverstand. Wij beschouwen het wetenschapsbedrijf als een proces waarbij zowel de uitbreiding van het geheel van onze kennis van de wereld vooruitgaat, alsook de betrouwbaarheid van die kennis. Betrouwbaarheid is geen alles-of-niets-begrip.

Er zijn graden van betrouwbaarheid en naarmate wetten en theorieën meer en meer de toets van de controle op de feiten doorstaan hebben, stijgt hun betrouwbaarheid tot die een niveau van nagenoeg zekerheid bereikt. Als iemand 'niet helemaal zeker' is dat het produceren van een stevige elektrische vonk bij een blok TNT, op grond van scheikundige wetten een ontploffing tot gevolg heeft, dan moet hij het maar eens van dichtbij uittesten ...

5. In verband met de psychoanalyse geldt het volgende

De basisstellingen ervan, bij Freud, waren bij hun ontstaan niet manifest met de harde kern van de wetenschappen in strijd (wat wel het geval is met de astrologie en de homeopathie). De leer over de 'verdringing', als afweermechanisme en als oorzaak van psychische storingen, kon correct zijn; hetzelfde geldt voor de stadia in de ontwikkeling, de structuur van de menselijke persoonlijkheid, en de klinische benadering via vrije associatie en droomanalyse.

Een eerste aantasting inzake geloofwaardigheid was echter dat meerdere leerlingen van Freud een eigen weg insloegen (Adler, Jung, Rank, Reich, ...), wat de betrouwbaarheid van de basisinzichten aan het wankelen bracht.

Een tweede aantasting was het ontstaan van immunisatiestrategieën (uitleg voor onverwachte fenomenen); iets wat op fijnzinnige wijze door Popper werd geanalyseerd in het geval van Adler.

Ten derde zijn er de recente onderzoekingen die kernbegrippen zoals de Freudiaanse verdringing, het Oedipuscomplex, de castratievrees; enz. op de helling plaatsen. En vooral is er de interpretatie van Lacan, waarvan het pseudowetenschappelijk karakter voor de hand ligt.

Wie heeft er enige zin voort te lezen als hij verneemt dat de penis in een zekere zin gelijkgesteld wordt aan het imaginair getal i (de vierkantswortel uit -1)? Wie dat toch doet, leert even verder dat het imaginaire getal als prototype geldt van een irrationaal getal!

Hier wordt een totaal onbegrepen wiskundige taal gebruikt om duistere psychologische fenomenen te 'verhelderen'. Nochtans is een duidelijke taal de minimale voorwaarde om een theorie te verifiëren of te falsifiëren: waar dat ontbreekt, kan geen sprake zijn van wetenschap.

6. Ik wil herhalen dat ik hier geen (nog levende) personen op het oog heb. Ik ken mensen die in een psychoanalytisch kader therapeutisch werken en dat blijkbaar tot bevrediging van hun patiënten doen. Ik wijt dat echter vooral aan hun menselijke kwaliteiten.

Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch is filosoof en was jarenlang als hoogleraar verbonden aan de UGent.

reacties

22 reacties

  • door J. Blommaert op dinsdag 20 december 2011

    In het licht hiervan moet het onzinnige fanatisme van Boudry in dit debat wel even aangestipt worden. Men mag theorie niet met bewijsvoering verwarren, juist, en bij Freud mag men theorie niet verwarren met de therapeutische praktijk.

    Wat Freud betreft geeft men naast het afhaken van zijn leerlingen best ook de invloed mee die hij op zoveel anderen heeft gehad - denk aan Fromm, Adorno, Marcuse. De kern van zijn theorie is een zeer vruchtbare denk- en onderzoeksrichting gebleken, zeer plooibaar naar allerlei andere theoretische en methodologische kaders. Boudry en medestanders kunnen dat best betreuren, maar niet teniet doen. Het is nog altijd beter 'zijn Freud te kennen' dan hem niet te kennen, zeker wanneer men er publieke uitspraken over wenst te doen. En wie hem kent zal merken dat Freud ons op een bijzonder nuttige manier in de richtingen heeft geduwd van (a) de contextbepaaldheid van gedrag en persoonlijkheid, d.i. het biografische karakter van wie we zijn, en (b) de band tussen het infiniet kleine en het infiniet grote, d.i. de kunst van de observatie en de verantwoorde generalisatie en de band tussen individueel gedrag en grotere patronen van gedrag. Elke ochtend wanneer we ons aankleden en met zorg letten op welk hemd en welke schoenen we aantrekken doen we wat Freud beschreef in de Psychopathologie van het Alledaags Leven.

    Weinigen hebben de hedendaagse gedrags- en geesteswetenschappen zoveel gegeven als Freud. Ik bekijk de absurde discussies hierover dan ook met persoonlijke ergernis en bezorgdheid over zij die ze voeren.

  • door P. Jacobs op dinsdag 20 december 2011

    Volgens de ombudsman van De Standaard (‘De waarheid als overtuiging’, DS 14 december) leek de Gentse universiteit in het daar gevoerde debat over de wetenschappelijkheid van de psychoanalyse ‘guilty by association’, en de betrokken journalist werd hiervoor terechtgewezen. Aangezien de personen die wetenschappelijkheid van de psychoanalyse, inclusief de Vakgroep Psychoanalyse en Raadplegingspsychologie van de Ugent, in dit debat op een nogal fanatieke manier betwisten, duidelijk aan SKEPP gelieerd zijn, hoeft het u niet te verbazen dat ook u ‘guilty by association’ lijkt. Misschien moet u even voor ombudsman spelen bij SKEPP.

  • door Robrecht Vanderbeeken op dinsdag 20 december 2011

    Erg benieuwd naar Vermeersch zijn visie op Žižek. Misschien kan hij ons dan iets vertellen over het ideologische vacuüm waarin de wetenschapsfilosoof pretendeert te kunnen denken.

  • door Stefan op dinsdag 20 december 2011
  • door Natan op woensdag 21 december 2011

    "6. Ik wil herhalen dat ik hier geen (nog levende) personen op het oog heb. Ik ken mensen die in een psychoanalytisch kader therapeutisch werken en dat blijkbaar tot bevrediging van hun patiënten doen. Ik wijt dat echter vooral aan hun menselijke kwaliteiten."

    > De aanpak van De Ceulaer en Boudry was wel degelijk intimiderend (publiek het bestaansrecht van een vakgroep in vraag stellen). Het was dan ook in wezen een publieke politieke operatie. Zo'n politieke (ipv filosofische) aanval op psychoanalyse was nodig om de aandacht af te leiden van die enorme uitschuiver ivm. Zizek (waar het politieke project van 'critical thinking' plots naar de oppervlakte kwam). Maar het is ook inherent aan het eigen discours. Bij gebrek aan echt universeel verhaal, kan je jezelf en anderen enkel van je eigen grote belang en gelijk overtuigen via een binnenweg. De universele spreekpositie vervangen door de absolute spreekpositie. Waar je je normen gaat opleggen, en dus aan politiek moet doen, ipv louter te overtuigen met argumenten.

    > Menselijke kwaliteiten. Vermeersch - bij uitstel de man van de norm en de prohibitie - veegt 100 jaar denken over psychologie weg, en heeft niet anders te bieden dan zijn gezond verstand om te oordelen of iemand goed therapeutisch werk verricht of niet. Terwijl Verhaeghe op zeer interessante wijze via het freudiaanse begrip 'overdracht' die menselijke kwaliteiten veel beter weet te beschrijven en te operationaliseren (zelfs aan te leren). En dus goede therapie kan aanleren en vermenigvuldigen. Het probleem is dat wanneer psychologie en relaties worden overgeleverd aan de wereld van het gezonde verstand ze worden blootgesteld aan de heersende ideologie. Want die speelt het hardst mee, daar waar ze niet gezien of beleefd wordt.

    De operatie van de critical thinkers is niets anders dan het depolitiseren van de kwestie van het subject, en zo het subject overleveren aan de staat.

  • door Eddie G. op woensdag 21 december 2011

    quote: De grens tussen wetenschap en pseudowetenschap valt dus niet scherp te trekken. Desalniettemin blijft het onderscheid zinvol. Ook de grens tussen volwassenheid en onvolwassenheid is niet scherp; toch is dat onderscheid nuttig.

    @ev Dergelijke grenzen vaststellen is heel gevaarlijk. Het nodig uit om in hokjes te denken. Denk wijze van denken vormt bijvoorbeeld een groot gevaar voor de huidige generatie kinderen. Hoeveel kinderen krijgen vandaag niet diagnoses zoals asperger, adhd, enz... Als er geen duidelijke grens is en die toch getrokken word, dan zijn er altijd een hele hoop grensgevallen die verkeerd geïnterpreteerd worden.

  • door Anton Froeyman op woensdag 21 december 2011

    Het strikte logisch empirisme dat Vermeersch hier verdedigt is al een decennium of vijf achterhaald in de wetenschapsfilosofie. Bij deze is aan voorwaarde 3.3 voldaan. Doordat hij blijft vasthouden aan deze strakke visie en ze niet veranderd heeft, ondanks de "onderzoekingen" van mensen als Kuhn, Lakatos, Kitcher, Cartwright, Laudan,..., en ondanks de specifieke filosofie van de menswetenschappen, voldoet Vermeersch' theorie ook aan voorwaarden 3.4 en 3.5. Daardoor kan iemand die de karakterisering van Vermeersch serieus neemt niet anders dan besluiten dat deze zelf pseudo-wetenschappelijk is.

  • door Robrecht Vanderbeeken op woensdag 21 december 2011
  • door Jan van ter Lande op woensdag 21 december 2011

    Pleidooi voor een Centrum voor Kenleer, Logica en Interdisciplinaire Wetenschap

    ‘De krachteloze schoonheid haat het verstand, omdat het iets van haar verlangt waar ze niet toe in staat is. Maar niet het leven dat terugschrikt voor de dood en dat zich ongeschonden voor de vernietiging behoedt, maar het leven dat de dood verdraagt en in de dood standhoudt, is het leven van de geest.’ - Is dit het gelal van een dronkelap die diepzinnig wil doen? Neen, het is een fragment uit Hegels Phänomenologie des Geistes, een werk dat door diegenen die betaald worden om ‘continentale wijsbegeerte’ te bestuderen en te doceren wordt beschouwd als één van de hoogste prestaties die een ‘geest’ ooit heeft geleverd. Honderden van dit soort teksten worden tot op vandaag nog altijd door professionele (en andere) ‘wijsgeren’ besproken, geanalyseerd, ge(her)interpreteerd en ‘uitgelegd’ voor een publiek van studenten die, ontvankelijk als ze zijn voor orakeltaal, braafjes zitten te knikken. - Of wat dacht u van het volgende fragment, geplukt uit nog zo’n ‘meesterwerk’ dat behoort tot de canon van onze filosofische traditie: ‘Zelfs als we vragen: ‘wat is “zijn”?’, houden we ons al op in een verstaan van het “is”, zonder dat we in begrippen zouden kunnen vastleggen wat het “is” betekent.’ - Jawel, aan het woord hier is Heidegger, zowat de fetisj-filosoof voor al wie zich graag boven het ‘alledaagse’ boerenverstand verheven waant. Overigens weet elke minimaal nuchtere geest dat reeds Immanuel Kants Kritik der reinen Vernunft, bekend als een toonbeeld van rationaliteit en kritische geest, vol wartaal staat. Daarom dienen we de kwestie van de psychoanalyse binnen een ruimer perspectief te bekijken. Uiteraard is de psychoanalyse een pseudowetenschap die, juist vanwege haar wetenschappelijke pretenties, meer schade berokkent dan bijvoorbeeld astrologie of tarot, en is het stuitend dat er hier en daar nog aan universiteiten intellectuele energie wordt verspild aan het ‘onbewuste’. Maar wat te zeggen van Plato, Augustinus, Thomas, Spinoza, Hegel, Nietzsche, Heidegger, Sartre en consoorten, om nog maar te zwijgen over de Franse ‘postmodernisten’? Men betoont de ‘theorieën’ van al deze alom geëerbiedigde namen nog teveel eer wanneer men ze als onjuist bestempelt. Er is simpelweg geen methode of experiment denkbaar aan de hand waarvan hun beweringen als juist of onjuist zouden kunnen worden aangemerkt. Alleen wie zich graag bedwelmt met esoterische, bezwerende spreuken neemt dit soort ‘wijsgeren’ nog ernstig. De vraag is dan ook of het in onze tijd, die meer dan ooit nood heeft aan duidelijke oplossingen voor duidelijk gestelde problemen, verantwoord is om de jeugd nog langer in dit soort abracadabra te initiëren. Kan men jonge mensen niet beter kritisch en sceptisch leren denken, met zin voor empirie en zorgvuldige methodologie, in de plaats van hun geesten in verwarring te brengen met ‘transcendentaal onderzoek’, ‘negatieve dialectiek’, ‘zijnsdenken’, ‘deconstructie’, ‘symbolische castratie’ en wat nog allemaal? In dit verband mogen we in alle bescheidenheid stellen dat de vakgroep Wijsbegeerte aan de Universiteit van Gent in ons land, en misschien wel op het hele Europese vasteland, toch wel een avant-garde-functie heeft. Zij is het verst gevorderd in het systematisch uitbannen van alle vormen van obscurantisme. Jammer alleen dat haar naam haar nog in de weg zit. ‘Wijsbegeerte’? Roept dit niet al te zeer associaties op met allerlei kwalijke pseudodiepzinnigheid? Klinkt dit niet te oubollig - en vooral: te dweperig, te sehnsüchtig? Wij stellen dan ook voor om radicaal een punt achter het duistere verleden te zetten en de Faculteit voor Wijsbegeerte om te dopen tot Centrum voor Kenleer, Logica en Interdisciplinaire Wetenschap (CKLIW), zodat iedereen meteen merkt dat er in Gent alvast geen plaats is voor conceptuele rookgordijnen. Kliew - het klinkt alvast zelf als een onomstotelijk feit waar niemand omheen kan. Uiteraard kan er binnen dit centrum nog altijd plaats zijn voor een cursus filosofie, mits die duidelijk wordt gepresenteerd als een cursus ideeëngeschiedenis - met de nadruk op geschiedenis. Net zoals het nuttig kan zijn om te weten dat de Romeinen uit de vlucht van de vogels meenden te kunnen afleiden welke beslissing ze moesten nemen, zo mag de student gerust, zij het zo summier mogelijk samengevat, kennis nemen van de wonderlijke ideeën waarmee de oude ‘wijsgeren’ goedgelovige zielen, maar eerst en vooral zichzelf, een rad voor de ogen wisten te draaien.

    Nele Avondrood, bio-ingenieur Dirk den Dooven, nanotechnoloog Hans Dierickx, chemicus Joos Gelderijcke, directeur van het Centrum voor Statistiek Dries Tremelant, personeelchef Pharmalogicon Ben Vandervorst, human resource manager Otto van Outrive, medewerker Centrum voor Ballistische Wetenschappen Bert van Overzee, neuropsychiater Jan van ter Lande, filosoof

    • door J. Verhulst op vrijdag 23 december 2011

      Ik deel uw zin voor empirie en zorgvuldige methodologie. Heel wat wetenschappelijke ideeën evenwel, zijn hun carrière begonnen als een metafysisch idee. Laten we dus de 'alom geëerbiedigde namen' toch met het nodig respect blijven benaderen. Wat betreft uw citaten van Hegel en Heidegger: met Popper deel ik de overtuiging dat uitspraken die niet wetenschappelijk zijn, daarom niet noodzakelijk zinloos zijn.

  • door Jan Allein op vrijdag 23 december 2011

    "In discussies in de pers en op internetfora is het de gewoonte geworden op de man, i.p.v. op de bal te spelen: men valt personen aan, vaak met sneren en schimpscheuten, zonder op de grond van de zaak in te gaan." Hierin heeft Etiënne Vermeersch een punt, tenslotte geldt deze uitspraak vooral voor zijn SKEPP leden die vrijwel in ieder discussiefora op de man spelen. Het perfecte voorbeeld hiervan is notoir SKEPP lid Luc Bonneux die in elke discussie omtrent bv gsm-straling of borstkanker-screening niet schuwt om de wetenschappers aan de schandpaal te nagelen. Wie enig wetenschappelijk argument in zijn opiniestukken zoekt die zijn mening kan staven is eraan voor de moeite. Geen moeite echter is de optelsom te maken van het aantal schendingen op het eer en geweten van de aangevallen wetenschappers: " Paniekzaaiers, proffen op zoek naar erkenning, ridders op zoek naar de heilige graal, hun beweringen maken de mensen eerder ziek dan gsm-straling, kwaadaardige boskabouters...." Steevast ondersteund door de wet van Furedi (van angst wordt men ziek) en het totaal ontbrek aan wetenschappelijke tegenargumenten. Wat een tegenstelling met het pleidooi van prof Vermeersch die op een respectvolle manier discussieert. Misschien kan deze laatste zijn SKEPP medelid hiervoor eens "duchtig" op de vingers tikken.

    • door Stefan op zaterdag 24 december 2011

      Ik kan aansluiten bij bovenstaande opmerking van Jan Allein. Als Etienne Vermeersch oppert dat men moet ophouden met 'name-calling' stel ik voor dat hij begint met zijn eigen geestesgenoten binnen skepp aan te spreken, die zich al jarenlang van inktzwart en devaluerend sarcasme bedienen bij het vergelijken van mensen.

    • door Luc Bonneux op zaterdag 24 december 2011

      Volgens Allein en de zijnen van 'Beperk de Straling' stellen zeer grote aantallen wetenschappers een zeer grote bevolking bloot aan wat volgens hen schadelijke straling is. Zij doen dat omdat zij in de zak van de industrie zitten. Dat is een zeer zware beschuldiging. Het gros van de wetenschap acht de gevaren van electromagnetische straling onbewezen (anders zou u heel wat andere maatregelen ondervinden bij gsm gebruik). Dit hele onderzoeksveld heeft geen wetenschappelijk substraat: er is geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat deze straling schadelijk is. Wetenschappers die daar anders over denken, laden daarmee een zware bewijslast op zich. Als zij deze bangmakerij ondersteunen en daarmee geld verdienen, moet de beschuldiging van belangenvermenging en mogelijke fraude worden omgedraaid. Hoe komt het dat sommige onderzoekers wat vinden wat niemand anders vindt? Er is een schat van bewijs dat bangmakerij mensen ziek maakt. Nocebo-effecten zijn welbekend. Ik heb daarover een peer reviewed publicatie geschreven, ongetwijfeld in het bezit van Jan Allein. Omdat dit nocebo effect het hart van deze bangmakerij treft, willen zij mij heel graag monddood maken. Gelukkig werkt wetenschap zo niet.

      • door Jan Allein op woensdag 28 december 2011

        De reactie van Bonneux is net het bewijs van mijn stelling over dit SkEPP lid. 1. Argumenteren zonder enige referenties: "Het gros van de wetenschap acht de gevaren van electromagnetische straling onbewezen (anders zou u heel wat andere maatregelen ondervinden bij gsm gebruik). Dit hele onderzoeksveld heeft geen wetenschappelijk substraat: er is geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat deze straling schadelijk is." Naar welke wetenschappers of onderzoeksvelden wordt hier gerefereerd? Welk wetenschappelijk substraat ?

        2. Het gemis aan enige wetenschappelijke argumentatie wordt ( ter staving van mijn vorige opmerking) ) weerom benadrukt door het inschakelen van Furedi (van angst wordt men ziek). "Als zij deze bangmakerij ondersteunen .." - en- " Er is een schat van bewijs dat bangmakerij mensen ziek maakt."

