Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Opinie

De geloofwaardigheid van het westerse optreden in Libië

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties trachtte door het aannemen van resolutie 1973 de bewoners van Benghazi en omstreken te beschermen tegen aanvallen door het Libische leger. De verklaringen van bewindvoerders van het regime lieten er geen twijfel over bestaan dat zij klaar stonden om op grote schaal en planmatig opstandige burgers om het leven te brengen.
maandag 4 april 2011

De internationale gemeenschap nam de verdediging van de burgerbevolking op, nu het Libische regime klaarblijkelijk bereid was om misdrijven tegen de mensheid te begaan om de controle over het grondgebied te heroveren.

In andere mogelijk vergelijkbare situaties treedt de Veiligheidsraad niet op om de bevolking tegen grootschalige schendingen van de rechten van de mens te beschermen. Andere dan mensenrechtelijke motieven liggen ten grondslag aan de tussenkomst in Libië. De leidinggevende landen binnen de contactgroep rekenen op erkentelijkheid van de verhoopte opvolgers van Kadhafi. Het nieuwe bewind zal olie leveren aan de internationale economie, buitenlandse investeerders verwelkomen en een dam opwerpen tegen migratiegolven uit Afrika. Die motieven verklaren waarom in Libië wordt opgetreden en elders niet.

De Veiligheidsraad is selectief, maar betekent dit dat niet moest worden opgetreden om aangekondigde en vermoedelijk al begane misdrijven tegen de mensheid te beteugelen? Selectiviteit kan worden vermeden als nooit wordt opgetreden, maar dan wordt de klok teruggedraaid naar een tijd waarin grootschalige schendingen van mensenrechten werden beschouwd als een binnenlandse aangelegenheid.

De samenstelling van de Veiligheidsraad weerspiegelt de machtsverhoudingen zoals die na de tweede Wereldoorlog tot stand kwamen. Het Westen domineert. De militaire macht van de Verenigde Staten is overweldigend. Nieuwe permanente leden kunnen enkel worden aanvaard indien de huidige permanente leden daarmee instemmen. Om al die redenen heerst er ten aanzien van de Veiligheidsraad diep wantrouwen in het grootste deel van de wereld.

En toch. Op dit ogenblik zetelen in de Veiligheidsraad belangrijke landen uit het Zuiden die al jaren campagne voeren om als permanent lid te worden opgenomen. Deze landen werpen zich op als regionale grootmachten, als de natuurlijke vertegenwoordigers van hun continent: India voor Azië, concurrenten Nigeria en Zuid-Afrika voor Afrika, en Brazilië voor Latijns Amerika. 

Geen van die grootmachten uit het Zuiden verzette zich tegen het gebruik van geweld in Libië door de internationale gemeenschap. Nigeria en Zuid-Afrika stemden voor; Brazilië en India onthielden zich. Allemaal spraken ze zich uit voor onderzoek door het Internationaal Strafhof van de situatie in Libië, en voor een reisverbod en de bevriezing van de tegoeden in het buitenland van de Libische leiders.

De deelname van niet-westerse landen aan de besluitvorming binnen de Veiligheidsraad heeft geleid tot een resolutie die een aanvaardbaar evenwicht vindt tussen een interventie door militaire grootmachten ter voorkoming van blind geweld en het recht van het Libische volk om over het eigen lot te beschikken.

Het risico bestaat echter dat de NAVO of de contactgroep zich bij de uitvoering van de militaire interventie in de plaats stellen van de Veiligheidsraad, en aan resolutie 1973 een interpretatie geven waarvoor geen draagvlak bestaat buiten het Westen. Dat risico is reëel omdat de Veiligheidsraad eventuele bevoegdheidsoverschrijdingen door de coalitie nooit zal veroordelen. De uitvoerders van de resolutie beschikken immers zelf over een vetorecht in de Veiligheidsraad.

Zo bekeken hebben de landen die zich onthielden bij de stemming over resolutie 1973 (de BRIC-landen (!) en Duitsland) een ernstig risico genomen, of vanuit een andere gezichtshoek, gehandeld in goed vertrouwen dat de uitvoerders op het terrein zich aan de resolutie zullen houden.

Bijgevolg is het van groot belang voor de geloofwaardigheid van de Westerse interventie dat enkel acties worden ondernomen die klaar en helder binnen het mandaat van de Veiligheidsraad vallen. Bestaat die helderheid niet, dan moet naar de Veiligheidsraad worden teruggekeerd, om de steun van de op zich al beperkte vertegenwoordiging van het Zuiden in de Veiligheidsraad te verwerven.

Concreet geldt dit met zekerheid voor het bewapenen van de tegenstanders van het regime. Het wapenembargo werd ingesteld door Resolutie 1970. Eén element van het wapenembargo wordt door Resolutie 1973 gewijzigd, maar het verbod om wapens uit te voeren naar het Libische grondgebied blijft onverminderd staan.

Ook het sturen van een substantiële internationale troepenmacht naar Libië laat zich moeilijk verzoenen met de tekst van Resolutie 1973. In de resolutie wordt het gebruik van geweld toegelaten met uitsluiting van een “buitenlandse bezettingsmacht van eender welke vorm” op een deel van het grondgebied van Libië. Die formulering is ambivalent. Van bezetting is juridisch sprake wanneer het gezag van een buitenlands leger is gevestigd op delen van het grondgebied.

Maar wie de politieke verklaringen van leden van de Veiligheidsraad die niet deelnemen aan de uitvoering van de resolutie beluistert, weet dat zij in de tekst van de resolutie geen goedkeuring voor het uitsturen van een internationale troepenmacht lezen. De coalitie zou het vertrouwen van de internationale gemeenschap schenden indien zij een internationale troepenmacht uitzendt zonder uitdrukkelijke goedkeuring van de Veiligheidsraad.

Tot slot nog een bedenking voor de lezer die vandaag niet overtuigd is van de noodzaak om met niet-Westerse opvattingen rekening te houden. De economische en militaire machtsverhoudingen in de wereld wijzigen. Binnen afzienbare tijd komt een einde aan de dominantie van het Westen. Het internationaal recht stelt,  met al zijn beperkingen, grenzen aan de overheersing door de machtigste landen.  Op lange termijn zal Europa die bescherming nog goed kunnen gebruiken.

Koen De Feyter is promotor-coördinator van het Steunpunt Buitenlands Beleid (SBB)

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

3 reacties

  • door Georges Spriet op dinsdag 5 april 2011

    Het pleidooi van de schrijver om met niet-westerse opvattingen wel degelijk rekening te houden onderschrijf ik volledig. Maar ik wil kort ingaan op een ander element in dit stuk. Mogen er geen mensenlevens gered worden ook al dienen de operaties het westers imperialisme? De vraag die Koen De Feyter zich stelt is de laatste twintig jaar geregeld naar voor gekomen. Obama herhaalde onlangs de visie die Clinton al in de jaren negentig had geuit: “We kunnen niet overal waar mensenrechten worden geschonden militair interveniëren, we moeten kiezen”. Koen De Feyter schrijft: “Selectiviteit kan worden vermeden als nooit wordt opgetreden, maar dan wordt de klok teruggedraaid naar een tijd waarin grootschalige schendingen van mensenrechten werden beschouwd als een binnenlandse aangelegenheid.” Een vraag die ik me daarbij stel is of de militaire aanpak inderdaad bijdraagt tot meer respect voor de mensenrechten. Even een terugblik. We kunnen moeilijk om de vaststelling heen dat sedert het einde van de koude oorlog het Westen, en in de eerste plaats de Verenigde Staten, permanent in een oorlog ergens in de wereld is verwikkeld. Het lijkt er wel op dat de politiek gedegradeerd wordt tot de voortzetting van de oorlog maar dan met andere middelen (wat Negri en Hardt beweren in hun boek 'Empire'). Heiligt het doel altijd de middelen? Het begon met de Golfoorlog van G.Bush senior tegen Irak toen dit land Koeweit wederrechterlijk was binnen gevallen. Om de openbare opinie te overtuigen dat Saddam Hoessein de baarlijke duivel was construeerde de propagandamachine van het het Witte Huis onder meer een getuigenis over het vermoorden van couveuse-baby's door Iraakse bezettingstroepen. De 'no-fly zone' boven Irak die buiten de VN-organen werd ingesteld en militair afgedwongen duurde tot de start van de tweede oorlog tegen Saddam in 2003. Eind 1991 kregen we Somalië: 'Operation Restore Hope' begon een goeie week voor kerstmis om de mensenrechten schendende chaos in Somalië te stoppen. De westerse troepen trokken zich terug maar dit land is tot op vandaag in een oorlog verwikkeld. In de Balkan hielpen Europese soldaten de humanitaire hulp aan de burgerbevolking militariseren in de eerste jaren negentig. Er kwam eerst een no-fly zone en vervolgens een reeks NAVO-bombardementen. Maart 1999 is de perceptie over de humanitaire situatie in Kosovo van die aard dat de westerse leiders zich verplicht voelden – wederom buiten de VN – Belgrado te bombarderen. Dat die perceptie achteraf door de feiten bijzonder sterk is moet bijgesteld worden lijkt niemand te storen. Dat Kosovo nu geleid wordt door maffia-gelieerde politici nemen we er maar bij. Het voornaamste antwoord dat de westerse leiders weten te bedenken tegen de aanslag op de twin towers van New York 9 september 2001, is een land aan te vallen waarvan het regime niet verantwoordelijk is voor deze terroristische aanslag, maar de terroristen wel onderdak verleende. Die oorlog tegen Afghanistan duurt op 8 oktober 2011 tien jaar. Sedert 2003 valt een belangrijk deel van de militaire operaties in dat land onder de NAVO. De leider die we daar installeerden is de koning van de corruptie. Wat eerst als wraak werd aangekondigd kreeg al gauw een mensenrechten verantwoording: rechten van de vrouw, democratie. Intussen hadden de verzinsels rond de Iraakse massavernietigingswapens vele westerse leiders zo ver gekregen dat ze instemden met een nieuwe oorlog tegen Irak, we schrijven maart 2003. De bezetting van dit land is nog altijd aan de gang. Nu is er Libië. 20 jaar oorlog die ons met de regelmaat van de klok als een humanitaire noodzaak werd voorgeschoteld. Ik vraag me werkelijk af of deze twintig jaar van interventie-oorlogen-om-mensenrechten onze strijd tegen deze schendingen van de mensenrechten hebben vooruit geholpen. Hebben ze niet uitsluitend de greep van de westerse elite over de wereld gediend?

  • door Hélène P op dinsdag 5 april 2011

    Juist. En bedankt voor dit analytische stuk.

    • door Wernerr op woensdag 6 april 2011

      Deze geallieerde aanvallen zijn weer maar eens de oude westerse politiek bovenhalen. Bevriende dictators worden met rust gelaten en zelfs gesteund of aan de macht geholpen, niet-bevriende dictators worden gebombardeerd. Wanneer komt er een interventie in Israel die de Palestijnse opstanden keer op keer in blind geweld smoort? Het zijn de Libiers die een oplossing moeten zoeken voor hun land, en onze "goede raad" kunnen ze missen als kiespijn.

      De hoofdreden waarom zo'n westerse interventie niet kan, is omdat deze troepenmacht niet objectief is. Iemand die optreedt als politieman moet onbesproken zijn, anders is het onaanvaardbaar dat hij optreedt, zelfs al zou je nog een reden voor een optreden kunnen vinden (stoppen van het geweld van Kadafi). Koekelberg moest opstappen omdat hij corrupt was, ook al was hij wellicht een prima politieman.

      Het argument voor het westerse optreden dat gebruikt wordt, namelijk dat burgers moeten beschermd worden, is eveneens niet objectief. Eerst en vooral zijn de opstandelingen vanaf zij wapens opnemen en zich organiseren in milities geen gewone burgers meer. Zij worden dan militairen die vechten tegen andere militairen. Ten tweede, wie gaat de burgers beschermen die nu door de rebellen zullen afgemaakt worden op verdenking van collaboratie met Kadafi? Denk je dat er één geallieerde zich gaat bezighouden met de verdediging tegen marteling en executie van hen die Kadafi trouw zijn gebleven? Weer maar eens een vuile oorlog dus van "onze" troepen. Ik hoop dan ook dat het westen zich weer maar eens hopeloos vastrijdt, dit keer in de Libische woestijn. Of we er iets van zullen leren is niet zeker. Ik kijk uit naar het door de schrijver aangekondigde einde van de westerse dominantie.

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties