Bent u al steungever van DeWereldMorgen.be?

In september lanceerden we een noodcampagne omdat we dreigden dit jaar niet rond te komen. Jullie massale reacties waren hartverwarmend en moedigden ons aan om door te gaan. We haalden zo'n 22.000 euro op en kregen er heel wat steungevers bij die maandelijks aan ons storten.

Daarmee zijn we helaas niet definitief uit de rode cijfers. Eén derde van onze inkomsten komt van subsidies en die staan onder druk. Een ander derde komt van partnerorganisaties uit het brede middenveld, en bijna allemaal moeten ook zij besparen. Onze hoop is dus op onze lezers gevestigd. Maandelijks zijn dat 300.000 mensen en van hen stort 1% een bijdrage.

Wij hebben geen hartverscheurende beelden om onze campagne kracht bij te zetten. Onze belangrijkste kost is namelijk de loonkost. De wereldhonger kunnen we niet oplossen en ook de zeehondjes gaan we niet redden. Wel beloven we met jullie steun ons uiterste best te doen om maatschappelijk relevant nieuws te brengen vanuit een progressief, sociaal en ecologisch standpunt.

Onze maandelijkse loonkost bedraagt afgerond 22.000 euro (netto verdient een voltijdse kracht bij ons een bescheiden 1500 euro per maand). Help je mee om onze job te vrijwaren om zo DeWereldMorgen in de ether te houden?

Steun via paypal

Steun via homebanking

Geef een permanente opdracht ten gunste van DeWereldMorgen.be
op nummer BE20 5230 4277 5156 (BIC: TRIOBEBB)
met vermelding "steun DeWereldMorgen.be"

Giften vanaf 40€ per jaar zijn fiscaal aftrekbaar.

about
Toon menu

Vitol, verkoper van de Libische opstand

Op 28 augustus 2011 verscheen in 'The Sunday Times' dat de grootste oliehandelaar ('trader') ter wereld, Vitol, als brandstofleverancier op krediet een cruciale rol heeft gespeeld in de Libische opstand. Vitol verwacht natuurlijk dat de rekening, die oploopt tot honderden miljoenen dollars, na het vertrek van Khaddafi wordt betaald.
donderdag 1 september 2011


Een zelfde strategie geldt voor British Petroleum (BP) dat sinds 2007 over een exploratievergunning beschikt voor de Libische kust. Het gaat om een gebied dat even groot is als België.

Maar Vitol voert dus de Zwitserse vlag. Zwitserland dat iedereen als een neutraal land beschouwt. De grote olieverkopers worden echter beschermd door de Zwitserse façade en de Zwitserse fiscale voordelen.

De in Genève gevestigde groep Vitol werd in 1966 in Rotterdam opgericht. Vitol koopt en verkoopt allerlei soorten brandstoffen, maar toch vooral olie. Op die manier biedt Vitol actief steun aan de opstand in Libië. Begin april charterde Vitol het eerste schip om Libische olie in te laden in de buurt van de oostelijke havenstad Tobrouk, die toen al stevig in handen was van de rebellen.

Later bleek dat de verkoop van deze olie de opstandelingen 129 miljoen dollar had opgeleverd. Drie weken later voorzag Vitol de Libische opstandelingen van dieselbrandstof. De brandstof was op het eiland Malta gebunkerd in het tankschip Delos, dat eveneens door Vitol was gecharterd. Vitol probeert gewoon overal geld aan te verdienen.

In 2010 werd Vitol door Washington op de vingers getikt wegens het leveren van geraffineerde olie aan Iran ondanks het Amerikaans embargo tegen dat land. Dat heeft Vitol er niet van weerhouden in juli 2011 4 miljoen vaten van de strategische reserve van de Verenigde Staten op te kopen en tegelijkertijd de handel met Iran te hervatten.

De groep Vitol is ontoegankelijk en gesloten, zoals vaak het geval is met verkopers ('traders'), en is in handen van een beperkt aantal eigenaars. De groep maakt officieel geen omzetcijfers bekend. Maar volgens het persagentschap Reuters bedroegen de inkomsten van Vitol in 2009 143 miljard dollar (99 miljard euro). Vitols invloed overtreft evenwel elke verbeelding.

In het begin van 2010 bezat Vitol 25 procent van de per schip getransporteerde olie op alle wereldzeeën. Maar het toppunt speelde zich af in 2008, op het moment dat de prijs per vat ruwe olie enorm snel steeg.

Op 6 juni 2008 had Vitol een totaal van 57,7 miljoen vaten olie opgekocht. Volgens een waarnemer is dit drie maal het dagelijks olieverbruik van de Verenigde Staten. Deze trader-speculant kan dus letterlijk grote delen van de wereldeconomie gijzelen.

Raf Custers

Raf Custers is journalist en onderzoeker 'extractive industries' bij Gresea.

Dit stukje verscheen op 30 augustus 2011 in het Frans als 'Newsflash nr.91' op de website van Gresea.

(vertaling uit het Frans: Lene Cools)

reageer

Eén reactie

  • door dan op donderdag 1 september 2011

    Dat is het motto van vrijwel alle landen ter wereld geworden en per definitie ook van commerciële bedrijven. Als je nu zoals Vitol de grootste metaal en olie broker van de wereld bent (vóór Glencore en Trafigura) dan verkoop je aan iedereen.... Zo ook fuel aan Syrië of de eerste Libysche rebellen olie aan China... http://af.reuters.com/article/commoditiesNews/idAFLDE7361J020110407?sp=true Daar hoeft je geen complottheorie rond te zoeken, tijdens het conflict kon je zien dat de rebellen petroleum kregen uit een 10-tal hoeken, Rusland inbegrepen...

Lees alle reacties