        3. Het direct op de man spelen zonder enig bewijs of argument: "Wetenschappers die daar anders over denken, laden daarmee een zware bewijslast op zich. Als zij deze bangmakerij ondersteunen en daarmee geld verdienen, moet de beschuldiging van belangenvermenging en mogelijke fraude worden omgedraaid"

        4. Lerch en Anders Alhbom , wetenschappers en leden van de ICNIRP, het SCEHNIR en de WHO werden onlangs door het IARC (WHO) uit de WHO gezet omwille van rechtstreekse belangen met de telecomindustrie. Alhbom is oprichter en voorzitter van de Raad van Bestuur van het telecomconsultancy bedrijf Gunnar Alhbom AB. Dit zijn geen zware beschuldigingen maar wel bewezen feiten. Dit betekent niet dat wij van "Beperk De Straling" alle wetenschappers die geen effecten vinden in de zak van de industrie duwen. Dat is een eigen interpretatie van Bonneux.

  • door Paul Bacarte op zaterdag 24 december 2011

    Het postmoderne offensief tegen wetenschappelijke waarheid

    In het moderne tijdperk, dat zogezegd al ettelijke decennia achter de rug ligt, leek het onderscheid tussen wetenschap en pseudo-wetenschap alsmaar duidelijker te kunnen worden vastgesteld. Wetenschap lag gestoeld op nauwkeurig reproduceerbare ervaringen en strenge logica, pseudo-wetenschap bediende zich ook van onwaarschijnlijke beweringen die als onvoldoend gegronde geloofselementen deel uitmaakten van onbetrouwbare (‘paranormalica’) of totaal foute intellectuele constructies (astrologie, numerologie, homeopathie in de eigelijke zin –dus zonder ook niet altijd ongevaarlijke kruidengeneeskunst enz. in te sluiten). De weg leek voor de wetenschappelijke waarheid wijd open te liggen, en alle vormen van (bij)geloof mochten verondersteld worden geleidelijk aan uit een meer en meer verlichte maatschappij te verdwijnen… Degelijk onderbouwde (evidence based) wetenschappelijke waarheid boven alles? Zo zit menig mens blijkbaar niet in elkaar. Het wetenschappelijke pad wordt wel vrij gedwee gevolgd zolang het zich maar slingert binnen levensbeschouwelijk neutraal gebied. Weinigen zullen anatomische, chemische of elektronische (inmiddels zo goed als absolute) zekerheden willen bestrijden, die trouwens gevoelig bijdragen aan hun comfort, maar de evolutietheorie is wel wat anders, want die ontkent de directe schepping van leven, planten, dieren en mensen door een persoonlijke God. Een geplande indirecte schepping via evolutie om kan kennelijk velen niet bekoren, laat staan de gedachte aan een blinde natuurlijke ontwikkeling via zelforganisatie… Vanuit alle geloofssystemen tegelijk werd het gezag van de wetenschappelijke waarheid (of Waarheid, met hoofdletter) gaandeweg aangevochten. Heel velen lusten, zo is nu wel gebleken (anders had het postmodernisme geen kans gemaakt) in feite geen pap van universele wetenschap. Hun wereldbeschouwelijk geloof, al dan niet religieus van aard, biedt hun gemoedsrust (en meestal uitzicht op een aards of hemels paradijs) en ze zijn beducht voor en afkerig van de cognitieve dissonantie, de ontkenning van geloofsbeginselen, die een confrontatie met harde wetenschap teweeg zou kunnen brengen. De eenvoudigste oplossing bestond in het ontkennen van een absolute en universele waarheid die door de mens gevonden kon worden. De waarheid werd dus postmodernistisch gerelativeerd. Ieder zijn waarheid. Elkeen zijn gelijk. (Eigen) geloof tracht te kruipen waar het niet gaan kan. Het postmodernisme flirt en dweept met relativerende filosofieën als historicisme, sociologisme, contextualisme en de ‘relativiteit van alles’… Eigenaardig en spijtig genoeg kon hiertoe voluit warhoofdige inspiratie worden opgedaan in de moderne fysica, de strengste der wetenschappen zelf. Einstein had immers de volle aandacht gevestigd op de waarheid dat de drie basisbestanddelen van de fysische wereld (waaruit de andere grootheden kunnen worden afgeleid) geen onveranderlijke entiteiten waren, maar integendeel variabelen afhankelijk van snelheid. Lengte krimpt, tijd vertraagt, massa dikt aan met toenemende snelheid. Maar die variabiliteit der basisdimensies resulteert paradoxaal juist in veel invariantie, het aan zichzelf gelijk blijven, van de natuurwetten en natuurverschijnselen vanuit welk systeem ze ook worden waargenomen (rustend, bewegend of versnellend). Einstein noemde zijn intellectuele constructie oorspronkelijk dan ook een invariantietheorie. Het was spijtig genoeg een andere grootheid uit de fysica, een tijdgenoot van Einstein, met name Max Planck, die tijd, lengte en massa in plaats van simpelweg variabel, ‘relatief’ ging noemen (mede onder invloed van de instrumentalistische positivist Ernst Mach). Met, vooral in de geesteswetenschappen, alle kwalijke gevolgen van dien. In zijn boek ‘everything’s relative and other fables from science and technology’ (Wiley, 2003) schrijft de kritische Tony Rothman:

    “However, Einstein’s theory also demonstrated that as we change perspective from a moving system to a stationary one many quantities remain unaltered. The whole theory stands not only on the principle of relativity but on the more radical postulate that both you on the ground and your twin hurtling past on an asteroid measure the velocity of light to be exactly the same: a little under 300,000 kilometers per second. Nothing relative there. It was evidently Max Planck in 1906 who first used the term “relativity theory” and others followed his lead, but in 1910 the mathematician Felix Klein suggested that the theory be called the “theory of absolutes” (or “invariants”), which would have been at least as appropriate. “Relativity” gradually won out. Einstein surrendered only in 1911, still distancing himself from the term by putting it in quotation marks. One suspects that certain ideas about social relativism would never have achieved such a prominent place in the Panopticon exhibit had the world followed Klein’s suggestion. To be sure, in the 1920’s, when nonsensical controversies broke out about relativity and relativism, scientists resurrected Klein’s proposal, suggesting that the theory be renamed the “theory of absolutes”, but by then it was too late.”

    Er bestaat absoluut geen voldoende reden om alle kennis gelijkelijk te relativeren en over dezelfde kam te scheren. Er is een duidelijk onderscheid tussen de extremen authentieke wetenschap en pseudo-wetenschap, zoals er een niet betwistbaar verschil is tussen de extremen dik en dun, levende en dode materie, maar er is een overgangsgebied waar die begrippen nauwelijks toepasbaar zijn. Een virus bevindt zich bijvoorbeeld op de grens tussen leven en dood. Zit de maaginhoud binnen of buiten het lichaam? Enerzijds wel, anderzijds niet. Pseudo-wetenschap werkt bijvoorbeeld naar een besluit toe dat op voorhand vaststaat: de creationist wil absoluut niet afwijken van de dogmatische stelling dat zijn God rechtstreeks het scheppingsproces heeft voltrokken. Of pseudo-wetenschap gaat uit van duidelijk verkeerde opvattingen: bijvoorbeeld het chemofobe naturistische geloof dat al wat natuurlijk is per definitie onschadelijk of heilzaam is, terwijl de natuur toch overloopt van het vergif (om rovers op een afstand te houden). Het naturisme doet het nochtans geweldig als commerciële verleider: niets kan naar verluidt het natuurlijke naar de kroon steken. Onzin. Het natuurlijke moet soms ook actief bestreden worden: rampen, ziekten, xenofobie, dictatoriale en agressieve neigingen… ‘Skeptische’ organisaties zijn wel degelijk hard nodig om de strijd met pseudo-wetenschap gaande te houden. Uiteraard blijft ook het skeptische werk als mensenwerk voor (heel wat) verbetering vatbaar. Totnogtoe is het heel eenzijdig gebleven, over het algemeen beperkt tot ontmaskering van pseudo-natuurwetenschap (of van wat in die buurt komt). Het grootste probleem bestaat erin dat men moet kunnen uitgaan van een zelf exacte kennistheorie die het hele spectrum van menselijke mogelijkheden tot waarlijk weten omvat, ook op alfa- en gamma-wetenschappelijk gebied. En die is er voorlopig niet. Het blijft dus onvermijdelijk enigermate stuntelen ook binnen de skeptische bewegingen. Aan kritiek op destructieve pseudo-economie en zinloze pseudo-filosofie waagt men zich dus liever niet. Of het is zelfs al een keer zo erg dat een intens ideologisch gekleurde neoliberale leer tot de enige juiste economische wetenschap wordt uitgeroepen. Weinig verschil met de wetenschappelijke pretenties van communistisch gekleurde doctrines binnen de vroegere Sovjet-Unie. Eigen ideologie wordt zelden als zodanig onderkend, laat staan grondig bekritiseerd of aangevallen. De skeptische bewegingen behelpen zich zo goed en zo kwaad als het kan met het Popperiaanse kritisch rationalisme, waarin het (zogezegd gesofisticeerde) falsificationisme een voorname rol speelt. Dit falsificationisme wordt door vele wetenschappers (onbewust?) met zoveel overtuiging in hun publicaties opgenomen, als ging het ook om een onwrikbaar gegrond natuurwetenschappelijk beginsel. Empirische bevestiging zou zogezegd niet mogelijk zijn binnen een wereld van oneindige mogelijkheden. Absolute bevestiging niet inderdaad. Maar daar heeft de wetenschap geen nood aan. We leven eventueel binnen een ruimtetijdelijke niche, die we beter willen leren kennen. De kans dat daarbinnen water kookt op 100 graden Celsius is, zeg, 1/10000. Als dan maar steeds die 100 terugkomt, dan wordt de kans dat water niet op 100 graden zou koken onbeduidend miniem (1/10000 X 1/100000 X 1/10000 enz. enz. ). En zelfs één witte (albino) merel zou niet kunnen ontkennen dat merels normaal zwart zijn. Trouwens ook falsificatie moet zelf bevestigd worden: dat het neutrino de lichtsnelheid zou overschrijden kan niet op grond van één of een paar waarnemingen worden aanvaard. Confirmatie en falsificatie gaan noodzakelijk hand aan hand in de wetenschap. De uitspraken ‘Eenhoorns bestaan’ en ‘Eenhoorns bestaan niet’ zouden door de ontdekking van één eenhoorn respectievelijk worden bevestigd en ontkend, op hetzelfde moment. Falsifieerbaarheid vormt niet het juiste afbakeningscriterium voor wetenschap. Wat dan wel? Gewoonweg intersubjectieve toetsbaarheid. Gelijk wie moet in gelijkaardige zintuiglijke ervaringen (eventueel kunstmatige experimenten) of logische redeneringen (bijvoorbeeld wiskundige of filosofische bewijzen) ontegensprekelijk kunnen vaststellen dat een bewering wordt bevestigd of ontkend. ‘Er zitten tien katten in mijn tuin.’ Wie dat niet voetstoots wil aannemen, kan die katten met eigen ogen in mijn tuin gaan zien en tellen. Zo ziet hij of zij mijn mededeling onmiddellijk bevestigd of ontkend (of althans ten dele, als er minder katten zouden zitten). Wie een wiskundig bewijs checkt bekijkt of de conclusie logisch geldig uit de premissen wordt afgeleid. De wetenschap doet in verfijnde vorm niet meer dan wat in het dagelijks leven spontaan wordt gedaan: ‘(na)zien en (na)denken’. Alleen, geloof, het zomaar aannemen wordt systematisch geweerd. Vooroordelen op basis van onbewust geloof worden in de mate van het mogelijke opgespoord en aan het licht gebracht. Wie geloof en gratuite beweringen mengt met wetenschap produceert het prototype van pseudo-wetenschap. Maar is de laatste uitspraak zelf niet gratuit of een kwestie van geloof? Dat kan wel zo lijken, omdat men stoot op de evidentie dat het instinctieve vertrouwen in wat zich (intersubjectief) aan zintuigen en rede opdringt niet verder te gronden valt, omdat daarvoor diezelfde kenmiddelen, zintuigen en rede, nodig zouden zijn. Maar het zich gedwongen neerleggen bij de realiteit die zich aan ons opdringt en die niet wijken wil, ook al zou men dat in sommige pijnlijke omstandigheden wel willen, is helemaal wat anders dan geloven dat bestaat wat zich niet opdringt of geloven dat niet bestaat wat zich wel opdringt. Wetenschap plooit zich dus simpelweg naar het instinctieve vertrouwen in de realiteit die we ervaren. Het praktische ontkennen daarvan is trouwens geheel onhoudbaar. Wie dat zou proberen richt zichzelf ten gronde en zou door de omgevende gemeenschap onmiddellijk als waanzinnig worden ervaren. Wie ernstig wil filosoferen moet bij zijn onderzoekend denken dus steeds in het achterhoofd houden dat de buitenwereld zijn of haar uitspraken een na een moet kunnen beamen: dat is wat het intersubjectieve toetsen binnen de wetenschap concreet betekent. Wie zich daaraan niet houdt produceert pseudo-filosofie. En het kan niet worden ontkend dat de hersenspinsels van ook de bekendste filosofen vaak tussen die pseudo-filosofie moeten worden geklasseerd. Toch moet ook worden erkend dat men met geniale denkers had te maken en dat die bepaalde dingen scherp hebben gezien: hun literaire gewrochten (‘kallosofie’) blijven bronnen van inspiratie, ook al zal veel van hun inhoud het onverbiddelijke oordeel van de kritische rede, mede geleid door brede ervaring, niet kunnen overleven. Onder welke categorie moet de moderne economie worden gecatalogiseerd? Economie kan bondig worden gedefinieerd als de studie van het maatschappelijke productie- en allocatieproces. Eigenlijk, moreel beschouwd, heeft de economie als voornaamste taak te speuren naar het socio-economische systeem dat het best het algemeen welzijn verzekert. Het economische systeem is een intellectuele constructie in functie van het hoogste welzijn voor iedereen. Wil men spreken van een natuurlijke economie, dan is dat de socio-economische ordening die het meest in overeenstemming is met de ego-altruïstische inborst van de doorsnee mens (persoonlijk gewin naast solidaire ondersteuning van de ander). De vigerende neoliberale economische doctrine gaat ervan uit dat er zoiets bestaat als een van nature gegeven economie. Ze koestert bijgevolg een verkeerde naturalistische filosofie –wat hebben menselijke uitvindingen als geld, banken, staatsobligaties… met de natuur van doen? Bovendien is ze naturistisch van aard: ze laat uitschijnen dat geen enkel intelligent bedacht systeem superieur zal zijn aan een blind aan zichzelf overgelaten zelforganisatie dankzij laissez-faire en deregulering, waarin een heilzame onzichtbare hand in alle vrijheid werkzaam kan zijn. Ondanks de vergissingen van deze naturalistisch-naturistische ideologie raakte lokaal grote welstand opgebouwd (naast ellendige armoede elders): dat is grotendeels het gevolg van de toenemende wetenschap en technologie, ondernemerschap en bepaalde aspecten van de vrije markt gekoppeld aan publiek initiatief van de overheid (dat men juist nu meer en meer zou willen zien verdwijnen). Wat bereikt is valt echter in het niet in vergelijking met wat had kunnen worden binnen een goed doordachte rationele economie: binnen een gemengde economie fungeren privaat en overheidsinitiatief complementair in beheerste concurrentie; geld wordt gecreëerd en ingepompt in evenredigheid met de haalbare productiecapaciteit die eventueel actief wordt gemobiliseerd in plaats van ze braak te laten liggen; de productie wordt niet gericht op uitvoer, maar in de allereerste plaats op binnenlandse consumptie (dankzij voldoend hoge lonen om van de producten van eigen werkzaamheid te kunnen genieten); welzijn wordt beoogd door consumptie- en productietijd mooi in evenwicht te houden met elkaar en door het milieu niet te belasten door overdreven gerichtheid op productie en productiegroei. De huidige economische doctrine beperkt zich grotendeels tot de studie van de huidige kapitalistische werkelijkheid, ontwijkt en verzwijgt andere mogelijkheden (want TINA, there is no alternative), en probeert aan te geven hoe het systeem verder in neoliberale richting kan worden opgeschoven (door verdere privatisering, deregulering en afbraak en verzwakking van een controlerende overheid). Het vak economie vertoont bij een grondige analyse duidelijk destructieve pseudo-wetenschappelijke trekken: het is sterk ideologisch gecontamineerd en belooft niet veel goeds om een einde te maken aan de permanente ramp (met miljoenen hedendaagse en toekomstige slachtoffers) die zich wereldwijd voltrekt. Zulke onmacht kenmerkt nu eenmaal pseudo-wetenschappen. Schaarste (die er fysisch nog lang niet is) wordt in onderhavig geval ingeroepen als al te gemakkelijk alibi. Het aanhouden van een hogelijk pseudo-wetenschappelijke economie valt moreel niet te verantwoorden. Het vraagt een heel boekwerk om uit te leggen wat er allemaal misgaat in het vak economie en zijn politieke applicatie in de praktijk. Het is ook geen sinecure de psychoanalyse te analyseren op haar wetenschappelijke verdiensten. Popper’s argument om ze onmiddellijk te verwerpen op grond van de nonfalsifieerbaarheid van haar uitspraken valt niet zomaar te weerhouden. Als ik zeg dat het bestaan van een objectieve buitenwereld waarin we allen samen verkeren een goede verklaring vormt voor de mogelijkheid van intersubjectieve coöperatie waarop het wetenschapsproces uiteindelijk steunt, dan meen ik dat die uitspraak filosofisch-wetenschappelijk, theoretisch, heel aanvaardbaar overkomt, ofschoon niet duidelijk is hoe ze gefalsifieerd zou moeten worden. Zulke waarheid is gewoon uit zichzelf evident. David Hume had problemen met de zogenaamde oorzakelijkheid binnen het verloop der dingen, omdat die niet direct constateerbaar zou zijn, maar de idee dat hier sprake moet zijn van diachrone implicatie (naast synchrone implicatie, bijvoorbeeld in de wiskunde) oogt niet slecht om oorzakelijkheid als realiteit te accepteren. Evident degelijke theoretische verklaring. Weer geen falsificatie mogelijk. Waren de psychoanalytische proposities maar allemaal van dat evidente en door iedereen aanvoelbare soort! Spijtig genoeg komen vele psychoanalytische beweringen heel vergezocht, fantaisistisch en weinig acceptabel over buiten de kleine groep van overtuigde believers. Er volgt geen brede, laat staan universele, intersubjectieve bevestiging dankzij een ervaring van evidentie van het beweerde. Bij de meesten zal wellicht de indruk ontstaan dat het scheermes van Ockham in dezen eens duchtig dient te worden gehanteerd. En inderdaad, niet zo zelden rijdt psychoanalytische filosofie zich vast in een complete warhoofdigheid en nietszeggendheid (die kennelijk toch aan postmoderne universiteiten kan worden getolereerd en gedoceerd: jonge geesten zullen erdoor veeleer worden misvormd dan gevormd en ontwikkeld). Toch mag psychoanalyse als potentieel exacte wetenschap niet verworpen worden. De vraag wat er zich allemaal aan onbewuste (en mogelijk ook verziekende) processen in de hersenen afspeelt is heel belangwekkend. Het juiste antwoord wordt mogelijk ook van groot praktisch belang. Er bestaat allicht ook grote behoefte aan een krachtige sociale psychoanalyse als onderdeel van de sociale psychologie. Men ervaart immers hoe gauw hele massa’s door populistische demagogen op sleeptouw worden genomen. Rob Riemen sprak in dit