Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Boekrecensie

90 jaar Communistische Partij in China. Wat met de 'Grote Sprong Voorwaarts'?

De vieringen die gepaard gaan met het 90-jarige bestaan van de Communistische Partij in China brengen ongetwijfeld ook ex-partijleider Mao Zedong weer in beeld. Wanneer Mao's lof gezongen wordt, is het goed om de vele slachtoffers van zijn beleid in gedachten te houden. Frank Dikötter schreef er een indrukwekkend boek over: 'Mao’s massamoord. De geschiedenis van China’s grootste drama'.
maandag 4 juli 2011

"Wie was Mao Zedong? Communisme – Rode Boekje – China – Culturele Revolutie – Grote Sprong Voorwaarts." Het zou zo maar een vraag uit de Slimste Mens ter Wereld kunnen zijn. Maar wat weet de wereld nu juist over die Grote Sprong Voorwaarts?

Te weinig volgens de Nederlandse historicus Frank Dikötter. Zeker in China zelf heerst er een mythevorming rond de figuur van Mao. Het overheersend beeld van de ramp die de Grote Sprong Voorwaarts was, is nog steeds dat van een welwillende Mao, wiens plan door zijn ondergeschikten verkeerd werd uitgevoerd.

Dit impliceert dat niet het plan – en dus ook niet de ideologie – inherente fouten bevatte, maar dat het communistische apparaat onvoldoende in staat was om de wensen van Voorzitter Mao in de realiteit om te zetten.

Het opengaan van archieven

Tot op heden was het moeilijk om dit beeld bij te schaven door een gebrek aan toegankelijke archieven. Toen geheime archieven open gingen, was dat een unieke kans voor historici, die Dikötter met beide handen greep.

Hij stortte zich op de berg materiaal die plots voor handen was en deed waar historici sinds Eric Hobsbawm en Terrence Ranger goed in zijn geworden: het neerhalen van grote verhalen. Dikötter zet in de inleiding en de titel van zijn boek meteen de toon. Hongersnood dekt de lading niet, massamoord is een correctere term.

De Sino-Sovjet split

Voor de aandacht naar China gaat, is het belangrijk om te weten hoe Mao zichzelf en China wenste te positioneren in de bipolaire wereldorde van de Koude Oorlog. Stalin had Mao dertig jaar lang laten voelen dat hij niet de eerste was in de communistische pikorde, onder meer uit vrees dat Mao een tweede geval Tito zou worden.

Toen Stalin in 1953 overleed, zag Mao dan ook een kans om het leiderschap van de socialistische wereld op te eisen. Sovjet-partijleider Nikita Chroesjtsjov was minder dominant dan Stalin en opende in 1956 ook nog eens de jacht op de herinnering aan Stalin.

China zou een andere weg naar het communisme zoeken dan de industriële moloch die de Sovjet-Unie was. De Chinese Volksrepubliek moest ‘op twee benen staan’, zowel de industrie als de landbouw moesten worden ontwikkeld. Om dit resultaat te behalen, moesten de eigen rangen uitgezuiverd worden. In 1958 kwam er een strenge antireactionaire campange in het district Fengxian, waarbij honderden ‘rechtse elementen’ zich te letterlijk dood werkten op het land of zelfmoord pleegden.

De start van de campagne

De eerste tekenen dat de Grote Sprong Voorwaarts niet van een leien dakje zou lopen, kwamen er al in 1958, toen Mao de opdracht gaf om de Gele Rivier in te dammen. De mensenmassa moest kapitaal vervangen en er werden dan ook grootschalige irrigatieprojecten op touw gezet.

"Overal in China werden boeren op irrigatieprojeten naar de rand van de hongerdood gedreven"

Omdat China nu eenmaal een planeconomie was, werden er streefcijfers voorgesteld. In een poging om de rest van de wereld de loef af te steken, kwam er een ware streefcijferkoorts op gang, waarbij lokale partijfunctionarissen continu de eigen cijfers vergeleken om de productie nog voort op te drijven.

Lokale potentaten lieten bijvoorbeeld huizen afbreken om materiaal voor bemesting te recuperen, in de hoop zo de centrale leiding te overtuigen van hun kunnen en van hun inzet. De volgende stap was de oprichting van volkscommunes, waar het dagelijkse leven volgens militaire principes werd geordend.

In de meest radicale communes werd alles collectief bezit. Om te voorkomen dat ze alles waar ze voor gewerkt had zou verliezen, ging de bevolking op sommige plaatsen over tot het verorberen van alle dieren, tot de kat toe.

"Wat je opeet is van jezelf, wat je niet opeet is van iedereen"

Voor Mao zat het revolutionair potentieel bij de landbouwbevolking. Het platteland moest dan ook een bijdrage leveren aan de industriële opleving van China. Het utopisch plan was dan ook dat ieder gezin zijn eigen hoogoventje in de tuin moest hebben. Uiteraard werden ook hiervoor streefcijfers opgesteld, die evenwel niet gehaald werden. Zelfs dwang en een ware oorlog tegen de boeren droeg hier weinig aan bij.

De problemen

"Mao ontving talrijke berichten uit alle delen van het land over honger, ziekte en misstanden, zowel persoonlijke brieven van dappere burgers en ongevraagde klachten van plaatselijke kaderleden, als verslagen van onderzoeken die op zijn verzoek werden uitgevoerd door veiligheidspersoneel of privésecretarissen"

Het centrale bestuur van China was goed op de hoogte van wat er zich allemaal afspeelde op het platteland en in de steden. Waarom werden de surreële streefcijfers dan niet bijgesteld?

De verklaring die hier tot nu toe voor werd gegeven, was van buitenlandse aard. China had voor zijn industriële boom materiaal nodig en kocht ijzer, staal, benzine en zelfs hele fabrieken van de Sovjet-Unie. Het zou diezelfde Sovjet-Unie zijn die te snel terugbetalingen eiste en zo verantwoordelijk was voor het moordend tempo dat China aan haar bevolking oplegde.

In de realiteit betaalde Mao zelf de schulden sneller dan nodig terug. Een prestigezaak dus.

De Voorzitter van communistisch China bleef de problemen ontkennen. Ook toen er een massaal aantal mensen de hongerdood stierf in Xinjang zag Mao louter een contrarevolutionair complot. De klassenvijanden die hiervoor verantwoordelijk waren, moesten dan ook aangepakt worden.

"Op elk niveau – provincie, district, commune, brigade – werden meedogenloze zuiveringen uitgevoerd en werden kaderleden die de juiste overtuiging misten, vervangen door harde elementen."

Dat de streefcijfers onhaalbaar waren, werd niet overwogen door Mao. De productiequota werden niet naar beneden bijgesteld, maar naar boven. Wat de staat als overschot beschouwde, werd in beslag genomen, wat ervoor zorgde dat op elk niveau van de samenleving graan werd achtergehouden.

Op industrieel niveau deden zich andere problemen voor. Staal werd er aangelengd met zand om te voldoen aan de streefcijfers. Het resultaat was dat er veel afgeleverde producten compleet onbruikbaar waren. Ook qua handel viel China – buiten een zwart circuit – stil.

"Op elk niveau van het distributienetwerk eisten corruptie en mismanagment hun deel op"

De spontane markten van prerevolutionair China werden in 1949 verboden en ook de prijzen bleven maar stijgen. De planeconomie die dit moest tegengaan, faalde. Kolen en levensmiddelen werden alleen maar duurder, terwijl de prijs die de staat betaalde voor graan enkel daalde.

"Mensen hebben niet genoeg te eten ten toch bouwen we nog steeds wolkenkrabbers – hoe kunnen wij communisten het hart hebben om dat te doen?" – Li Fuchun

Niet alleen de magen van de mensen werden op de proef gesteld. Ook de natuur onderging rechtstreeks, dan wel onrechtstreeks vernielingen. Eigendom bestond in principe niet meer en hiermee ging ook de verantwoordelijkheid voor bepaalde percelen verloren. Houtkap in het wild deed op die manier bijvoorbeeld opnieuw zijn intrede.

Reacties van de bevolking

Uiteraard onderging niet iedereen lijdzaam de ramp die de Grote Sprong Voorwaarts was. Mensen zagen dat de top van het regime in rijkdom leefde in de steden. Voor de partijleden was er een apart, goedkoper winkelcircuit en iedere vergadering was een opportuniteit om zichzelf te buiten te gaan aan voedsel en drank.

"Terwijl de hongersnood zich verspreide, werd de kans op overleven voor de gewone man steeds meer afhankelijk van zijn vermogen om te liegen, vlijen, stelen, bedriegen, roven, smokkelen, ontduiken, misleiden, manipuleren of op andere wijze de staat te slim af te zijn."

Niettemin moeten we volgens Dikötter opletten met de interpretatie van deze mechanismen. Het ging namelijk niet om georganiseerd verzet tegen de staat, maar louter om zelfbehoud. Immers, het graan dat werd achtergehouden of opgegeten op het platteland, betekende dat een stadsarbeider zijn rantsoen niet kreeg.

De laatste stand

Het is voor historici altijd moeilijk om massale sterfte te kwantificeren, omdat deze cijfers voor nabestaanden veelal een houvast worden. Toch heeft Dikötter geprobeerd om een cijfer te plakken op het aantal doden ten gevolge van de Grote Sprong Voorwaarts. Het berekenen van de oversterfte is een delicate zaak. Wat is namelijk ‘normaal’?

Een eerste conservatieve schatting kwam van de hand van Cao Shuji die de oversterfte tijdens de Grote Sprong Voorwaarts op 32 miljoen mensen schatte. Met de nu beschikbare cijfers gaat het waarschijnlijk om een onderschatting.

Een tweede cijfer is afkomstig van Chen Yizi en is veelzeggender. Chen maakte deel uit van een groep die voor een intern Chinees onderzoek moest nagaan hoeveel personen het leven hebben gelaten in de periode 1958-1962.

Toen Chen na het voorval op het Tienanmen-plein (1989) het land ontvluchtte, maakte hij gewag van 43 à 46 miljoen doden. Rekening gehouden met het feit dat doden ongewenst waren in statistieken en systematisch zijn weggemoffeld, komt Dikötter door extrapolatie op een gelijkaardig aantal.

90 jaar Communistische Partij in China

De vieringen die gepaard gaan met het 90-jarige bestaan van de Communistische Partij in China zullen ongetwijfeld ook Mao Zedong weer in beeld brengen. Wanneer de lofzang van Mao gezongen wordt, is het belangrijk om de vele slachtoffers van zijn beleid in gedachten te houden.

Rechtstreeks en onrechtstreeks komt de meest conservatieve schatting nog steeds uit op 32 miljoen. Ongeacht hoe groot de Chinese bevolking was, is de manier waarop dit dodental tot stand kwam niet onbelangrijk.

Dissidenten werden direct geëlimineerd. Slechte cijfers werden willens nillens onder tafel geveegd. Het megalomane collectiveringsproject van Mao heeft kwaadwillig de dood van velen veroorzaakt. Veelzeggend is het volgend citaat van Mao, dat amper communistisch of socialistisch klinkt.

"Het is beter om de helft van de bevolking dood te laten gaan, opdat de andere helft zich vol kan eten"

Wanneer utopie en megalomanie samenkomen in een project, is de bevolking het ultieme slachtoffer. Als er lessen te leren zijn uit het verleden, is dat er misschien wel een van.

Christophe Martens

Christophe Martens studeert geschiedenis aan de UGent.

Met dank aan het H-VV en uitgeverij Het Spectrum.

Frank Dikötter, Mao’s massamoord. De geschiedenis van China’s grootste drama 1958-1962, Utrecht-Antwerpen, uitgeverij Het Spectrum, 2011, 496 p., ISBN 9789049106492

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

2 reacties

  • door FrankWillems op dinsdag 5 juli 2011

    Dikötter heeft een geslepen geschiedenisvervalsing geschreven. Wie de moeite doet het boek critisch te lezen kan dat zelf vaststellen. Wat hij doet is te vergelijken met iemand die onze geschiedenis zou schrijven op basis van een selectie van verhalen uit de roddelpers. Voor een meer uitgebreide commentaar verwijs ik naar een artikel dat ik publiceerde op chinasquare.be : http://www.chinasquare.be/achtergrond/%e2%80%98mao%e2%80%99s-massamoord%e2%80%99-in-knack/

    • door chr_Martens op dinsdag 5 juli 2011

      Oh maar ik ben er zeker van dat cijfergewijs het één en ander te nuanceren valt. Het cijfer van 45 miljoen is waarschijnlijk een eyecatcher voor het publiek, maar zeker niet het ultieme einddoel van het werk (althans, dat was niet hoe ik dat heb ervaren). Op een kwalitatief niveau worden er plausibele verklaringen gegeven voor het gebruik van geweld en van een quasi militaire discipline om doelstellingen te halen. Misschien brengt hij inderdaad een partieel verhaal, maar geschiedvervalsing omwille van enkele cijfers die in de inleiding en het afsluitende hoofdstuk gaan? Ik weet het zo niet. Persoonlijk denk ik dat hij er misschien had moeten afblijven. Wie dodentallen gaat berekenen zoekt de controverse op en er komt denk ik zelden een akkoord over wat juist is en wat fout is. Statistieken kunnen in latere periodes zijn opgeblazen, maar ze kunnen net zo goed in eerdere periodes zijn onderschat (of beiden). De 'common sense' over Mao's bewind neerhalen is wat ik meedraag uit dit werk. Het hele verhaal van de keizer die niets wist en zijn adviseurs die fouten hebben gemaakt is een doorslagje van andere episodes uit de geschiedenis. Als historici moeten stoppen met zwarte bladzijden uit de geschiedenis op te rakelen, dan moet het ook gedaan zijn met alle koloniale geschiedschrijving en met oorlogsgeschiedenis, laat staan de opkomst van syndicale bewegingen. Ook daar zijn cijfers een heikel punt, maar doden zijn meer dan statistieken alleen.

      U haalt in uw kritiek de man onmiddellijk neer als ultraliberaal, tja, dan kan je waarschijnlijk de helft of meer van het historische gild naar het verdomhoekje sturen voor economische, politieke of ecologische sympathieën (ik zou uw reactie zomaar kunnen afschieten als sinofiel, maar wat levert dat op?). Dikötter heeft op dat vlak het voordeel van de duidelijkheid, maar om nu te zeggen dat iemand ultraliberaal is omdat hij een vorm van planeconomie afwijst, is toch bij de haren getrokken. Vergeeft u het mij, maar dan loopt er nogal wat ultraliberaal volk rond op de wereld. Iedereen zijn sympathie, maar moet dat iemand weerhouden om te wijzen op mogelijke excessen van een systeem? U legt iemand woorden in de mond, alsof de opmerking over een planeconomie betekent dat het globaal systeem dat we nu kennen glorie en god is.

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties