Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

De fetisj van ‘de Franstaligen’

Een opvallend gegeven bij het stemgedrag in België (maar ook daarbuiten) is dat vele kiezers de afgelopen decennia blijkbaar vlotjes de overstap konden maken van links naar (uiterst) rechts, maar dat omgekeerd dit fenomeen uiterst zeldzaam voorkomt. Prof. Ignaas Devisch analyseert het fetisjisme van de Belgische politiek.
donderdag 14 april 2011

Kent u iemand die eerst voor Vlaams Belang heeft gestemd en daarna naar Groen! is overgelopen? Of kent u iemand die jarenlang socialist of sociaaldemocraat was, maar nu een N-VA’er is in hart en nieren? Juist.

Van links naar rechts

In een tijdperk dat sinds enige tijd beweert het einde van de ideologieën te vieren, is dit feit des te opvallender. Indien er geen politieke ideologieën meer zouden bestaan, zou de overstap van rechts naar links dan in principe niet even vlot moeten verlopen?

Ter verduidelijking: onder ‘politieke ideologie’ versta ik een geheel aan voorstellingen en denkbeelden dat de werkelijkheid op een welbepaalde manier interpreteert en voorstelt en van daaruit in staat is om mensen rondom zich te mobiliseren rond specifiek gedefinieerde doelen.

Na de val van de Berlijnse muur leek het even alsof iedereen ervan overtuigd was dat we daarvan verlost waren en dat politiek nog louter een kwestie van het juiste management betekende. Zelfs het einde van de politieke geschiedenis werd afgekondigd, getuige het boek van Francis Fukuyama dat toen opgeld maakte: Het einde van de geschiedenis en de laatste mens (1992).

Ondertussen weten we beter. Immers, indien er geen ideologie meer zou bestaan, zou de keuze voor een politieke partij alleen nog afhangen van de voorkeur voor een bepaalde stijl waarmee we de samenleving managen. Dat dit niet het geval is, is een van de vele symptomen die de conclusie over het einde van de ideologieën of dat van de politiek tout court, onderuit haalt.

Dat is meteen een eerste belangrijke vaststelling, bijna te vanzelfsprekend om te vermelden maar tegelijk bijzonder cruciaal voor heel wat maatschappelijke discussies zoals we ze vandaag voeren: er bestaan wel degelijk nog politieke problemen. Daarmee bedoel ik: niet alle actuele problemen zijn economisch, ethisch of communautair van aard en doen alsof dat niet zo is, is al een ideologische en dus politieke optie.

"Er bestaan wel degelijk nog politieke problemen. Daarmee bedoel ik: niet alle actuele problemen zijn economisch, ethisch of communautair van aard en doen alsof dat niet zo is, is al een ideologische en dus politieke optie"

Bijzonder veel fundamentele vraagstukken vereisen principiële politieke keuzes en de ideologie van waaruit een partij vertrekt, bepaalt in principe de aard van de politieke keuzes die men maakt of de compromissen waartoe men (niet) bereid is.

Bijvoorbeeld: vallen we Libië binnen of niet, mogen de prijzen van elektriciteit nog verder stijgen of niet, moeten we meer of minder geld spenderen aan cultuur, bouwen we eindelijk een netwerk van openbaar vervoer uit rond  Brussel of niet, etc.? Ik som maar enkele van de vele actuele politieke vraagstukken op.

Daartegenover staat het gegeven dat in België sinds 2007 een onmiskenbare teneur bestaat om zowat alle politieke problemen te herleiden tot communautaire problemen.

Politieke debatten – zeker wat het federale niveau aangaat – worden herleid tot of uitsluitend benaderd vanuit een communautaire invalshoek. Deze evolutie is van die aard dat we gerust kunnen spreken van een expliciete vorm van populisme waaraan meerdere partijen in dit land zich laven: het herleiden van de complexiteit van politieke problemen tot één obstakel of oorzaak, het antwoord op die problemen tot één ultieme beslissing, en de pertinente weigering om in het publieke debat te informeren over de veelzijdigheid of complexiteit van politieke problemen.

"Deze evolutie is van die aard dat we gerust kunnen spreken van een expliciete vorm van populisme waaraan meerdere partijen in dit land zich laven"

Aan deze zijde van de taalgrens wordt het kiesvolk bijvoorbeeld voorgehouden dat de hele Vlaamse bevolking nu al jarenlang door een Franstalige elite wordt onderdrukt of tegengewerkt en dat vooral de ‘gewone man’ daarvan de dupe zou zijn en dat dit nu eindelijk eens moet ophouden.

Fetisjisme

Doordat dit populisme laat uitschijnen dat er geen niet-communautaire politieke problemen meer bestaan, is het in staat om zich te profileren als een non-ideologie, als een politieke stroming die zich niet langer met politiek hoeft bezig te houden aangezien de problemen vandaag van louter communautaire aard zouden zijn.

Zo plaats je jezelf handig – lees: populistisch – in de markt en het getuigt van veel strategisch inzicht om dat zo efficiënt te doen. Dit populisme functioneert daarenboven op een fetisjistische manier, in casu is ‘de Franstaligen’ de fetisj waarrond de dominante politieke ideologie in Vlaanderen vandaag gecentreerd is. Wat bedoel ik hiermee?

Een ‘fetisj’ is een idee of een object dat ons toelaat de confrontatie met de harde realiteit aan te kunnen door die realiteit op iets anders af te wenden en op basis daarvan te ‘verklaren’ waarom de dingen fout lopen.

"Een ‘fetisj’ is een idee of een object dat ons toelaat de confrontatie met de harde realiteit aan te kunnen door die realiteit op iets anders af te wenden"

Bijvoorbeeld ‘de Jood’ was voor de Tweede Wereldoorlog de fetisj van het antisemitisch fascisme: de Jood was de schuld van alles wat fout loopt in de wereld en dus biedt hij als fetisj tegelijk een verklaringsmodel en een troost: we weten wat er fout is, nu enkel nog dit kwade uitroeien en we zijn er. Een fetisj vermijdt bijgevolg een confrontatie met de echte problemen door ze af te wenden op iets anders.

Niet elke ideologie genereert een fetisj en al zeker niet zo grotesk als de Jood dat tijdens de vreselijke dagen van het nationaal-socialisme was. Evengoed kan een ideologie te maken krijgen met een symptoom, met iets dat wijst op een tekortkoming van iets anders en waarvan men meestal poogt om dit tekort toe te dekken en dus het symptoom te negeren.

Indien we bijvoorbeeld uitgaan van een kapitalistische ideologie en stellen dat individuele vrijheid van en gelijke kansen voor elkeen vanzelf zal leiden tot welvaart voor de hele samenleving, dan hebben we te maken met een aantal lastige symptomen: de armoede, de werkloosheid, de kloof tussen arm en rijk, stuk voor stuk symptomen die veelal worden gelegitimeerd door te stellen ‘dat we er nog niet zijn’ of ‘dat de vrije markt eerst helemaal vrij moet zijn’.

Kortom, het symptoom wordt weggelachen door het verdwijnen ervan in de toekomst te plaatsen. Nu is er nog wat hinder, maar als de gedachte zich helemaal heeft ontplooid, dan is het welzijn voor allen nabij.

"Kortom, het symptoom wordt weggelachen door het verdwijnen ervan in de toekomst te plaatsen"

Indien een symptoom blijft groeien, komt er natuurlijk wel een moment waarop zelfs de ‘believers’ moeten toegeven dat er echt wel een probleem is en dit in de meest radicale zin van het woord: een probleem dat erop wijst dat de ideologie niet langer werkt.

Zo heeft een hele generatie soixanthuitards met de val van de Berlijnse Muur definitief zijn geloof in het socialistische ideologie afgezworen. De strijd was gestreden en het verlies was niet langer te miskennen omdat de symptomen te groot waren. In een totalitair regime zal men er natuurlijk alles aan doen om alsnog elk symptoom te negeren of boudweg het bestaan ervan te ontkennen.

Het regime van Khaddafi is daar een sprekend voorbeeld van. Terwijl het halve land betoogt, stelt de grote leider de vraag: "welke betogingen? Er zijn geen betogingen!". Een vorm van politiek psychose.

Of toen in Irak het regime van Saddam Hoessein definitief viel, werd door de woordvoerder ervan glashelder ontkend dat de Amerikanen zijn land waren binnengevallen, en dit nota bene terwijl je tijdens datzelfde interview op de achtergrond de mortierinslagen kan horen. Dat is zoveel als zeggen dat je geen honger hebt terwijl je maag luidop knort.

Terug naar de fetisj, want die functioneert anders dan een symptoom. De fetisjist zal nooit beweren dat hij geen honger heeft terwijl zijn maag knort; hij zal alleen de oorzaak ervan in de schoenen van de fetisj afschuiven en zelfs al heeft hij geen honger, zal hij alsnog de fetisj aanwijzen als oorzaak van mogelijk toekomstige honger.

In tegenstelling tot een ideologie die symptomen genereert, heeft een ideologie die vertrekt vanuit een fetisj geen last van de fetisj zelf. Wel integendeel, de fetisj voelt juist goed aan aangezien het duidelijk het wereldbeeld structuur geeft en alle tekorten ervan ‘verklaart’.

"Wel integendeel, de fetisj voelt juist goed aan aangezien het duidelijk het wereldbeeld structuur geeft en alle tekorten ervan ‘verklaart’"

Of nog anders gesteld: een fetisjistische ideologie heeft geen last van haar eigen ideologie en daarom slaagt ze er ook zo goed in om zich als een non-ideologie te profileren.

Terwijl bijvoorbeeld een totalitair regime er alles aan doet om de symptomen van zijn mislukking te maskeren of ze van een andere betekenis te voorzien, zal een fetisjerende ideologie hiervan geen hinder ondervinden. Het symptoom wijst op een hardnekkig en moeilijk te maskeren feit, terwijl een fetisj als het ware in de lucht zweeft en helemaal niet ongerust is dat iemand met feitelijkheden of interpretaties de fetisjist probeert te overtuigen van zijn ongelijk: immers, de fetisjist weigert juist te kennen, of beter, te erkennen wat hij weet of zou kunnen weten.

Populistisch nationalisme maar ook racisme zoals we het vandaag kennen, is een sprekend voorbeeld hiervan. Denk aan de jarenlange pogingen ter linkerzijde om de aanhangers van het Vlaams Belang ervan te overtuigen dat niet alle vreemdelingen slecht zijn, dat velen onder hen wel degelijk geïntegreerd zijn, dat de criminaliteitscijfers ook positieve tendensen in zich herbergen, of dat indien we luisteren naar het verhaal van de vreemdeling, we hem dan beter zullen leren kennen, etc.

"Populistisch nationalisme maar ook racisme zoals we het vandaag kennen, is een sprekend voorbeeld hiervan"

Al die pogingen zijn verloren moeite geweest, want het niet onder ogen willen zien van feiten is nu juist de reden waarom een populist is wat hij is: zijn fetisj mobiliseert hem en vele anderen, rondom de angst die er heerst over pakweg ‘vreemdelingen’, ‘toegenomen onveiligheid’, ‘islamisering’ of andere slogans, en laat vervolgens toe om vanuit die fetisj deze problemen niet werkelijk onder ogen te hoeven zien, maar ze aan de fetisj toe te schrijven: ‘het is allemaal de schuld van…’.

Het lastige aan de fetisjist is daarom dat je hem of haar met een politieke discussie over ‘de feiten’ nooit van zijn standpunt zal kunnen afbrengen. Het doet er in feite niet toe of de fetisj een feitelijke grondslag heeft; zolang ze mobiliseert, werkt ze. Natuurlijk heeft ze om te werken een feitelijke aanleiding nodig die meestal gevoelsmatig kan worden gevoed, maar of die feiten echt zijn bewezen, is eerder bijzaak.

Deze feiten zijn er natuurlijk ook nooit zomaar: indien uit een nieuw onderzoek blijkt dat bepaalde minderheidsgroepen oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers zal de ene strekking dit aanhalen om te zeggen dat deze groep sociaal is achtergesteld en om een grotere aandacht vraagt, terwijl een andere fractie dit juist zal aangrijpen om te stellen dat zij al lang wisten dat bepaalde groepen ‘van nature’ uit zich crimineler gedragen dan anderen en dat de cijfers hen nu eindelijk gelijk geven.

"Abstracter geformuleerd: een fetisj is de belichaming van een leugen die ons toelaat de waarheid – de feitelijke werkelijkheid – niet onder ogen te hoeven zien"

Abstracter geformuleerd: een fetisj is de belichaming van een leugen die ons toelaat de waarheid – de feitelijke werkelijkheid – niet onder ogen te hoeven zien. Dat kan zeer constructief zijn op individueel niveau om bijvoorbeeld een trauma of het verlies van een dierbare te verwerken (je bewaart een foto en zet die op de kast zodat het lijkt alsof de dode toch nog ergens bij je is), maar op politiek vlak is het meestal linke soep.

Wie uitgaat van een fetisj negeert ten dele de werkelijkheid om vervolgens met die gefilterde kijk op de wereld bepaalde complexe processen eenvoudig te ‘verklaren’.

‘De Franstaligen’

Het heeft er alle schijn van dat voor het populistisch nationalisme dat vandaag in Vlaanderen hoge toppen scheert, ‘de  Franstaligen’ de ultieme fetisj is geworden.

‘De Franstaligen’ is een krachtig punt waarrond bijzonder veel mensen zich electoraal laten mobiliseren en daarmee datzelfde populisme in staat stelt om alles wat er fout loopt in België  – in laatste instantie is dat natuurlijk België zelf – van daaruit te verklaren.

Probeer eens in een gezelschap uit te leggen dat je tegen de splitsing van BHV bent omdat dit volgens jou zijn doel – met name het tegengaan van verfransing – zal voorbij schieten; je krijgt de banbliksems over je heen.

Welke feiten je ook aandraagt, het moet en zal worden gesplitst omdat het moet en zal worden gesplitst. De fetisjist heeft doorgaans weinig last van deze petitio principii (cirkelredenering).

Sinds enkele jaren is de mobiliserende kracht van deze fetisj sterk toegenomen. Een gemiddeld onderzoek over welk gedrag dan ook wordt in de media niet uitgelegd als "zoveel procent van dit in vergelijking met zoveel van dat", maar "in Vlaanderen dit en Wallonië dat"; alles wat fout loopt bij justitie of in de gezondheidszorg is ‘de schuld van’; trage besluitvorming: ‘de schuld van’; sociale problemen: ‘de schuld van’.

De slogan dat het communautaire een sociaal probleem is, vat het in die zin goed samen: alles waarmee ‘de Franstaligen’ kan in verband worden gebracht, staat stilaan voor synoniem voor problematisch.

"Alles wat fout loopt bij justitie of in de gezondheidszorg is ‘de schuld van’; trage besluitvorming: ‘de schuld van’; sociale problemen: ‘de schuld van’"

Anders gezegd, de fetisj ‘de Franstaligen’ laat toe om de aandacht van de werkelijke aard van bepaalde problemen te verschuiven en af te wentelen op anderen, los van het feit of dat soms terecht is of niet. Politici of andere figuren die deze fetisj belichamen – ‘madame non’, bepaalde journalisten van Le Soir, etc – worden van daaruit ook gretig bestempeld als van nature slechte of onwillige of zelfs gevaarlijke mensen.

Zoals gezegd, door die mobiliserende kracht van die fetisj slaagt het populistisch nationalisme in Vlaanderen er in zich als een non-ideologie te presenteren.

"Anders gezegd, de fetisj ‘de Franstaligen’ laat toe om de aandacht van de werkelijke aard van bepaalde problemen te verschuiven en af te wentelen op anderen, los van het feit of dat soms terecht is of niet"

Terwijl de gewone politieke partijen zouden leuteren over futiele politieke zaken zoals een meer efficiënte justitie, een werkende gezondheidszorg of het verhogen van de koopkracht, slaagt het populisme erin zich daar vanuit een buitenpolitieke plaats probleemloos aan te onttrekken én tegelijk te beweren dat het voor alle problemen de oplossing in huis heeft. Immers, alle sociale en politieke problemen zijn nu eenmaal communautaire problemen, en wie dat niet zou inzien, leeft nog in een andere (politieke) tijd.

Waarom nog bakkeleien over welke justitie indien je het probleem kan ‘oplossen’ door justitie eenvoudigweg uit de handen van de  Franstaligen weg te halen? Door politieke problemen als identiteitsproblemen te articuleren en er vervolgens een fetisj aan vast te knopen, lijkt het alsof er eenvoudigweg geen politieke problemen meer bestaan, maar enkel nog duidelijk oplosbare identiteitskwesties.

Welke politiek? Welke identiteit?

Deze cocktail van populisme en fetisjisme is politiek gezien dramatisch. Niet alleen verhindert het ons een klare kijk te hebben op de problemen waarmee we te maken hebben, doordat deze problemen vanuit een buitenpolitieke imperatief worden aangestuurd – eerst de identiteit, dan de rest – wordt gesuggereerd dat eens die identiteit zou af zijn, daarmee ook alle problemen van de baan zouden zijn.

"Deze cocktail van populisme en fetisjisme is politiek gezien dramatisch"

Alle politieke departementen dienen vervolgens zo te worden gerangschikt, dat ze de Vlaamse zaak ondersteunen of zelfs actief uitdragen: cultuur, sport, sociale zekerheid, justitie, et cetera, het zijn stuk voor stuk politieke dilemma’s die voortaan worden samengebald met het oog op dat ene doel.

Dit terwijl pas dan natuurlijk politiek nog moet van start gaan: welke identiteit verkiezen we, welke sociale zekerheid willen we, wat is de plaats van een vakbond in de samenleving, mag politiek zich met cultuur bemoeien; allemaal te overwegen politieke keuzes, eerder dan ze vanzelf zouden opgelost raken door ze naadloos in te schakelen in een identiteitsdiscours.

Samengevat, door zich te bedienen van de fetisj ‘de Franstaligen’ leidt het populistisch nationalisme ons om de tuin: het voert nauwelijks beleid maar stelt het uit door te doen alsof eens de fetisj ten gronde is gericht, er niet langer echte problemen zouden bestaan.

Om zich vooral niet te verbranden aan bepaalde keuzes die we zouden kunnen omschrijven als ideologisch of kortweg politiek, is de voornaamste strategie van deze ideologie erop gericht om elke vorm van politieke profilering uit te stellen.

Indien per ongeluk een standpunt wordt ingenomen dan lijkt het zo onwezenlijk of ondoordacht dat het haast als een ‘slip of the tongue’ geboekstaafd kan worden.

"Samengevat, door zich te bedienen van de fetisj ‘de Franstaligen’ leidt het populistisch nationalisme ons om de tuin: het voert nauwelijks beleid maar stelt het uit"

Dat klinkt cynisch maar niet toevallig is degene die het populisme aanstuurt ook vaak een cynicus: in tegenstelling tot vele aanhangers ervan, is hij of zij zich veel scherper bewust van de feitelijke lichtheid van zijn ideologie, maar kiest hij er niettemin voor om te doen alsof hij er in gelooft.

Waarom? Omdat het electoraal lonend is dat te doen. Cynisme is bijgevolg de democratische nageboorte van een huwelijk tussen populisme en opportunisme.

Dat deze fetisj vandaag bijzonder krachtig werkt, is duidelijk. Tot nu toe is er geen enkele politieke fractie in Vlaanderen die in staat is om er een ander verhaal tegenover te plaatsen. Nochtans, er zijn tal van mogelijkheden.

"Cynisme is bijgevolg de democratische nageboorte van een huwelijk tussen populisme en opportunisme"

Zoals aangegeven, helpt het natuurlijk niet om een fetisj te bestrijden door te willen uitleggen dat de wereld veel complexer of anders is dan wordt voorgehouden.

Veeleer kan de strategie erin bestaan dat je met andere politieke keuzes wel degelijk problemen kan oplossen, dat je met sociaal overleg ook communautaire moeilijkheden tot een goed einde kan brengen.

Momenteel proberen vele partijen een soort van een afgezwakt populisme te presenteren, zoals dat ook met de opkomst van het Vlaams Blok het geval was: allemaal een beetje extreemrechts, en we komen er wel.

Het tegendeel is waar en je haalt er zeker geen stemmen mee. Het is niet door het asielbeleid te verstrengen dat iemand niet langer extreemrechts stemt; wel door aan te tonen dat er meer problemen bestaan dan dat, dat dit probleem anders kan worden opgelost, of dat door dit probleem je uitsluitende aandacht toe te vertrouwen, je veel andere problemen genereert die zich langzaam maar zeker opstapelen.

Zoals toen ‘de vreemdeling’ de fetisj was zo heeft het nu met ‘de  Franstaligen’ ook totaal geen zin – lees: het genereert geen electoraal effect – om zelf een beetje nationalistisch te zijn.

Door daarentegen andere keuzes voor te leggen, toon je aan dat er inderdaad moeten keuzes worden gemaakt, dat die ingegeven worden door bepaalde politieke overtuigingen en dat politiek draait rond de botsing van overtuigingen en niet zozeer rondom het opbouwen van een gedeelde identiteit die dan als een wonderlamp van Alladin kan worden aangesproken zodra een probleem zich zou voordoen.

"Politiek draait rond de botsing van overtuigingen en niet zozeer rondom het opbouwen van een gedeelde identiteit"

Kortom, populisme kun je enkel bestrijden door aan politiek te doen en niet door zelf populist te worden. Door duidelijk te maken dat problemen zich op een politiek niveau stellen en we deze niet zomaar oplossen door allen van dezelfde ‘inclusieve’ identiteit uit te gaan, bied je aan een kiezerspubliek minstens een keuze tussen welbepaalde politieke ideologieën. Dat is nu nauwelijks nog het geval.

Niemand durft nog tegen de fetisj ingaan omdat ze vandaag zo mobiliserend werkt, maar zoals we zien met de neergang van het Vlaams Belang is het alleen door een ander verhaal te blijven vertellen, dat je finaal gezien mensen (eventueel) kan aanspreken.

"Niemand durft nog tegen de fetisj ingaan omdat ze vandaag zo mobiliserend werkt"

Trouwens, in Wallonië is ‘les Flamands’ eenzelfde fetisj geworden, dus mijn analyse kan evengoed daarop worden toegepast, maar aangezien ik in het Vlaamse gedeelte van dit land woon, heb ik me op het Vlaamse discours toegespitst.

En ter verduidelijking: ik ben evenmin blind voor de politieke problemen die wel degelijk het gevolg zijn van communautaire onwil. Maar laat ons ten minste aan politiek doen, dan weten we opnieuw over welke problemen het nu in feite gaat. 

Ignaad Devisch

Prof. dr. Ignaas Devisch is professor in ethiek, filosofie en medische filosofie. Hij is verbonden aan de Universiteit Gent en de Arteveldehogeschool in Gent.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

14 reacties

  • door monkelinx op donderdag 14 april 2011

    "Terwijl de gewone politieke partijen zouden leuteren over futiele politieke zaken zoals een meer efficiënte justitie, een werkende gezondheidszorg of het verhogen van de koopkracht, slaagt het populisme erin zich daar vanuit een buitenpolitieke plaats probleemloos aan te onttrekken én tegelijk te beweren dat het voor alle problemen de oplossing in huis heeft. Immers, alle sociale en politieke problemen zijn nu eenmaal communautaire problemen, en wie dat niet zou inzien, leeft nog in een andere (politieke) tijd."

    Ik ben eerder van de indruk dat ze zich niet van die dans onttrekken maar eerder hun werkelijk politieke agenda onder de populistische vlag binnenhalen. Soort van Troje-offensief. Dat is nu net zo gevaarlijk. Iedereen focust zich zo hard op wat u de fetisj noemt maar intussen sijpelt er gevaarlijk rechtse politiek binnen.

    Ook even terugkomen op het links-rechts, rechts-links veranderen. Ik merk nogal eens dat bij jongeren, vaak niet geïnteresseerd in politiek, kiezen voor de radicalere ideologieën. Uit rebellie misschien? En met de val van de Muur, zijn er nog maar weinig die zich willen verbranden aan extreem-links waardoor extreem-rechts vaak de vlag zwiert. Eens op eigen benen, wanneer de beslissingen van de politici beginnen uitmaken, kiezen ze al eerder voor iets anders, minder extreem.

    Ik heb bijvoorbeeld mijn eerste stem uit aan N-VA gegeven (8 à 9 jaar geleden ondertussen) om daarna volledig de linkse kant uit te draaien. Maar we blijven altijd zitten met een meerderheid die niet verder kijkt dan wat ze voorgeschoteld krijgen in de media en die media gooit maar al te graag met populisme. Peace sells but who's buying?

    Ik denk, om die redenen, dat als je wil onderzoeken hoe de overgang van links naar rechts en rechts naar links verloopt, je moet gaan kijken naar mensen die ook echt bezig zijn met partijprogramma's, ideologieën enzoverder. Als er geen plicht aan onze verkiezingen plakte, zou je zo'n tendensen al beter kunnen waarnemen.

  • door Luc Desmedt op donderdag 14 april 2011

    Een glasheldere analyse van het onvermogen van het populisme om politieke problemen via een transparante politiek op te lossen. Maar toch een aanvullende opmerking, met alle respect overigens voor de auteur.

    Het fetisj-karakter van de populistische zogenaamde non-politiek ontkent nochtans de politieke keuzes niet, maar verhult ze. Onder deze fetisjmatige aanpak zitten wel degelijk politieke keuzes verborgen. De NV-A wil werkloosheidsuitkeringen beperken in de tijd; de brugpensioenen afschaffen (om maar twee van de talrijke keuzes op te sommen die in hun partijprogramma staan). LDD is dan weer voor ondermeer de 'vlaktaks' . Ook de nota Vandelanotte plooit subtiel federale solidariteit terug naar een Vlaamse solidariteit. Schaalverkleining van de solidariteit is dat, terwijl iedereen die een beetje nadenkt het tot het inzicht komt dat hoe groter de schaal des te beter solidariteit kan worden gerealiseerd. Door een fetisj te hanteren vermijdt men niet om politieke keuzes te maken maar worden al gemaakte politieke keuzes onttrokken aan een publiek (politiek) debat. Via het zwaaien met de fetisj behaalt men 'en stoemelings' het electorale gewicht om de gemaakte keuzes dan door te kunnen drukken zonder er een electoraal debat over te moeten voeren dat niet voordelig kan uitvallen omdat dergelijke politieke keuzes aan een meerderheid moeilijker zo niet onmogelijk te verkopen zouden zijn als duidelijk zou zijn waarover het politiek gezien dan wél gaat. De fetisj creëert daartoe dus het 'vals bewustzijn' waardoor mensen keuzes maken met implicaties die schadelijk voor hen zelf zijn. Populisme depolitiseert naar de ontvangers toe, maar depolitiseert niet wie de fetisj uitzendt.

  • door Edwin op vrijdag 15 april 2011

    Interessante analyse. Alleen daar waar het gaat over de soixanthuitards haak ik even af. Je doet net of ze hadden allemààl hun hoop op het socialisme gezet. Allerlei partijtjes moesten maar met hun vlindernetje rondgaan om ze te vangen. En dat zijn inderdaad de frustro'tjes van vandaag. Maar er waren ook meer anarchistisch denkende soixanthuitards. Die zijn vandaag nog grotendeels fris, links en monter. Net okselspray. Maar fetisjisme op Vlaamse wijze dus. Zijn er eigenlijk al onderzoeken naar de invloed van de media, en dan in het bijzonder die van de televisie, bij het demoniseren van de Franstaligen? Is dat geen mooi onderzoeksthema voor een thesis? Hoe vaak werd "Franstaligen" of "Belgisch" in een negatieve context gebruikt? De partij van Bourgeois (nomen est omen?) ontkent alles voor de resultaten bekend zijn!

    • door esined op zaterdag 16 april 2011

      akkoord met de reactie van Edwin, alhoewel ik moet toegeven dat ik soms heel moe ben.

  • door Tom V. op vrijdag 15 april 2011

    Prachtig stuk. Heel interessante analyse over hoe men uiteindelijk een hele bevolking in een leugen opsluit. Wie als partij hier in meegaat door een light nationalisme te propageren - zoals de 'Vlaamsere' standpunten die sommige SPa-ers (Luc Vandenbossche recent nog), CD&V-ers of Open Vlders, zelfs Groenen - is uiteraard medeverantwoordelijk voor de problematiek.

    Het is eigenlijk wraakroepend te zien hoe deze leugen beleden wordt en iedere vorm van actie tegenhouden tegen de werkelijke noden - justitie op punt stellen, pensioenen, en vooral, de ecologische problematiek. Wanneer we natuurlijk zien hoe men omgaat met dit populisme in sommige media - getuige de aandacht die De Standaard bvb. besteed aan iedere zure oprisping die Bracke op zijn blog neerpend - is het natuurlijk te begrijpen dat we er maar niet uit lijken te raken.

  • door Edith Kuropatwa-Fèvre op vrijdag 15 april 2011

    Ik ben franstalig en zeer geïnteresseerd over uw artikelen: zo ben ik beter op de hoogte over wat de Vlamingen denken. Edith Kuropatwa.

  • door Leo Van Beirs op vrijdag 15 april 2011

    ik kijk al 15 jaar de zondag naar de politieke debatten op RTL en VRT en digitaal opgenomen nu ook naar RTBF. Nog nooit heb ik één franstalige politieker in functie een grondige uitleg horen geven over BHV (wél Bruno T. of Vermeersch), de zaak waar de "franstaligen" (tous partis) de alarmbel over geluid hebben en de democratie even hebben stilgelegd, en zelfs met het compromis Dehaene, géén akkoord over wilden rond Pasen 2010, waardoor de O-VLD de regering liet vallen. En nog steeds is er in het Parlement geen compromis-wetsvoorstel, en nog steeds komt BHV ten berde, en nog steeds hoor ik geen ENKEL franstalige politieker een compromis formuleren. In 2007 gingen ze samen op de foto "on n'est demandeur de rien", en nog steeds gaan ze samen op de koffie bij Voka en Koninklijke Gezanten, ik hoor hun Ministers van Staat wel zeggen dat een Compromis daarover mogelijk is, ik hoor Deleuze en Marcourt op RTBF zuchten dat de nota VDLN er dan toch is, enz, ik hoor evenzovele keren dan weer Didier, dan weer Maingain orakelen dat Brussel au-delà des Six Communes moet uitgebreid worden, ik hoor géén énkele keer een duidelijke stellingname voor eender welk Compromis rond BHV door ook maar één franstalig politieker. Hun debatten gaan tegenwoordig niet meer over ons Belgisch probleem maar over "Le Nationalisme" en zelfs Deborsu schrijft terug over de oorlog. Enkel prof Van Parijs schrijft gematigd, en realistisch over rechten en plichten ook van franstaligen. Wil u me nu eens uitleggen welke zoden Devisch aan de dijk zet om dit Franstalig Nationalistisch (Imperialistisch ?) Front te doorbreken om tot een compromis te komen bvb rond BHV ? Hij schrijft dat ook hij de verdere verfransing van Vlaams-Brabant wil tegengaan maar dat de splitsing van BHV daarvoor contraproductief is, maar hij legt niks uit ! Hij verliest zich in dezelfde ideologische spelletjes: stout Vlaams Nationalisme ! Foei ! Maar zien jullie niet dat -mutatis mutandis- zijn zelfde tekst gewoon vertaalbaar over Waals Nationalisme gaat ? Terwijl ik constateer dat langs Vlaamse kant de politiekers verdeelder standpunten geven. Maw: Devisch leidt met zijn mooie tekst af van de werkelijke problemen -bvb BHV-, die concreet zijn, en waarvoor concrete Compromissen klaarliggen. Het Parlement zou die onmiddellijk kunnen stemmen, en zélfs franstaligen zouden dat kunnen steunen, ze praten er al zo lang over zonder intellectueel intelligenter oplossingen voor te stellen. Waarom BHV niet regelen NU in het Parlement ? Enkel omdat het "Franstalige Front" het -electoraal tegenover elkaar- niet KAN ? Welk verschil ziet u dan met de Vlaamse zijde ?

    • door monkelinx op vrijdag 15 april 2011

      "Trouwens, in Wallonië is ‘les Flamands’ eenzelfde fetisj geworden, dus mijn analyse kan evengoed daarop worden toegepast, maar aangezien ik in het Vlaamse gedeelte van dit land woon, heb ik me op het Vlaamse discours toegespitst.

      En ter verduidelijking: ik ben evenmin blind voor de politieke problemen die wel degelijk het gevolg zijn van communautaire onwil. Maar laat ons ten minste aan politiek doen, dan weten we opnieuw over welke problemen het nu in feite gaat. " [Zie einde van de tekst van dhr. Devisch]

      De laatste paragraaf zegt exact dat zijn analyse wel over het Vlaamse discours gaat maar dat het net zozeer op de Waalse kant kan toegepast worden. En ook haalt hij aan dat er dus wel degelijk communautaire problemen zijn maar dat die met politiek moeten aangepast worden en niet met het huidige gepalaver.

      Compromis over BHV aan Franstalige kant? Bij de eerste compromisvoorstellen - ben niet zeker hoe het met de laatste is gesteld - was er wel degelijk sprake van een splitsing van BHV. Het is daarbij ook aan Vlaamse kant om voorstellen te doen. Franstalige kant wil dit niet. Het is dat heen-en-weer-getrek dat ook dhr. Devisch aanklaagt als hij zegt dat er aan politiek moet gedaan worden.

  • door Jean Vanbesien op vrijdag 15 april 2011

    De analyse rond "de fetisj" is zeker interessant, maar is ook wel een probleem in z'n (weerom) eenzijdige benadering. Waar de auteur, en vele die hierop reageren, vlotjes aan voorbij is het de feit dat "de franstaligen" zich wel degelijk opstellen en uitdragen als "de franstaligen". Meer zelfs in de leidende franstalige media wordt dit idee ook permanent en krachtig uitgedragen (bij uitstek LeSoir), en dit reeds decennia. De "fetisj" dan kan idd wel een fout vertrekpunt zijn, ze is -door toedoen van beide partijen- een feitelijkheid geworden, het is een self-fulfilling prophecy. Een self-fullfilling prophecy waarin de opinierende media een duidelijke catalysator zijn. Het zou de moeite lonen om bv ook eens LeSoir en het gedrag franstalige partijen (Le Front francophone) tegen dit licht te houden. Opmerkelijk ook is dat dit laatste (Le Front) langs de linkerzijde (aan beide zijden vd taalgrens) ongecontesteerd gesteund en/ of genegeerd wordt in probleemstelling of -analyse. Doordat de oorzaak van de communautaire tegenstelling hier éénzijdig aan de 'Vlaamse' zijde wordt toegekend (let op een zelfde bipolaire benadering als deze die wordt aangeklaagd als "fetisj") verwordt dit artikel dan ook in een éénzijdige tenlastenlegging en beschuldiging, veel eerder dan een (wetenschappeljike) beschouwing.

    • door esined op zaterdag 16 april 2011

      volgens mij heb je de laatste alinea van het artikel niet gelezen, of doelbewust genegeerd??

      • door Jean Vanbesien op zondag 17 april 2011

        Beste Dennis,

        die laatste alinea heb ik wel degelijk gelezen, maar dit soort van onuitgewerkte uitsmijters zijn een gemakkelijksoplossing als verweer gezien de vele lange voorgaande paragrafen. Een interessantere analyse, dan de zoveelste (eenzijdige) analyse van de NVA, is bijvoorbeeld een analyse rond de invulling van Belg(e) door de CDH, de invulling van hun "Belgische" union fait la force- verkiezingscampagne. De "Belgische" houding van de PS: België moet besparing, maar niet in Brussel, niet in Wallonië en niet op het federale etc. Ook dit zijn fetisjen van "Goede Belgen". Wil je nog andere voorbeelden? Surf nu nr de websites van de LeSoir en zelfs LaLibre: "La flamandisation de l'armée belge"; het is een kort nietszeggend artikel, zonder cijfers of argumentatie, maar materlaar Gennart wordt er gevormd en opgedragen. Als er ergens een fetisj gecreerd wordt, is het daar (noot: dit is niet nieuw, maar wordt reeds lange jaren en afwisseld van organisatie/ administratie telkens opnieuw toegepast) Resultaat: meeste reacties - meest gelezen. Tip: lees ook eens de reacties.

        Wat ik bij deze auteur (en vele anderen) mis is een elementaire moed om consequent door te denken. Hij beperkt zich tot makkelijk scoren en durft de diepgang en consequente analyse niet aan. Dit laatste paragraafje veranderd daar echt niets aan ... tenzij dit zou publiceren in franstalig magazine/ krant met de voorbeelden van bv het CDH of PS . Ik vrees dat hierop lang gewacht zal moeten worden. Vriendelijke groeten.

        • door Chris H op maandag 18 april 2011

          Uw bijdrage hier is misschien wel interessanter dan het artikel zelf. Bij mij is na het lezen van deze webpagina het pessimisme groter dan ooit. Ik zie niet in hoe we tot een oplossing kunnen komen zonder dat het eerst nog veel slechter zal moeten gaan...

  • door Robby Vanspringel op zondag 17 april 2011

    Die opvattingen en denkwijzen kan je elke politieke partij toewijzen. Wat is de fetisj van Groen? Geen kerncentrales, meer bomen, alternatieve energie,... maar of het land daarmee in economische crisis stort...who cares! Of we in de toekomst de hometrainer opmoeten om in huis nog een lamp te kunnen laten branden...who cares. De schuld van de economische achteruitgang zal dan volgens hen wel liggen bij NV-A, die pertinent weigert om in een regering te stappen.

  • door Ariane Bazan op maandag 18 april 2011

    Interessant dat analyses van de communautaire situaties ook psychologisch en psychoanalytisch van aard zijn. Eén commentaar: "een fetisj is een leugen". Stel daartegenover, Lacan "je dis toujours la vérité", waarmee hij (o.a.): een subject kan enkel maar waarheid spreken. Wat wordt hiermee bedoeld? We zijn het eens: het menselijk verkeer is doorspekt met irrationaliteit: fetisjen, symptomen, ontkenningen, voorkeuren, angsten enzoverder zijn vaak hoogst irrationeel. Maar irrationeel betekent daarom nog niet: zonder waarheid, waarin niets te horen valt. In het concrete geval: een subject of een groep neemt niet zomaar om het even welk object tot fetisj, heeft niet zomaar om het even welk symptoom of om het even welke angst.

    Wat is dan de pertinentie van deze kanttekening? Misschien de volgende: zolang de fetisj of het symptoom in de marge optreedt, kan beredenering functioneren: "kijk toch aan, dit is toch buiten alle proportie, dit heeft niets met de realiteit te maken, dit is vervorming van de werkelijkheid". Wanneer de fetisj of het symptoom heel veel plaats begint in te nemen, of heel hardnekkig is, of veel leed veroorzaakt, of het leven van het subject of de groep begint te 'vampiriseren' (veel energie, aandacht etc op te eisen), helpt dergelijke beredenering niet meer. Of zoveel moeten we toch vaak constateren.

    Wat dan wel? In dergelijke gevallen is er niet zo veel meer mogelijk. De enige weg, in mijn opinie, een weg die veelal verafschuwd wordt door allen, is te proberen, wars van elke agenda of vooringenomenheid (wat bijzonder moeilijk is in dit geval), na te gaan wat de historische grond is van de keuze van de fetisj: waarom die fetisj, welk ongehoord leed dringt aan in dit symtoom?

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties