Bij DeWereldMorgen.be schrijven we niet voor de clicks.

We maken media voor een betere wereld.

Samen met vele vrijwilligers en burgerjournalisten.

Om dit te blijven doen hebben we uw steun meer dan nodig!

Steun onafhankelijke media!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Reportage

Voortdurend onderweg op zoek naar veiligheid

ANKARA - "Mijn zonen liepen groot gevaar. Ik wilde niet dat ze door de Talibanstrijders ontvoerd zouden worden om zich later op te blazen", vertelt Samira Masoumi (34 jaar), moeder van een driejarig dochtertje en twee zonen van 11 en 13. Na de plotselinge verdwijning van haar echtgenoot in Afghanistan besloot ze haar kinderen in Turkije in veiligheid te brengen.
zaterdag 26 november 2011

Als alleenstaande jonge moeder vluchtte Samira Masoumi samen met haar kinderen van Afghanistan naar Iran, vanwaar ze via gevaarlijke bergpassen en rivieren haar tocht verder zette naar Turkije.

Na een bijna twee weken durende en uitputtende oversteek van de Iraans-Turkse grens wordt ze samen met haar kinderen door een mensensmokkelaar voor de poorten van het UNHCR-gebouw in Ankara gedropt. Daar krijgt ze te horen dat ze 10 dagen later zal worden gehoord. ”Vandaag kreeg ik opnieuw te horen dat ik binnen twee maanden grondig zal worden. Hoe moet ik mijn kinderen in tussentijd voeden”, vraagt Masoumi zich radeloos af.

Gevlucht naar Pakistan

Samira Masoumi is in Kaboel geboren. Tijdens de burgeroorlog, die begin de jaren negentig uitbrak, kort na het vertrek van het Sovjetleger dat tien jaar lang een verwoestende oorlog in Afghanistan voerde, verloor ze haar twee broers. Die waren toen nog jonge tieners van 17 en 18 jaar oud. Haar ouders raakten vermist en zelf werd ze levensgevaarlijk gewond.

”Ik was amper 15 jaar oud toen ik bij de gevechten in Kaboel een rondvliegende shrapnel van een granaat tegen mijn schedel kreeg. Ook aan mijn kuit werd ik verwond door een kogelschot“, vertelt ze terwijl ze haar broek omhoog trekt om me de schotwonde te tonen.

“Maar daarnet kreeg ik in het UNHCR-kantoor niet eens de kans om mijn littekens te tonen”, klaagt ze verontwaardigd. Na dit dramatische ongeluk werd ze samen met haar tweejarige zus door haar oom naar Pakistan geëvacueerd. “Over onze aankomst in Pakistan herinner ik me niet zoveel. Door de verwondingen aan mijn schedel was ik een tijd niet volledig bij bewustzijn”, vertelt ze.

Op haar 18de huwde Masoumi met een goede kennis van haar oom, en verhuisde terug naar haar thuisland Afghanistan.

Terug naar Afghanistan

“Mijn man vertelde me niets over zijn verleden, maar ik begreep dat hij veel vijanden had en daarom moesten we in Afghanistan vaak verhuizen”, vertelt ze. Een paar jaar na de geboorte van haar tweede zoon verhuisde ze met haar familie uit Ghazni naar Hilmand.

Ghazni is een provincie ten zuidoosten van Kaboel waar, op de zuidelijke provincies Hilmand en Kandahar na, zwaar wordt gevochten tussen de Talibanaanhangers en de internationale troepen. Ondanks de spanningen in Hilmand, leidde ze de voorbije vier jaren samen met haar familie in een afgelegen dorp een rustig leven. Daar beviel ze van haar jongste dochter.

“Mijn man was herder en ik tuinierde. Eindelijk hadden we wat rust gevonden, maar het mocht niet baten. Ongeveer twee jaar geleden ging mijn echtgenoot op een dag naar de stad om inkopen te doen, maar hij kwam nooit meer terug. Ik heb overal naar hem gezocht, maar er was geen spoor van hem te vinden. Ik werd bang, want dergelijke verdwijningen zijn in Afghanistan al jaren schering en inslag”, doet ze haar verhaal.

Het leven van Masoumi werd sinds de verdwijning van haar man zodanig door angst overmeesterd dat ze haar zonen niet toeliet naar school te gaan. “Ik was bang dat ze, net als hun vader, nooit zouden terug keren. Mijn zonen liepen groot gevaar. Ik wilde niet dat ze door de Talibanstrijders ontvoerd werden om zich later op te blazen”, aldus nog Masoumi.

De vlucht naar Iran

“Ik hou van mijn land, want ondanks alle problemen is Afghanistan een mooi land. Maar ik moest daar weg, wilde ik mijn kinderen in veiligheid brengen”, gaat ze voort.

Drie maanden geleden nam Masoumi al haar hebben en houden bij elkaar, betaalde een mensensmokkelaar die haar naar Teheran, de hoofdstad van Iran, bracht.

“Daar mocht ik bij een welwillende man het huishouden doen. In ruil gaf hij ons onderdak en een bescheiden leefloon. Mijn zonen werkten vervolgens in een sandwichbar en een handtassenfabriek. Op die manier konden we wat geld sparen, maar zonder de hulp van de man die ons in Iran onderdak gaf, konden we onze doortocht naar Turkije niet betalen. Hij regelde alles”, vertelt Masoumi met een dankbaar gebaar.

Elf dagen lang was Masoumi met haar kinderen vanuit Teheran onderweg naar de meest oostelijke Koerdische stad in Turkije: Van. ”We waren niet alleen. Er waren nog veel andere mensen die illegaal de grens tussen Iran en Turkije overstaken. We hadden geen goede kledij om ons te beschermen tegen de kou in de bergen. Soms moesten we door water stappen. De combinatie van natte kledij en het koude weer in de bergen was ondragelijk”, vertelt ze.

Aankomst in Turkije

Na nog eens twee dagen reizen vanuit Van kwam Masoumi eindelijk samen met haar kinderen terecht in Ankara. “Maar toen ik me bij het UNHCR meldde, kreeg ik te horen dat ik me tien dagen later opnieuw moest melden. Je moet je voorstellen, ik had geen geld en ik moest drie monden voeden. De eerste nacht werden we door een landgenoot op een overnachting in een hotel getrakteerd, maar daar vlogen we even later buiten omdat we geen geld hadden om langer te blijven."

"Daar zat ik dan met mijn kinderen in een park. Het was middernacht en we rilden van de kou toen een vriendelijke Turkse vrouw ons opmerkte. We mochten een week bij haar logeren, maar we konden elkaar niet verstaan”, vertelt ze.

Tien dagen later staat Masoumi samen met haar kroost weer aan de poorten van het UNHCR-kantoor en krijgt ze te horen dat ze pas twee maanden later gehoord kan worden. ”Hoe moet ik twee maanden met drie kinderen overbruggen in dat vreemde land? Kijk, ze hebben me een hoop papieren gegeven. Maar ik kan ze niet lezen. Ook mijn zonen zijn net als ik analfabeet”, zucht ze.

Papieren van Samira

Een deel van Masoumi's papieren is in het Turks opgesteld, andere in het Turks en het Engels. De enige informatiefolder in haar moedertaal Farsi, een taal die zowel door de Iraniërs als door veel Afghanen wordt gesproken, kan ze niet lezen.

Vandaag kreeg ze registratiedocumenten van het UNHCR waarmee ze zich bij de dienst Vreemdelingenzaken van de stad waar ze naar toe moet gaan, moet aanmelden. In Ankara, waar ze nog geen twee weken geleden is aangekomen, kan dat niet.

De spreidingspolitiek van de Turkse overheid is erop gericht dat ze liever zoveel mogelijk asielzoekers en vluchtelingen uit de hoofdstad houdt. Daarom worden ze naar provinciesteden gestuurd. Zo leven het merendeel van de Afghaanse asielzoekers en vluchtelingen in de oostelijke Koerdische gebieden, Van en Ağri, dicht bij de Iraanse grens.

De Iraakse asielzoekers en de Iraniërs zitten vooral in de provinciesteden in het westen en in centraal Turkije. Gelukkig moet ze niet naar Ağri, niet populair bij de asielzoekers wegens te harde winters, noch naar Van, een grote stad die net door een hevige aardbeving is getroffen.

Ze wordt naar Sivas gestuurd, een provinciestad in centraal Turkije, op zo’n 350 km van Ankara. “Het UNHCR heeft me niet eens grondig bevraagd over de redenen waarom ik naar hier kwam. En nu sturen ze me onmiddellijk weg naar een andere stad. Ik moet binnen twee maanden terug naar Ankara komen om gehoord te worden”, vertelt ze.

Leven op thee en brood

Na een lange rit van meer dan zeven uur komt Masoumi midden in nacht aan in Sivas. Geld voor de busrit van Ankara naar Sivas is het enige dat ze van het UNHCR kreeg.

Eenmaal in Sivas is de enige plaats waar ze kan overnachten de gebedsplaats van de lokale gendarmerie, waar ze zich aanmeldt. “Ze waren vriendelijk tegen ons, maar de gebedsruimte was erg koud en behalve thee en droog brood was er niets voorhanden."

"’s Morgens hebben we ons bij de lokale Turkse autoriteiten aangemeld. Daar kreeg ik een tolk die me vertelde dat ik voorlopig in een hotel kon overnachten. Maar na tien dagen moest ik zelf een huis huren. Hoe kan ik in een vreemde stad, zonder een baan te hebben en de taal te spreken op zoek gaan naar een huis”, vraagt Masoumi zich bezorgd af.

In het hotel waar ze verblijft, heeft ze alleen toegang tot een toilet. Een douche is er niet. Volgens Masoumi hebben zij en haar kinderen zich sinds hun vertrek uit Iran nog niet kunnen wassen en ze leven op thee en brood. “Mijn dochter heeft al twee dagen koorts en heeft een dokter nodig. Maar niemand die daar tot nu toe gehoor aan geeft”, zucht ze.

Pas nadat Masoumi een geldig verblijfsdocument van de Turkse autoriteiten krijgt, kan ze van bepaalde beperkte sociale voorzieningen gebruik maken. Zolang ze deze tijdelijke verblijfsvergunning niet bezit, is het zelfs niet evident om een huis te zoeken.

Volgens de informatiefolder die ze van het UNHCR kreeg, zou ze na twee weken haar documenten voor een tijdelijk verblijf in Turkije moeten krijgen. Maar in werkelijkheid kan dat soms dubbel zo lang duren. Behalve het busticket, dat ze van het UNHCR-kantoor kreeg, ontvangt ze in Sivas van de lokale dienst vreemdelingenzaken ongeveer 15 euro om pasfoto’s te laten maken.

Baharak Bashar

Dit project werd mogelijk gemaakt door de steun van de Koning Boudewijnstichting in het kader van de projectoproep ‘Migratiestromen en hun impact in België en Europa’. De foto’s zijn gemaakt door mijn collega Pieter-Jan De Pue. Vanzelfsprekend dank ik alle getuigen die ondanks hun benarde situatie aan deze reportage hebben meegewerkt. Ten slotte zijn we ook de redactie van deze site erkentelijk om deze online publicatie mogelijk te maken.

Van Baharak Bashar verschijnt eind november bij EPO Djenghis, democratie en vrouwen. Een Iraanse van Gent naar Caïro.

Pieter-Jan De Pue is de regisseur van de documentaire The land of the enlightened die binnenkort wordt vertoond. Deze bijzondere documentaire gaat over de oorlog in Afghanistan gezien door de ogen van Afghaanse kinderen.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.