Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Noam Chomsky: 'Academische vrijheid in levensgevaar door agressie van de grote bedrijven'

Volgens Noam Chomsky is het eeuwenoude ideaal van de vrije universiteit en het vrije onderzoek in gevaar. De VS en Groot-Brittannië zijn voorlopers in de uitverkoop van hun universiteiten. Zal de rest van de wereld zomaar volgen?
woensdag 10 augustus 2011

Dit is een gedeeltelijke vertaling van een recente speech van Noam Chomsky aan de Universiteit van Toronto in Scarborough over het razendsnelle privatiseringsproces van het openbaar hoger onderwijs in de Verenigde Staten. De speech dateert al van 6 april 2011 maar werd net door de Universiteit op zijn website gezet. Opmerkingen tussen haakjes zijn toelichtingen van de vertaler.

Scholen en universiteiten omvormen tot fabrieken waar consumptiegoederen worden geproduceerd voor de arbeidsmarkt, door ze te privatiseren en hun budgetten in te krimpen – is dat de toekomst die we willen?

Enkele maanden terug was ik in Mexico voor een aantal lezingen aan de Nationale Universiteit van Mexico UNAM. Dat is nogal een indrukwekkende universiteit – honderden, duizenden studenten, degelijke en geëngageerde studenten, uitstekende faculteiten. Het is gratis. De stad Mexico City, eigenlijk de regering, probeerde er tien jaar geleden een kleine inschrijvingssom in te voeren, maar er kwam een nationale studentenstaking en de regering trok zich terug. Er is zelfs een administratief gebouw op de campus dat nog altijd wordt bezet en dat gebruikt wordt als centrum voor activisme in de hele stad. In de stad is er ook nog een andere universiteit, die niet alleen gratis is maar ook onbeperkte inschrijvingen heeft. Er worden zelfs beurzen gegeven voor wie dat nodig heeft. Ik was door ook. Indrukwekkend niveau, de studenten, de academici en zo. Dat is Mexico, een arm land.

Korte tijd later was ik in Californië, misschien wel de rijkste plaats ter wereld. Ik was daar ook voor lezingen aan de universiteiten. De belangrijkste universiteiten in Californië – Berkeley en UCLA – zijn in feite al topklasse privé-universiteiten met enorme inschrijvingsgelden, tienduizenden dollars, grote privédonors. De algemene verwachting is dat ze binnenkort echt gaan geprivatiseerd worden net als de rest van het onderwijssysteem, dat toch een zeer goed systeem was – een van de beste openbare in de wereld – dat gaat dus waarschijnlijk herleid worden tot technische opleidingen of iets in die aard.

Privatisering  betekent natuurlijk privatisering voor de rijken en een lager niveau van onderwijs, meestal technische opleidingen, voor de rest. Dat gebeurt nu in heel het land. Vanaf volgend jaar gaat het onderwijs in Californië, dat toch een heel goed systeem was, meer inkomsten halen uit inschrijvingsgelden dan het van de staat krijgt. Ook in de rest van het land zijn de inschrijvingsgelden nu goed voor de helft van de universitaire budgetten. Binnenkort gaan alleen de openbare scholen – je weet wel, het laagste niveau van het hele systeem – nog gefinancierd worden door de staten. En zij worden ook aangevallen. Analisten zijn het er over eens, ik citeer: “Het tijdperk van betaalbare vierjaarsopleidingen aan zwaar door de overheid gesubsidieerde openbare universiteiten zou wel eens voorbij kunnen zijn.”

Dit is nu net een belangrijke manier om indoctrinatie van de jongeren te organiseren. Mensen die tot over hun nek in de schulden zitten, hebben weinig opties. Dat geldt trouwens voor sociale controle in het algemeen. Dat gaat ook zo in de internationale politiek – diegenen onder jullie die het IMF en de Wereldbank bestuderen, weten dat goed. Zoals het voorbeeld van Mexico en Californië aantoont zijn de redenen voor de bewuste vernietiging van het beste onderwijssysteem in de wereld niet economisch. De economist Doug Henwood wijst er op dat het zeer gemakkelijk zou zijn om hoger onderwijs volledig gratis te maken. In de VS is dat maar goed voor 2 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Het aandeel van ongeveer 1 procent van het BBP is gelijk aan een derde van het inkomen van de 10.000 rijkste gezinnen. Dat is hetzelfde als drie maanden uitgaven van het Pentagon.

Dat is minder dan vier maand van de administratieve verspillingen van de geprivatiseerde gezondheidszorg, wat een internationaal schandaal is. Die uitgaven zijn het dubbel van de per capita kosten in vergelijkbare landen en qua resultaten is het een van de slechtste. Het is in feite de basis van dit fameuze deficit. Als de VS hetzelfde systeem voor gezondheidszorg zou hebben als andere geïndustrialiseerde landen, dan zou er niet alleen geen deficit zijn, er zou zelfs een overschot zijn. Henwood wijst er echter op dat het suïcidaal krankzinnig zou zijn om die feiten in een electorale campagne te gebruiken. Daar heeft hij gelijk in. In een democratie waar de verkiezingen in essentie gekocht worden door concentraties van privé-kapitaal heeft het geen enkel belang wat het publiek wil. Het publiek is er in feite al jaren voorstander van maar dat is irrelevant in een 'degelijk beheerde' democratie.

We doen er goed aan ons te herinneren dat de grote groei van de economie van de VS zich voordeed in de periode na de Tweede Wereldoorlog, wat door economisten het Gouden Tijdperk wordt genoemd. Die groei werd vooral geleverd door betaalbaar openbaar onderwijs en door onderzoek aan de universiteiten. Bij dat betaalbaar openbaar onderwijs hoorde de GI Bill - die gratis onderwijs voorzag voor oorlogsveteranen – en bedenk dat het land toen veel armer was dan nu. Zelfs aan de privé-universiteiten was het inschrijvingsgeld zeer laag. Weet je, ik ging zelf naar zo een topklasse privé-universiteit, dat kostte honderd dollar per jaar, honderd dollar (van toen) is nu meer maar in ieder geval geen dertig- of veertigduizend.

Wat met universitair onderzoek? Wel, zoals ik al zei, daaruit komt de kern van de moderne hoogtechnologische economie zoals computers, het internet – in feite de hele informaticarevolutie – en nog veel meer. De ontmanteling van dit systeem sinds de jaren ’70 is één van de vele bewegingen naar een scherp in twee klassen verdeelde maatschappij, een zeer nauwe concentratie van welvaart en stagnatie voor al de rest. Dat heeft ook onmiddellijke economische gevolgen. Neem bijvoorbeeld Californië. Wat ze daar nu doen met het openbaar onderwijs gaat de economie ondermijnen die gebaseerd is op geschoolde werkkrachten en creatieve vernieuwing, Silicon Valley en zo.

Naast de enorme menselijke kost die het verhinderen van degelijke kansen op onderwijs voor de meeste mensen met zich meebrengt, gaan deze beleidskeuzes de competitieve capaciteit van de VS ondermijnen. Dat is zeer schadelijk voor het merendeel van de bevolking maar is niet belangrijk voor het piepkleine percent van geconcentreerde macht en welvaart. De laatste jaren zijn we in een nieuwe fase van het staatskapitalisme waarin de toekomst er nog nauwelijks toe doet. Winst komt nu meer en meer van financiële manipulaties. Het beleid van de bedrijven is gericht op kortetermijnwinsten en dat vermindert de trouw aan het bedrijf over een langere periode. We gaan het daar morgen nog over hebben maar laat me nu over de gevolgen praten die dit heeft voor het onderwijs want die zijn aanzienlijk.

