Reeds acht jaar is DeWereldMorgen.be de alternatieve en kritische stem in de Vlaamse media.

Wij zijn volledig gratis en reclamevrij.

Maar dat kan enkel via uw steun.

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

Competitiviteit is niet hetzelfde als meer winst voor de aandeelhouders

Donderdag werd in de Kamer de IPA-wet goedgekeurd. De lonen mogen de komende twee jaar met maximum 0,3 procent toenemen. Dirk Van der Maelen (SP.A) stelt met toenemende verbazing en ergernis vast dat het in de debatten over het concurrentievermogen van onze ondernemingen, of het nu in de media is of in de parlementen, bijna uitsluitend over loonontwikkeling gaat.
vrijdag 8 april 2011

De evolutie van de competitiviteit en de loonontwikkeling lijken wel synoniemen, of beter gezegd tegengestelden. Ik wil in deze bijdrage het belang van een beheerste loongroei niet in vraag stellen, wel de overdreven fixatie erop.

Tegelijk breek ik een lans om ook de winstuitkering aan de aandeelhouders te matigen. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat de loonmatiging van de werknemers wordt omgezet in meer dividenden voor de aandeelhouders?  

Concurrentie is meer dan lonen alleen

Sinds de invoering van de wet tot vrijwaring van het concurrentievermogen in 1996, zijn de marges voor reële loonsverhogingen als gevolg van de loonnormering uitermate bescheiden. Ze worden ook gerespecteerd door de sectoren. De aandeelhouders daarentegen leggen geenszins dezelfde soberheid aan de dag.

Uit het verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) en uit het jaarverslag van de Nationale Bank blijkt dat tussen 1996 en 2007 de brutowinst van de vennootschappen is toegenomen van 21 tot 25 procent van het BBP.

Het aandeel van de netto uitgekeerde dividenden in de toegevoegde waarde van de vennootschappen is met 30 procent toegenomen, terwijl het aandeel van de verloning van de werknemers met meer dan 4 procent is afgenomen. Bovendien maken de loonkosten in ons land een opmerkelijk kleiner deel uit van de totale kostenstructuur van de vennootschappen dan in onze buurlanden.

Het is dan ook bijzonder merkwaardig dat niet meer aandacht gaat naar de andere factoren die onze concurrentiepositie bepalen. Concurrentie is immers meer dan lonen alleen. Om concurrentieel te blijven, moeten we de stap zetten naar een creatieve economie. In een dergelijk model ligt de nadruk op kwaliteit, innovatie en creativiteit.

"Om concurrentieel te blijven, moeten we de stap zetten naar een creatieve economie"

Het CRB schrijft daarover: “Het concurrentievermogen van de Belgische economie zal in de nabije toekomst meer en meer afhangen van het vermogen om superieure producten en diensten te vervaardigen en te verkopen. Op dit vlak scoort België minder goed, zeker voor radicale innovaties."

"Een belangrijke input in het innovatieproces is onderzoek en ontwikkeling. De O&O-intensiteit, O&O-uitgaven uitgedrukt als percentage van het bbp, is in België ver verwijderd van de 3 procent die volgens de Barcelonadoelstelling in 2010 zou moeten worden bereikt”. Over opleiding en vorming bij onze bedrijven zegt het CRB: “Bedrijven zien vorming te veel als een kost en te weinig als een investering”.

Een beheersing van de loongroei is dus niet het alfa en omega van de competitiviteit, zoals sommigen willen laten uitschijnen. Er moet ook geïnvesteerd worden door de bedrijven: in onderzoek en ontwikkeling, in vorming en opleiding, in kwaliteit, innovatie en creativiteit.

"Een beheersing van de loongroei is dus niet het alfa en omega van de competitiviteit, zoals sommigen willen laten uitschijnen"

Indien naast de loonontwikkeling ook de dividenduitkeringen worden gematigd, indien aandeelhouders dus dezelfde soberheid aan de dag leggen als de werknemers en de gemaakte winsten geïnvesteerd worden in plaats van uitgekeerd, dan zal dat de concurrentiepositie van onze ondernemingen versterken.

Gelijkaardige inspanningen voor werknemers en aandeelhouders

Het is wat mij betreft dan ook niet meer dan normaal dat de aandeelhouders een gelijkaardige inspanning leveren als de werknemers. Wie oprecht bekommerd is over de concurrentiepositie van onze vennootschappen, moet niet naar de verloning van werknemers kijken als konijnen naar een lichtbak. Wie oprecht bekommerd is over de concurrentiepositie van onze vennootschappen, verwacht ook een inspanning van de aandeelhouders. Meer competitiviteit is niet hetzelfde als meer winst voor de aandeelhouders.

"Meer competitiviteit is niet hetzelfde als meer winst voor de aandeelhouders"

De tweede reden waarom ik vind dat de aandeelhouders een gelijkaardige inspanning moeten leveren als de werknemers, is omdat we niet mogen toelaten dat de inkomensongelijkheid verder toeneemt. Ongelijkheid maakt ongelukkig. En indien we de loongroei beperken en tegelijkertijd de dividenduitkeringen onbeperkt laten toenemen, dan zal de inkomensongelijkheid verder toenemen.

Dat er mensen zijn die profijt halen uit hoge dividenduitkeringen, leidt geen twijfel. Dat er veel meer mensen zijn voor wie dat niet geldt – zeker als hun arbeidsinkomen wordt gematigd - evenmin. Het financieel vermogen van de gezinnen – en zeker het bezit van aandelen – is zeer ongelijk verdeeld, veel ongelijker dan het inkomen uit arbeid. Zo zijn de 10 procent hoogste inkomens goed voor 62 procent van het financieel vermogen met marktwaarde.

"Het financieel vermogen van de gezinnen – en zeker het bezit van aandelen – is zeer ongelijk verdeeld, veel ongelijker dan het inkomen uit arbeid"

Loonmatiging = hogere winstuitkeringen?

Zowel vanuit een economische invalshoek als vanuit een maatschappelijke invalshoek, is het dus logisch om van de aandeelhouders een gelijkaardige inspanning te vragen als aan de werknemers wordt gevraagd.

De wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen uit 1996, voorziet expliciet in die mogelijkheid. Artikel 14 van die wet bepaalt immers dat de regering via een in de ministerraad overlegd besluit, maatregelen kan nemen met betrekking tot een matiging van de dividenden, gelijkwaardig aan de loonmatiging. 

Toch vraagt de regering alleen de lonen te matigen en dat betreur ik ten zeerste. Die loonmatiging dreigt immers opnieuw omgezet te worden in grotere winstuitkeringen voor de aandeelhouders, met een beperkte impact op de competitiviteit en toenemende ongelijkheid als gevolg.

Dirk Van der Maelen

Dirk Van der Maelen is volksvertegenwoordiger en ondervoorzitter van de SP.A

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

9 reacties

  • door Klaas op vrijdag 8 april 2011

    Een andere vraag in verband met die competitiviteit : Ik ben zelf arbeider in een klein bedrijfje dat een erg lokale markt bedient. Dat bedrijfje concurreert niet met gelijkaardige bedrijfjes in het buitenland. Enkel met binnenlandse. Waarom zou mijn loon en dat van de arbeiders van gelijkaardige bedrijfjes op dezelfde binnenlandse markt moeten worden gematigd? Dat heeft niks met 'onze' competitiviteit ten opzichte van het buitenland te maken. Het is gewoon goedkoper voor onze respectievelijke bazen.

  • door Richard op zaterdag 9 april 2011

    Omdat alle grote beleidspartijen enkel de belangen van het patronaat willen dienen, ipv de wensen van de gewone kiezer.

    • door Guy Denutte op zondag 10 april 2011

      "Omdat alle grote beleidspartijen enkel de belangen van het patronaat willen dienen, ipv de wensen van de gewone kiezer". Ja, maar leg mij dan eens uit waarom de "gewone kiezer" zo idioot is op een vleesgeworden rechtse agenda te stemmen die 100% indruist tegen de belangen van de "gewone" werkmens ?

      • door froels op zondag 10 april 2011

        Guy Denutte, Richard e a: dat is inderdaad de grote vraag: waarom blijven vele kiezers stemmen op partijen die de aandeelhouders steunen, en minder de loon- en weddetrekkenden? een deel van het antwoord is: de partijen schrijven dat zo niet in hun programma; het vereist al veel analyse om het in te zien. Goed dus van Dirk VDMaelen. Een tweede verklaring is de brainwashing door alle grote media: "competitiviteit, besparen, de crisis, het land gaat failliet, we leven boven onze stand", enz enz, vandaar het grote nut van DWM; al kan die niet op tegen TV en populaire bladen. Een derde mechanisme is dat alle partijen hopen in een regering te geraken, en dus hun standpunten al aanpassen aan de toekomstige coalitie - zelfs al komt die er niet.

        • door david op zondag 10 april 2011

          wanneer ik op het werk over dit soort zaken begin is het antwoord altijd; jamaar 'de makakken', of 'de walen', in de ogen van velen kosten de migranten en Wallonie ons meer dan de systematische plundering door het doldraaiende kapitalistische systeem inclusief de vervuiling en de ziekmakende werkdruk dan is er ook nog een deel apathie en de bewuste minderheid is verdeeld de verdeel en heers politiek wérkt

  • door Roland Horváth op zaterdag 9 april 2011

    Akkoord met het artikel van Dirk Van der Maelen.

    Voor competitiviteit is een creatieve economie nodig. Competitiviteit in dit verband, op het niveau van de staat, slaat op de relatie met het buitenland. Dat geldt ook voor de EU. Op die schaal, 500 miljoen mensen, is het buitenland secundair tov. het interne. De term ‘competitiviteit’ is dus verkeerd gekozen. In EU verband moet men spreken over gelijke ontwikkeling van de staten, stabiliteit van het geheel, de EU en over solidariteit.

    Het competitiviteitspact is dus een neokapitalistische poging voor het creëren van rijkdom voor de (groot)aandeelhouders en topmanagers door de armoede van (vele) werknemers. Verder leidt een te lage koopkracht snel tot een relatieve overproductie en een (financiële) kapitalistische crisis zoals de ‘kredietcrisis’ in de VS in 2008 en tot een lagere economische groei. Dat laatste tonen de Duitse cijfers van de laatste jaren. Bovendien, concurreren met lageloonlanden door middel van lage lonen gaat niet, men verdient nog altijd te veel.

  • door Marc Storms op zaterdag 9 april 2011

    Goede analyse Dirk en helder geschreven. Toch blijf ik op mijn honger zitten. Welke voorstellen hebben de socialistische partijen (inderdaad de uwe en ook de PS) die toch al een tijdje in de regering zitten de afgelopen jaren genomen om art. 14 in de praktijk te brengen? En met welke resultaten?

  • door Jean-Pierre op maandag 11 april 2011

    Bedankt Dirk voor deze heldere en correcte analyse. Alleen blijf ik met een nogal vervelende vraag zitten : waarom heeft de SPa in deze omstandigheden dan ook de IPA-wet mee goedgekeurd in het parlement ? Niet dat een negatieve stem veel had opgeleverd, want tenslotte zit de SPa nog altijd in de oppositie. Maar het had wel een goed signaal kunnen zijn naar alle werknemers van dit land.

  • door Dopper op maandag 11 april 2011

    Zo zouden ze zeker WEL "competitief" kunnen zijn of moet de heilige Koe Winst afgodin der Neo-Liberale Kerk met werkerszweet BLIJVEN vetgemest worden zodat ze vette bonussen kan kalven voor het uitbuitend , uitzuigend zakkenvullerspatronaat ?

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties