about
Toon menu

Vlaams Parlement zet eigen Technology Assessment op de helling

Kan het dat Vlaanderen, net nu het belang van reflectie op wetenschap en samenleving meer dan ooit nodig is, daarmee stopt? De aanslepende discussies binnen het Vlaams Parlement zorgen voor ongerustheid bij het Instituut Samenleving en Technologie (IST). Dat voelt zich in zijn missie en dus zijn voortbestaan bedreigd, en slaat een alarmkreet.
vrijdag 21 oktober 2011

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Kan het waar zijn dat Vlaanderen parlementaire Technology Assessment (TA) schrapt op het moment dat de Verenigde Staten - waar Technology Assessment (TA) ooit begonnen is - een hernieuwd elan geven aan dit onderzoeksterrein, en, dichter bij huis, de Waalse regering groen licht heeft gegeven voor de oprichting van een TA instituut voor Franstalig België? Intussen loopt binnen het 7e kaderprogramma van de Europese Commissie, een internationaal project - waarin het IST overigens participeert - dat de invoering van TA in alle Europese lidstaten stimuleert. Projectleiders van het IST geven aan waarom een gehele of gedeeltelijke ontmanteling van IST geen goede zaak is voor Vlaanderen.

Samenleving en technologie: een ambivalent huwelijk

We bevinden ons in een spannende tijd. Een financiële crisis hangt ons boven het hoofd. Veel mensen worden nu al met de gevolgen ervan geconfronteerd; vele anderen huiveren voor wat hen of hun kinderen morgen mogelijk te wachten staat. Europa zoekt heil in hervormingen: bezuinigingen, belastingen én economische competitie via technisch-wetenschappelijke innovatie.

Het Instituut Samenleving en Technologie (IST) is ontstaan om dialoog en debat te organiseren rond de zin en onzin van wetenschappelijke en technologische innovaties als motor voor het ‘warme’ Vlaanderen van vandaag en morgen. Het is opgericht naar aanleiding van de publieke, wetenschappelijke en politieke controverses rond onder meer genetisch gemodificeerde gewassen aan het einde van de jaren negentig. In dit klimaat heerste een zeker wantrouwen en verontwaardiging over de belangen en bedoelingen van wetenschappelijke experts en politici. Een heropflakkering van de controverse naar aanleiding van het beschadigde ggo-aardappelproefveld in Wetteren eind mei 2011 toont dat de controverses nog steeds actueel zijn.

Bij haar oprichting in 2001 heeft men er expliciet voor gekozen om het IST te vestigen in het Vlaams Parlement, met het Vlaams Parlement als belangrijkste TA-cliënt. Gezien de inhoudelijke focus van het IST op de impact en betekenis van nieuwe en opkomende wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen was dit geen onlogische keuze.

Het IST heeft de afgelopen 10 jaren steeds in een ambivalente sfeer gewerkt. Binnen het Vlaams Parlement zijn er al die jaren ‘believers’ en ‘non-believers’ geweest. Volgens de ‘non-believers’ is het IST te weinig relevant en vaak te laat met info voor de snel veranderende politieke realiteit. Wetenschappelijke inzichten verzamelen, studies publiceren, en dialoogtrajecten opzetten kosten bovendien geld. En inderdaad, de rechtstreekse en onrechtstreekse waarde van het voorzien in beleidsrelevante informatie is niet eenvoudig met één maatstaf vast te stellen.

Daartegenover staan ‘believers’ die de innovatieve, prospectieve en onpartijdige aanpak binnen IST activiteiten als een nuttige bijdrage zien in beleidsvraagstukken. Want het IST is complementair aan andere Vlaamse instellingen die vanuit andere invalshoeken, andere actoren en andere doelstellingen naar innovatie en innovatiebeleid kijken.

'Snelle' en 'trage' vragen

Wat doet het IST met haar jaarlijkse werkingstoelage van het Vlaams Parlement? Op basis van wetenschappelijk onderbouwde inzichten organiseert het dialoog- en reflectietrajecten tussen beleidsmakers, onderzoekers, middenveldorganisaties en gewone burgers over de mogelijke en wenselijke impacten en betekenissen van wetenschappelijke en technologische innovaties. Het vertaalt de resultaten van deze trajecten in aandachts- en actiepunten voor het beleid en brengt deze laatste onder de aandacht van de Vlaamse volksvertegenwoordigers en van andere betrokkenen. Dit is parlementaire Technology Assessment. De IST- activiteiten dienen om Vlaamse beleidsmakers te inspireren en te ondersteunen in hun rol om de maatschappelijke waarde van technologisch-wetenschappelijke innovaties te optimaliseren.

Bijna elke studie van het IST bevat een inventarisatie van kwantitatief analysemateriaal voor het beantwoorden van ‘snelle’ vragen.
Enkele voorbeelden: ‘Is het zinvol te investeren in een Vlaamse game-industrie? Welke maatregelen zijn er nodig om de voordelen van waterstof te optimaliseren en de nadelen binnen aanvaardbare grenzen te houden? Welke geluidsbronnen bestaan er en hoeveel hinder kunnen Vlamingen ervan ondervinden? Welke wettelijke normen bestaan er voor het telen van genetisch gewijzigd voedsel? Welke ICT maakt rekeningrijden mogelijk?’.

Maar het instituut staat ook stil bij de ‘trage’ vragen’, zoals ‘Welke beleidsmaatregelen vinden burgers relevant om de klimaatopwarming tegen te gaan? Wat zijn de ethische gevolgen van het verbeteren van mensen via technologische ingrepen? Hoe kunnen de voor- en nadelen van een preventief gezondheidsbeleid op een faire manier verdeeld worden over de bevolking?’.

De meerwaarde van het IST ligt ook in haar multi-stakeholder aanpak: het geeft de verschillende betrokken partijen kansen om - samen met gesprekspartners die niet tot hun gebruikelijke netwerk behoren - te discussiëren over de snelle én trage vragen. Burgers kunnen hun pertinente vragen stellen, experten worden uitgedaagd om in bevattelijke taal hun kennis over te brengen en beleidsmakers ontdekken een brede waaier aan beleidsopties.

Waarheen met beleidsgerichte TA?

Is er een alternatief voor het IST in Vlaanderen? Waar kan reflectie over de snelle én trage vragen ter ondersteuning van het beleid nog plaatsvinden? We hoeven de discussie over de maatschappelijke uitdagingen van de toekomst toch niet over te laten aan bedrijven? Of deze uitsluitend in handen te geven van universiteiten, dit op het moment dat, alweer naar aanleiding van de perikelen met het Wetterse aardappelveld, het debat over de steeds inniger verstrengeling van wetenschappelijke en commerciële belangen is losgebarsten?

Dit laatste belet echter niet dat het IST het zou toejuichen als er ook binnen Vlaamse onderzoeksinstellingen meer middelen zouden vrijgemaakt worden om aan Technology Assessment te doen. Dit laat immers toe dat een beleidsgericht TA instituut als het IST uit een rijkere voedingsbodem kan putten en het Vlaamse beleid doeltreffender van informatie kan voorzien.

Lange-termijndenken, graag!

Vlaanderen zal allicht de komende jaren de besparingsinspanningen niet kunnen vermijden, net zoals heel wat andere regio’s en landen. De maandenlange geruchtenmolen rond het voortbestaan van het IST wekt minstens de indruk dat het Vlaams Parlement uit louter besparingsoogpunt af wil van het IST.

Het loslaten van de missie van het IST zou in Vlaanderen een niche onbenut laten; de niche van reflectie tussen politiek, onderzoek, industrie en de brede maatschappij over de zin en onzin van het inzetten op wetenschappelijke en technologische innovaties ten behoeve van onze samenleving.

Aan het Vlaams Parlement om verder te gaan met wat is opgebouwd, en beleidsgerichte TA stevig te verankeren, zodat het de nodige kansen blijft krijgen om maatschappelijke reflectie op technologisch-wetenschappelijke ontwikkelingen duurzaam vorm te geven.

Donaat Cosaert, Marian Deblonde en Johan Evers
Projectleiders Instituut Samenleving en Technologie, www.samenlevingentechnologie.be

reacties

Eén reactie

  • door Bernard MAZIJN op maandag 24 oktober 2011

    Net gelezen op een nieuwssite: “Het Uitgebreid Bureau van het parlement heeft vandaag beslist om het Instituut voor Samenleving en Technologie (IST) ‘op te heffen en te integreren in het Parlementair Informatiecentrum (IP)’.”

    Net herlezen in archieven van het SP-Toekomstcongres uit 1998: “Het technologisch aspectenonderzoek. De economische en maatschappelijke effecten van het wetenschappelijk en technologisch onderzoek moeten permanent doorgelicht worden door middel van zogenaamd technologisch aspectenonderzoek. Technology watchers moeten het Vlaams Parlement wapenen en bijstaan in hun toezicht op de juiste en selectieve aanwending van de verhoogde overheidssteun voor innovatie. Het Vlaams Instituut voor de bevordering van het Wetenschappelijk-Technologisch onderzoek (IWT) en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) moeten daartoe volledig gevaloriseerd worden, door ze voldoende onafhankelijkheid en slagkracht te garanderen.”

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties