Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

Wat kan de Arabische Lente voor België betekenen?

De steun van Europa en de VS voor Moebarak, tot op de dag van zijn gedwongen ontslag, maakte voor de Egyptenaren duidelijk dat ze inzake democratie niet al te veel te leren hadden van het Westen. Dat schrijven de auteurs die verbonden zijn aan MENARG, Middle East and North Africa Research Group van de UGent.
zondag 18 september 2011

In zijn opiniestuk van dinsdag 13 september vraagt minister van Buitenlandse Zaken, Steven Vanackere (CD&V), zich af welke rol België nog kan spelen in het democratiseringsproces van de Arabische wereld. Zijn voornaamste bekommernis is dat "landen die uit een decennialange dictatuur ontwaken, niet klaar [zijn] voor de democratie, alle goede intenties ten spijt."

De samenleving is hen 'afgepakt' en moet opnieuw, met westerse steun, worden opgebouwd. Net nu we de Internationale Dag van de Democratie vierden, vragen we ons af hoe België en de westerse regeringen de Arabische Lente willen en kunnen ondersteunen en of de leraars der democratie niet beter zelf onderwezen worden.

Minister Vanackere wijst terecht op het feit dat de Arabische Lente een bewijs vormt van de universaliteit van mensenrechten. Dat dit universalisme inhoudt dat ‘onze’ rechtsstaat en vrijheden ook voor ‘hen’ geschikt zijn, is echter een ander paar mouwen. De strijd om democratie en sociale rechtvaardigheid in de Arabische wereld is immers een reactie op het universalisme van onderdrukking en uitbuiting in een geglobaliseerde wereld, waar de westerse regeringen met hun decennialange steun aan Arabische dictators toe bijdroegen.

Een paar maanden voor de Egyptische revolutie stelde de schrijver Alaa al-Aswany – bekend om zijn boek 'The Yacoubian Building' – dat het Westen liever een verlichte despoot op de troon had die trouw de geopolitieke en economische belangen diende, dan een waarachtig democratisch systeem.

Arabieren waren te dom, te religieus of te achterlijk voor de verheven westerse democratische waarden. De steun van Europa en de VS voor Moebarak, tot op de dag van zijn gedwongen ontslag, maakte voor de Egyptenaren duidelijk dat ze inzake democratie niet al te veel te leren hadden van het Westen.

Goed, gedane zaken nemen geen keer. Misschien hebben de westerse regeringen deze keer wel geleerd uit hun fouten. Welke inzichten kan België de Arabische wereld leveren voor de opbouw van een werkende democratie? De Belgische politiek wordt al tientallen maanden gegijzeld door een politieke elite die democratie met particratie verwart. Populisme en antipolitiek vieren hoogtij.

Ook de Europese Unie kan bezwaarlijk een lichtend voorbeeld van democratie worden genoemd. De EU creëert zonder inspraak van haar burgers allerhande nieuwe instellingen, zoals het Europees Stabiliteitsfonds, dat gigantische budgetten vrijmaakt om landen (lees: banken) te redden terwijl sociale voorzieningen gestaag worden afgebouwd.

In Griekenland, Spanje en Portugal komen burgers op straat om te protesteren tegen de aanhoudende ontmanteling van de welvaartstaat – die gepaard gaat met een collectivisering van de lasten en een privatisering van de winsten – worden hardhandig aangepakt, en hun democratische eisen genegeerd.

Terwijl ‘onze’ regeringen en markten ‘onze’ universele rechten (die niet alleen politiek, maar ook sociaaleconomisch zijn!) bedreigen en de capitulatie van onze eigen democratie zich ontvouwt, vechten miljoenen in de Arabische wereld om die rechten die hen zijn afgenomen terug te claimen.

Misschien zijn België en Europa niet zo goed geplaatst om 'hun' instituties in de Arabische wereld neer te poten, maar economische hulp kunnen die landen toch gebruiken? In een recent verschenen persbericht van ‘Counter Balance’ uiten 67 civiele organisaties uit 12 Arabische landen hun bezorgdheid over de nieuwe financiële hulpstromen die vanuit de VS en de EU aan de 'postrevolutionaire' landen in de Arabische wereld worden beloofd ter promotie van de democratische transitie.

Deze geldstromen – enkel onder voorwaarden van verregaande neoliberale maatregelen van economische liberalisering – zetten daarmee de eis van miljoenen betogers naar meer sociale en economische rechtvaardigheid op de helling. Kinda Mohamadieh, programmamanager van the Arab NGO Network for Development, merkt op dat de financiële hulp in de praktijk verbonden is met een neoliberaal programma van deregulering en privatisering.

Het volksprotest tegen dit neoliberaal beleid dat gedurende de laatste decennia de economische groei ten koste van de meerderheid van de Arabische bevolking realiseerde, vormde één van de hoofdoorzaken van de Arabische Lente. De revoluties draaien evenzeer rond socio-economische rechtvaardigheid als rond fundamentele vrijheden!

Ironisch genoeg willen nu het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank of de EU, de organisaties die grotendeels voor dit beleid verantwoordelijk waren in het verleden, van de Arabische revoluties gebruik maken om hun model – dat nochtans haar failliet heeft bewezen van Ierland over Tunesië naar Griekenland – opnieuw op te dringen.

In plaats van deze historische en politiek-economische reflectie over de perverse rol van de westerse regeringen in het bestendigen van autoritarisme en onderontwikkeling in de Arabische wereld, verengt minister Vanackere democratie tot “een mentaliteit, een houding, een cultuur”.

Maar wat waren de spontane massabetogingen, de volkscomités en het vreedzame verzet van de Tunesische, Egyptische, Jemenitische, Bahreinse en Syrische en Jordaanse burgers anders dan een waarachtige vorm van ongekunstelde democratie 'van onderuit' – een soort democratie waar wij hier best jaloers op mogen zijn.

We vragen ons dan ook af of België, Europa en de VS niet een pak bescheidener moeten zijn en voor zichzelf lessen kunnen trekken uit de Arabische Lente. Op de vraag welke steun het Westen aan het democratische protest in de Arabische wereld kan geven, antwoordt al-Aswany: “menselijke solidariteit, van onderuit.” En meer moet dat niet zijn!

Brecht De Smet, Pascal Debruyne, Sami Zemni, Omar Jabary-Salamanca, Koenraad Bogaert, Ruddy Doom, Annemie Vermaelen en Sigrid Vertommen

De auteurs zijn verbonden aan MENARG, Middle East and North Africa Research Group van de UGent. Dit opiniestuk verscheen eerder ook al in 'De Morgen'.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.