about
Toon menu

Daar is Di Rupo - met volledige tekst

Het is eindelijk zover. Elio Di Rupo, formateur sinds half mei, is klaar met zijn voorstellen om een federale regering te vormen. Zijn tekst telt wel 100 pagina's, dus dat is even lezen geblazen voor de negen partijen alvorens ze ernstig kunnen reageren. En dat geldt ook voor tal van organisaties uit de samenleving. Vooral bij de vakbonden zal er met argusogen worden gelezen.
maandag 4 juli 2011
Di Rupo

Eerst naar de koning, zo hoort het officieel voor een formateur in dit land. Di Rupo trok deze middag naar het paleis met zijn voorstellen over een staatshervorming en over het te voeren sociaaleconomisch beleid. Anderhalf uur duurde de bespreking.

Op naar de echte besluitvorming, zoals het hoort in een democratie. Diverse politieke partijen, negen in totaal, krijgen de voorstellen. Het gaat om de Vlaamse partijen N-VA, CD&V, Open VLD, SP.A en Groen!, en om de Franstalige partijen PS, MR, CdH en Ecolo.

Om 17.00 uur krijgen ook alle burgers te horen waarover het gaat. Formateur Elio Di Rupo stelt uitvoerig, gedurende een uur en een kwartier, zijn werkstuk voor op een persconferentie.

En dan de essentie, de inhoud

Wat zijn de voorstellen? U vindt hieronder alvast het volledige document - in PDF - en kan dus beginnen aan de job van elke burger om zich te informeren over het reilen en zeilen van zijn of haar land. Veel leesplezier.

Er moeten 250.000 jobs gecreëerd worden tegen 2015

Elio Di Rupo presenteert zich met de ambitie van wat hij "een toekomstproject voor de hele bevolking" noemt: "Er moeten 250.000 jobs gecreëerd worden tegen 2015. Ons land moet gemoderniseerd worden door middel van een gemeenschappelijk project, dat in staat is om Vlamingen, Brusselaars, Walen en Duitstaligen duurzaam te verzoenen, en tegelijkertijd de belangen van éénieder te respecteren."

Een systemische hervorming op 5 terreinen

Om die uitdaging aan te gaan, wil de formateur een systemische hervorming doorvoeren op vijf terreinen. Zijn notitie bevat letterlijk volgend overzicht:

1. Een staatshervorming met een overdracht van bevoegdheden van de federale staat naar Gewesten en Gemeenschappen van om en bij de 17,3 miljard euro;
2. Een fiscale autonomie voor de Gewesten van ongeveer 10 miljard euro, bovenop de gewestelijke belastingen waarover ze al beschikken;
3. Een hervorming van de bijzondere financieringswet voor meer autonomie, doeltreffendheid en responsabilisering van Gewesten en Gemeenschappen ;
4. Een strenge sanering van de overheidsfinanciën van om en bij 22 miljard euro voor het geheel van de overheidsdiensten tegen 2015, zodat er een gezonde financiële basis kan teruggevonden worden en beantwoord kan worden aan de eisen van de Europese Unie;
5. Sociale en economische hervormingen om een antwoord te bieden aan de uitdagingen van de toekomst, waaronder de vergrijzing van de bevolking.

We proberen voor u een samenvatting te serveren van het belangrijkste uit die voorstellen.

Het gat in de overheidsuitgaven dichten

Tijd nu om met Di Rupo wat in te zoomen op die terreinen. Hij concentreert zich eerst op de sanering van de overheidsfinanciën, en meer bepaald op de verdeling van de gewenste budgettaire inspanning van 17,5 miljard euro. Daarbij pleit hij voor een evenwichtige inspanning tussen uitgaven en inkomsten.

De voorgestelde dalingen van de uitgaven zijn goed voor 37 procent van de inspanning. Opvallend is de vermindering met meer dan de helft van de toegestane groei van de gezondheidsuitgaven, van 4,5 procent tot 2 procent. Het financieel evenwicht van de sociale zekerheid wordt gegarandeerd door de staat. Verder is er een bevriezing van tal van overheidsuitgaven en –dotaties. De groei in de kredieten voor ontwikkelingssamenwerking wordt tijdelijk beperkt tot de inflatie.

Daarnaast mikt hij voor 27 procent op een verhoging van de inkomsten om het gat dicht te krijgen. Die zouden moeten komen van een betere bijdrage door wie kapitaalkrachtig is, met o.a. een roerende voorheffing van 25 procent op dividenden en een tijdelijke crisisbijdrage van ongeveer 0,5 procent op grote fortuinen van meer dan 1,25 miljoen euro. Het woonhuis en het vermogen dat bestemd is voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit wordt niet meegeteld.
Het stelsel van notionele intresten moet volgens Di Rupo veranderen om misbruiken te voorkomen. En er komt een belasting op vliegtuigtickets in eerste klas en in business.

Vervolgens zijn er ‘diverse maatregelen’, goed voor 30 procent van de inspanning. Een kleine greep daaruit.
Voorop, het klinkt bekend, nog maar eens de versterking van de strijd tegen fiscale en sociale fraude. (Ten zeerste gewenst, al tientallen jaren een ‘must’ in regeringsverklaringen, maar een uitvoering die al even lang te wensen over laat.)
Wat de banken betreft, zouden degene met risicovollere activiteiten meer moeten bijdragen. (Dat is logisch, maar tot nu was het omgekeerde het geval.)
De heffing op de nucleaire rente wordt verhoogd om daarmee geld te hebben voor hernieuwbare energie en voor energiebesparingen.

Politieke vernieuwing en een zesde staatshervorming

Di Rupo wil blijkbaar ook iets doen aan het geschonden vertrouwen in politici. Daarvoor moeten de beleidsprioriteiten beter worden opgevolgd en de regels inzake politieke ethiek versterkt. Concreter nog zijn de voorstellen om de bezoldiging van ministers met vijf procent te verminderen, allerlei dotaties te bevriezen, het aantal federale parlementsleden met vijftien procent te verminderen, de senaat te hervormen, een legislatuurparlement te maken en ook een federale kieskring met tien verkozenen.

Brussel-Halle-Vilvoorde dan, waarmee het allemaal ooit begon. Daarover zegt Di Rupo tijdens zijn persconferentie:

“Zonder oplossing voor BHV gaat het niet, dus stel ik een duurzame oplossing voor inzake BHV en Brussel. De kieskring BHV wordt gesplitst. Parallel daarmee komt er een consolidatie van de rechten van de Franstaligen in de rand en een verbetering van de financiële situatie van het Brussels gewest. Er komen drie kieskringen - Brussel-hoofdstad, Vlaams-Brabant en Waals-Brabant – en de zes faciliteitengemeenten worden samengebracht in één kanton met als hoofdstad Sint-Genesius-Rode. De inwoners kunnen kiezen voor een lijst in Vlaams-Brabant of een lijst in Brussel-Hoofdstad.”

En zo staat het ook in zijn document.

Voor Brussel en zijn hinterland komt er een grootstedelijke gemeenschap. Op de agenda staat ook een vereenvoudiging van het bestuur in Brussel en de tweetaligheid wordt bevorderd, met een dienstverlening op alle niveaus in beide talen.

Groot aantal bevoegdheden overgeheveld naar de deelstaten: werkgelegenheid, gezondheidszorg, kinderbijslag,…

Di Rupo benadrukt dat die overheveling zal gebeuren zonder aan de kern van de sociale zekerheid te raken: die blijft voor hem op het federale niveau.

De nieuwe bevoegdheden voor de deelstaten zouden, aldus Di Rupo, goed zijn voor 17,3 miljard euro. Dit zijn de grootste brokken daarvan: werkgelegenheid, gezondheidszorg en kinderbijslag.

Inzake werkgelegenheid zou het gaan om een overheveling van bevoegdheden voor 4.4 miljard euro, onder andere de controle op de beschikbaarheid en het activeren van werkzoekenden. Elk gewest moet een autonoom arbeidsmarktbeleid kunnen voeren.

Er gaat voor 4,9 miljard euro homogene bevoegdheden naar de Gemeenschappen met betrekking tot efficiëntere gezondheidszorg en hulp aan personen.

De kinderbijslag wordt in het voorstel volledig gecommunautariseerd voor een totaalbedrag van 5,8 miljard euro. De Gemeenschappen worden de motor van het gezinsbeleid.

Di Rupo wijst erop dat de budgetten van de deelstaten stijgen van 46 tot 64 miljard euro, dit is een stijging met bijna 40 procent. En hij betitelt de responsabilisering van de deelstaten als de rode draad doorheen de staatshervorming.

Hervorming van de bijzondere financieringswet en fiscale autonomie voor de gewesten

Meer dan 10 miljard euro uit de personenbelasting zal onder de bevoegdheid van de gewesten vallen. Dat is bijna 30 procent van de netto fiscale inkomsten van de staat. En, zo voegt Di Rupo daaraan toe, dit brengt geen enkele nieuwe fiscale druk mee voor de burger.

De eigen inkomsten van de gewesten bedragen nu 8,8 miljard euro en zullen dus stijgen tot 18,8 miljard euro, dat is een verhoging met 113 procent.

De werkelijke fiscale autonomie van de Gewesten zal daarmee verviervoudigen, namelijk van 2,6 miljard naar meer dan 10 miljard euro.

Het mechanisme is dat van de bijkomende opcentiemen. De parlementen van de gewesten zullen de hoogte van de aanvullende belastingen stemmen, volledig vrij voorzover ze de progressiviteit van de belasting respecteren.

Er komen responsabiliseringsmechanismen voor het beleid inzake werk, gezondheidszorg, pensioenen van de ambtenaren van de deelstaten en inzake het klimaat.

Voor Brussel is er een bijkomende financiering van 461 miljoen euro, dat is 0,1 procent van ons BNP merkt Di Rupo daarbij op.

Sociaaleconomische hervormingen

Essentieel volgens de formateur zijn de creatie van werk, maatregelen om het evenwicht in de sociale zekerheid te garanderen en om de pensioenen van iedereen te kunnen betalen.

In 2020 zou dit land een werkzaamheidsgraad van 73,2 procent moeten halen, dat is een enorme uitdaging. Er zouden maar liefst 250.000 bijkomende banen moeten worden gecreëerd tegen 2015. De sociale partners zullen daar sterk bij worden betrokken want, aldus de formateur, dit vereist dat we de arbeidsmarkt structureel hervormen.

De federale regering gaat in dit verband voor een interfederaal en interprofessioneel overleg over twee cruciale thema’s:
* hoe het best tegen 2015 die 250.000 jobs creëren?
* hoe kunnen we slagen in de overgang of transitie naar een nieuw duurzaam groeimodel?

Om werk aantrekkelijker te maken, komt er een verlaging van de arbeidskosten voor de lage en middelgrote inkomens. Het accent van de steun valt op de KMO’s, want “die zijn cruciaal voor onze economie.”

Hervorming van het werkloosheidsstelsel

De formateur wil, in zijn woorden, “de werkloosheid hervormen om de werklozen te helpen veel vlugger werk te vinden.”

Wat zou dit dan concreet betekenen? Jongeren die nog niet hebben bijgedragen aan de sociale zekerheid, hebben maar recht op werkloosheidsuitkering indien ze kunnen aantonen actief op zoek te zijn naar werk.

De degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen zal toenemen.
Drie onderscheiden periodes worden voorzien.
Er is in het voorstel een verhoging met 16,7 procent van de werkloosheidsuitkeringen voorzien in de eerste vier maanden van de eerste periode na het werkloos worden, van maximaal één jaar.
Ten tweede, een vermindering van de tweede periode met een derde. Ze duurt maximaal drie jaar, met uitzondering van enkele categorieën.
In de derde periode wordt de uitkering begrensd tot een forfaitair maximum afhankelijk van de gezinssituatie.

Voorzien is ook in de uitwerking van een snellere procedure om de beschikbaarheid van de werkloze te controleren, en in de evaluatie van de maatregelen om het brugpensioen te ontmoedigen, in overleg met sociale partners. Er zou ook een verhoging komen van de bijdrage vanwege de ondernemingen voor brugpensioen.

Ondersteun de koopkracht van de bevolking

De koopkracht van de bevolking dan. Die interne consumptie was onze kracht om de crisis te trotseren, stelt Di Rupo vast (hij niet alleen overigens).

Daarom, althans in de redenering en het voorstel van de formateur, blijft het systeem van de index bestaan. Wel worden de controles op de prijzen uitgebreid, speciaal op die van energie.

Hervorming van de pensioenen

Mensen leven langer. En die verlenging van de levensduur zorgt wel degelijk een uitdaging. Ook hier, het is de formateur die aan het woord is, en die maatregelen voorstelt:

“We zullen hervormingen doorvoeren om degenen tussen 55 en 65 langer aan het werk te houden. Dus de pensioenleeftijd gaat niet omhoog. Maar de leeftijd van de voortijdige pensionering, die moet zeker omhoog.”

Hij bepleit op lange termijn ook hervormingen in de overheidssector, zonder aan de huidige gepensioneerden te willen raken. Voor wie nieuw intreedt in de publieke sector zou de berekening van het pensioen op de tien laatste loopbaanjaren gebeuren, en dat is minder voordelig dan de huidige vijf.

En wat met wie 65 jaar is? Die kan met pensioen. Of hij of zij kan langer werken, met een pensioenbonus.

Hervorming van de ziekteverzekering

Naast het feit dat er voor bijna 5 miljard euro aan bevoegdheden verdwijnt van het federale niveau, is er het opvallende voorstel om de reële groeinorm van maximaal 4,5 procent meer dan te halveren tot 2 procent.

Morgen

Morgen zoeken we naar de belangrijkste reacties, waaronder zeker de stemmen uit het middenveld. Ook zij zullen nu in de eerste plaats aandachtig beginnen lezen.

En zelf zoeken we nog eens tijd om aandachtig het hoofdstuk te lezen over de 'Overgang van onze economie naar een duurzaam groeimodel'. Want dat concept roept toch wel wat vraagtekens op, zelfs de bedenking dat dit wel eens een contradictio in terminis kan zijn.

reageer

10 reacties

  • door Peter Braet op maandag 4 juli 2011

    Volgens de nota moeten werkzoekenden jobs aanvaarden tot zestig kilometer van hun woonplaats, ongeacht de verplaatsingsduur: “Om de geografische mobiliteit van de werkzoekenden te bevorderen, zal het begrip geschikt werk worden aangepast, waarbij de minimumafstand om een job te zoeken van 25km naar 60km zal gaan, ongeacht de verplaatsingstijd”(blz. 38) Met de fiets, of wat? Of het openbaar vervoer dat zoals gewoonlijk niet de plaats noch de tijd bedient nodig voor de job. Geen groene beleidsnota als u het mij vraagt. Iedereen automobilist!

    • door pieter vv op dinsdag 5 juli 2011

      Zeggen dat het geen groene beleidsnota is op basis van een enkel punt is nogal kort door de bocht - er wordt bijvoorbeeld een duidelijke opening naar de groene partijen in gemaakt door niet te pleiten voor het verlaten van de kernuitstap. En wie het niet ziet zitten om zich meer dan 25km te verplaatsen (er zijn leukere dingen): je kan nog altijd dichter bij je nieuwe job gaan wonen--dat is zowel praktisch als ecologisch verantwoord. So what's the fuss?

      • door M.L.J. op zaterdag 23 juli 2011

        Door pieter vv, 05.07.2011 - 08:57 : Neen ! Het is niet goed doordacht. Op termijn gaan er veel zijn die terug de auto zullen gebruiken. Vb: Men moet reeds om 5u45 's ochtends op de werkplaats, 60km verderop, aanwezig zijn. Dan mag men om 2u45 opstaan. Om 14u15 vertrek naar huis. Om 16u15 terug thuis. "En wie het niet ziet zitten om zich meer dan 25km te verplaatsen (er zijn leukere dingen): je kan nog altijd dichter bij je nieuwe job gaan wonen--dat is zowel praktisch als ecologisch verantwoord. So what's the fuss?" !? En u zal zeker als eerste het voorbeeld geven.

  • door Le grand guignol op dinsdag 5 juli 2011

    "De degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen zal toenemen."

    Die degressiviteit bestond reeds, dus dit is een de-degressiviteit. Daarenboven duren een aantal opleidingen bij de VDAB (vb. via volwassenenonderwijs - knelpuntberoepen in de non-profit zoals: psychiatrisch verpleegkundige, Orthopedagogie, Agogisch Werk,...) op zijn minst 3 jaar en deze vallen niet onder de speciale categorieën. Dat houdt in dat mensen die een opleiding volgen via de VDAB en daarmee beantwoorden aan de 'activeringseisen', een vermindering kennen van hun werkloosheidsvergoeding. Aangezien bij velen er minimum een 1/2 jaar vooraf gaat aan de opleiding vanwege selectie en startdatum opleiding, lopen deze mensen het risico om de twee laatste jaren van hun opleiding financieel gesanctioneerd te worden omdat ze 'sociaal' willen 'promoveren'. Trouwens, wat met diegenen die hun eerste jaar reeds achter de rug hebben en wiens werkloosheidsvergoeding geen toename heeft gekend? Wat met werkzoekenden die wel degelijk actief naar een job zoeken maar er geen vinden omdat er te weinig jobs zijn - zelfs met een toename van 250000!? Die mensen komen na één jaar met hun VDAB-consulent tot de conclusie dat herscholing nodig is, maar ondertussen is er reeds een jaar gepasseerd. En dan nog: de gemiddelde uitkering is de laatste jaren niet gestegen in verhouding tot de prijsstijging van levensmiddelen. Er bijgevolg van uitgaan dat het bij werklozen alle dagen 'bal populaire' zou zijn, dat is een drogreden voor egocentrische populisten en nationalisten.

    Vermits werkgevers er zich terdege van bewust zijn dat mensen in opleiding stage moeten lopen, biedt men nagenoeg geen vaste, noch een tijdelijke, betrekking aan: stagiairs zijn immers gratis werkkrachten - i.e. in ogen van politici en werkgevers blijkbaar 'slaven in opleiding'. Daarenboven studeren vele werkzoekenden af zonder dat er een degelijk en voltijds werkaanbod bestaat. Waarschijnlijk is dat ook de bedoeling en stelt men de werkzoekende voor de keuze: precair werk - tijdelijk, onregelmatige uren, deeltijds, lage verloning,... (zelfs na opleiding) of een uitkering waarvan men - gemiddeld en na aftrek van de vaste kosten - minder dan 16% van het maandinkomen overhoudt - leven onder de armoedegrens, maar met een diploma in de sociale sector; faut le faire. Jongeren die zich met volle overtuiging inzetten voor die 'warme samenleving', die ze van de Vlaamse politici die deze promoten niet moeten verwachten, worden met andere woorden even respectvol behandeld als de mensen waarvoor ze zich (vrijwillig) inzetten: je weet wel, die indolente profiteurs in hun aangeboren hangmat (o.a. dak- en thuislozen, drugverslaafden, personen met een beperking,...). Dan misschien toch maar geen opleiding, maar dat is waarschijnlijk ook de bedoeling want dan kunnen bedrijven via IBO's arbeidskrachten tewerkstellen aan een lagere bezoldiging en op kosten van de samenleving "The corporate nanny state" (cf. Chomsky). Politici die er - à rato van €12000 netto per maand - meer dan een jaar over doen om op een deftige wijze het mandaat uit te voeren dat ze van de bevolking hebben gekregen en vervolgens de ganse miserie vanwege de financiële crisis ten onrechte projecteren op individu's uit die onschuldige bevolking, zijn botweg schurken 'zum kotzen'!

    Raar, 'k dacht dat de Grieken en niet de werklozen verantwoordelijk waren voor de crisis? Of, waren het Portugese vrouwen met een hoofddoek... Gelukkig bestaat er nog zoiets als 'het Duitse model' - echter, Duitse modellen hebben doorheen de geschiedenis altijd al een pervers kantje gehad en de 'belofte' dat arbeid voor een mens uiteindelijk vrijheid oplevert is een grove leugen, dat is ondertussen duidelijk.

    • door johnj op dinsdag 5 juli 2011

      Als men met het Duits model Harz IV (leefloon) bedoelt, en mensen dwingt om te gaan werken voor 1 euro per uur (staat vult dan aan tot Harz IV bedrag. Dan zijn we echt "kaviaar"sociaal bezig.

      Verder komt in de tekst voor dat de gewesten de controle tegen betaling door de RVA kunnen laten uitvoeren. Dit is te lezen als een eerste stap om de RVA voor te bereiden op een autonoom overheidsbedrijf om later te privatiseren als de RTT, interelectra etc.

      • door Le grand guignol op dinsdag 5 juli 2011

        Maar vooral (p. 66) is angstaanjagend, omdat Loïc Wacquant er een aantal jaren geleden voor gewaarschuwd heeft in zijn boek "Straf de Armen". Nikolas Rose zag het al veel vroeger aankomen: "The End of the Social" - een soort van repressieve politiestaat die niet wil toegeven dat ze fascistisch bezig is. Eigenlijk komen een aantal zaken rechtstreeks uit teksten van de Europese Commissie en het 'Verdrag van Lissabon'. Mijns inziens hebben onze 'competente' politici de bevolking serieus in het ootje genomen, want die staatshervorming is krek dezelfde als datgene wat de EC voorstelde inzake 'monitoring'. 'En plein public' zich een jaar gedragen als kleuters en vervolgens afkomen met een beleid dat (verplicht) opgelegd wordt door de Europese Commissie.

        Als je bekijkt hoe de klemtoon verschuift naar veiligheid, justitie en politie om in combinatie met een sociale sector als een soort van 'politie met fluwelen handschoenen' - i.e. preventieve repressie - de burger inzake anti-sociaal gedrag te responsabiliseren, terwijl banken voor hun anti-sociale gedrag beloond worden, dan kan men beter een gouden rol prikkeldraad op de Europese vlag zetten in plaats van dat schijnheilig sterren-aureool - Hardzzzz IV. Zonder Leefloon (p. 37).

        Maar 't schandaligst van alles: een vernieuwde visietekst (Vos, 2010) van het Steunpunt voor Algemeen Welzijnswerk verklaarde dat reeds een half jaar geleden als beleidsdoelstelling (i.e. preventie). Terwijl budgetbegeleiding verplichten aan iemand die zijn huishuur niet meer kan betalen omdat de prijzen van levensmiddelen en energie ontzettend gestegen zijn en de persoon in kwestie het geld geenszins door ramen en deuren gooide, dat is in wezen de schuld bij de verkeerde leggen - 'blaming the victim'. "Van verontwaardiging naar projecten Algemene Preventie": in de tekst wordt gesproken over het aanbod van producten (non-profit) en het voorzien van eigen financiële middelen, dus komt het neer op een liberalisering/commercialisering van de Welzijnszorg zoals de Europese Commissie tegen 2012 - achter de schermen - aan de lidstaten heeft opgedragen. Mijns inziens zou die verontwaardiging en preventieve repressie het best naar de financiële wereld gericht zijn i.p.v. naar mensen in armoede. Ronduit schandalig!

        Vos, J. (2010). De preventieopdracht van de caw's. Van verontwaardiging naar projecten wenselijke algemene preventie Visietekst: Algemene preventie en beleidssignalering (pp. 1 - 17). Berchem: Steunpunt Algemeen Welzijnswerk.

    • door Kimberly1987 op vrijdag 11 mei 2012

      [title]Beste, Uw reactie is al een[/title]Beste,

      Uw reactie is al een tijdje geleden.. maar ik zit momenteel in mijn eerste jaar bachelor verpleegkunde en studeer via de VDAB, dus met een werkloosheidsuitkering aangezien ik met mijn vorig diploma geen kansen had in mijn werkveld. Gisteren in het nieuws zijn de nieuwe maatregelen gekomen voor de uitkeringen, die zullen dus vanaf november 2012 dalen. Maar ik vind nergens informatie of deze ook voor opleidingen zullen zaken, want normaal gezien hebben wij een contract van 3 jaar, zodat onze uitkering voor deze 3 jaar bevroren blijft. Ik lees jammer genoeg in uw reactie dat deze uitkering wel zou dalen voor onze verpleegkundigen? Klopt dit?

      • door Le grand guignol op vrijdag 11 mei 2012

        Beste,

        In verband met de versterkte degressiviteit, die bovenop de bestaande degressiviteit komt, wordt er inderdaad ontzettend weinig gecommuniceerd. In principe is die degressiviteit op alle werkzoekenden van toepassing met uitzondering van mensen die reeds 20 jaar gewerkt hebben, 55-plussers en personen die minstens 33% arbeidsongeschikt zijn. Met betrekking tot de vroegere degressiviteit was de werkloosheidsuitkering niet bevroren voor werkzoekenden die een opleiding volgden: zo daalde bijvoorbeeld de werkloosheidsuitkering voor 'vrijgestelde werkzoekenden' die een vier-jaar-durende opleiding volgden in het volwassenenonderwijs waardoor de werkloosheidsuitkering bij aanvang van de opleiding hoger was dan op het ogenblik dat men afstudeerde. Het zou kunnen dat dit de laatste jaren veranderd is, maar dat betwijfel ik eerlijk gezegd; bovendien hebt u in verband met uw opleiding een contract met de VDAB en niet met de RVA, terwijl de RVA verantwoordelijk is voor de maatregelen in verband met het federale arbeidsmarktbeleid (bv. degressiviteit, beschikbaarheid). Daarom zou ik, als ik u was, voor alle zekerheid een keertje informeren bij de Rijksdienst voor Arbeidsbemiddeling in uw stad of gemeente (cf. http://www.rva.be/home/MenuNL.htm ); of, indien u bent aangesloten bij een vakbond, kan u ook daar informeren.

        Het federale regeerakkoord (cf. http://www.premier.be/files/20111206/Regeerakkoord_1_december_2011.pdf ) vermeldt het volgende onder het hoofdstuk degressiviteit:

        "De degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen zal toenemen. Het verzekeringskarakter van de werkloosheidsuitkering zal worden versterkt. De 1e periode A bestaat uit twee delen: tijdens de eerste drie maanden zullen de werkloosheidsuitkeringen berekend worden op basis van 65% van een loon van maximum 2.324 euro bruto. In de volgende drie maanden zullen ze berekend worden op basis van 60% van datzelfde maximumloon. De 1e periode B duurt 6 maanden en de werkloosheidsuitkeringen worden berekend op basis van 60% van een loon dat begrensd is op 2.166 euro bruto. De 2e periode zal minimum 2 maanden + 2 maanden per loopbaanjaar duren. Ze zal worden opgedeeld in een periode A die, maximaal 12 maanden, en een periode B die maximaal 24 maanden zal duren. Tijdens deze 2e periode B zal er een bijkomend degressiviteitsmechanisme in werking treden: de werkloosheidsuitkeringen zullen alle 3 maanden volgens nader te bepalen regels verminderen (forfaitair bedrag, percentage of evolutie van het maximum). Voor wat de huidige rechthebbenden betreft, zal men er van uitgaan dat vanaf 1 juli 2012 [is gewijzigd naar 1 november 2012], (1) de samenwonenden met gezinslast en met meer dan 12 maanden werkloosheid de subperiode 2A aanvatten, (2) de alleenstaanden met meer dan 24 maanden werkloosheid hun subperiode 2B aanvatten, en dat (3) de samenwonenden met meer dan 12 maanden werkloosheid hun uitkeringen meteen zullen herberekend zien op basis van de nieuwe regels, in de veronderstelling dat de duur die hen in de 2e periode nog rest overeenstemt met die waarvoor de huidige regels gelden. In de 3e periode zullen de werkloosheidsuitkeringen forfaitair zijn (zijnde, in 2011, voor een samenwonende met gezinslast: 1.069,38 euro; voor een alleenstaande: 898,30 euro en voor een samenwonende: 474,50 euro).

        Uitvoeringsregels: * Deze degressiviteit geldt niet voor de werklozen die minimum 20 jaar gewerkt hebben en de samenwonende werklozen met gezinslast en de alleenstaanden die 55 jaar of ouder zijn. Deze voorwaarde van 20 jaar zal jaarlijks met één jaar verhogen, om in 2017 op 25 jaar te komen. * De voornoemde maatregelen zullen niet gelden voor de tijdelijke en deeltijdse werklozen. * Deze maatregel zal in de loop van 2012 voor de nieuwkomers in werking treden, rekening houdend met de administratieve verplichtingen. * Om ervoor te zorgen dat de huidige hervorming in 2012 niets kost, zal de hervorming van de 1e periode in 2013 van kracht worden, terwijl de wijzigingen aan de 2e en de 3e periode in 2012 zullen van kracht worden.

        Vanaf 2013, zullen de voorwaarden voor werkloosheidsuitkeringen te krijgen en weer in de 1e of 2e periode te vallen worden versoepeld om beter rekening te houden met de situaties van deeltijds werken, interim, kortdurig werk of overeenkomsten van bepaalde duur" (pp. 88-89).

        Het federale regeerakkoord vermeldt nergens een uitzondering voor werkzoekenden die, al dan niet via de VDAB, een (beroeps)opleiding volgen. Volgens het regeerakkoord is die versterkte degressiviteit dus - jammer genoeg - ook op u van toepassing. Maar voor alle zekerheid kan u het beste informeren bij de diensten waar ik reeds aan gerefereerd heb opdat u zich niet onnodig zorgen hoeft te maken.

        • door Le grand guignol op zaterdag 12 mei 2012

          Ik heb gemerkt dat de uitleg van het regeerakkoord ingewikkeld wordt weergegeven, vandaar enige verduidelijking:

          Werkloosheidsperioden:

          - Periode 1 duurt 12 maanden en bestaat uit 2 delen (A en B); periode 1A duurt 6 maanden (3+3) en periode 1B duurt 6 maanden. - Periode 2 bestaat eveneens uit twee delen (A en B). Periode 2 duurt minimum 2 maanden + 2 maanden per loopbaanjaar. Periode 2 bestaat daarenboven uit twee delen (A en B) waarbij periode 2A maximum 12 maanden duurt ( indien men beschikt over 5 loopbaanjaren) en periode 2B maximum 24 maanden duurt (indien men beschikt over 17 loopbaanjaren). Tijdens periode 2B treedt de versterkte degressiviteit in werking. - In periode 3 valt men terug op een forfaitair bedrag.

          [De werkloosheidsuitkering is dus vanaf het ogenblik dat u werkzoekend bent degressief - dit was vóór het huidige regeerakkoord reeds het geval, al werden de maximumbedragen in het nieuwe akkoord gewijzigd - maar de versterkte degressiviteit komt daar nog een keer bovenop. Bovendien valt men zeer snel terug op een forfaitair bedrag, temeer omdat men om in aanmerking te komen voor een maximum periode 2 (A+B) tenminste over 17 loopbaanjaren moet beschikken]

          Voorbeeld:

          Stel dat u werkloos bent geworden bij de aanvang van uw opleiding dan verloopt periode 1 (A+B) op het ogenblik dat u aan uw tweede studiejaar begint, i.e., na 12 maanden werkloosheid. Bij de aanvang van uw tweede studiejaar begint ook periode 2. Die periode duurt minimum twee maanden plus twee maanden per loopbaanjaar (bv. indien u slechts over 3 loopbaanjaren beschikt duurt periode 2 in totaal 8 maanden; indien u reeds over 5 loopbaanjaren beschikt duurt periode 2 in totaal 12 maanden ( maximale duur van periode 2A); indien u over 17 loopbaanjaren beschikt duurt periode 2 in totaal 36 maanden (maximale duur periode 2A+B). Nadien komt men terecht in periode 3 en valt men terug op een forfaitair bedrag.

          Indien er voor het volgen van een (beroeps)opleiding uitzonderingen gelden dan vervalt mijn voorbeeld natuurlijk, maar voor zover ik uit het regeerakkoord kan opmaken is er van een dergelijke uitzondering geen sprake. Dit maakt dat u voor ongeveer de helft van uw opleiding (afhankelijk van uw loopbaanjaren) zal terugvallen op een forfaitair bedrag. Maar vraag het voor alle veiligheid een keertje na bij de voornoemde instanties!

          • door Le grand guignol op zaterdag 12 mei 2012

            Zou u me iets kunnen laten weten indien u de bevoegde instanties gecontacteerd hebt? Ik ben benieuwd naar het antwoord. Alvast bedankt!

Lees alle reacties