verband, naar aanleiding van de vlugge opgang en acceptatie van ‘sterren’ als Wilders, De Winter, Le Pen en, in iets mindere mate, De Wever…over ‘de eeuwige terugkeer van het fascisme’. Fascisme? Scheldend is het woord misschien te verantwoorden. Maar moet niet eerder gewaagd worden van de eeuwige terugkeer van tribalisme (van stam tot natie) in verschillende historische gedaanten? Het fascisme droeg in zich nationalistisch-socialistisch (nazistisch) ideeëngoed. Het zou zich hebben gekeerd tegen het weliswaar nationalistische, doch economisch uiterst rechtse, (ultra, neo)liberale kapitalisme van de nieuwste coryfeeën (ten hoogste een ‘nalisme’ dat wat betreft beoogde maatschappelijke ordening, of ‘ontordening’ (ieder voor zich en op eigen kracht), grondig verschilt van het nazisme, maar daarom misschien a priori op lange termijn niet ongevaarlijker is (nieuwe terugtrekking en verbrokkeling in ‘maxitribale’ culturele inclusie/exclusie, die nieuwe –voor altijd weggewaande- oorlogen zouden kunnen brengen binnen Europa (zonder euro, Juppé). De geschiedenis herhaalt zich in die zin dat de nieuwe niet ongevaarlijk ogende bewegingen weer niet worden terechtgewezen door kerken en andere morele entiteiten en ook weer bliksemsnel salonfähig (van getolereerd binnen een cordon sanitaire tot bevoogdend vanuit de zijlijn) zijn kunnen worden. Psychoanalytisch beschouwd lijkt de succesformule van de populistische demagoog niet ver af te liggen van volgend recept: speel de sterke charismatische leider (de vaderfiguur, de bonkigste aap), ga grotendeels mee in simplistische toogpraat, wek de verzonken tribale instincten en zaai xenofobe angst (ook voor een onveilige toekomst) en duid (onechte) externe zondebokken aan als verantwoordelijken voor de crisis en malaise (Grieken, Walen, Joden, Moslims…). Op een andere verraderlijke sociale tendens heeft ULB-professor Jacques Bude gewezen in zijn werk ‘L’Obscurantisme libéral et l’investigation sociologique’. Waarvoor hij daarin waarschuwt komt ongeveer op het volgende neer: de dominante machten trachten de gevestigde orde te naturaliseren en induceren een algemeen gangbaar ideologisch geïnspireerd discours dat zich echter voordoet als objectief, wetenschappelijk en gerechtvaardigd. Het merk TINA waaronder die onontkoombare vanzelfsprekendheid van het beleid wordt verkocht staat inmiddels alom bekend. Al het tot dusver gezegd zou kunnen suggereren dat enkel in de alfa- en gamma-wetenschappen niet alles in de juiste plooi ligt. Maar ook op het terrein van de natuurwetenschappen wil men wel eens kapitale steken laten vallen: zo is het bijvoorbeeld tot dogma verheven dat het perpetuum mobile (van de eerste soort) onmogelijk kan bestaan. De wet van behoud van energie zou dat absoluut verbieden. Er is inderdaad nooit één uitzondering gevonden op de wet van behoud van energie. En de wet lijkt intellectueel even mooi en bevredigend als de wet van behoud van elektrische lading. De wet van behoud van energie lijkt inmiddels met haast absolute zekerheid juist en ontegensprekelijk. Maar impliceert de wet van behoud van lading dat ik geen elektrische lading kan opwekken waar er eerst geen was? Geenszins. Alleen zal het opwekken van een negatieve lading gepaard moeten gaan met het ontstaan van ook een even grote positieve lading, en min a plus a blijft nul. Geheel overeenkomstig zou eventueel nieuwe positieve energie kunnen worden geschapen onder verwekking van een gelijke kwantiteit negatieve energie. De onmogelijkheid van het perpetuum mobile op basis van de wet van energiebehoud is dus duidelijk een non sequitur. Het eerste volgt logisch niet uit het laatste. Volgens de hypothese van Tryon was het ontstaan van het heelal energetisch een nuloperatie: de kolossale hoeveelheid positieve energie werd precies gecompenseerd door een even kolossale hoeveelheid negatieve energie (waarvan het bestaan effectief meetbaar is). Kan de mens technisch, op kleine schaal, die gepaarde schepping op een of andere manier reproduceren? Niemand weet het echt. En toch is het suggereren van die mogelijkheid binnen de wetenschap sinds jaar en dag taboe. Ook tegen de onmogelijkheid van het perpetuum mobile van de tweede soort, de onmogelijkheid van de recyclage van energie, zogezegd afgeleid uit de cyclus van Carnot en de wet van altijd toenemende entropie valt heel wat in te brengen. Ook op dat gebied worden schijnbaar belangrijke dingen over het hoofd gezien. De gevierde Stephen Hawking beloofde indertijd op zijn website op alle natuurkundige vragen te zullen antwoorden. Hoopvol stuurde ik hem enkele relevante kritische opmerkingen omtrent de wankele redeneringen die worden gevolgd om tot de onmogelijkheid van energierecyclage te besluiten. Helaas. Zijn antwoord luidde dat hij alle vragen wilde beantwoorden, behalve die vragen die de geloofwaardigheid van de tweede hoofdwet van de thermodynamica in vraag wilden stellen. Dan toch ook absolute zekerheid en dogmatisme tot op het hoogste wetenschappelijke niveau? Men vergeet wel eens dat ook de grondslagen af en toe enige bijstelling behoeven (Einstein preciseerde Newton, zonder globaal echt te falsificeren): het verbod op de perpetua mobilia behoort niet eens tot de grondslagen van de fysica, het wordt er veeleer uit afgeleid als gevolg van een verkeerde kwalitatieve, filosofische, interpretatie –men ziet dingen over het hoofd (fysische krachten streven naar orde, structuur en zelforganisatie, niet naar wanorde, maar de verstrooiing van energie in de wereldruimte, de toename van entropie, is er wel de negatieve keerzijde van –wat in eerste instantie de spontane toename van orde op extreem lange termijn eindig maakt). Het moet niet verwonderen dat er ook binnen de wetenschappelijke wereld nog belangrijke dingen misgaan en dat er nog vele hiaten zijn gelaten. Er heerst nog veel verdeeldheid. De strenge wetenschap is ook ten hoogste nog maar vierhonderd jaar oud. Historisch gezien een bliksemflits. De wetenschap bevindt zich allicht nog in haar puberale fase, en zal, als alles blijft goed gaan, in de eenentwintigste eeuw doorgroeien naar meer volwassenheid. De wereld heeft dringend meer gegronde waarheid nodig. In geen geval vals postmodernistisch relativisme. Wie wil zich richten naar een alternatief kompas, naar een subjectief geprogrammeerd navigatiesysteem in zijn wagen?

  • door W. Smits op zondag 25 december 2011

    Ik citeer: "Een eerste aantasting inzake geloofwaardigheid was echter dat meerdere leerlingen van Freud een eigen weg insloegen (Adler, Jung, Rank, Reich, ...), wat de betrouwbaarheid van de basisinzichten aan het wankelen bracht." Dit is een argument dat ook de geloofwaardigheid van de evolutietheorie en de genetica kan bekritiseren. Wie Darwin's "On the origin of species" leest kan hier inderdaad een voorbode van enkele nazi-principes in herkennen maar was dit een uitwerking van zijn theorie of een vreemd zijspoor dat genomen werd door enkelen die de theorie dogmatisch interpreteerden? Is een goede wetenschap niet altijd in ontwikkeling? Heeft Einstein Newton niet gecorrigeerd terwijl beide theorieën een waarheid bevatten?

    Meer fundamenteel: u beweert geen levende mensen te willen raken maar tracht de psychoanalyse, een zeer waardevolle menstheorie, te ondergraven zonder degelijke argumenten. Als u nog altijd gelooft in het positivisme als enige "echte" wetenschapsideaal is uw denkwereld zeer klein, maar dit is enkel jammer voor uzelf. Als u kritiek hebt op de psychoanalyse en enkel naar concepten refereert zonder een degelijke analyse en interpretatie van het concept is dit wel erg gemakkelijk.

    Ik wil u graag verwijzen naar een blog: stijnvanheule.psychoanalysis.be alwaar u kan doorklikken naar artikels in gezaghebbbende tijdschriften die via meta-analyses de effectiviteit van de psychoanalyse bewijzen, jawel cijfermatig. Een leuke kanttekening: het effect van een langdurige psychoanalyse bij mensen met een complexe (meervoudige) problematiek is ongeveer 6 keer groter dan dat van een anti-depressivum bij mensen met enkel een depressie. Exact-wetenschappelijker of tenminste positivistischer kan niet zou ik zo zeggen. Hopelijk hebt u dan de intellectuele eerlijkheid om uw stelling dat psychoanalyse een pseudo-wetenschap is in te trekken. Vervolgens kan u uw verontschuldigingen aanbieden voor het onterecht beschimpen van talloze clinici die een gedegen psychoanalytische vorming hebben gekregen en het "empirisch" nut hiervan dagelijks ondervinden in hun therapiekamer. Het zijn niet de charlatans die u ervan maakt maar mensen die werken ondersteund door de wetenschap. Helaas kent u de empirische realiteit (gesprekstherapie) waaruit de psychoanalyse stamt niet, wat u zou moeten aanzetten tot voorzichtigheid.

  • door Herman Neukermans op woensdag 28 december 2011

    Op internetfora is het de gewoonte geworden op de man, i.p.v. op de bal te spelen: men valt personen aan, vaak met sneren en schimpscheuten, zonder op de grond van de zaak in te gaan (dixit Etienne Vermeersch ). Hij heeft groot gelijk, bekijk maar eens de reacties op de prijsverhoging van bier.

  • door Patrick De Reyck op zondag 1 januari 2012

    Ik blijf problemen hebben met de notie bewijsbaarheid, behalve dan binnen een zuiver mathematische context). Zelfs binnen een popperiaanse context waarbinnen "degelijk bewijs" refereert aan een door empirische toetsing en observatie betrouwbare theorie blijft het gevaar om de hoek liggen; dat van een theorie die niet aansluit bij de werkelijkheid (al dan niet fenomenaal, maar da's een adere discussie)... en daarbij doel ik niet op de formele, logische onmogelijkheid van bewijsbaarheid of die gevallen waarbinnen een geaccepteerde theorie 'fout' bleek te zijn buiten de ruimere context van een meer omvattende theorie (zoals de klassieke Newtoniaanse fysica binnen relativistische,...), maar werkelijk op de mogelijkheid van regelrechte inconsistentie met de werkelijkheid. Stel dat met wat we nu weten de menselijke soort (en ons zonnestelsel) zou ontstaan en evolueren 50 miljard in de toekomst , in een universum dat zodanig is uitgezet dat er van de sterren - buiten onze zon en die van ons melkwegstelsel - niets meer te observeren zou zijn. Ook dan zou waarschijnlijk relativiteit en kwantummechanica ontdekt worden maar falsifieerbare wetenschap zou ons een heelal voorspiegelen dat statisch en leeg zou zijn, zonder notie van een bigbang, kosmische achtergrondstraling, donkere energie, enz.... Toch zou het volgens alle normen van de wetenschap correcte wetenschap zijn (Lawrence Krauss). Aan historiciteit, het onreduceerbare historische, ontsnapt ook de wetenschap niet (en dit is maar één piste waarom niet). Dit constitueert natuurlijk geen achterpoortje voor homeopaten, creationisten, enz..... Maar ze zullen waarschijnlijk zelf niet (willen) begrijpen waarom.

  • door Lena Wauters op dinsdag 3 januari 2012

    Wanneer men de 'houdbaarheidsdatum' van de wetenschap meet in decennia, dan kan men van "wetenschap" spreken. Wanneer men echter de houdbaarheid van wetenschappelijke stellingen in millennia gaat afmeten, blijft alleen de "pseudowetenschap" over. In dit licht gezien, kan men eerlijkheidshalve slechts van pseudowetenschap spreken, daar ooit helemaal achterhaald.

  • door Stef C. op donderdag 5 januari 2012

    Interessante visie die mij met enige heimwee doet terugdenken aan Carl Sagans "Baloney Detection Kit" uit diens boek "The Demon Haunted World" (aanrader!). Google het maar eens, of kijk op http://rationalwiki.org/wiki/The_Fine_Art_of_Baloney_Detection

  • door Theodorus Snellen op woensdag 15 februari 2012

    Als ik de redenering van Etienne Vermeersch goed volg zijn volgens mij ook Economie en Filosofie beide pseudowetenschappen. Maar misschien begrijp ik het niet helemaal... kan iemand mij dan uitleggen waarom Economie en Filosofie wel 'wetenschappelijk' zijn?

    • door Wouter S op vrijdag 2 maart 2012

      Het klopt wat u opmerkt, dit was ook mijn kritiek. Een enge natuurwetenschappelijke standaard is enorm reductionistisch en veegt een zeer groot deel van de filosofie zelf onderuit (o.a. fenomenologie en breder denkende wetenschapsfilosofie) maar is ook onvruchtbaar binnen vele andere wetenschappen. Enkel evolutieleer en elementaire fysica zouden deze toets doorstaan alhoewel ook daar speculatie welig tiert. Mijn fundamenteel probleem is het eeuwige gezever en steeds dezelfde holle kritiek op psychoanalyse die er enkel op uit is deze verdacht te maken terwijl hier, uitgaande van exact wetenschappelijk onderzoek, weinig reden voor is. Waarom inderdaad geen kritische analyse van ons huidig economisch bestel dat enkel crisis na crisis lijkt te veroorzaken? Wie kan beweren dat dit de perfecte en juiste en exact wetenschappelijke oplossing inhoudt? Waarom geen woord over de miljardenstroom die gaat naar geneesmiddelenproductie en -promotie terwijl hun effect soms schaamtelijk klein of zelfs averrechts is, zeker binnen de wereld van de psychiatrie en zoveel kritiek op een vruchtbaar denkkader dat dagelijks zijn effect bewijst? Zou het kunnen dat er andere belangen spelen?

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties