Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

Seksualiteit: het grote geheim

Hoe werd er tijdens de 20ste eeuw omgegaan met lichamelijkheid en seksualiteit in opvoeding en onderwijs? Met het boek ‘Het grote geheim’ slaagt Carine Steverlynck erin om de lezer een boeiend en grondig historisch overzicht - en vooral inzicht - te bieden i.v.m. de veranderende opvattingen over seksualiteit, van de opvoeding erover en van de vele facetten die daarmee samenhangen.
maandag 26 september 2011

De tijdsgebonden documenten, zoals voorlichtingslectuur, affiches en regels voor het echtelijke bed voeren ons mee doorheen de tijd.  De opgenomen getuigenissen en citaten op het einde van het boek roepen een glimlach op, maar achter veel van deze verhalen schuilt een grote dosis miserie.

Inleiding

Het boek ‘Het grote geheim’ is uitgegeven n.a.v. de gelijknamige tentoonstelling in Ieper. Vandaag worden seksualiteit en lichaamscultus beschouwd als volwaardige bestanddelen van het mens-zijn. Bovendien kan er in alle openheid over gesproken worden. Ooit is het anders geweest. De onwetendheid, de preutsheid en de repressieve moraal voerden de boventoon. Over seks werd er zedig gezwegen en de verhalen over ooievaars en savooien waren immens populair.

Vertrekkende van 4 grote periodes beschrijft en analyseert de auteur hoe mensen omgingen met hun lichaam en welke betekenis ze eraan hechtten. Steverlynck schetst hoe de veranderende opvatting over seksualiteit past in de veranderende opvatting over lichamelijkheid en hygiëne. De impact van het sociaal milieu en  van de media - naast de wetenschappelijke vooruitgang en de maatschappelijke ontwikkelingen - wordt geduid en beschreven. De bijdrage en de rol van een aantal pioniers van de seksuele hervorming - niet enkel mannen en ook uit katholieke middens - wordt treffend gekaderd.  Eveneens besteedt de auteur aandacht aan de evolutie in de voorlichting van kinderen, de cruciale rol van moeders en de pedagogische taak van de scholen.

De periode 1850-1914: meisjes opvoeden tot goede en deugdelijke moeders

De opvattingen over het lichaam en de hygiëne werden grotendeels gedetermineerd door het sociale milieu. De tegenstellingen in levensomstandigheden tussen de sociale klassen konden niet scherper en schrijnender zijn. Bij de arbeiders was er weinig schaamte, gezien alles zich afspeelde in benepen en armzalige woonruimtes. De onzedelijke slaapomstandigheden veroorzaakten bij de gegoede burgerij dan ook ontzetting. De kerkelijke en wereldlijke overheden reageerden met morele heropvoedingsprogramma’s. De zedelijkheid en de ijver van de arbeiders moesten voor alles op peil worden gehouden.

De burgerij hield er een dubbele moraal op na. De jongedames werden puriteins opgevoed tot de opperste zuiverheid in afwachting van het huwelijk. Daarentegen mochten de jongens oogluikend experimenteren met bordeelbezoeken of avontuurtjes met de dienstmeiden.

Het was ook een periode waarin de kennis over het menselijk seksueel leven en de voortplanting zeer gering was. Van een doeltreffende anticonceptie was totaal geen sprake. Toch is het vrij verrassend dat op het einde van de 19de en in het begin van de 20ste eeuw op vrij grote schaal reclame werd gemaakt voor abortiva (Le Soir, De Vooruit en Le Peuple), terwijl in verschillende kranten van liberale strekking engeltjesmaaksters hun ‘expertise’ aanboden. Enkele pleitbezorgers voor seksuele opvoeding en voor een bewuste geboorteregeling voerden een eenzame strijd. Hun acties lagen in het verlengde van de eerste feministische golf.

Onder druk van maatschappelijke ontwikkelingen en door het verlaten van de traditionele huwelijksopvattingen werden op de vooravond van de eerste wereldoorlog de lijnen uitgezet voor een accurate voorbereiding van Gods scheppingswerk. Seksualiteitsbeleving in relatie tot de liefde stond immers haaks op de katholieke huwelijksmoraal. Enkel binnen het instituut huwelijk mocht en moest de seksuele drang geuit worden met het oog op een kroostrijk gezin. Een opvatting die de neomalthusianisten radicaal verwierpen: het baren van veel kinderen schaadt de gezondheid van de vrouw.

De periode 1914-1960: zelfcontrole en kuisheid voor een gezonder en zediger leven

Lichaamscultuur en hygiëne winnen langzamerhand terrein, maar ook de verpreutsing. Net vóór en zeker na de eerste wereldoorlog worden wassen, baden en kuren populair (zie de faam van Oostende). Er ontstond een nieuwe relatie tussen lichaam en kledij, waarbij de kennis van het vrouwelijk lichaam toenam. Zelfs in het oerkatholieke Vlaanderen kenden het nudisme en naturisme omstreeks 1920 een kortstondige bloei. Hoe dan ook bleef alle bloot strikt taboe.
Zelfcontrole was het leidmotief voor een gezonder en zediger leven.

De in- en uitwendige reinheid moesten perfect op elkaar aansluiten. In de jaren dertig noteren we een katholieke frontvorming om de morele ontaarding en de zedenverwildering te bestrijden. De Dominicanen speelden een voortrekkerssrol. De Bond voor de Openbare Zedelijkheid en de Zedenadel (zeer actief aan de kust om de vestimentaire kuisheid in het oog te houden) namen het voortouw. Modebladen, reclame voor anticonceptie, lectuur en film waren het voorwerp van klachten.

Daarnaast waren er de kanselredes, de biecht en de huisbezoeken van de priesters om onze (over)grootouders op het rechte pad te houden. Ondanks deze frontvorming verloor de kerk steeds meer greep op het echtelijke bed. De opkomst van de periodieke onthouding versnelde dit proces. Daarnaast bleef het ijveren voor geboorteregeling marginaal. En het gebruik van anticonceptiva werd nog steeds gelinkt met zedelijk verval.

In de zedelijke vorming speelden de scholen een bescheiden rol. In eerste instantie waren het de moeders aan de haard die de kinderen, weliswaar zeer voorzichtig, inwijdden in de grote geheimen van het leven. 

De periode 1960-1990: tolerantie en waardering voor seks en lichaamsexpressie 

Geleidelijk aan werden de taboes doorbroken. Dit betekende het einde van de moraliserende burgerlijke en katholieke moraal. De toenemende secularisering van de samenleving speelde uiteraard ook. Het zijn de jaren van de toenemende seksuele verdraagzaamheid, van het afwerpen van de preutsheid en van de herwaardering van het lichaam.

De seksuele revolutie moeten we situeren in de late jaren zestig. De opkomst van de seksuologie als onderzoeksdiscipline gaf hieraan een belangrijke impuls. De Alfred Kinsey-rapporten waren echt confronterend. Op het grote publiek werd voor het eerst onthullende informatie losgelaten i.v.m. het echte seksuele leven. Nog belangrijker, Kinsey toonde aan dat niet alles wat afwijkt van de seksuele norm een seksuele afwijking is.

Door de welvaart, de technische mogelijkheden en de betere opleiding en vorming van de jonge generaties ontstond er eindelijk ruimte voor een bewust ouderschap voor zowel niet-katholieke als katholieke echtparen. Wel krijgen we in 1968 nog een opstoot vanuit conservatieve hoek met de encycliek ‘Humanae Vitae’, waarin paus Paulus VI de kunstmatige geboortebeperking veroordeelde. Resultaat: hij oogstte uit alle hoeken een lawine van negatieve kritiek.

Met de radio en vooral dankzij de televisie en de film kwam alles in een stroomversnelling. Seksualiteit werd ontdaan van zijn zondige en beschamende karakter. De individuele beleving kwam centraal te staan. Vanaf de jaren ’70 noteren we in de seksuele opvoeding een verschuiving naar de persoonsvorming en de relaties. In de totale ontwikkeling van de jongeren werd de seksuele opvoeding als een volwaardige component gezien. Scholen kregen een belangrijke opdracht toebedeeld. De verkleuterende en betuttelende aanpak werd definitief verlaten.

In de jaren tachtig werd nog wel een bitsige strijd gevoerd voor de legalisering van de voorbehoedsmiddelen en abortus. De tv-beelden van de aanhouding van dr. Willy Peers staan ons nog in het geheugen gegrift. Opmerkelijk is dat op 3 april 1990 België als voorlaatste land van de EU abortus uit het strafrecht zou schrappen.

De periode 1990-2000: de verdere liberalisering van de seksualiteit en van de techniek

Er vallen markante doorbraken inzake de medische technieken te noteren. We krijgen de fertiliteit in al zijn facetten  stelselmatig onder controle. In de seksuele opvoeding staan preventie en weerbaarheid voorop. Kinderen moeten gericht geïnformeerd worden over aids, seksueel misbruik en ongewenste zwangerschappen. Een massa gevarieerde voorlichtingslectuur is toegankelijk voor ouders en kinderen. Nochtans toonde onderzoek aan dat jongeren via de school nog niet genoeg en niet goed worden voorgelicht, terwijl de leraren zich niet echt opgeleid voelen om in deze materie een sleutelrol te vervullen.

Informatie
De tentoonstelling en het boek konden tot stand komen dankzij de inspanningen van een team van deskundigen. De algemene coördinatie was in handen van Robert Barby. Het tentoonstellingsconcept is evenwichtig opgebouwd en tegelijk verrassend voor de bezoeker. Samen met Dominiek Dendooven en Loes Verschuren stond Carine Steverlynck  in voor de praktische realisatie van de expositie. Het boek is tevens prachtig geïllustreerd met tal van foto’s, afbeeldingen en mooie tekeningen van Klaas Verplancke. De tentoonstelling in het Onderwijsmuseum te Ieper loopt nog tot 24 juni 2012. Ik zou zeggen: allen daarheen en (uiteraard) lees het boek.

Locatie
Gustave de Stuersstraat 6
8900 Ieper
tel. +32 57 20 58 36
www.ieper.be
stedelijke.musea@ieper.be

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.