about
Toon menu
Opinie

Europees Parlement stemt binnenkort tegen de democratie

“Wat er plaatsgrijpt, is een stille revolutie, een stille revolutie op het vlak van sterker economisch bestuur, stap voor stap. De lidstaten hebben aanvaard – en ik hoop dat ze het correct begrepen hebben – ze hebben aanvaard dat een heel belangrijke macht bij de Europese instellingen komt te liggen op het vlak van toezicht, en een veel sterkere controle op de overheidsfinanciën.”
dinsdag 17 mei 2011

Dit zijn de woorden die de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, hanteerde in verband met de economic governance, het economisch bestuur dat zijn Commissie weldra zal kunnen uitoefenen binnen de lidstaten van de Europese Unie (EU).

Het Europluspact

Je denkt waarschijnlijk dat hij zijn uitspraak deed naar aanleiding van het beruchte concurrentiepact dat de Duitse bondskanselier Angela Merkel (CDU) samen met de Franse president Nicolas Sarkozy voorstelde in februari 2011. Of nee, daar was te veel tegenstand tegen. De Europese 'president' Van Rompuy moest het herwerken en het werd het Pact voor de Euro.

Daartegen is toch betoogd door de vakbonden? Ze vrezen dat lonen, onderhandelingen en pensioenen allemaal onder Brusselse curatele komen te staan. Ah ja, nu herinner ik het me, 24 maart, de bonden hadden wat onenigheid, de enen betoogden in de Wetstraat, de anderen op de Heizel. Barroso zal in zijn nopjes geweest zijn: ruzie onder de bonden en eensgezindheid onder de regeringen, dankzij de loodgieterskunsten van vriend Van Rompuy.

Het Europact was aanvankelijk enkel voor de eurolanden, maar zes andere landen sprongen ook op de kar. We kunnen nu spreken van een Europluspact! Een silent revolution! Nochtans dateren Barroso’s woorden van heel wat vroeger, van juni 2010 om precies te zijn. Hoezo? Er was toen toch nog geen sprake van een pact?

Het loont de moeite om de timing van een en ander na te gaan; daaruit zal weliswaar blijken dat we ons lelijk bij de neus hebben laten nemen, maar het kan ook zeer nuttig zijn uit dergelijke fouten lering te trekken.

Crisis in euroland

Vanaf het voorjaar 2010 nam de crisisstemming in de Europese financiële beslissingscentra toe. De Europese Commissie, de Europese Centrale Bank (ECB) en de ministers van Financiën moesten op een aantal weekends een reddingsplan voor hun muntunie improviseren.

De trotse monetaire Titanic dreigde door de wankelbare financiële positie van een aantal lidstaten, in de eerste plaats Griekenland, jammerlijk te verzinken. Zelfs het Internationaal Muntfonds (IMF) kwam eraan te pas, een instantie die normaal slechts door armlastige hoofdsteden van het Zuiden noodgedwongen wordt ontboden …

Berouw komt na de zonde. Men had het eigenlijk altijd geweten: een muntunie kan niet zonder economische 'convergentie', zonder coördinatie, zonder gemeenschappelijk schuldbeheer, zonder overdrachten van economisch beter presterende regio’s naar zwakkere, zonder fiscale harmonisering enz.

De liberale professor economie Paul De Grauwe had het sinds jaren verkondigd en hij was niet de enige: de Europese Muntunie zou vastlopen.

Naast het opzetten van steeds grotere reddingsfondsen voor steeds meer lidstaten (Griekenland, Ierland, Portugal …) begon men in de Europese hoofdkwartieren ook noodgedwongen te denken aan het genezen van die congenitale constructiefout. Coördineer of verzuip! Maar de EU is de EU: vanaf de geboorte, en zeker vanaf de jaren tachtig, is het leitmotiv onderlinge concurrentie, niet: samenwerking.

Het concurrentiegebod  is in de verdragen ingeschreven, men probeerde het zelfs in een Europese grondwet te vereeuwigen. Het is de gedachtenhorizon van de EU. Als er onevenwichten in de Unie ontstaan zijn, is het omdat sommige lidstaten achterop gebleven zijn in hun concurrentiekracht. Coördineren betekent voor de EU de achterblijvers tot het beter concurreren verplichten.

De Europese plannenmakers hadden nog een andere les geleerd, die van de Lissabonstrategie. Dat was een bombastische verklaring waarmee men in 2000 decreteerde dat de EU tegen 2010 "de meest concurrentiële kenniseconomie ter wereld" zou worden. Die strategie heeft niet gewerkt, want te vrijblijvend: beloftes onder staatshoofden en regeringsleiders, dat legt men al te gemakkelijk naast zich neer. Wettelijke verplichtingen, dat is wat we nodig hebben!

En zo begon men in het voorjaar van 2010 te schrijven aan wetteksten die de 'convergentie' tot een succes zouden brengen, want met de arm der wet gedirigeerd. Wie schreef die wetsontwerpen? De Europese Commissie natuurlijk, ze zijn de enigen die daartoe gemachtigd zijn. Hoeveel? Zes, daarom spreekt men van sixpack.

Waar zijn die teksten? Bij het Europees Parlement en bij de raad van ministers van Economie en Financiën. Je kunt ze op de Europese websites lezen. Wat staat erin? Daarover straks meer, want deze paragraaf is bijna vol. Echter, nog plaats genoeg voor dit: sinds wanneer kennen onze politici de inhoud van die voorstellen? Zeker sinds 29 september 2010, want toen maakte de Europese Commissie ze bekend.

Je ziet, als Barroso in juni 2010 sprak over 'stille revolutie', ging het niet over het Europact, maar over deze op stapel staande wetten, waar de regeringen groen licht voor gegeven hadden. En nu over de inhoud.

Stabiliteit op zijn Europees

Vier van de zes teksten hebben het over de financiën van de lidstaten: streng toezicht door de Europese Commissie op overheidstekorten en staatsschulden door een strikte toepassing van het Stabiliteitspact (dat bepaalt dat overheidstekorten onder de 3 procent van het Bruto Binnenlands Product of BBP moeten blijven, staatsschulden onder de 60 procent), tussenkomst door Commissie en Raad in staten die deze normen dreigen te overschrijden, financiële bestraffing waar de goede raad niet opgevolgd wordt.

Dit deel van het sixpack moet gezien worden in het licht van een andere recente Europese innovatie, die evenmin veel inkt deed vloeien, maar wel reeds goedgekeurd werd door de Raad (ministers van Financiën) op 7 september 2010 en al van toepassing is: het Europees Semester en de Jaarlijkse Groeiraming.

Hierdoor moet elke lidstaat jaarlijks in april een Stabiliteits- en Convergentieprogramma indienen met een ontwerp van begroting (nog vóór het aan het nationale parlement wordt voorgesteld), alsook een macroeconomisch programma over meerdere jaren, dat moet goedgekeurd worden door de Commissie. Deze kan bv. oordelen dat het pensioensysteem in de toekomst tot onevenwichten kan leiden.

Elk land moet ook jaarlijks een Nationaal Hervormingsplan indienen, daarbij rekening houdend met de aanbevelingen die de Commissie doet in haar Jaarlijkse Groeiraming (bv. loonmatiging, herziening indexering, verhoging BTW, herziening pensioenleeftijd enz. enz.) Vier van de zes teksten preciseren dit alles: aard van de mee te delen informatie, de manier waarop onevenwichten worden opgespoord, het soort ingrepen, de strafprocedures, enz.

'Macroeconomisch onevenwichten'

De twee andere teksten zijn van nog veel algemenere aard: ze handelen over 'macroeconomische onevenwichten', dus niet alleen over de staatsfinanciën maar over het economisch gebeuren in zijn geheel. De achterliggende redenering is dat staten in financiële problemen geraken  omdat er iets scheelt aan hun concurrentievermogen.

In het verleden werd er pas gereageerd als het te laat was, aldus de Commissie, en daarom zullen ze per land een 'scorebord' installeren. Dit zijn een stel macroeconomische parameters die op de voet gevolgd worden, waarbij 'knipperlichten' waarschuwen als een lidstaat begeleiding nodig heeft. Landen van de eurozone die de raad niet opvolgen, kunnen een boete oplopen (voor België zo ‘n 350 miljoen euro).  

Men moet zich goed realiseren dat op deze manier zowat het hele sociaal-economische terrein materie wordt waarover de Europese Commissie en de Raad dwingend kunnen tussenkomen. Het gaat over alles wat de competitiviteit kan hinderen, en wat kan dat niet? Lonen, belastingen, ontslagregelingen, pensioenen, werkloosheidsvergoedingen enz.

Het is trouwens zeer moeilijk de verschillende maatregelen die momenteel gelanceerd worden geïsoleerd te bekijken. Het Stabiliteitspact kan worden ingeroepen in verband met pensioenstelsels, de Jaarlijkse Groeiraming kan een regering aanmanen een loonindexeringssysteem af te bouwen (en deze regering uitnodigen het in haar Nationaal Hervormingsprogramma in te schrijven, zodat men niet meer kan beweren dat “Europa het oplegt” …), als een knipperlicht op het Commissie-scorebord knippert, kan men verzocht worden de ambtenarenlonen te bevriezen, ... En dan is er nog het Europact dat een soort kopie is van dit alles.

Het wettelijk en reglementair kluwen (Europese verordeningen en richtlijnen, nationale programma’s, intergouvernementele akkoorden, correctief optreden van de Europese Commissie …) zal ongetwijfeld zo ingewikkeld zijn, dat men er àlles mee kan doen.

De zes wetsvoorstellen moeten nog via het Europees Parlement passeren, maar bij slechts vier van de zes is goedkeuring door parlement en ministerraad vereist. Bij twee andere is er enkel consultatie en beslist de ministerraad alleen. Kan dit nog de dreiging tegenhouden of toch enigszins afzwakken?

8 juni

Zeer waarschijnlijk spreekt het Europees Parlement zich daar op 8 juni over uit in Straatsburg. Men zou er in eerste instantie kunnen van uitgaan dat rechtse vertegenwoordigers het zullen goedkeuren en linkse het afkeuren.

Dat is ook wat de voorzitter van de overkoepelende Europese socialistische partij, Poul Rasmussen,  eind februari aankondigde: “Als we die verschrikkelijke hervormingen niet dramatisch kunnen veranderen, dan zullen we verplicht zijn ons democratisch recht te gebruiken om ze te bestrijden. Wij zetten onze naam niet onder hervormingen die de werknemersbelangen ondermijnen, en die katastrofale gevolgen zullen hebben voor de economie.”

Wat zijn dan de stemverwachtingen? De belangrijkste rechtse fracties, de Europese Volkspartij, de Europese liberalen (aangevoerd door Verhofstadt) en de fractie rond de Britse Conservatieven verenigen samen al 54 procent van de parlementariërs.

Ze worden meestal bijgestaan door de nog rechtsere formaties. Blijft over: de Europese Socialisten en Democraten (S&D), de Europese Groenen en de kleine groep Europees Unitair Links (met o.a. het Franse Front de Gauche, de Nederlandse SP, de Duitse Linke en enkele communistische partijen), samen 37 procent.

Op basis hiervan alleen al, kan men voorspellen dat het sixpack binnenkort wordt goedgekeurd. Men zal dan zonder overdrijven kunnen zeggen dat het Europees Parlement tegen de democratie heeft gestemd, want het zal  het beetje democratische ruimte dat in de geneoliberaliseerde staten overbleef, cadeau doen aan een onverkozen neoliberale technocratie.

19 april

Maar onze hypothese dat rechts het zal goedkeuren en links het zal afkeuren, lijkt minder zeker dan je zou verwachten. Of misschien moet men zeggen dat de hypothese van wie  onder 'links' gerekend moet worden, minder zeker is dan we zo maar aannemen? 

Dit zijn de twijfels die men krijgt na de stemming over het sixpack op 19 april in de 50-koppige parlementaire commissie Economie. Je moet weten dat standpunten en amendementen voorbereid worden in commissies van het Europees parlement. Een fractie stemt bij de beslissende plenaire zitting bijna altijd volgens het advies van haar vertegenwoordigers in een dergelijke commissie.

En? De socialisten hebben drie van de zes ontwerpen goedgekeurd en zich bij één onthouden (de vertegenwoordigers van de Franse PS stemden tegen vijf van de zes), de groenen keurden er drie goed en drie af. Te noteren valt dat beide de twee ontwerpen rond macroeconomisch toezicht goedkeurden. Alleen de vertegenwoordigers van Europees Unitair Links stemden over de hele lijn tegen …

Zeker, er werden tal van amendementen ingediend: een aantal al te aanstootgevende voorstellen werd verworpen (zoals de pure provocatie om de boetes, die de 'slechte' lidstaten moeten betalen, te verdelen onder de 'goeden') en er werd gepoogd wat meer logica aan te brengen door bv. ook te grote exportoverschotten als een teken van onevenwicht te duiden.

Maar voor een aantal aspecten werd het sixpack nog gekruider dan de Europese Commissie het gedurfd of gehoopt had. De Europese Commissie krijgt nog meer gewicht, omdat in verschillende gevallen haar aanbevelingen automatisch aangenomen zijn, behalve als de Raad ze met gekwalificeerde meerderheid verwerpt (terwijl aanvankelijk de Raad expliciet moest goedkeuren). Sancties zouden nog vlugger ingaan dan aanvankelijk voorzien, budgettaire discipline nog strikter in de eurozone enz.

In een verklaring net na de stemming betreurt de sociaaldemocratische fractie dat een meerderheid van conservatieven en liberalen niet bereid was hen te steunen in het verdedigen van investeringen, groei en jobs. Ook voor de groenen is dit de grote frustratie.

Wat hen blijkbaar veel minder stoort, is dat  essentiële sociaal-economische beslissingen voortaan de bevoegdheid zijn van een onverkozen bureaucratie. Niet alleen 'rechts' is dus blijkbaar van plan in juni te stemmen tegen de democratie …

Helemaal verwonderlijk is dat niet, als men weet dat de leiders van de christendemocratische, liberale én socialistische fracties in het Europees Parlement op 11 maart 2010 in een gemeenschappelijke verklaring aandrongen op een sterke 'economic governance' … 

Verantwoordelijkheden

Het is hier niet de plaats om in te gaan op de vraag wie verantwoordelijk is voor de zwakte van 'links' in Europa in het algemeen, en het Europees Parlement in het bijzonder.

Maar zwak of sterk, één ding had 'links' kunnen en moeten doen: de bevolking waarschuwen dat de Europese instellingen zwanger waren van een gedrocht, dat met alle middelen moest worden bestreden.

Dan zou de democratie ook buiten de al bij al vrij onbekende cenakels van de Europese instellingen hebben kunnen spelen, dan had de zwakte op politiek vlak gecompenseerd kunnen worden door het sociaal overwicht van wie dergelijke plannen moet vrezen als de pest. Het gaat hier immers niet om een nieuw Bolkestein, het is een Bolkestein tot de tiende macht!

Maar de socialisten hebben niet gewaarschuwd, de groenen evenmin. Enige verontrusting werd in schaarse opiniestukken slechts geventileerd toen het publiek een beetje dreigde geïnformeerd te geraken via de mediabelangstelling voor het 'pact van Merkel', een paar weken geleden dus.

Nog eens: Merkel stelde niets origineels voor met haar concurrentiepact, ze schepte uit de ketel die sinds een jaar aan het pruttelen was, en waarover geen verontruste opiniestukken verschenen.

Ook de vakbonden, in de eerste plaats het Europees Vakverbond (EVV), zijn ernstig in gebreke gebleven. Het EVV heeft al die tijd gemeend zich nuttig te maken door via lobbywerk amendementen in te fluisteren, maar het heeft niet gedaan wat de koepel van 60 miljoen vakbondsleden kon doen: tijdig waarschuwen en het verzet organiseren.

Aux armes, citoyens!

Alle reden dus om het mogelijke en het onmogelijke te doen om dit monster te bestrijden. Een aantal Europese Attacs lanceerde een  petitie (http://www.oureurope.org/) gericht naar de Europarlementsleden. In Brussel werken de Comités action Europe/Actiecomités Europa (waarin heel wat vakbondsmensen van beide bonden) aan sensibilisering en protestacties (http://comitesactioneurope.blogspot.com/).

Hopelijk lanceren de vakbonden ook op de valreep nog gepaste initiatieven. Dit alles zal niet volstaan om de EU in een andere richting te dwingen, maar het kan het begin zijn van een werkelijke Europese strijd voor een ander Europa.

Herman Michiel

Herman Michiel maakt deel uit van Ander Europa.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

5 reacties

  • door jan peeters op dinsdag 17 mei 2011

    Het wordt tijd dat Europa orde op zaken gaat stellen en verantwoording eist van europeanen die er met de pet naar gooien. Dit is geen zaak van meer of minder konkurentie, maar van verantwoordelijk omgaan met de middelen die men heeft. Potverteren, zeepbellen blazen en balansen verdoezelen zoals men in de landen als Griekenland, Portugal, Ierland de afgelopen tijd heeft gedaan moet ophouden. Gelukkig dat Europa hiertegen optreed. Enkel de nering naar de tering zetten is een gezondste houding die de welvaart vrijwaart, en Europa heeft dit begrepen. Als Griekenland of Portugal dit liever niet hebben staat het hun vrij uit het Europees projekt te stappen. Maar wees gerust, ze zullen er niet uitstappen. Ze weten dat dit hun komplete ondergang zal betekenen, met verregaande verarming tot gevolg. Wie zal hun nog één cent willen voorschieten? De put die ze gegraven hebben zullen ze dan zelf moeten dichten, zonder hulp van Europa. Het is gelukkig Europa dat nu in ijltempo begint maatregelen te nemen tegen onverantwoorde landen, banken en instellingen. Dat de meeste Europeanen centrum of rechts stemmen heeft een gegronde reden. Alleen deze stroming neemt maatregelen om de koe bij de horens te pakken. Links heeft geen alternatief of visie. Het kijkt alleen maar achteruit en kan niet meer dan kritiek geven op degenen die de zaak willen oplossen. Zelf hebben ze geen alternatief. En dan vragen ze zich af waarom links niets meer voorsteld. Links verdiend beter dan als een blinde de weg te wijzen zoals momenteel gebeurt. Ze zien de ernst van de situatie niet in en gedragen zich als feestvierders op een schip dat water binnenkrijgt. Er moet nu gepompt worden willen we niet verzuipen. Kritiek geven is wel gemakkelijker natuurlijk....

    • door TW op woensdag 18 mei 2011

      'Enkel de nering naar de tering zetten is een gezondste houding die de welvaart vrijwaart, en Europa heeft dit begrepen', schrijft u. Heel grappige lapsus! Dat is immers net wat Griekenland en zo gedaan hebben!

    • door froels op woensdag 18 mei 2011

      De reactie van Jan Peeters is uiterst interessant. Hij lijkt het artikel dat zeer goed geïnformeerd is, niet gelezen te hebben; of niet begrepen. Wat hij schrijft is een copie van de cliché's die sedert maanden in de grote media staan: de Grieken zijn de krekels die de hele zomer gezongen hebben, in plaats van te werken voor de winter. Hij is slimmer geweest; heeft een goed spaarpotje, hoop ik voor hem, tegen dat de volgende regering samen met de EC hier eens gaat saneren. "De mensen" leven veel te luxueus, dat moet gedaan zijn. Wie hadden alweer de Griekse begrotingscijfers vervalst? Juist.

  • door Peter Braet op dinsdag 17 mei 2011

    De enige mogelijkheid die we hebben is stemmen bij Europese verkiezingen. Europese verkiezingen die best apart georganiseerd worden, en niet zoals in België samen met de regionale verkiezingen. Nu wordt elk Europees debat steeds ondergesneeuwd door de plaatselijke beslommmeringen. Er wordt in de nationale media ook nauwelijks bericht over Europese debatten. Pas als alles al beslist is of kort voor een beslissing wordt er over bericht, en dan nog dikwijls ook voorgesteld als " 't moet van Europa". Ook bovenstaand artikel komt heel erg laat. Wie in ons landje geïnformeerd wil blijven over de Europese Unie moet zelf naar informatie gaan zoeken. Vandaar: Europese verkiezingen apart organiseren zodat er wél een Europees debat gevoerd wordt in de media. Verder blijf ik een overtuigd Europeaan. Er is geen andere weg dan links stemmen bij Europese verkiezingen.

    • door Le grand guignol op woensdag 18 mei 2011

      Naar mijn mening gaat het niet veel uitmaken waar en wanneer men verkiezingen voor het EP organiseert. Het is namelijk niet omdat de goegemeente een bolletje mag inkleuren, of met een leespen op een computerscherm mag duwen, dat er sprake is van een democratie en daarbij horend democratisch besluitvormingsproces. Enkel wanneer de verkozen volksvertegenwoordigers invloed kunnen/mogen uitoefenen op het bepalen van de beleidsagenda, enkel wanneer de verkozen volksvertegenwoordigers beschikken over de eindbevoegdheid inzake besluitvorming, enkel wanneer het wegstemmen of ter overweging brengen van een beleidsvoorstel daadwerkelijk tot de mogelijkheden van de verkozen volksvertegenwoordigers behoort, kan er sprake zijn van een democratie die naam waardig.

      Op Europees niveau bevindt zowel de wetgevende als de uitvoerende macht zich bij de Europese Commissie + Coreper (i.e. raad van permanente EU ambassadeurs die fungeert als expertise-orgaan en het strijdtoneel vormt voor een uit de kluiten gewassen lobby-machine). Voorts bepaalt de Ministerraad, die minstens één keer per kwartaal bijeen komt, welke richting het uitgaat met de Europese Unie. Zo werd het neoliberale 'EuroPlus Pact' met zijn stringente besparingsmaatregelen ontworpen in de schoot van die Ministerraad (deze werd niet democratisch verkozen), om vervolgens de Europese Commissie (evenmin democratisch verkozen) de bevoegdheid te verschaffen om op te treden als supranationale politieagent. Vanwege het scala aan regels om de competitiviteit en concurrentie tussen de deelstaten te vrijwaren beschikken die deelstaten nagenoeg uitsluitend over de mogelijkheid om via het arbeidsbeleid een minimum aan invloed uit te oefenen op het eigen beleid. Vanwege die institutionele competitiviteit tussen de lidstaten beschikken deze enkel over de mogelijkheid om op progressieve wijze de sociale en collectieve bescherming van de werknemers te ontmantelen. Dergelijk beleid vat men samen onder de noemer: sociale deflatie of 'social deflation' (Fitoussi, 2009, 77-78). De stevige greep van de EU op het beleid van de deelstaten wordt door Scharpf (2009, 229) als volgt omschreven:

      "Compared to the economic pressures of globalising markets, the EU has been a much stronger liberalising force in its member states. This is due to fact that European law has progressively enforced negative integration and deregulation, and these rules are virtually irreversible even if political preferences, economic conditions, or social needs should change."

      Indien beleidsmakers op een gegeven ogenblik besluiten om binnen de EU een andere dan de (neo-)liberale koers te varen, dan botsen zij hierbij op twee institutionele knelpunten (Scharpf, 2009, 230): (1) de interpretatie van de verdragen door het Europese Gerechtshof bepaald de wijze waarop het Europese integratieproces verloopt, echter vanwege (2) een hoge vereiste aan consensus bij het nemen van politieke beslissingen zullen beleidsmakers er nagenoeg onmogelijk in slagen om beslissingen van het Europese Gerechtshof te wijzigen. De rigiditeit van het neo-liberale beleidsprogramma spruit voort uit een wijziging in strategie als gevolg van de crisis begin jaren '70. Voor de aanvang van de desbetreffende crisis bepaalden politici het beleidstraject, waardoor er sprake was van een ideologische onderstroom die kon variëren naargelang de politieke machtsverhoudingen. De voornoemde oliecrisis bracht daar evenwel verandering in omdat toentertijd de Europese Ronde Tafel van industriëlen van de gelegenheid gebruik maakte om het zwaartepunt van het beleid weg te trekken bij de politiek. Door een beroep te doen op het Europese Gerechtshof en integratie te stimuleren via legislatieve weg gaven deregulering en privatisering de mogelijkheid het neo-liberale karakter stevig in de legislatieve structuur in te bedden (Scharpf, 2009, 230). Het huidige Europese project vertoont bijgevolg meer affiniteit met 'corporate governance'; 'political government' werd gaandeweg gedegradeerd tot een noodzakelijk kwaad. Wie bijgevolg een sociaal en democratisch Europa voor ogen heeft/had, komt in de toekomst hoogstwaarschijnlijk bedrogen uit, immers:

      "The European Union is currently moving towards becoming a federation, yet struggles with the difficulty of balancing domestic welfare versus EU-wide efficiency. Because EU member states were able to agree on rules for a common market, but not for a common welfare policy, EU institutions – for example, the European Court of Justice – tend to favour economic integration over the national welfare needs of member states. [...] It is not surprising that the EU integration process has been difficult: creating a federal system in the US required one of the bloodiest civil wars in history." (Rodrik, 2009, 192-193)

      Fitoussi, J.-P. (2009). The problem of social deflation. In Hemerijck, A., Knapen, B. & van Doorne, E. (Eds.), Aftershocks. Economic crisis and institutional choice (pp. 74-81). Amsterdan: Amsterdam University Press.

      Rodrik, D. (2009). Capitalism 3.0. In Hemerijck, A., Knapen, B. & Van Doorne, E. (Eds.), Aftershocks. Economic crisis and institutional choice (pp. 185-193). Amsterdan: Amsterdam University Press.

      Scharpf, F. (2009). Europe's neo-liberal bias. In Hemerijck, A., Knapen, B. & van Doorne, E. (Eds.), Aftershocks. Economic crisis and institutional change (pp. 228-234). Amsterdam: Amsterdam University Press.

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties