Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Opinie

Een sociaal investeringspact?

Enkele maanden geleden publiceerde Frank Vandenbroucke, samen met twee eminente deskundigen op het vlak van sociale bescherming, een pleidooi voor een ‘sociaal investeringspact in Europa'. Wat betekent dit?
maandag 17 oktober 2011

Het is niet duidelijk of met ‘Europa’ de Europese Unie dan wel de afzonderlijke Lidstaten worden bedoeld. De EU heeft niet echt bevoegdheden om aan sociaal beleid te doen, tenzij gekoppeld aan de arbeidsmarkt en tegen ‘sociale uitsluiting’, wat in het Europees – net zoals voor de Wereldbank – uitsluiting uit de arbeidsmarkt betekent.

Het voorstel klinkt erg goed en is inderdaad een poging om uit de impasse te geraken waarbij de bestaande verzorgingsstaten niet langer zijn aangepast aan de huidige maatschappelijke evolutie. Zeer terecht zijn vakbonden en andere sociale bewegingen zeer gehecht aan die verzorgingsstaten en aan sociale bescherming in het algemeen, en zeer terecht verzetten ze zich tegen een aantal nieuwe benaderingen die de sociale bescherming ondermijnen.

Toch is er wel degelijk vernieuwing nodig, want het kostwinnersmodel van vijftig jaar geleden is niet langer relevant. Er zijn meer en meer alleenstaande moeders en nieuw samengestelde gezinnen, vrouwen zijn massaal aanwezig op de arbeidsmarkt, mensen leven langer, een baan is niet meer voor een hele loopbaan gegarandeerd, de informele arbeidsmarkt groeit, mensen vragen meer flexibiliteit, en zo meer.

Er staan dus twee stromingen tegenover elkaar. Enerzijds is er een terechte vraag naar verandering en vernieuwing van de verzorgingsstaten, anderzijds een angst voor de voorgestelde aanpassingen vanuit neoliberale hoek. De voorgestelde ‘flexicuriteit’, de ‘modernisering van het arbeidsrecht’, de ontwerp-richtlijn op de arbeidstijd, het voorstel om de pensioenleeftijd op te trekken, het zijn allemaal punten waar de werknemers zich terecht tegen verzetten.

Er wordt al lang getracht om het idee ingang te doen vinden dat ‘sociale lasten’ geen ‘lasten’ zijn, maar als een investering moeten gezien worden. Kinderen die toegang krijgen tot gezondheidszorg en tot onderwijs worden gezonde en geschoolde jonge mensen waar de hele samenleving baat bij heeft. Het worden wellicht ook productieve mensen op de arbeidsmarkt. Ook Frank Vandenbroucke heeft dit idee al lang verdedigd.

In zijn nieuwe bijdrage onderstreept hij een aantal zeer belangrijke elementen die twijfelaars moeten overtuigen. Zo verwijst hij naar Esping Andersen, één van de beste deskundigen op het vlak van sociale bescherming. Die wijst er op dat ‘sociale investering’ niet in de plaats kan komen van sociale bescherming. Er wordt ook onderstreept dat een minimale inkomensbescherming een kritische voorwaarde is voor een effectief sociaal-investeringsbeleid. Een soberheidsbeleid, zo staat er verder, kan een bedreiging vormen voor sociale investeringen.

Het zijn elementen die ons moeten geruststellen, maar slagen de auteurs daar ook in?

Investeren moet renderen

Een eerste vaststelling is dat het sociaal-investeringbeleid duidelijk ten dienste staat van de economie en daarmee aansluit bij het nieuwe sociale paradigma dat in de EU en haar lidstaten geleidelijk aan werd ingevoerd. Het stemt overeen met wat de Wereldbank vrij uitdrukkelijk formuleert in haar armoedebeleid. De gebruikte terminologie is veelzeggend. Sociale investeringen geven een ‘real return’, ze vormen een ‘stabilizer’ voor de economie, het ‘menselijk kapitaal’ wordt er mee ontwikkeld. Dat sluit perfect aan bij de ‘inzetbaarheid’ waar de Europese Unie het over heeft, de ‘activering’, enz. ‘It pays off’, zoals onlangs op een Europese armoedeconferentie werd gesteld.

Dit is inderdaad nieuw, want vroeger werd het doel van sociale bescherming in eerste instantie als inkomensgarantie gezien. Vandaag is dat ‘werk lonend maken’ geworden, een heel andere visie. ‘ We kunnen ons geen lage arbeidsmarktparticipatie meer veroorloven’ zo stellen de auteurs van het jongste document. Waarom eigenlijk niet? Uiteraard is het wenselijk dat iedereen een gepaste plek vindt op de arbeidsmarkt, maar wat als er geen banen zijn? ‘De banen die in de crisis zijn verloren gegaan, komen niet terug’, zo wordt gezegd. We zijn collectief ook lang niet armer geworden dan vroeger, integendeel zelfs, dus waar ligt het probleem? Zouden we niet eerder moeten denken aan een arbeidstijdverkorting of aan een betere verdeling van de beschikbare banen?

In de huidige neoliberale tijd kunnen die sociale investeringen ook heel wat problemen veroorzaken. Want wat doe je bijvoorbeeld met pensioenen? Wie zal nog investeren in oude mensen? Om bejaarden te kunnen behouden als consumenten? Weegt dat op tegen de kosten die ze veroorzaken? In Frankrijk wordt al openlijk gewezen op de té hoge kosten voor de gezondheidszorg van bejaarden , want dit zijn inderdaad geen productieve investeringen.

Of neem onderwijs. Moet de overheid investeren in vrije studiekeuze of moet ze zich beperken tot datgene wat de economie echt nodig heeft? Moeten jonge mensen de kans krijgen om sociologie, sinologie of antropologie te volgen als de arbeidsmarkt onvoldoende banen biedt voor alle afgestudeerden? Moeten studenten de hoge studiekosten dan maar zelf betalen of moeten sommige richtingen worden afgeschaft? In haar nieuwste boek stelt Dambisa Moyo  (Zambiaans schrijfster en economiste, werkte o.a. bij de Wereldbank en voor Goldman Sachs, nvdr) het onomwonden: iedereen moet leren lezen en schrijven, en voor de ‘talenten’ die meer kunnen, zullen er wel grote bedrijven gevonden worden om ze hogere wiskunde bij te brengen.

Of met andere woorden, misschien is een ‘sociaal investeringbeleid’ iets positiefs voor landen waar de sociale voorzieningen en de sociale bescherming grotendeels zijn verdwenen door de neoliberale structurele aanpassingsprogramma’s van de afgelopen dertig jaar. Misschien kan zo’n beleid een aanknopingspunt zijn voor meer sociale bescherming, een opstap naar een beter beleid. Maar in landen zoals die van West-Europa, waar een sterke sociale bescherming bestaat, ziet het er naar uit dat dit beleid alleen maar een neerwaartse spiraal kan inluiden. Dat blijkt ook uit de weigering van de Europese instellingen om te werken aan een minimuminkomen, een belofte die nochtans in 1991 door de Raad werd gedaan en in 2008 door de Europese Commissie werd herhaald. Een voorwaarde voor een sociaal investeringsbeleid?

De keizer is naakt?

Tien jaar geleden, toen Frank Vandenbroucke intensief bezig was met het Europese armoedebeleid, vroeg ik hem of er geen risico was dat in de EU zou gebeuren wat met de armoedeprogramma’s van de Wereldbank gebeurde: een armoedebeleid dat de plaats innam van sociale bescherming, in plaats van er een aanvulling en verbetering op te zijn. Nee, zei hij, want een armoedebeleid kan slechts succes hebben als er ook een goede sociale bescherming is.

We weten inmiddels hoe de sociale bescherming in derdewereldlanden toch werd afgebouwd. En in een lezing van 2010 zei Frank Vandenbroucke: ‘Een impliciete strategische keuze die het Belgische beleid de voorbije decennia gemaakt heeft, is de klemtoon op minimale bodembescherming … Hoe goed het ook zou zijn om het verzekeringsprincipe weer veel sterker te laten spelen, ik denk dat dit moeilijk is’.

Ook vandaag probeert Frank Vandenbroucke een neoliberaal beleid met goede sociaal-democratische principes te promoten. De kans is echter groot dat weer precies hetzelfde gebeurt. De economie en de arbeidsmarkt worden beschouwd als natuurlijke gegevens die je niet kan veranderen, maar waaraan mensen zich moeten aanpassen. Toen vroeger over ‘nieuwe sociale risico’s’ werd gepraat, werd steevast het voorbeeld van de echtscheidingen gegeven die veel vrouwen in sociale problemen bracht. Nu moet ‘het productief potentieel van burgers worden gemobiliseerd om nieuwe sociale risico’s aan te kunnen, zoals ‘atypisch werk, langdurige werkloosheid, armoede bij werkende mensen …’ Moeten we mensen aanpassen aan die nieuwe realiteit, of proberen we die realiteit weer om te buigen? Hier raken we de kern van het neoliberalisme.

De sociale weerbaarheid van mensen moet worden versterkt, zo stellen de auteurs. En zo wordt sociaal beleid inderdaad een productiefactor. Dit sociaal investeringbeleid stelt mensen en hun sociale bescherming in dienst van de economie. We mogen het ‘groeipotentieel van het beleid’ niet onderschatten, aldus nog de auteurs. Het ‘sociaal investeringspact is verankerd in een groeigericht begrotingsbeleid’. Mensen in dienst van groei, een sociaal beleid in dienst van de economie.

Hoort het niet omgekeerd te zijn?

De auteurs zeggen dan wel dat ze ‘sociale en economische doelstellingen met elkaar willen verzoenen’, maar helaas druist hun benadering regelrecht in tegen de keynesiaanse aanpak waarin de koopkracht van mensen de economie draaiende hield en de economie groei en winst produceerde voor een sociaal beleid. Het was een positieve wisselwerking. Wat nu wordt voorgesteld is eenrichtingsverkeer.

‘Het sociaal investeringspact moet gebaseerd zijn op een visie van sociale vooruitgang voor de 21ste eeuw’. Maar hoe ziet die vooruitgang er uit? De auteurs vertellen het ons niet.

Kortom, dit voorstel past uitstekend in het nieuwe beleid van de Europese Unie waarin alles wordt ondergeschikt aan groei en concurrentievermogen. Mensen worden niet langer beschermd tegen de markt, maar worden aangespoord en zelfs gedwongen om deel te nemen aan de markt. Of hoe moeten we anders ook het voorstel van de VDAB begrijpen om huismoeders in de zorgsector te laten werken?

De auteurs stellen dat de sociale investeringstrategie en de beschermingsstrategie als elkaar aanvullende peilers moeten gezien worden. Maar wat die bescherming precies inhoudt wordt niet verduidelijkt. Bovendien zijn de auteurs bang dat met de nieuwe soberheidsbenadering van de Europese Commissie de sociale investeringen bedreigd worden. Maar zal het niet in de eerste plaats de bescherming zijn die wegvalt?

Activering van werklozen, een flexibele arbeidsmarkt, levenslang leren: het zijn mooie principes als ze ook beantwoorden aan de wensen van werknemers. Onze verzorgingsstaten moeten gemoderniseerd worden. Er is inderdaad meer nodig dan een eenzijdige passieve inkomensbescherming. Maar het nieuwe sociale paradigma met ‘sociale investeringen’ gaat niet in die richting. De sociale bewegingen zouden dringend een alternatieve strategie moeten voorstellen.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

Eén reactie

  • door Adrien Verlee op maandag 17 oktober 2011

    Enkele losse gedachten als reactie. Het is zeker zo dat Links een antwoord moet hebben. En niet enkel de utopie van een socialistische productiewijze, al bedoel ik dit absoluut niet negatief. Een droom hebben, die ook nog realiteit kan zijn, is belangrijk.

    - Wat betreft die productieve investeringen en pensioenen. Waarom zouden deze (ik denk nu mee in dat paradigma van kapitalistische productiviteit) niet-productief zijn? Als men het verstandig aanpakt is er te leren; op het gebied van mobiliteit, van voeding, van geneeskundige praktijken, van urbanisatie, van (individuele) woningbouw. Met als gevolg van het leerproces een betere en efficiënte organisatie van een land of gemeenschap.

    - Wat betreft onderwijs. Uiteraard moet er een minimale norm zijn. Maar wat verder kan en moet, is volgens mij af te meten aan een andere norm: geef zoveel als kan vrijheid in de persoonlijke ontwikkeling. Het betaalbaar houden zal te doen zijn via een mix van publieke (overheid) en persoonlijke/groeps gelden?? Maar mijn verbeelding kan mij meeslepen, als dilettant hierin.

    - Sociale weerbaarheid . Uitgaande van wat ik las in dit korte stuk, stel ik mij de vraag of het label "sociale weerbaarheid" de bedoelde inhoud dekt. Is er niet bedoeld: sociale vaardigheid? Het eerste (weerbaarheid) is, verdediging; het laatste is bekwaamheid. Het spreekt dat deze 'labels' een wereld van verschil maken. Sociale weerbaarheid als *kapitalistische* bekwaamheid, is dan disciplinering!

    Tot slot: een antwoord hebben! Met veel respect, maar OWS en de Indignados gaan geen oplossing geven. Maar het is uiteraard goed dat deze beweging er is!! Maar ze gaan niet de beurzen muilkorven, laat staan invloed hebben op de organisatie van het kapitalisme. Met het wegvallen van de USSR, het kapitalistisch worden van China, zijn de remmen los en de angst weg van banken, multi's en politici. Gaan ze angst hebben van OWS en de Indignados?

    Voor Links is het de vraag wat voor soort kapitalisme er komt uit deze fase van ditzelfde kapitalisme. Het systeem schreeuwt om planning en regels, maar het wil eveneens de anarchie van de markt behouden. Uit die spagaat moet een politiek antwoord komen van datzelfde systeem. Dat is hun politiek probleem.

    Omdat Links niet de macht heeft dit systeem in angst (ik bedoel het wereldwijd) te laten leven, of over te nemen, moet dus het antwoord er een zijn dat rekening houdt met het antwoord dat zal komen uit de systemische spagaat van het laatkapitalisme.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties