De Tweede Wereldoorlog begon, tenminste toch wat Europa betreft, met een snelle Duitse overwinning op Polen in september 1939. Ongeveer zes maanden later volgden nog meer spectaculaire Duitse triomfen, dit keer tegen Nederland, België en Frankrijk. In de zomer van 1940 zag Duitsland er onoverwinnelijk uit, en voorbestemd om voor onbepaalde tijd het Europese vasteland te overheersen. (Groot-Brittannië hield nog wel stand, maar had geen schijn van kans om op eigen houtje de oorlog te winnen, en in London bibberde men bij de gedachte dat Hitler binnen afzienbare tijd Gibraltar, Egypte of andere “juwelen in de kroon” van het Britse Empire zou aanvallen.)
Vijf jaar later beleefde Duitsland echter de pijn en de vernedering van een totale nederlaag. Op 20 april 1945 pleegde Hitler zelfmoord in Berlijn terwijl het Rode Leger de stad, op dat moment niet veel meer dan een puinhoop, binnenstormde. Op 8/9 mei capituleerde Duitsland onvoorwaardelijk. Het is duidelijk dat het tij van de oorlog zich tussen het einde van 1940 en 1944 op dramatische wijze had gekeerd. Maar waar, en wanneer? In Normandië in 1944, zeggen de enen; in Stalingrad, gedurende de winter van 1942-43, beweren de anderen. In werkelijkheid keerde het tij in december 1941 in de Sovjetunie, namelijk in de kale vlakte iets ten westen van Moskou. Een Duits historicus klopte de nagel op de kop toen hij schreef dat “de overwinning van het Rode Leger [voor Moskou] ongetwijfeld het keerpunt [Zäsur] was van de hele wereldoorlog”.1
Dat de Sovjetunie het theater was van de veldslag die de loop van de Tweede Wereldoorlog veranderde, hoeft ons niet te verwonderen. Een oorlog tegen de Sovjetunie was wat Hitler van het begin af aan had gewild, zoals hij overduidelijk maakte in Mein Kampf, geschreven in het midden van de twintiger jaren. (Maar een Ostkrieg, een oorlog in het Oosten, m.a.w. tegen de Sovjets, was ook sinds lang de hartenwens van Duitslands hoge militairen, industriëlen en andere “pijlers” van ’s lands establishment). En zoals een Duits historicus pas onlangs overtuigend heeft aangetoond,2 wilde Hitler in 1939 eigenlijk een oorlog tegen de Sovjetunie ontketenen, en niet tegen Polen, Frankrijk of Groot-Brittannië.
Op 11 augustus van dat jaar legde Hitler uit aan Carl J. Burckhardt, een afgezant van de Volkenbond, dat “alles wat hij ondernam gericht was tegen Rusland”. “Indien het Westen [d.w.z. de Fransen en Britten] te dom en te blind zijn om dit te begrijpen”, voegde hij eraan toe, “zou hij gedwongen zijn om een overeenkomst af te sluiten met de Russen, zich om te draaien en het Westen te verslaan, en pas daarna met al zijn macht de Sovjetunie aan te vallen”.3 Zo is het dan ook gelopen. Het Westen veropenbaarde zich inderdaad “te dom en te blind”, tenminste vanuit Hitlers standpunt, om hem een “vrije hand” te geven in het Oosten. Zodus kwam hij tot een akkoord met Moskou – het beruchte “Hitler-Stalin Pact” -, om vlak daarop oorlog te gaan voeren tegen Polen, Frankrijk en Groot-Brittannië. Maar aan zijn ware objectief veranderde er niets: hij bleef vastbesloten om zo vroeg mogelijk de Sovjetunie aan te vallen en te vernietigen.
Hitler en de Duitse generaals waren ervan overtuigd dat ze nuttige lessen getrokken hadden uit Duitslands ervaringen in de Eerste Wereldoorlog. Het hooggeïndustrialiseerde land beschikte over weinig of geen olie, rubber en andere grondstoffen die onmisbaar waren om met succes een grote, moderne oorlog te voeren, en zeker om een oorlog van lange duur te winnen. Om de volgende grote oorlog te winnen, zou Duitsland snel, zelfs supersnel moeten winnen. Op die manier ontstond het concept van de Blitzkrieg, d.w.z., de idee van oorlogvoering (Krieg) snel als de bliksem (Blitz).
Blitzkrieg betekende gemotorizeerde oorlogvoering, en dus produceerde Duitsland gedurende de dertiger jaren ter voorbereiding van een dergelijke oorlog massa’s tanks en vliegtuigen evenals vrachtwagens om militairen en materiaal te vervoeren. (Om dergelijke transporten te vergemakkelijken werden overigens ook Autobahnen aangelegd). Bovendien werden reusachtige hoeveelheden olie en rubber ingevoerd en opgeslagen. Een groot deel daarvan werd aangekocht bij Amerikaanse firma’s, waarvan sommigen ook vriendelijk genoeg waren om Duitsland het “recept” ter beschikking te stellen voor de productie van synthetische brandstof en rubber op basis van steenkool.4 In 1939 en 1940 konden de Wehrmacht en de Luftwaffe op die manier hun Poolse, Nederlandse, Belgische en Franse verdedigers met duizenden tanks en vliegtuigen binnen luttele weken kleinkrijgen. Blitzkriege, “bliksemsnelle oorlogen”, voerden telkens weer in een minimum van tijd tot Blitzsiege, “bliksemsnelle overwinningen”.
Die overwinningen waren spectaculair genoeg, maar zij leverden Duitsland geen aanzienlijke buit op in de vorm van bronnen van olie en rubber. Olieputten waren er immers in Polen, de Beneluxlanden en Frankrijk al evenmin te vinden als in de Duitse Heimat zelf. Voor het cruciale probleem van het gebrek aan strategische grondstoffen bood de verovering van een groot deel van Europa geen oplossing. Integendeel, de succesrijke “bliksemoorlogen” van 1939 en 1940 hadden de tevoren opgeslagen voorraden brandstof flink aangetast.
Gelukkig voor Hitler kon Duitsland in 1940 and 1941 nog olie en rubber blijven invoeren uit de toen nog steeds neutrale Verenigde Staten, weliswaar niet direct, maar via neutrale (en bevriende) landen zoals Franco’s Spanje. Bovendien leverde de Sovjetunie zelf rijkelijk olie aan Duitsland binnen het kader van het Hitler-Stalin Pact! Maar Hitler moet het bijzonder pijnlijk gevonden hebben dat Duitsland in ruil voor die olie aan de Sovjetunie allerlei industriële producten van hoge kwaliteit en zelfs moderne militaire technologie moest leveren, materiaal waarvan de Sovjets gretig gebruik maakten om hun leger te modernizeren en beter te bewapenen.5
Zo kunnen we begrijpen dat Hitler bijna onmiddellijk na de nederlaag van Frankrijk, namelijk in de zomer van 1940, terugkwam op zijn plan om de Sovjetunie aan te vallen. Een formeel bevel om plannen voor een dergelijke aanval uit werken, plannen die de codenaam Barbarossa (Unternehmen Barbarossa) zouden krijgen, werd een aantal maanden later uitgevaardigd, te weten op December 18, 1940.6 Hitler had reeds in 1939 de Sovjetunie willen aanvallen, maar had zich toen tegen het Westen gekeerd omdat hij, zoals een Duits historicus het heeft uitgedrukt, “bescherming in de rug (Rückenfreiheit) wenste te hebben wanneer hij eindelijk klaar zou zijn om met de Sovjetunie af te rekenen”.
Dezelfde historicus komt tot het besluit dat Hitlers ambities in 1940 niet waren veranderd, dat “zijn ware vijand in het oosten te vinden was” (Der Feind steht im Osten).7 Hitler wilde gewoon niet langer wachten om de grote ambitie van zijn leven te verwezenlijken, d.w.z. om het land te vernietigen dat hij reeds in Mein Kampf als zijn doodsvijand had gebrandmerkt. Bovendien wist hij dat de Sovjets verwoed bezig waren met voorbereidingen ter verdediging tegen een Duitse aanval waarvan ze wisten dat hij vroeg of laat moest komen. Daar de Sovjetunie in militair opzicht dag na dag sterker werd, tikte de klok zeker niet ten voordele van Hitler. Hoeveel langer kon hij nog wachten vooraleer de “window of opportunity” zich voorgoed zou sluiten?
Maar er was nog een andere reden waarom Hitler niet langer wilde wachten om de Sovjetunie naar de keel te grijpen. Een succesrijke Blitzkrieg tegen de Sovjetunie zou Duitsland een vrijwel onbeperkte buit aan grondstoffen opleveren, inclusief graan van de Ukraïne om de Duitse bevolking ook ten tijde van oorlog van voldoende voedsel te voorzien; mineralen zoals steenkool, waarmee men synthetische rubber en brandstof kon vervaardigen; en - last but certainly not least! – de rijke olievelden van Bakoe en Grozny, waar de dorstige pantsers en Stuka’s ten allen tijde zouden kunnen voltanken.
Voor een Duitsland gewapend met dergelijke kapitaalgoederen zou het een sinecure zijn om de rekening met Groot-Brittannië te vereffenen, bijvoorbeeld beginnend met de inname van Gibraltar. Duitsland zou op die manier eindelijk een echte wereldmacht zijn, onkwetsbaar binnen een Europees “fort” dat zich zou uitstrekken van de Atlantische kust tot aan de pieken van de Oeral. Voorzien van onbeperkte grondstoffen zou Duitsland in staat zijn om zelfs langdurige oorlogen te winnen tegen gelijk welke vijand – inclusief de VS! - in een van de “conflicten van de continenten” die de toekomst volgens Hitler in petto had.
Hitler en zijn generaals waren ervan overtuigd dat de komende Blitzkrieg tegen de Sovjetunie even succesvol zou zijn als hun vorige “bliksemsnelle oorlogen” tegen Polen en Frankrijk waren geweest. Zij beschouwden de Sovjetunie als een “reus met lemen voeten”, wiens leger, waarvan de bekwaamste generaals in de late jaren dertig het slachtoffer waren geworden van Stalins zuiveringen, “niet meer dan een grap was”, zoals Hitler zelf het op een gegeven ogenblik uitdrukte.8 Ze rekenden op een campagne van vier tot zes weken, gedurende dewelke ze de beslissende veldslagen zouden winnen, en lieten nog wat extra tijd toe voor het organizeren van klopjachten op restanten van het verslagen Rode Leger, restanten die zouden opgejaagd worden “zoals een bende verslagen kozakken”.9 In ieder geval was Hitler boordevol zelfvertrouwen, en op de vooravond van de aanval was hij van mening dat “hij op het punt stond om de allergrootste triomf van zijn carrière te beleven”.10
(In Washington en London waren de militaire experten eveneens van mening dat de Sovjetunie geen noemenswaardige weerstand zou kunnen bieden tegenover het machtige nazileger, dat door zijn exploten van 1939-40 de reputatie van onoverwinnelijkheid had verworven. De Britse geheime diensten waren ervan overtuigd dat de Sovjetunie “binnen acht tot tien weken geliquideerd zou worden”, en veldmaarschalk Sir John Dill, stafhoofd van het Britse leger, was van mening dat de Wehrmacht door het Rode Leger zou snijden “zoals een warm mes door boter” en dat de soldaten van het Rode Leger “zoals vee zouden samengedreven worden”. In Washington dachten de militaire experten dat Hitler “Rusland [sic] zou indrukken zoal een ei”.)11
De Duitse aanval begon op 22 juni 1941, heel vroeg in de morgen. Drie miljoen Duitse soldaten en bijna 700.000 militairen van bondgenoten van nazi-Duitsland overschreden de grens, uitgerust met materiaal dat o.a. bestond uit 600.000 voertuigen, 3.648 tanks, meer dan 2.700 vliegtuigen en ongeveer 7.000 stukken geschut.12 Aanvankelijk ging alles volgens plan. Er werden grote gaten geslagen in de verdedigingslijn van de Sovjetunie, er werden snel grote territoriale winsten geboekt, en honderdduizenden soldaten van het Rode Leger werden gedood, gewond of gevangen genomen in een aantal spectaculaire “omsingelingsveldslagen” (Kesselschlachten). Na één van deze veldslagen, uitgevochten in de omgeving van Smolensk tegen het einde van juli, scheen de weg naar Moskou open te liggen.
Het bleek echter al tamelijk snel dat de Blitzkrieg in het Oosten niet zo vlot zou verlopen als gedacht. Tegenover de machtigste militaire machine ter wereld moest het Rode Leger onvermijdelijk grote verliezen incasseren, maar het bood toch hardnekkig weerstand en sloeg soms hard terug, zoals Propagandaminister Josef Goebbels zijn dagboek al op 2 juli moest toevertrouwen. Generaal Franz Halder, in vele opzichten de “peetoom” van het aanvalsplan van Operatie Barbarossa, moest erkennen dat de weerstand van de Sovjets veel taaier was dan die van de Polen, Belgen, Fransen, enz. In rapporten van de Wehrmacht werd melding gemaakt van “harde”, “taaie” en zelfs “wilde” tegenstand, die aan Duitse kant zware verliezen aan manschappen en materiaal veroorzaakte.13
Sovjettroepen slaagden er dikwijls in om tegenaanvallen uit te voeren, die de Duitsers vertraging deden oplopen. Sommige eenheden van het Rode leger trokken zich terug in de uitgestrekte Pripet moerassen en elders, organizeerden vanuit dergelijke basissen een dodelijke partizanenoorlog, en bedreigden de lange en kwetsbare Duitse verbindingslijnen.14 Het werd bovendien duidelijk dat het Rode Leger veel beter uitgerust was dan men had verwacht. Duitse generaals waren “totaal verbaasd”, schrijft een Duits historicus, door de kwaliteit van de wapens, zoals de T-34 tank. Hitler was razend dat zijn geheime diensten niets afgeweten hadden van het bestaan van dit soort wapens.15
Het allergrootste probleem, vanuit het Duitse standpunt, was het feit dat de hoofdmacht van het Rode Leger erin slaagde om zich in relatief goede orde terug te trekken en zo kon vermijden om in de pan gehakt te worden in een grote Kesselschlacht à la Cannae of Sedan, zoals Hitler en zijn generaals hadden gehoopt. De Sovjets bleken de Duitse Blitzkrieg-successen van 1939 en 1940 zorgvuldig te hebben bestudeerd en daaruit nuttige lessen te hebben getrokken. Zij hadden bijvoorbeeld opgemerkt dat de Fransen in mei 1940 hun troepen hadden samengetrokken dicht bij de grens en in België, hetgeen het de Duitsers mogelijk had gemaakt om hen te omsingelen en zo tot overgave te dwingen. (Britse troepen waren eveneens betrokken in die omsingeling, maar slaagden erin om via Duinkerke te ontsnappen).
De Sovjets stationeerden uiteraard troepen aan de grens, en het waren deze troepen die het slachtoffer werden van de grote klappen die de Sovjetunie ,zoals verwacht gedurende het begin van Operatie Barbarossa, te incasseren kreeg. Maar de hoofdmacht van het Rode Leger werd achtergehouden om een omsingeling te vermijden, en het was deze “verdediging in de diepte” die de Duitse plannen verijdelde om het Rode Leger in zijn geheel te vernietigen. Zoals Maarschalk Zjoekov later zou schrijven in zijn memoires, “de Sovjetunie zou verpletterd geweest zijn indien wij al onze troepen aan de grens zouden hebben geconcentreerd”.16
Tegen het midden van juli, toen het duidelijk werd dat de Blitzkrieg in het Oosten zijn Blitz-kwaliteiten aan het kwijtspelen was, begonnen sommige Duitse kopstukken zich grote zorgen te maken. Admiraal Wilhelm Canaris, het hoofd van de geheime dienst van de Wehrmacht, de Abwehr, vertrouwde op 17 juli aan een collega aan het front, Generaal von Bock, toe dat hij “niets zag dan zwart”. En aan het thuisfront kregen vele Duitse burgers het nare gevoel dat het niet goed ging met de oorlog in het Oosten.
In Dresden schreef Victor Klemperer op 13 juli in zijn dagboek: “Wij lijden immense verliezen, wij hebben de Russen sterk onderschat…”17 Ongeveer terzelfdertijd gaf Hitler de hoop op een snelle en gemakkelijke overwinning op. Hij sprak nu de hoop uit dat zijn troepen in oktober de Wolga zouden kunnen bereiken en zich dan ongeveer een maand later van de olievelden van de Caucasus meester zouden kunnen maken.18 Tegen het einde van augustus, toen Barbarossa eigenlijk had moeten ten einde lopen, werd in een memorandum van het Oberkommando der Wehrmacht (OKW) erkend dat het waarschijnlijk niet langer mogelijk was om nog in 1941 de oorlog te winnen.19
Een ernstig probleem was het feit dat ten tijde van het begin van Operatie Barbarossa, dus op 22 juni 1941, de beschikbare hoeveelheden brandstof, banden, onderdelen, enz., slechts voldoende waren voor een campagne van ongeveer twee maanden. Dit werd toen voldoende geacht, want men dacht de Sovjetunie binnen twee maanden gemakkelijk klein te krijgen zou zijn, zodat de onuitputtelijke rijkdommen van dat land – afgewerkte industriële producten zowel als grondstoffen – dan ter beschikking van de Duitsers zouden staan.20
Nu was het echter al einde augustus, en zelfs de meest vooruitgeschoven Duitsers eenheden waren nog steeds niet in de buurt van de afgelegen gebieden van de Sovjetunie waar olie, de meest begeerde van alle producten die nuttig waren voor oorlogsdoeleinden, te vinden was. Indien de tanks toch steeds dieper in de Oekraïense en Russische uitgestrektheid konden verderrollen, hoewel steeds trager, was dat grotendeels te danken aan het feit dat olie en rubber nog via Spanje en bezet Frankrijk konden ingevoerd worden vanuit de VS. Het Amerikaanse aandeel aan Duitslands invoer van levensbelangrijke motorolie (Motorenöl), bijvoorbeeld, ging snel de hoogte in gedurende de zomer van 1941, namelijk van 44 percent in juli tot niet minder dan 94 percent in september.21
De vlammen van het optimisme laaiden weer op in september, toen Duitse troepen Kiev innamen, daar niet minder dan 650.000 Sovjets krijgsgevangen namen, en ten noorden goede vooruitgang boekten in de richting van Moskou. Hitler geloofde, of veinsde te geloven, dat voor de Sovjetunie het einde nu nabij was. In een toespraak in het Berlijnse Sportpalast op 3 oktober liet hij horen dat de oorlog in het Oosten zo goed als gewonnen was. En de Wehrmacht kreeg nu het bevel om de doodssteek toe te brengen door middel van Operatie Tyfoon (Unternehmen Taifun), een offensief met als objectief de inname van Moskou.
De kansen op succes zagen er echter in werkelijkheid niet goed uit, want de Sovjets waren druk bezig met het overhevelen van troepen vanuit het Verre Oosten naar het front in de omgeving van Moskou. (Hun briljante spion in Tokio, Richard Sorge, had laten weten dat de Japanners, wiens leger in Noord-China gestationeerd was, niet langer van plan waren om aan te vallen langs de kwetsbare grens van de Sovjetunie in de omgeving van Vladivostok.) Nog een ander probleem werd gevormd door het feit dat de Duitsers het meesterschap in de lucht kwijt geraakt waren. En bovendien konden voor het nakend offensief niet voldoende voorraden munitie en voedsel aangevoerd worden, daar de lange verbindingslijnen zwaar te lijden hadden door de activiteiten van partizanen.22 Tot overmaat van ramp was het tenslotte ook erg koud aan het worden in de Sovjetunie, hoewel niet kouder dan gewoonlijk voor die tijd van het jaar. Maar de Duitse legerleiding had erop gerekend dat de Blitzkrieg in het Oosten tegen het einde van de zomer voorbij zou zijn en had de troepen bijgevolg niet voorzien van het soort kleding en materiaal dat men dringend nodig heeft om oorlog te voeren in de regen, modder, sneeuw, en ijzige koude van een Russische herfst en winter.
De inname van Moskou scheen voor Hitler en zijn generaals bijzonder belangrijk te zijn. Zij dachten, heel waarschijnlijk ten onrechte, dat de val van de hoofdstad de Sovjetunie zou “onthoofden” en zo zou doen ineenstorten. Het scheen hen ook levensbelangrijk om een herhaling te vermijden van het scenario van de zomer van 1914, toen de schijnbaar onstuitbare Duitse opmars in extremis tot staan kwam iets ten oosten van Parijs, in de Slag van de Marne. Die catastrofe – vanuit Duits perspectief - had Duitsland beroofd van een bijna zekere overwinning gedurende het begin van de “Groote Oorlog” en ze had het land gedwongen tot het voeren van een langdurige oorlog die het gedoemd was om te verliezen omwille van van een schrijnend gebrek aan grondstoffen, gecombineerd met een blokkade door de Britse Navy, die de invoer van grondstoffen onmogelijk maakte.
Dit keer, in de nieuwe Grote Oorlog die Duitsland aan het voeren was tegen een nieuwe aartsvijand, de Sovjetunie, zouden Hitler en zijn generaals geen “Mirakel van de Marne” toelaten, d.w.z., zouden ze zich net buiten de vijandelijke hoofdstad geen nederlaag laten toedienen. Op die manier zou Duitsland niet opnieuw een lange oorlog moeten voeren en – omwille van een tekort aan grondstoffen en een vijandelijke blokkade – verliezen. Moskou zou ingenomen worden, de geschiedenis zou zich niet herhalen en Duitsland zou zegevieren.23 Dat hoopte men tenminste in Hitlers hoofdkwartier.
De Wehrmacht bleef traag vooruitgang boeken, en tegen het midden van november geraakten sommige eenheden tot op ongeveer 30 kilometer van de hoofdstad. Maar de troepen waren nu volledig uitgeput en het liep mank met de bevoorrading. Hun bevelhebbers wisten dat het gewoon onmogelijk was om het sterk verdedigde Moskou in te nemen, hoe dichtbij de stad ook was, en dat zelfs de inname van de stad hen niet de felbegeerde overwinning zou brengen. Op 3 december staakten een aantal eenheden op eigen initiatief de aanval.
Binnen een paar dagen was echter het hele Duitse leger in de omgeving van Moskou gedwongen om van het offensief naar het defensief over te schakelen. De reden: op 5 december, om 3 uur ’s morgens, lanceerde het Rode Leger plots een grootscheeps en goed voorbereid tegenoffensief. De lijnen van de Wehrmacht werden op vele plaatsen doorbroken en de Duitsers werden met grote verliezen aan manschappen en materiaal tot minstens 100 en op sommige plaatsen tot 280 km ver teruggeworpen. Het was slechts met de grootste moeite dat een catastrofale omsingeling kon vermeden worden. Op 8 december gaf Hitler aan zijn leger het bevel om langs heel het front tot het defensief over te gaan. Hij gaf de schuld voor de mislukking van het offensief tegen Moskou, en van Barbarossa in het algemeen, aan de zogezegd uitzonderlijk vroege inzet van de winter, weigerde om de troepen nog verder terug te trekken zoals sommige generaals hem aanraadden, en stelde voor om in de lente opnieuw tot het offensief over te gaan.24
Op die manier eindigde Hitlers Blitzkrieg in het oosten, de “bliksemsnelle” oorlog die, in geval van een overwinning, de grote ambitie van zijn leven zou hebben verwezenlijkt, namelijk de vernietiging van de Sovjetunie. Nog belangrijker was het feit dat een dergelijke overwinning nazi-Duitsland zou voorzien hebben van voldoende olie en andere grondstoffen om dat land in een vrijwel onkwetsbare wereldmacht om te toveren. In dat geval zou nazi-Duitsland bijna zeker in staat geweest zijn om definitief af te rekenen met het koppige Albion, ook indien de VS het angelsaksische zusterland zouden ter hulp gesneld zijn, wat overigens begin december 1941 nog helemaal geen voldongen feit was.
Een Blitzsieg, d.w.z., een snelle overwinning op de Sovjetunie, was dus verondersteld om een Duitse nederlaag onmogelijk te maken en zou dat heel waarschijnlijk ook gedaan hebben. (We mogen aannemen dat Duitsland ook heden nog Europa zou overheersen indien de Nazi’s erin waren geslaagd om in 1941 de Sovjetunie te verslaan). Zo is het echter niet verlopen. De nederlaag in de Slag van Moskou van december 1941 betekende dat Hitlers Blitzkrieg niet met de verhoopte Blitzsieg eindigde. In de nieuwe “Slag van de Marne” ten westen van Moskou leed nazi-Duitsland de nederlaag die de overwinning onmogelijk maakte, de overwinning niet alleen op de Sovjetunie zelf maar ook de overwinning op Groot-Brittanië, de overwinning in de oorlog in het algemeen.
Met in het hoofd de lessen van Wereldoorlog I, wisten Hitler en zijn generaals van het begin af aan dat zij de nieuwe “Grote Oorlog” die zijzelf hadden ontketend slechts konden winnen indien zij hem snel, heel snel, “bliksemsnel” wonnen. Maar op 5 december 1941 was het plots overduidelijk voor iedereen die op die fatale dag aanwezig was in Hitlers hoofdkwartier dat er geen Blitzsieg tegen de Sovjetunie uit de bus meer kon komen, zodat Duitsland gedoemd was om de oorlog te verliezen - indien niet vroeger, dan later. Volgens Generaal Alfred Jodl, stafhoofd van het OKW, zag Hitler op die dag in dat hij de oorlog niet meer kon winnen.25 Het is daarom dat men kan zeggen dat het tij van Wereldoorlog II zich keerde op 5 december 1941. Echte getijden keren zich niet echter niet plotseling, maar heel geleidelijk, en bijna onopmerkbaar. Op dezelfde manier keerde ook het tij van de oorlog zich niet op een enkele dag, maar gedurende een periode van dagen, weken en zelfs maanden, namelijk gedurende de tijdsspanne van ongeveer drie maanden die verstreken tussen de late zomer van 1941 en het begin van december van dat jaar.
Het tij van de oorlog in het oosten keerde zich geleidelijk, maar niet onopmerkbaar, en inderdaad niet onopgemerkt. Reeds in augustus 1941, toen ondanks de grote Duitse successen de Sovjets van geen capituleren schenen te willen weten en de vooruitgang van de Wehrmacht steeds minder snel ging verlopen, begonnen snuggere waarnemers te twijfelen dat een Duitse overwinning, niet alleen tegenover de Sovjets maar in de oorlog in het algemeen, nog tot de mogelijkheden behoorde. Het steeds uitstekend ingelichte Vaticaan, bijvoorbeeld, dat aanvankelijk Hitlers “kruistocht” tegen het Sovjet moederland van het “goddeloze” Bolsjevisme geestdriftig had begroet en erop vertrouwd had dat de Sovjetunie bijna onmiddellijk in elkaar zou storten, begon in de nazomer van 1941 zijn grote bezorgdheid over de situatie uit te spreken. Tegen het midden van oktober kwam het Vaticaan tot het besluit dat Duitsland de oorlog zou verliezen.26
Eveneens in het midden van oktober rapporteerden de geheime diensten van het Zwitserse leger dat “de Duitsers de oorlog niet meer konden winnen”. Ze baseerden die conclusie op inlichtingen die verzameld waren in Zweden en berustten op pessimistische verklaringen van Duitse officieren die daar op bezoek waren.27 Tegen het einde van november begon een soort defaitisme zelfs de hogere kringen van de Wehrmacht en van de nazipartij aan te tasten. Zelfs terwijl zij nog bezig waren hun troepen aan te moedigen om naar Moskou op te trekken, uitten sommige generaals onder elkaar de mening dat het beter zou zijn om met de Sovjets te onderhandelen en zo te pogen de oorlog te beëindigen zonder de grote overwinning waarvan men ten tijde van het begin van Operatie Barbarossa zo verzekerd was geweest. En kort voor het einde van de maand november vroeg Bewapeningsminister Fritz Todt aan Hitler zelf om via diplomatieke weg een uitweg te vinden uit een oorlog waarvan hij zei dat die zowel in militair als in industrieel opzicht zo goed als verloren was.28
Toen het Rode Leger op 5 december zijn vernietigend tegenoffensief ontketende, was Hitler zich maar al te goed bewust dat hij de oorlog zou verliezen. Maar natuurlijk was hij niet bereid om dat aan het Duitse publiek bekend te maken. Het slechte nieuws van het front in de omgeving van Moskou werd voorgesteld als een tijdelijke tegenslag, te wijten aan het zogezegd ongewoon vroege intreden van de winter en/of de onbekwaamheid of lafheid van bepaalde bevelhebbers. (Het was slechts een goed jaar later, na de catastrofale nederlaag in de Slag van Stalingrad gedurende de winter van 1942-1943, dat het Duitse publiek – en de hele wereld! – zouden inzien dat Duitsland gedoemd was om het onderspit te delven; het is daarom ook dat talrijke historici geloven dat het tij zich gekeerd heeft in Stalingrad).
Het bleek evenwel onmogelijk om de catastrofale implicaties van de nederlaag bij Moskou een geheim te houden. Op 19 december 1941 bijvoorbeeld, rapporteerde de Duitse consul in Basel aan zijn oversten in Berlijn een anekdote die hem zelf verbouwereerd had. Het (openlijk nazigezinde) hoofd van een afvaardiging van het Zwitserse Rode Kruis, die naar het front in de Sovjetunie getrokken was om daar tegen alle regels van het Rode Kruis in alleen de gewonden aan de Duitse kant te verzorgen, was kort tevoren naar Zwitserland teruggekeerd en verkondigde daar aan iedereen die het horen wilde dat “hij niet meer geloofde dat Duitsland de oorlog nog kon winnen”.29
7 december 1941. In zijn hoofdkwartier diep in de bossen van Oostpruisen had Hitler het onheilspellend nieuws van het Sovjet tegenoffensief bij Moskou nog niet volledig verteerd, toen hem meegedeeld werd dat aan de overkant van de wereld de Japanners de Amerikaanse basis van Pearl Harbor hadden aangevallen. Als gevolg daarvan had de VS de oorlog verklaard aan Japan, maar niet aan Duitsland, dat niet eens op de hoogte was geweest van de Japanse plannen en dat met die aanval helemaal niets te maken had. Hitler zelf had geen verplichting om zijn Japanse vrienden ter hulp te snellen, zoals talrijke Amerikaanse historici beweren, maar op 11 december 1941 – vier dagen na Pearl Harbor – verklaarde hij de VS de oorlog.
Die schijnbaar totaal irrationele beslissing kan alleen begrepen worden in het licht van de Duitse penarie in de Sovjetunie. Hitler rekende er heel waarschijnlijk op dat zijn groots gebaar van solidariteit er zijn oosterse bondgenoot zou toe aanzetten om aan de vijand van Duitsland, de Sovjetunie, de oorlog te verklaren, hetgeen de Sovjets zou gedwongen hebben om voortaan op twee fronten oorlog te voeren. Hitler schijnt te hebben geloofd dat hij het spookbeeld van een nederlaag in de Sovjetunie en in de oorlog in het algemeen kon bezweren door aan de kwetsbare Siberische grens van de Sovjetunie een Japanse deus ex machina te doen verschijnen.
Volgens de Duitse historicus Hans W. Gatzke, was de Führer ervan overtuigd dat “er geen sprake meer kon zijn van Japanse hulp tegen de Sovjetunie indien Duitsland zich niet aan Japans zijde schaarde [in de oorlog tegen de VS]”. Maar Japan gaf aan Hitlers onuitgesproken uitnodiging geen gevolg. Ook Tokio had niets dan misprijzen voor de sovjetstaat, maar het land van de rijzende zon kon zich al evenmin als de Sovjets een tweefrontenoorlog veroorloven en richtte zich liever op een “zuiderse” strategie, met Zuidoost-Azië als inzet, inclusief het olierijke Indonesië, dan op een onuitzichtloos avontuur in het onherbergzame Siberië. Zo zou het pas op het einde van de oorlog, na de Duitse overgave, tot krijgsverrichtingen tussen de Sovjetunie en Japan komen. 30
Het was dus door Hitlers eigen schuld dat de VS Groot-Brittannië en de Sovjetunie kwam vervoegen in het kamp van de vijanden van Duitsland, en dat bijgevolg kon verwacht worden dat Amerikaanse troepen vroeg of laat zouden verschijnen aan Duitslands kusten, of tenminste toch aan de kusten van bezet Europa. De Amerikanen zouden inderdaad troepen doen landen in Frankrijk, maar pas in 1944, en die gebeurtenis, die zeker heel belangrijk was, wordt dikwijls voorgesteld als het keerpunt van Wereldoorlog II.
Men moet zich echter afvragen of de Amerikanen ooit troepen zouden hebben doen landen in Normandië, en of ze zelfs ooit aan nazi- Duitsland de oorlog zouden hebben verklaard, indien Hitler zelf hen niet op 11 december 1941 de oorlog had verklaard. Men moet zich ook afvragen of Hitler ooit de wanhopige beslissing zou hebben genomen om aan de VS de oorlog te verklaren indien hij zich op dat ogenblik niet in een hopeloze situatie had bevonden in de Sovjetunie. De intrede van de VS in de oorlog tegen Duitsland, waarvan tot begin december 1941 nog eigenlijk geen sprake was, was eveneens een gevolg van de Duitse nederlaag in de omgeving van Moskou. Het is duidelijk dat ook dit feit aangevoerd kan worden ter ondersteuning van de theorie dat het tij van de oorlog zich keerde in de Sovjetunie in de herfst en vroege winter van 1941.
Nazi-Duitsland was ten dode opgeschreven, maar de oorlog zou nog lang duren. Hitler luisterde niet naar zijn generaals, die hem bijna smeekten om via diplomatieke weg te trachten om de oorlog te beëindigen, en hij beslistte verder te vechten in de hoop dat hij op de een of andere manier toch nog een overwinning uit de brand zou kunnen slepen. Het sovjet tegenoffensief zou stilvallen, de Wehrmacht zou de winter van 1941-1942 overleven, en in de lente van 1942 zou Hitler alle beschikbare troepen inzetten in een offensief - “Operatie Blauw” (Unternehmen Blau) - in de richting van de olievelden van de Caucasus, via Stalingrad.
Hitler zelf gaf toe dat hij “de oorlog zou moeten beëindigen indien hij niet de olievelden van Maikop en Grozny kon bemachtigen”.31 Dit keer kon men de Sovjets echter niet meer verrassen, en het Rode Leger beschikte nog over reusachtige hoeveelheden manschappen, olie en andere grondstoffen, alsook over uitstekend materiaal, waarvan het merendeel werd geproduceerd in fabrieken die men in de jaren 1939-1941 achter het Oeralgebergte (en dus buiten het bereik van de Duitsers) had opgetrokken. De Wehrmacht, daarentegen, kon de grote verliezen van 1941 niet goedmaken. Tussen 22 juni 1941 en 31 januari 1942 hadden de Duitsers niet minder dan 6.000 vliegtuigen en 3.200 tanks en soortgelijke voertuigen verloren. Niet minder dan 918.000 man waren gedood, gewond of vermist, hetgeen neerkwam op 28,7 percent van de gemiddelde sterkte van het leger, namelijk 3,2 miljoen manschappen.32 (In de Sovjetunie zou Duitsland gedurende de oorlog niet minder dan 10 miljoen mannen verliezen op een totaal van 13,5 miljoen gesneuvelden, gewonden, en krijgsgevangenen. Het Rode Leger zou uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor 90 percent van alle Duitsers die in Wereldoorlog II omkwamen.)33
De troepen die beschikbaar waren voor een doorstoot naar de olievelden van de Caucasus, volstonden dus eigenlijk helemaal niet. Onder deze omstandigheden was het nog een hele prestatie dat de Duitsers er in 1942 in slaagden om een flink stuk vooruitgang te boeken. Maar toen hun offensief onvermijdelijk stilviel, namelijk in september, waren hun zwak verdedigde verbindingslijnen zo enorm lang dat ze een perfect doelwit vormden voor een Sovjet flankaanval. Toen die aanval er kwam, werd een Duits leger van honderdduizenden soldaten ingesloten en uiteindelijk vernietigd in en rond Stalingrad. Het was na deze grote overwinning van het Rode Leger dat de hele wereld besefte dat een Duitse nederlaag onafwendbaar was. Het was echter de schijnbaar minder grote en minder bekende Duitse nederlaag bij Moskou op het einde van 1941 die de latere, grotere, meer spectaculaire en ook nu nog meer “zichtbare” Duitse nederlaag in Stalingrad had mogelijk gemaakt.
Er bestaan nog meer redenen om december 1941 uit te roepen tot keerpunt van Wereldoorlog II. Het sovjet tegenoffensief vernietigde de reputatie van onoverwinnelijkheid die de Wehrmacht had genoten sedert haar succes tegen Polen in 1939, en stak een hart onder de riem van alle vijanden van nazi-Duitsland. De Slag van Moskou zorgde er ook voor dat het leeuwendeel van het Duitse leger voor onbepaalde tijd gebonden zou zijn aan een oostfront van ongeveer 4.000 km, hetgeen Duitse aanvallen tegen Gibraltar, bijvoorbeeld, onmogelijk maakte en zodus een enorme verlichting betekende voor de Britten. Het betekende ook dat de Duitsers in 1944 in het Westen al te weinig troepen ter beschikking zouden hebben om de in Normandië gelande Britse, Amerikaanse en Canadese troepen in moeilijkheden te kunnen brengen, zoals Generaal Eisenhower zou toegeven. Verder zou het falen van de Blitzkrieg ook de Finnen en andere bondgenoten van de Duitsers demoralizeren. Enzovoort.
Het was iets ten westen van Moskou, in december 1941, dat het tij zich keerde, want het was daar dat de Blitzkrieg mislukte en dat nazi-Duitsland bijgevolg gedwongen werd om zonder voldoende grondstoffen de langdurige grote oorlog te voeren waarvan Hitler en zijn generaals wisten dat deze onmogelijk kon worden gewonnen.
1 Gerd R. Ueberschär, „Das Scheitern des ‚Unternehmens Barbarossa‘“, in Gerd R. Ueberschär en Wolfram Wette (uitg.), Der deutsche Überfall auf die Sowjetunion: “Unternehmen Barbarossa” 1941, Frankfurt am Main, 2011, p. 120.
2 Rolf-Dieter Müller, Der Feind steht im Osten: Hitlers geheime Pläne für einen Krieg gegen die Sowjetunion im Jahr 1939, Berlijn, 2011.
3 Geciteerd in Müller, op. cit., p. 152.
4 Jacques R. Pauwels, De Myth of de Good War: America in de Second World War, James Lorimer, Toronto, 2002, pp. 33, 37.
5 Lieven Soete, Het Sovjet-Duitse niet-aanvalspact van 23 augustus 1939: Politieke Zeden in het Interbellum, Berchem, 1989, pp. 289-290..
6 Zie b.v. Gerd R. Ueberschär, “Hitlers Entschluß zum ‘Lebensraum’-Krieg im Osten: Programmatisches Ziel oder militärstrategisches Kalkül?,” in Gerd R. Ueberschär en Wolfram Wette (uitg.), Der deutsche Überfall auf die Sowjetunion: “Unternehmen Barbarossa” 1941, Frankfurt am Main, 2011, p. 39.
7 Müller, op. cit., p. 169.
8 Ueberschär, “Das Scheitern...,” p. 95.
9 Müller, op. cit., pp. 209, 225.
10 Ueberschär, “Hitlers Entschluß.”.,, p. 15.
11 Pauwels, op. cit., p. 62; Ueberschär, „Das Scheitern…,“ pp. 95-96; Domenico Losurdo, Stalin: Storia e critica di una leggenda nera, Rome, 2008, p. 29.
12 Müller, op. cit., p. 243.
13 Richard Overy, Russia’s War, Londen, 1997, p. 87.
14 Ueberschär, “Das Scheitern...”, pp. 97-98.
15 Ueberschär, “Das Scheitern...”, p. 97; Losurdo, op. cit., p. 31.
16 Grover Furr, Khrushchev Lied : De Evidence That Every ‘Revelation’ of Stalin’s (and Beria’s) ‘Crimes’ in Nikita Khrushchev’s Infamous ‘Secret Speech’ to de 20th Party Congress of de Communist Party of de Communist Party of de Sovjetunie on February 25, 1956, is Provably False, Kettering/Ohio, 2010, p. 343: Losurdo, op. cit., p. 31; Soete, op. cit., p. 297.
17 Losurdo, op. cit., pp. 31-32.
18 Bernd Wegner, “Hitlers zweiter Feldzug gegen die Sowjetunion: Strategische Grundlagen und historische Bedeutung“, in Wolfgang Michalka (uitg.), Der Zweite Weltkrieg: Analysen – Grundzüge – Forschungsbilanz, München en Zurich, 1989, p. 653.
19 Ueberschär, “Das Scheitern...”, p. 100.
20 Müller, op. cit., p. 233.
21 Tobias Jersak, “Öl für den Führer,“ Frankfurter Allgemeine Zeitung, 11 februari 1999.
22 Ueberschär, “Das Scheitern...”, pp. 99-102, 106-107.
23 Ueberschär, “Das Scheitern...”, p. 106.
24 Ueberschär, “Das Scheitern...”, pp. 107-111; Geoffrey Roberts, Stalin`s Wars from World War to Cold War, 1939-1953, New Haven/CT en Londen, 2006, p. 111.
25 Andreas Hillgruber (uitg.), Der Zweite Weltkrieg 1939–1945: Kriegsziele und Strategie der Grossen Mächte, vijfde uitgave, Stuttgart, 1989, p. 81.
26 Annie Lacroix-Riz, Le Vatican, l’Europe et le Reich de la Première Guerre mondiale à la guerre froide, Parijs, 1996, p. 417.
27 Daniel Bourgeois, Business helvétique et troisième Reich : Milieux d’affaires, politique étrangère, antisémitisme, Lausanne, 1998, pp. 123, 127.
28 Ueberschär, “Das Scheitern...”, pp. 107-108.
29 Bourgeois, op. cit., pp. 123, 127.
30 Pauwels, op. cit., pp. 68-69; citaat uit Hans W. Gatzke, Duitsland and de United States: A “Special Relationship?,” Cambridge/MA en London, 1980, p. 137.
31 Wegner, op. cit., pp. 654-656.
32 Ueberschär, “Das Scheitern...”, p. 116.
33 Clive Ponting, Armageddon: The Second World War, Londen, 1995, p. 130; Stephen E. Ambrose Americans at War, New York, 1998, p. 72.