Laat ons veronderstellen dat, zoals dat trouwens nu meer en meer gebeurt in de VS, de universiteiten niet meer worden gefinancierd door de staat, dus door de maatschappij in het algemeen. Hoe gaan de universiteiten dan overleven? Universiteiten zijn parasitaire instellingen (gelach in de zaal), ze produceren geen consumptieartikelen. Misschien komt dat er nog van. De kwestie van de financiering roept heel wat verontrustende vragen op die niet zouden worden gesteld als onafhankelijk denken en onderzoek zouden beschouwd worden als een openbaar goed. Dat is het traditionele ideaal van de universiteiten, hoewel er nu grote inspanningen worden gedaan om dat te veranderen.

Neem nu Groot-Brittannië. Volgens de Britse pers werd de Arts and Humanities Research Council (de Raad voor de Kunsten en de Humane Wetenschappen) bevolen om een belangrijk deel van zijn onderzoeksfondsen te besteden aan de visie van de Eerste Minister voor het land – zijn zogenaamde ‘Big Society’. In de praktijk betekent dat enorme bedrijfswinsten en de rest kan zijn plan trekken. De regering stelde een tekst op die ze een clarificatie van het fameuze Haldane Principe noemt. Dit is het eeuwenoude principe dat inmenging van de regering in academisch onderzoek verbiedt.

Als dit er door komt, wat ik toch moeilijk kan geloven, maar als het er door komt, dan zal de hand van Big Brother zeer zwaar gaan wegen op de kunsten en de humane wetenschappen wanneer de bazen van de mensheid de raad volgen van het Pell Memorandum (dit is een voorbereidende tekst voor het Congres dat overweegt het Pell Grant project af te schaffen, dat studiebeurzen voor de minder begoeden financiert). Dat zou uiteraard gebeuren op een toon die academische vrijheid verdedigt op een manier die de goedkeuring zou wegdragen van de mensen aan de top, zij die je niet met naam hoort te noemen, zoals mijn grootvader dat zei. Het Groot-Brittannië van Cameron wil een leidende rol spelen in die aanslag op het openbaar onderwijs. De rest van de Westerse wereld volgt niet ver daar achter. Op sommige vlakken is de VS hen al voor.

Meer in het algemeen zal in een door de bedrijven beheerde cultuur wel lippendienst bewezen worden aan de onafhankelijkheid van het denken maar andere waarden staan toch hoger op de lijst. Het is geen klein bier om nu nog authentieke institutionele vrijheid te verdedigen. Maar toch is dat helemaal niet hopeloos. Ik zal jullie het voorbeeld geven dat ik best ken, dat van mijn eigen universiteit (het MIT in Boston). Het is een opvallend geval wegens de aard van zijn financiering. Technisch gezien is het een privé-universiteit, maar het heeft enorme staatssubsidies, voor het merendeel zelfs, vooral sinds de Tweede Wereldoorlog.

Toen ik lid werd van de faculteit 55 jaar geleden waren daar militaire labo’s. Sindsdien zijn die serieus ingeperkt. Ook de academische programma’s werden in die tijd, in de jaren ’50, bijna volledig gefinancierd door het Pentagon. Onder druk van de studenten in de periode van de ‘troubles' van de jaren ’60 (de studentenstakingen tegen de oorlog in Vietnam waren zo massaal dat de presidenten Johnson en Nixon de National Guard inzetten om de campussen te ontzetten) werd hier tegen geprotesteerd en riep men op dit te onderzoeken. In 1969 werd een faculteitscommissie opgericht om de zaak te onderzoeken. Dank zij de druk van de studenten kon ik daar lid van worden.

Die commissie was interessant. Ze kwam immers tot de conclusie dat ondanks die bron van financiering van zowat het hele academische programma, het Pentagon, er geen militair onderzoek werd gedaan op de campus, behalve dan in de zin dat zowat alles wat er werd gedaan ook wel een of andere militaire toepassing kon hebben. Daar was één uitzondering op, het departement Politieke Wetenschappen was nauw betrokken bij de oorlog in Vietnam onder het mom van vredesonderzoek. Sinds die tijd is de financiering door het Pentagon geleidelijk aan verminderd en is financiering door overheidsinstellingen, die met gezondheidszorg te maken hebben, toegenomen – het National Institute of Health en zo. Daar is een reden voor. Dat is een weerspiegeling van de veranderingen in de economie.

In de jaren ’50 en ’60 was elektronica de speerpunt van de economie. Het Pentagon was een natuurlijke manier om geld te stelen van de belastingbetalers. Men maakte hen wijs dat ze tegen de Russen werden beschermd of zo en alles werd afgeleid naar eventuele bedrijfswinsten. Dat werd heel efficiënt gedaan. Computers, het internet, de informaticarevolutie. In feite komt het grootste deel van de economie hier van.

De laatste jaren is de economie meer gericht op biologisch onderzoek. De financiering van de overheid is dus aan het veranderen. Als je vijftig jaar geleden op MIT rondkeek, vond je overal op de faculteit kleine beginnende elektronicabedrijfjes. Die dreven op geld van het Pentagon voor hun onderzoek en als ze succes hadden, werden ze dan opgekocht door grote bedrijven. Zij die onder jullie iets afweten van de hightech economie kennen dat als de fameuze Route 128 (de ringweg rond Boston die in de jaren ’60 nog buiten de stad lag en waar veel van die bedrijfjes goedkope terreinen kregen). Dat was 50 jaar geleden. Als je nu rond de campus wandelt, zie je starterbedrijven rond biologisch onderzoek. Hetzelfde proces. Genetisch onderzoek, biotechnologie, farmaceutica en de grote buildings van Novartis en zo. (Novartis is de samensmelting van Sandoz en Ciba-Geigy).

Zo werkt dus in feite de zogezegde economie van het vrije initiatief. Er is ook een verschuiving naar meer kortetermijn toepassingen. Het Pentagon en het National Institute of Health zijn bezorgd over de langetermijn vooruitzichten van deze geavanceerde economie. In tegenstelling tot een klassieke onderneming zoekt ze naar iets dat ze zelf kan gebruiken, liefst morgen al. Ik weet van geen degelijke studie hierover maar het lijkt me nogal duidelijk dat de verschuiving naar financiering door de bedrijven zal leiden naar meer onderzoek voor kortetermijn toepassingen en minder naar ontdekking van dingen die interessant zouden kunnen zijn in de toekomst.

Een ander gevolg van privéfinanciering is meer geheimhouding. Dit zal heel wat mensen verrassen maar tijdens de periode van financiering door het Pentagon was er géén geheimhouding. Er was helemaal geen bewaking op de campus. Misschien weten jullie dat nog? Je wandelde een labo dat door het Pentagon was gefinancierd zo binnen, geen badges die je ergens moest in steken of zo. Geen geheimen, het was helemaal open. Vandaag is het allemaal geheimdoenerij. Een bedrijf kan geen geheimhouding afdwingen maar het kan je wel duidelijk maken dat je geen nieuw arbeidscontract gaat krijgen als je lekt naar anderen. Dit is al gebeurd. Het heeft zelfs tot een paar schandalen geleid, sommige waren groot genoeg om op de frontpagina’s van de Wall Street Journal te verschijnen.

Financiering van buitenaf heeft ook nog andere effecten op de universiteit, tenzij die zonder voorwaarden wordt gegeven. Dat was inderdaad in grote mate zo toen het Pentagon en andere nationale instellingen de budgetten betaalden. Maar zelf als je je aan die principes van onafhankelijk onderzoek houdt, heeft dat effecten. Veronderstel dat zo een of andere onderwijs- of onderzoeksfaculteit wordt opgericht. Dat verschuift automatisch het evenwicht van de academische activiteit en kan de onafhankelijkheid en de integriteit van de instelling bedreigen. In het geval van financiering door bedrijven is dat nog veel erger.

Overname door de bedrijven heeft ook een andere belangrijke invloed. Bedrijfsmanagers hebben een plicht. Ze moeten focussen op winst en streven er dus naar om zoveel als maar mogelijk dingen in consumptieartikels om te zetten. Dat is niet omdat ze slechteriken zijn, het is hun taak. Volgens de wet in Amerika en in Groot-Brittannië zijn ze daar toe verplicht. Over deze aangelegenheid valt heel wat meer te zeggen maar één element daarvan belangt ook de universiteiten aan.

Een specifiek gevolg is de focus op wat men efficiëntie noemt. Dat is een interessant concept.  Daar zit een cruciale ideologische dimensie achter. Als een bedrijf de kosten drukt door het personeel te verminderen, dan wordt het volgens de klassieke criteria meer efficiënt met lagere kosten. Dat betekent echter een verschuiving van de kosten naar het publiek, een bekend fenomeen dat we de hele tijd zien. Kosten voor de gemeenschap worden immers niet verrekend en ze zijn kolossaal. Dit is een keuze die niet op economische theorie is gebaseerd. Ze is gebaseerd op een ideologische beslissing die wordt toegepast op het ‘businessmodel’ – zoals ze dat noemen – van de universiteiten. Door de klassen te vergroten of door goedkope tijdelijke krachten te gebruiken, bijvoorbeeld studenten in plaats van voltijds faculteitspersoneel. Dat ziet er mooi uit op een universiteitsbudget maar daar zijn serieuze kosten aan. Die worden getransfereerd en niet opgenomen in de berekeningen. Ze worden overgezet naar de studenten en naar de maatschappij doordat de kwaliteit van het onderwijs en van opvoeding in het algemeen naar omlaag gaat.

Bovendien is er geen methode voorhanden om de menselijke en sociale kosten te meten van de omzetting van scholen en universiteiten naar faciliteiten die consumptiegoederen voor de arbeidsmarkt produceren waarbij het traditionele ideaal van de universiteiten verlaten wordt. Dat ideaal had in de praktijk zeker zijn tekortkomingen maar in de mate dat het werd verwezenlijkt, was het een goede maatstaf voor het niveau van onze beschaving.

Dit idee wordt nu openlijk bedreigd door de beleidsarchitecten van het complex van staat en bedrijfswereld, een directe aanval op het principe van vrij onderzoek. Dit is een extreem geval. Zo extreem dat ik veronderstel dat het teruggeslagen kan worden. Er zijn minder frappante voorbeelden. Vele universiteiten zijn gewoon inherent afhankelijk van financiering van buitenaf, van de overheid of van de privésector.  Dit zijn twee bronnen van financiering die nog moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn gezien de controle van de privésector over de staat.

Wat is dus de juiste reactie tegen deze financiering die het ideaal van de vrije universiteit bedreigt?  Wel, één keuze is om financiering gewoon te verwerpen, in dat geval gaat de universiteit er gewoon aan. Het is immers een parasitaire instelling. Een andere keuze is om het als een deel van het leven te zien dat als ik op mijn werk ben langs de Lockheed Martin Lecture Hall moet gaan (fabrikant van militaire vliegtuigen). Wanneer ik vanuit mijn bureau naar buiten kijk, zie ik de Koch-building, genoemd naar de multimiljardairs die de voornaamste financiers van de Tea Party zijn en de voornaamste drijvende kracht achter de campagnes om de resten van de arbeidersbeweging uit te roeien en een soort bedrijfstirannie in te voeren.

Als deze financiering van buitenaf poogt onderwijs, onderzoek en andere activiteiten te beïnvloeden, dan is dat een sterk argument om zich daar gewoon tegen te verzetten en dit keihard te weigeren, wat dat ook mogen kosten. We kunnen ons beter goed inprenten dat dergelijke beïnvloeding anders onvermijdelijk wordt.

Noam Chomsky

(vertaling Lode Vanoost)

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

4 reacties

  • door velorutionair op woensdag 10 augustus 2011

    Scherp deel ook hierover in "mislukte staten" in het hoofdstuk over de democratie in eigen land.

  • door Gaetan Carlier op woensdag 10 augustus 2011

    Inderdaad zo dat het niveau van de universiteiten, het onderwijs, maar eigenlijk van onze kennis in het algemeen daalt, omdat economische motieven de academische vrijheid ondermijnen. Ik denk dat inderdaad een heel belangrijk stuk van het verhaal is, maar er ontbreken stukken.

    De academische vrijheid wordt eveneens zwaar ondergraven door onze instrumentele benadering van kennis: kennis om een job te vinden, kennis om een aantal vaardigheden onder de knie te krijgen, kennis om sociaal vaardiger te worden, ..... telkens staat kennis (maar ook kunst en cultuur) ten dienste van een ander doel. Kennis omwille van de kennis is er niet meer bij en op lange termijn denk ik dat dit een bom is voor het idee van academsiche vrijheid. Daarenboven komt er bij dat er ook iets aan de hand is met de manier hoe we kennis opvatten. Het zoeken naar waarheid en kennis is niet meer zo absoluut als pakweg 60 of 70 jaar geleden. Het verlichtingsideaal van het zoeken naar een algemene waarheid is vervlogen, zelfs verdacht geworden. De invloed van het postmodernisme zorgt ervoor dat verschillende waarheden en kennisidealen naast elkaar kunnen bestaan. In Amerika en UK, maar ook in Nederland en België is men stelselmatig bezig met ervaringsgerichte pedagogiën te implementeren op universitair niveau. Kennis opgedaan door levenservaring wordt zo op dezelfde sokkel geplaatst als kennis opgedaan door gerichte en intese studie. Ook de pedagogie van de vaardigheden fixeert zich op kennis ten dienste van "hoe iets te moeten doen" in plaats van kennis als abstract ideeënstelsel.

    Op deze manier wordt kennis uiteraard gedevalueerd tot een relatief en instrumenteel iets ten dienste van een economische macht. Een bom onder academische vrijheid.

    • door Le grand guignol op woensdag 10 augustus 2011

      De nadruk op instrumentele kennis betekent m.i. - inderdaad - een bom onder de academische vrijheid, maar daarenboven ook onder educatie en pedagogie an sich. De huidige focus op competenties, die in wezen enkel tot uiting (kunnen) komen in uiterlijk waarneembaar gedrag, zorgt ervoor dat kennis herleid wordt tot iets wat men naar (praktische) handelingen kan vertalen. Hierdoor loopt men het risico dat ethische aspecten alsook (algemene) kritische reflectie alsmaar minder aandacht krijgen, terwijl een kritische attitude en ethische bewustwording naar mijn mening de basis vormen voor een degelijke (academische) ontwikkeling. Daarnaast spruit het opstellen en scoren van een persoonlijke competentie-matrix geenszins voort uit pedagogische dan wel uit economische motieven, waarbij competenties vertaald worden naar marktwaarde en inzetbaarheid. Het vormt met andere woorden een middel om individuen, i.e. een (amorf) geheel van competenties, tegenover elkaar te beoordelen en/of te laten concurreren. Vorming wordt op die manier een zuiver individuele verantwoordelijkheid, waarbij het individu zijn/haar humaan kapitaal dient te investeren in een ontwikkelingsproces dat een financieel-economische logica van kapitaalsaccumulatie volgt. Uiteindelijk moet dat aanleiding geven tot een soort van 'competentiemarkt' waar werkgevers naar believen kunnen selecteren uit verschillende individuen met hun respectievelijke competenties. Personen worden gestimuleerd om zich te profileren als een 'sterk merk', i.e. een (consumptie)product. Vandaar mogelijk de toespeling die Chomsky maakt op het gegeven dat universiteiten in de toekomst mogelijkerwijs producten, i.e. "consumptieartikelen", zullen afleveren.

      • door Lode Vanoost op donderdag 11 augustus 2011

        Ik heb gekozen voor de vertaling 'consumptieproducten' omdat dat het best samenvat wat hij bedoelt met 'commodities', ik had ook 'goederen' of 'commerciële producten' kunnen zeggen, maar 'consumptieproducten' komt toch dichter bij het origineel. Chomsky bedoelt dus ook dat studenten zichzelf onder druk van de privatisering tot een verkoopbare commodity moeten omvormen.

      Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties