about
Toon menu
Opinie

GSM-straling is schadelijk, ook in Frankrijk

Tim Trachet vindt mijn artikel over een school in het Franse stadje Betz, die te sterk bestraald geweest is, 'onzin'. Hij vecht de feiten aan waarover ik schrijf. Een reactie van Patrick Vanden Berghe.
woensdag 30 november 2011
Raad van Europa: gsm-straling is gevaarlijk

Trachet schrijft dat hij een telefonisch contact gehad heeft met de directeur van het Collège Marcel Pagnol. Ik heb mij dus al niet van school vergist. Trachet schrijft dat de directeur hem bevestigd heeft dat het college begin 2007 enkele weken gesloten is geweest om gezondheidsredenen. Dat heb ik dus ook correct verteld.

Volgens de directeur hadden de meeste klachten een psychologische oorzaak. Dit bevestigt wat ik schrijf: de directeur weet niet (of wil niet weten) wat de oorzaak is van de geheimzinnige ‘allergie’, die niet alleen tientallen leerlingen, maar ook enkele leraars en bezoekende ouders getroffen heeft.

Waarom zou ik contact moeten hebben met een verantwoordelijke die niet onderzoekt wat het effect is van 14 gsm-verbindingsantennes op een afstand van 100 meter van zijn school; die niet ziet dat er een antenne scheef staat, direct gericht op de tweede verdieping van het gebouw?

Twee basisstations

De problemen zijn plots gekomen. Maandag 12 februari 2007 waren er meteen 60 zieken. De problemen zijn plots verdwenen: op dinsdag 13 maart was er geen verschijnsel van ‘allergie’ meer, maar waren er nog meer dan dertig wantrouwende leerlingen afwezig. Op woensdag 14 maart 2007 liep alles weer normaal: nooit is er nog een klacht gekomen.

Wil men weten waarom? Het antwoord ligt bij de drie beheerders van twee basisstations (Basic Station Controller, nr. 428634  en nr. 772446). Het volstaat om de logins van de BSC te analyseren voor de periode van 10, 11 en 12 februari 2007 en van 10, 11 en 12 maart 2007.

Normaal installeert een operator zijn verbindingsantennes zo hoog mogelijk. Zij worden verticaal geplaatst, want hun hoofdstraling gebeurt meestal horizontaal. Op 100 meter van het college van Betz was een antenne schuin geplaatst, overhellend, op de tweede verdieping van de school gericht.

De zaak is in de pers gekomen: minstens tweemaal op de tv-zender France 3; Betz is ook vermeld geweest door het Franse persagentschap AFP en in verscheidene dag- en weekbladen.

Stralingsgevaar bestaat echt. Zowel de radioactieve straling als de gsm-straling kunnen de gezondheid schaden en zelfs dodelijke effecten hebben voor mensen, dieren en planten.

Er zijn mensen (‘negationisten’) die dit in hun analyses volkomen negeren. Nochtans zijn er honderden studies die wijzen op belangrijke effecten op de levende cellen, zelfs bij zeer lage dosissen.

Over gsm-straling en dermatologische problemen kun je een wetenschappelijke uitleg vinden op de webstek van Next-up (www.next-up.org). In deze uitleg wordt het verband aangetoond tussen gsm-straling en rode huidvlekken. Daarmee is op zich nog niet bewezen dat deze band bestond bij de leerlingen van Pagnol, maar er wordt aangetoond dat het oorzakelijk verband mogelijk is. Het is evident dat de verantwoordelijken van het college in Betz de mogelijke gsm-straling hadden moeten onderzoeken.

Tim Trachet houdt niet van Next-up; nochtans is deze organisatie de enige die voor de geheimzinnige ongemakken van begin 2007 een logische verklaring heeft gegeven. Wat vindt Trachet verkeerd aan de analyse van Next-up?

Negationisten werken volgens een vast patroon

Zij vinden het normaal dat al die draadloze telecommunicatie mag worden gecommercialiseerd en eisen dat slachtoffers het ultieme onomstotelijke bewijs leveren dat gsm-straling ziek maakt. Zij draaien het voorzorgsprincipe om. Men moet eigenlijk eerst zeker zijn dat de gepulseerde straling onschadelijk is, vooraleer ze te verkopen.

Wanneer nieuw onderzoek de risico’s van gsm-straling voor de gezondheid nog bevestigt, is een groepje er als de kippen bij om de waarde van de studie te ondermijnen. Daarbij volgen de negationisten een vast patroon waarbij zij trachten formeel het wetenschappelijk werk te ondergraven.

Zij zeggen dan dat het onderzoek niet volgens de juiste methode gebeurd is, of dat hetgeen gevonden is, berust op toeval, of dat het bewijsmateriaal niet voldoende geverifieerd is, of dat de wetenschappers een besluit publiceren voor een aspect waarbij niet afgesproken was dat ze dat zouden onderzoeken. Zij spelen op de onwetendheid en verwarren doelbewust golven van radio, televisie, gloeilampen (straling die niet gepulseerd is) met de hoogfrequente gepulseerde straling van gsm, DECT, WiFi, enz.

Naast de onafhankelijke wetenschappers krijgen ook de getuigende slachtoffers ervan langs. Het ‘microgolvensyndroom’ en de ‘elektrohypergevoeligheid’ zijn inbeeldingen volgens de negationisten. Kan de heer Trachet ons zeggen op welke wetenschappelijke analyse deze uitspraak gebaseerd is?

Onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie

Wanneer artikels in de krant vermelden dat in het kader van het groot Interphone-onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aangetoond is dat er een oorzakelijk verband is tussen gsm-straling en bepaalde types van kanker, kruipen negationisten in hun pen.

’s Anderendaags kunnen wij hun artikels in de krant lezen volgens dewelke de resultaten van het onderzoek met een korreltje zout moeten worden bekeken en dat zij in ieder geval slechts effecten op de lange termijn betreffen: als je gewoon telefoneert, kan je praktisch geen hersentumor krijgen, zeggen zij.

De recente resolutie die goedgekeurd is door de parlementaire vergadering van de Raad van Europa moet volgens de negationisten weerom met een korreltje zout genomen worden: één van de opstellers van de tekst is zogezegd een persoon die veel te vlug alarmerend schrijft.

De artikels van journaliste Chris Vermeire in Humo van 21 en 28 december 2010 geven een mooi overzicht van de stand van de wetenschap. SKEPP heeft getracht de journaliste belachelijk te maken. Ik laat hier het antwoord volgen van Chris Vermeire, die verwijst naar prof. Karl Richter:

“Er is volumineus wetenschappelijk bewijsmateriaal van de schadelijkheid van deze straling, maar men moet het willen zien…
Industrievriendelijke ‘experts’ en armzalig geadviseerde politici hebben onder invloed van het kapitaal van de grootindustrie een systeem gecreëerd van denken en handelen, waarin milieu en volksgezondheid getransformeerd zijn in handelswaar, ondergeschikt aan economisch profijt. Politici, de industrie en haar gedienstige wetenschappers, die publieke verklaringen afleggen die de bevolking moeten sussen, doen dat in een weloverwogen samenwerkingsverband. Het is tijd voor een nieuwe benadering: ze moeten gaan denken en handelen vanuit morele waarden, want die zijn ze verloren.”

Karl Richter is één van de voornaamste Duitse onderzoekers, oprichter van Kompetenzinitiative.

Indien Tim Trachet mij kan bewijzen dat gsm-straling ongevaarlijk is, wil ik graag met hem een pint gaan drinken. De telecomindustrie heeft 30 jaar tijd gehad om zulk bewijs te tonen. Het is er nooit gekomen en de verzekeringsmaatschappijen weigeren de telefoonbedrijven en gsm-fabrikanten te verzekeren voor de effecten van de gsm-straling.

Patrick Vanden Berghe

Patrick Vanden Berghe is auteur van 'Stralingsgevaar. Vervuiling in een gsm-maatschappij', uitgegeven bij EPO – ISBN 978 906 445 565 0

reageer

7 reacties

  • door Cliff Beeckman op donderdag 1 december 2011

    "Naast de onafhankelijke wetenschappers krijgen ook de getuigende slachtoffers ervan langs. Het ‘microgolvensyndroom’ en de ‘elektrohypergevoeligheid’ zijn inbeeldingen volgens de negationisten. Kan de heer Trachet ons zeggen op welke wetenschappelijke analyse deze uitspraak gebaseerd is?"

    Hier heb je alvast twee studies:

    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=15832334&ordinalpos=2&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDocSum

    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=8863199&ordinalpos=12&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDocSum

    We ontkennen overigens niet de symptomen van dergelijke patiënten, wel de oorzaak die ze eraan toeschrijven.

    Als u meent dat u wel het verschil kan aangeven tussen een mast die straling uitzendt en één die dat niet doet, dan geldt ons aanbod voor een proefondervindelijke test overigens nog steeds.

    Wat de overige "kritieken" betreft, herlees onze artikels en graag inhoudelijke kritiek want deze ontbreekt in dit stuk andermaal volledig.

    • door Joss op vrijdag 2 december 2011

      Beste Cliff,

      Jammer genoeg heb ik al vaak ondervonden dat SKEPP haar kritisch zin eenzijdig inzet in functie van a priori persoonlijke/ideologische stellingnamen, niet in functie van een evenwichtige benadering van kwesties. Ik verwacht dan ook niet dat jullie zullen ingaan op de talloze methodologische gebreken in de provocatiestudies naar elektrogevoeligheid (EG), die zogezegd aantonen dat het fenomeen ‘inbeelding’ is. Daarom geef ik hier maar een overzichtje van enkele methodologische kritieken:

      - Mensen beschikken niet over een of ander stralingszintuig waarmee ze foutloos kunnen detecteren of een stralingsbron wordt aan of uitgeschakeld (misschien op eerder zeldzame, extreme gevallen van elektrogevoeligheid na). Vaak duurt het enige tijd (minuten, uren) voor de symptomen zichtbaar worden en na wegname van de stralinsgbron kan het enige tijd duren voor men zich weer ‘ok’ voelt. Een proefopzet waarbij men dus met korte intervallen stralinsgbronnen aan en uit zet zijn is dus niet geschikt.

      - Vaak bleken er bij de zogenaamd stralingsloze controleconditie toch nog zeer significante stralingsniveaus aanwezig te zijn (in de orde van 2 Volt per meter (!), met name in het onderzoek van psycholoog Rubin), waardoor het logisch is dat EG mensen zich ook in de controleconditie slecht voelen en zich dus zogezegd ‘inbeelden’ dat ze zich slecht voelen.

      - Het onderzoek is vaak uitgevoerd door psychologen, waaruit al de vooronderstelling blijkt dat het bij elektrogevoeligheid vooral gaat om iets psychologisch. Het ligt voor de hand dat psychologen tot de conclusie komen dat de oorzaken psychologisch zijn. Zij kunnen immers geen andere oorzaken onderzoeken (“If you only have a hammer, everything is a nail”).

      - Er was geen degelijke selectie van elektrogevoeligen vooraf. Iedereen die zich elektrogevoelig noemt kon als dusdanig worden opgenomen in het onderzoek. Het is waarschijnlijk dat er inderdaad ook mensen zijn die zich inbeelden dat ze elektrogevoelig zijn, dat zal ik niet ontkennen. Enige screening (ook al is dat natuurlijk niet gemakkelijk) was dus gewenst.

      Wat nodig is, is onderzoek dat gaat kijken naar wat er bij blootstelling aan EM straling gebeurt op bio- en neurochemisch niveau, in plaats van aan de hand van provocatiestudies belabberde psychologische diagnoses in elkaar te flansen.

      Geïnteresseerden kunnen wetenschappelijke informatie over elektrogevoeligheid terug vinden op www.beperkdestraling.org (kopje ‘Elektrogevoeligheid’).

      • door Cliff Beeckman op zaterdag 3 december 2011

        Beste,

        In feite hoeft de discussie over elektrogevoeligen hier niet gevoerd te worden, maar ik kom er straks toch nog even op terug. Waar het hier wel om gaat - en wat Patrick Vanden Berghe (al dan niet bewust) negeert - zijn de onjuiste (of regelrecht leugenachtige) beweringen die hij maakte in zijn oorspronkelijk artikel over die school in Betz.

        Vanden Berghe wou in zijn oorspronkelijk artikel met een anekdotisch verhaal over een school in Betz aantonen dat gsm-straling gevaarlijk is. Alleen bleef er van dat verhaal bitter weinig overeind na enig onderzoek door Tim Trachet.

        Vanden Berghe verzweeg in zijn artikel onder meer dat de school preventief werd gesloten omdat de klachten over huidaandoeningen allen afkomstig waren van leerlingen die verbleven in nieuwe schoolgebouwen, welke nog omgeven waren door puin, en de leerlingen dus mogelijks in contact waren gekomen met giftige of irriterende stoffen afkomstig van dit puin. Vanden Berghe benadrukte dat het geen allergie betrof (hoe weet hij dat?), terwijl de artsen voortdurend over een allergie spraken. Daarnaast verzweeg hij tevens de conclusies van de dermatoloog op 13 maart en het gebruik van jeukpoeder op diezelfde dag.

        Over al deze kritieken zwijgt Vanden Berghe als vermoord in bovenstaand artikel. Bovendien spreekt hij een eigen bewering tegen. In zijn oorspronkelijk artikel beweerde hij dat de antennes op 14 maart lichtjes werden gedraaid waardoor de klachten "plots" verdwenen. Probleem was dat de klachten al volledig verdwenen waren op 13 maart, niet 14 maart. Dus zijn suggestie van een oorzakelijk verband tussen gsm-straling en de klachten valt hierbij volledig in duigen. In bovenstaand artikel schrijft hij dan ook: "De problemen zijn plots verdwenen: op dinsdag 13 maart was er geen verschijnsel van ‘allergie’ meer, maar waren er nog meer dan dertig wantrouwende leerlingen afwezig. Op woensdag 14 maart 2007 liep alles weer normaal: nooit is er nog een klacht gekomen.". Hij spreekt dus niet meer over antennes die gedraaid zouden zijn op 14 maart. Dat komt neer op een impliciete erkenning dat zijn oorspronkelijke bewering onjuist was.

        Hij zwijgt eveneens over zijn volstrekt onjuiste bewering dat de school op 12 maart "lichtzinnig" heropend was, waarbij hij de directeur van de school een verkeerd citaat in de mond legde, dat een paar weken ouder was.

        Verder zegt hij: 'Volgens de directeur hadden de meeste klachten een psychologische oorzaak. Dit bevestigt wat ik schrijf: de directeur weet niet (of wil niet weten) wat de oorzaak is van de geheimzinnige ‘allergie’," Dit spreekt zichzelf tegen: als men weet dat het om een psychologische oorzaak gaat, dan weet men uiteraard wel wat de oorzaak is! Het toont aan dat Vanden Berghe a priori iedere verklaring die niets met gsm-straling te maken heeft, verwerpt.

        Dat is meteen ook de reden waarom hij niet eens de mening van de directeur wilde horen. "Waarom zou ik contact moeten hebben met een verantwoordelijke die niet onderzoekt wat het effect is van 14 gsm-verbindingsantennes" . Opnieuw geen correcte bewering. De invloed van de antennes op het college van Betz is in het kader van het onderzoek naar de oorzaak van de allergieën bij de leerlingen wel degelijk onderzocht, uiteraard niet door de directeur van de school zelf, maar door de officiële gezondheidsdiensten. Maar behalve de organisatie Next-Up heeft niemand geloofd dat die antennes iets met de aandoeningen te maken hadden.

        Vanden Berghe antwoordt in bovenstaand artikel volkomen naast de kwestie en zwijgt als vermoord over z'n verzinsels uit zijn oorspronkelijk artikel. De rest van z'n artikel gaat opnieuw over de vermeende gevaren van gsm-straling en "negationisten". In die context wil ik graag nog iets kwijt over de zogenaamde "methodologische gebreken" die u vermeldt bij het onderzoek naar elektrogevoeligheid (opmerkingen in volgorde van jouw vermelde "gebreken"):

        - ofwel ontwikkelen "elektrogevoeligen" bepaalde symptomen als gevolg van gsm- of andere straling ofwel niet. Dat is heel eenvoudig te testen. Er zijn voldoende onderzoeken gebeurt waarbij men mensen op langere termijn volgt. De resultaten zijn unaniem: er zijn significante verschillen tussen de groep die wel straling ontving en die die er geen ontvingen.

        - als je straling meet, moet je weten wat je precies meet. Alle elektrische apparaten zenden elektromagnetische straling, licht is eveneens elektromagnetische straling etc. Je kan die gemakkelijk onderscheiden én meten, en dat gebeurt uiteraard ook.

        - motivatie van onderzoekers staat los van objectieve resultaten: ofwel zijn er significante verschillen tussen een groep die wel straling kreeg en diegene die er geen kreeg ofwel niet. Elke mogelijk motivatie van onderzoekers (in casu psychologen) staat hier volledig los van (overigens waarom zouden ze geen eerlijke motivatie kunnen hebben om gewoon de juiste toedracht van dit fenomeen te achterhalen?).

        - je gaat er op voorhand van uit dat elektrogevoeligheid géén psychologische oorzaak kan hebben.

        Waar haalt u overigens deze zogenaamde methodologische "gebreken" vandaan? En ontwar je die aanwijzingen voor methodologische gebreken in concreet onderzoek (bijvoorbeeld vermelde studies) of gewoon van onbetrouwbare websites als "beperkdestraling.org"?

        Maar nogmaals: de kwestie dient hier te gaan over Vanden Berghes broodje aap-verhaal en niet over de vermeende gevaren van gsm-straling.

        Mvg

        • door Cliff Beeckman op zondag 4 december 2011

          Bij de eerste opmerking over de zogenaamde "gebreken" bij het onderzoek over elektrogevoeligheid moet er uiteraard staan: "De resultaten zijn unaniem: er zijn géén (!) significante verschillen..."

  • door e.woud op donderdag 1 december 2011

    "Wanneer artikels in de krant vermelden dat in het kader van het groot Interphone-onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aangetoond is dat er een oorzakelijk verband is tussen gsm-straling en bepaalde types van kanker, kruipen negationisten in hun pen." "De recente resolutie die goedgekeurd is door de parlementaire vergadering van de Raad van Europa"

    zou het niet interessanter zijn bronnen te vermelden hierbij ? Ook bij het zogezegd volumineus wetenschappelijk bewijs voor de schadelijkheid ervan.

    groeten, ewoud.

  • door D Geets op donderdag 1 december 2011

    ... en de doorsnee mens is bereidt onmiddelijk zijn GSM weg te doen, als het inderdaad "schadelijk" zou blijken te zijn? Ik geloof het niet.

  • door JOKE op donderdag 1 december 2011

    Kunstmatig opgewekte gepulste elektromagnetische straling stopt niet automatisch bij aankomst van het menselijk vel lezen wij op stopumts.nl