Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Uitputtingsslag die we niet kunnen winnen

Mijnbouw slurpt 10 procent van alle energie - onhoudbaar in tijden van opwarming - vergt veel gevaarlijke chemicaliën, is een aanslag op levensbelangrijke ecosystemen en biodiversiteit, en zelfs al raken ertsen niet meteen uitgeput, ze zijn in elk geval eindige materie. Tijd voor deel 2 van het essay ‘Kerven in de wereld’: we vechten met de aarde een uitputtingsslag die we niet kunnen winnen.
vrijdag 1 april 2011

Oorringen, ringen, halssnoeren, armbanden, kettingen, enkelringen en -banden hangers, uurwerken, en nog veel meer juwelen zijn er te zien in de etalage van deze Indiase juwelier, allemaal van goud.

Abigail denkt met spijt terug aan de goede plek waar ze ooit woonde, het huis en de grond die ze moesten verlaten voor de goudmijn die er aankwam, voor de multinational die geld had geroken.


Oneindigheid in eindigheid is een onmogelijkheid

De machinerie van de mondiale economie schreeuwt om een voortdurende toevoer van minerale delfstoffen. Daarom zijn, dag in dag uit, wereldwijd mijnbedrijven druk in de weer om al die ertsen te ontginnen. Het is een veeleisende inspanning waar, om meer dan één reden, zware problemen van moeten komen.

Het is fysisch onmogelijk
om ertsen uit de aarde te blijven persen.

Vooreerst is er het elementaire vraagstuk van de bevoorrading. Aan de ene kant is er de vraag naar materialen die niet afneemt en zelfs nog groeit. Aan de andere kant weten we allemaal dat onze planeet misschien wel groot kan lijken, maar ze is in elk geval eindig. Versta, het is fysisch onmogelijk om in de toekomst groeiende hoeveelheden ertsen uit de aarde te blijven persen. Want vroeg of laat komt er een einde aan de voorraden.

Het is een vraagstuk dat onze economie maar moeilijk onder ogen wil zien. Net als het geval is voor fossiele brandstoffen, heeft de aanmaak van mineralen miljoenen jaar geduurd. Het verbruikstempo dat de mens nu oplegt aan de die delfstoffen ligt ettelijke duizenden malen hoger. De enige conclusie van die twee ongelijk lopende verhalen is dat de grondstoffen eens op zullen geraken. Wanneer juist is niet exact te voorspellen. Maar het is slechts een schrale troost dat hun uitputting minder snel op ons dak zal vallen dan die van olie en gas. Want daar daagt meteen al een tweede cruciaal probleem op.

Waar is de energie om steeds minder zuivere ertsen te ontginnen?

In het begin van de 20ste eeuw slorpt de mijnbouw tien procent op van alle op aarde verbruikte energie. Dat is een onthutsend cijfer. Want ook deze economische sector vertoont het veelvoorkomende gedrag om ‘het laaghangende fruit eerst te plukken’. De meest zuivere ertsen zijn dus al lang aangesproken en opgesoupeerd. De ontginning van wat rest kan enkel maar voor een almaar hoger oplopend kostenplaatje zorgen.

Onze economie, zo vraatzuchtig naar materialen die ze er spilzuchtig doorjaagt, bijt daarbij in haar eigen staart.

Technologie helpt natuurlijk om mineralen efficiënter aan de aardkorst te onttrekken. Maar die technologische voortgang kan de oplopende economische kosten aan benodigde energie uiteindelijk niet compenseren.

Onze economie, zo vraatzuchtig naar materialen die ze er spilzuchtig doorjaagt, bijt daarbij in haar eigen staart. Want om die materialen te blijven winnen, heeft ze uiteindelijk zoveel energie nodig dat die niet meer te vinden zal zijn.
Nog sneller daagt echter al een ander probleem op.

Wat zal het zijn: uw klimaat of uw mineralen?

U voelde het al aankomen, klimaatverandering is overal, en ook hier speelt ze ons parten. Als de huidige mijnbouweconomie een steeds grotere energetische vraatzucht vertoont, zijn we er nu al mee in een doodlopend straatje beland.

De overmatige uitstoot van broeikasgassen, de opwarming van de aarde én de klimaatverandering die ze veroorzaakt is niet iets wat we moeten leren onder ogen zien. Die fenomenen zijn er al geruime tijd, en ze ontwrichten elke dag verder onze mondiale economie. Vooral in vele ontwikkelingslanden kunnen ze er al van meespreken. Maar niet enkel daar, of zijn we de overstroming van New Orleans al vergeten? We moeten ze dus vanaf vandaag onder controle zien te krijgen.

Als we de opwarming van de aarde tot een min of meer draaglijke twee graden Celsius willen beperkten, kunnen we ons gewoonweg niet veroorloven dat de energierekening van de mijnbouw en haar uitstoot van broeikasgassen nog hoger oploopt. De emissies moeten dringend omlaag, en dus zal het gebruik en de verspilling van materialen moeten verminderen. Zoveel te meer omdat we de energie broodnodig hebben voor andere noodzakelijke behoeften.

We kerven onhoudbaar diep in de aarde

Wie leeft in gebieden waar mijnmaatschappijen neerstrijken, weet het al veel langer. De ecologische kosten van mijnbouw zijn nog veel diverser en hoogst schadelijk. De ontginning kerft diep in de aarde, vaak waar de biodiversiteit het grootst is: natuurlijke rijkdommen zoals bossen en zoetwatervoorraden, velden en weiden, raken er zwaar door aangetast.

Giftig mijnafval wordt via pijplijnen rechtstreeks in de kustwateren geloosd.

Zelfs de oceanen zijn slachtoffer. Terwijl dumping van mijnafval in de oceaan verboden was in het moederland, dumpte het Amerikaanse bedrijf Newmont in Indonesië het afval van zijn goud- en kopermijn gewoonweg in de oceaan.

In een memorandum van het Center for Science in Public Participation winden ze er geen doekjes om: “De hoeveelheid metaal in de bezinksels zijn schadelijk. De gemeten aanwezigheid van arsenicum is gevaarlijk voor de vis en voor in het wild levende dieren. De kwikconcentraties in de baaien van Buyat en Totok overschrijden de veiligheidswaarden.”

En in een gezamenlijk officieel onderzoek luidt het verder nog: “Deze dumping is een overtreding van de wet, de geruststellende beweringen van het bedrijf blijken onwaar en de biodiversiteit van de baai is aangetast.”

Verspilling van schaars water

Hoog tijd dus om de ecologische rampspoed die de uitwaaierende mijnbouw aanricht – naast de al vermelde extra opwarming van de aarde – in kaart te brengen. En beginnen we bij water, dat schaarse goed, zo belangrijk voor al wat leeft en toch onmogelijk bij te maken.

Nu al zijn vele streken in tal van landen getroffen door watergebrek. Als daar nog grootschalige mijnactiviteiten blijven bovenop komen die gigantische waterhoeveelheden wegzuigen en opslorpen, is het niet verwonderlijk dat er niet meer genoeg is voor voedselvoorziening, voor huishoudelijk gebruik, of voor de industrie. Dan brandt de strijd om water dikwijls pas echt los.

Aantasting van bossen en natuurgebieden

Van verontreiniging van de Nigerdelta tot het Amazonewoud in Ecuador en de toendra in Rusland, de jacht op de natuurlijke rijkdommen veroorzaakt een zware aderlating voor het mondiale areaal aan bossen en natuurgebieden. Die jacht stopt nooit.

Zelfs de brongebieden van de waterrijkste rivier op aarde komen in het mijnvizier.

Op de lagere hellingen van de Andes dreigen de nevelwouden waarin de Amazone ontspringt te moeten wijken voor mijnbouw.

In andere regio’s van Peru, in Ghana, in Indonesië zijn vele bewoners hun bossen nu al kwijt. En kunnen ze proberen het verlies te schatten... en al gauw beseffen dat het onberekenbaar is, want de rijkdom van vernietigde bossen en van boomgaarden komt net zomin ooit terug als die van kapot gemaakte aarde en voor altijd vervuild water.

Vernietiging van vruchtbaar land

We zullen op aarde alle vruchtbare grond hard nodig hebben om eten voor iedereen voort te brengen, en voor nog wel meer nuttige gewassen. Weideland bezorgt ons melk, kaas, vlees, wol. En vele bosgebieden zijn een onuitputtelijke bron van allerlei vruchten, medicinale planten, hout, wild, noem maar op.

Hoe verstandig is het dan om kwistig licenties rond te strooien voor een mijnbouw die er allerminst van wakker ligt om al dat rijke land te ontzien en zo ongerept mogelijk te laten?

Integendeel, hoeveel boerengemeenschappen zien hun akkers en weidegronden niet vernietigd? Of drooggelegd omdat waterlopen zijn afgetapt of verlegd? Of erger nog, omdat het water is vergiftigd door de vele chemicaliën die mijnbedrijven inzetten. Hoeveel bossen moeten niet wijken? Of zijn slachtoffer van zoveel vervuilde mijnsmurrie dat ze er wel moeten aan bezwijken?

De nulwaarde van biodiversiteit

2010 mag dan wel het jaar van de biodiversiteit geweest zijn, een jaar om het immense belang van het behoud van de soortenrijkdom aan planten en dieren in de verf te zetten. Hard nodig allemaal, want de crisis van de biodiversiteit is inmiddels al verder gevorderd dan de opwarming van de aarde.

De mijnbouw heeft er in het algemeen echter weinig boodschap aan. Toeval of niet, tal van mijnen strekken hun tentakels net uit in de meest waardevolle biologische gebieden, in de Andes, in de Nigerdelta, in Indonesië. Als zij daar zo vernietigend blijven tekeer gaan als ze gewoon zijn, is het zonneklaar dat de biodiversiteit op aarde daar niet beter van wordt.

Chemicaliën, geen schone boel

Ertsen ontginnen en mineralen winnen, dat gaat niet vanzelf. Er komen dikwijls chemicaliën bij kijken, in grote hoeveelheden dan nog, zoals alles reusachtig is aan mijnexploitatie. En opnieuw is zorgvuldigheid niet waarin de mijnmultinationals uitblinken. Veel van deze gevaarlijke chemicaliën worden al dan niet per ongeluk geloosd. En dan zijn er nog de ongelukken die onafscheidelijk gepaard gaan met onzorgzaam gedrag.

De grootste Europese milieuramp na Tsjernobyl

Herinnert u zich dit nog, niet eens zo ver van hier? In februari 2000 breekt een dam voor afvalslib van de Baia Mare goudmijn in Roemenië: 100.000 ton afvalwater en 20.000 ton met cyanide, koper en zware metalen vergiftigd slib vloeien in de Tisza rivier en uiteindelijk in de Donau. Het is na Tsjernobyl de grootste Europese milieuramp.

In hetzelfde jaar verliest een vrachtwagen die rijdt voor de Yanacocha mijn in Peru 150 kilogram kwikzilver. Het incident veroorzaakt een grote vervuiling in en om Choropampa.

Al te opvallende dubbele standaard

In Ghana morst een goudmijn van Newmont in 2009 met cyanide, een grote vissterfte in de Subri rivier is het gevolg. Het bedrijf achtte het lek ‘miniem’. Er steeg harde kritiek op van de Ghanese organisatie Wacam ‘omdat het bedrijf zwaar loog over de schadelijke gevolgen daarvan’.

Al te opvallend is de dubbele standaard waarmee op onze wereld wordt gemeten. Want, zo stelt Wacam vast: in Ghana ontspringt Newmont de dans door de waarheid geweld aan te doen over dit cyanidelek, in thuisland Verenigde Staten zou het bedrijf 100 miljoen dollar hebben moeten betalen voor de opruiming plus nog schadevergoeding aan de getroffen gemeenschappen.

Niet te winnen uitputtingsslag

Het is amper te bevatten hoe zwaar de vele ecologische deficits van de mijnbouw wel zijn: van uitputting van de ertsen, energieschaarste en klimaatverandering tot verspilling en verlies van vruchtbare grond, bossen, weiden en natuurgebied, tot aantasting van de biodiversiteit en een milieuverwoestende inzet van chemicaliën.

Al lang voor heel dit plaatje bijeen is gepuzzeld, dringt zich de conclusie op: we vechten met de aarde een uitputtingsslag die we nooit kunnen winnen.

Dirk Barrez is auteur van Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving
 

Morgen deel 3 van het essay ‘Kerven in de wereld’: De sociale en economische pil van mijnbouw - klik hier

Terug naar deel 1 - klik hier


Dit dossier kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos:

DeWereldMorgen.be

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

2 reacties

  • door Leo Germeys op vrijdag 1 april 2011

    Daar moeten we nog aan toevoegen dat we op massieve schaal de ontgonnen ertsen versnipperen en uitstrooien over de aardoppervlakte. Zodat het hergebruik steeds nog meer energie gaat kosten dan wat er voor de mijnbouw zelf verbruikt werd. Het is de logica van de vrije markteconomie die in die richting stuurt waardoor er enkel gerecycleerd wordt wanneer de recyclagekosten lager zijn dan de nieuwe ontginningskosten. En hoe hoger de opmenging van chemische elementen, hoe moeilijker de extractie en zuivering ervan. Vandaar dat alles gebruikt en hergebruikt wordt tot wanneer de versnippering zover is gekomen dat het te duur wordt om nog te hergebuiken. De regels van onze markteconomie zorgen er dus voor dat we uiteindelijk de gewenste metalen/mineralen in fijn versnipperde vorm uitstrooien over de aarde. Dat blijven we dan doen tot wanneer de delfstoffen uitgeput geraken; dan worden de snippers plotseling waardevol want verwerkbaar dank zij de metaalprijsstijging als gevolg van het tekort.

    Hergebruik of ontginning van materialen in een voordien niet aangesproken graad van versnippering is niet gemakkelijk en kan veel jaren ontwikkelingswerk vereisen. Wat ertoe leidt dat de cyclische beweging van verspillen-> tekort -> nieuwe processen -> verspillen op de markt tot grote prijsschommelingen kan leiden, tenzij de ontwikkeling van een nieuwere aanpak vlug af is.

    Het is duidelijk dat er bij het geheel geen duurzaamheid mogelijk is: de versnipperingsraad van wat we uitstrooien wordt steeds hoger, en het energieverbruik neemt enkel vlug toe.

    De maatschappij zou zich hiertegen kunnen verweren door te eisen van elk bedrijf dat al hun activiteiten wat versnipperen betreft een gesloten kringloop vormen, zodat zij netto niets versnipperen en dus de toekomst van de mensheid door hun activiteiten niet belasten. En anderzijds van de eindverbruiker eisen dat opgeleefde materialen aangeboden worden voor hergebruik/terugwinning.

    Maar om die zelfverdediging waar te maken moet je kennis hebben van de processen die in de bedrijven gebeuren, en moet je kunnen aantonen dat de eisen haalbaar zijn binnen het economisch raamwerk waarbinnen het bedrijf bestaat.

    Er bestaat heel veel actieve weerstand tegen vanwege de bedrijven, wat die zelfverdediging onmogelijk kan maken. Ook bij bedrijven die ervoor kiezen om die zelfverdediging te steunen bestaat er grote hinder, want wat gaan hun concurrenten doen?!

    Het gaat er met name zo aan toe dat meerdere economische spelers , waaronder beleggers op voorraden die speculeren op de metaalmarkt, de mijnbouwsector zelf, en de verwerkende sector ( elk op verschillende tijden ) juist best opbrengen wanneer er tekorten zijn. Die hebben er dus collectief belang bij om verder onderzoek om de versnippering tegen te gaan lam te leggen of af te bouwen in de periode van verspillen, en die enkel terug te activeren zodat er enkel een oplossing op een tekort verschijnt na een bijna onhoudbaar lange periode van hoge prijzen. Een procesontwikkeling die vroeger verschijnt leidt tot een vroegere prijsdaling en vanuit hun perspectief tot voortijdig vernieuwen van investeringen.

    Een en ander betekent dat de nodige kennis voor een beleid van zelfverdediging van de maatschappij zorgvuldig buiten de publieke sfeer binnen de bedrijven gehouden wordt , en dat het nodige onderzoek ervoor verstikt raakt tussen het lobbywerk van tegenspelers en ambtenaren die geen inzicht krijgen of willen in de problematiek.

    Het gevolg hiervan is op zijn beurt natuurlijk weer dat vooral die vernieuwingen in activiteiten een kans krijgen die voortborduren op bekende technieken mits een aanvaardbaar geachte toename van het energieverbruik. Wat aanvaardbaar is hangt ook af van het te verwachten prijspeil en de machtsverhoudingen op de markt. Soms zal na enige tijd ergens ooit een proces ontwikkeld worden dat minder energie slokt, gewoonlijk veel te laat, zodat de globale beweging er ongetwijfeld een is waarbij met de versnippering ook het energieverbruik drastisch toeneemt.

  • door Guy Denutte op vrijdag 1 april 2011

    In het energiedebat zijn er vele stemmen die een vermindering van het gebruik vooropstellen. Persoonlijk ben ik daar ook voorstander van, om slimmer met energie om te gaan. LED-lampen ipv gloeilampen, letten op het verbruik van een koelkast en wasmachine bij aankoop, etc.

    Hetzelfde gaat ongetwijfeld op met juwelen. Verleden jaar werd op een kleine 30 km van waar ik woon illegaal goud gewonnen, maar "illegaal" in Colombia betekent niet dat het niet openlijk gebeurt, met foto's in de krant en al... NIemand "durfde" te interveniëren. Uiteraard gebeuren deze "illegale" exploitaties met de nodige "security". De gouverneur die we toen hadden had openlijk banden met de maffia, en de directrice van het instituut van leefmilieu was zijn marionet. Je ziet het trieste verhaal. Uiteindelijk is de natie tussengekomen. Wat is nu het gevolg op het leefmilieu van deze jaarlange illegale exploitatie ? Welnu, men raadt aan geen vis meer te eten die gevangen wordt in Buenaventura, omdat die nu vol kwik zit.

    Binnen de logika van het energiedebat en het verminderde verbruik zou ik dan ook voorstellen dat mensen die milieubewust willen leven hun gebruik van "oorringen, ringen, halssnoeren, armbanden, kettingen, enkelringen en -banden hangers, uurwerken, en nog veel meer juwelen van goud" aan banden leggen.

    Een ander probleem zijn GSM's en PC's. Het is daarin dat al die "rare ertsen" worden verwerkt. In plaats van om de 6 maanden van model te veranderen, blijf werken met wat je hebt. Mijn PC is een kloon en daarin kan ik om de 3-4 jaar een nieuwe processor steken als het moet; mijn GSM is al 5 jaar oud. Ik zou niet weten of ik met een supernieuw model beter zou kunnen bellen...

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties