Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Opinie

Eindelijk debat over Europa! Of niet?

Deze week werd er, ergens tussen bijna uitsluitende berichtgeving over Libië en Japan door, in onze media ‘plots’ een debat gehouden over de richting die Europa sociaaleconomisch uit moet. Of toch niet? Poliargus formuleert bedenkingen.
donderdag 17 maart 2011

Hoera! Contestatie!

SP.A-politica Kathleen Van Brempt veroordeelde de conservatieve Europese plannen afkomstig van de Duitse Bondskanselier Angela Merkel (CDU) en de Europese Commissie die het einde van ons sociaal stelsel zouden inluiden en klaagde aan dat onze regering op deze te laks en te laat had gereageerd.

ACV-voorzitter Luc Cortebeeck sloot zich aan bij de inhoudelijke kritiek van Van Brempt op het competitiviteitspact (na het debacle van de Europese Raad van februari gemetamorfoseerd tot ‘pact voor de euro’), maar was milder voor de huidige federale regering. Hij riep op om niet tegen Europa te staan schelden, maar alternatieven naar voren te schuiven. Zondag ging het hoofddebat van de Zevende Dag hier zelfs over.

Er wordt dus gediscussieerd over welke richting Europa uit moet. Eindelijk. Jarenlang was België het land van de ‘permissieve consensus’.

Wat Europa deed, was per definitie goed, tenzij het goed uitkwam om voor een onpopulaire maatregel de schuld op Europa te schuiven.

Maar een debat over welk beleid Europa moet houden, werd nooit gevoerd. Nu het in Europa gaat over welke maatregelen moeten worden genomen om de toekomst van de eurozone te redden, lijkt zulk debat wel op gang te komen.

Of toch niet …?

Toen kwamen Dirk Sterckx (Open VLD) en Jean-Luc Dehaene (CD&V) echter verduidelijken dat het niet om een keuze gaat. De hervormingen (hogere pensioenleeftijd en uitbouw van een tweede en derde pensioenpijler, wijziging indexmechanisme, loonmatiging, etc.) die worden voorgesteld door Merkel en de Europese Commissie zijn onvermijdelijk.

Ze zijn nodig om onze ‘competitiviteit’ te bewaren en dat is dan weer een voorwaarde om ons sociaal model in stand te houden. Als onze eigen politici dat niet onder ogen durven zien, moet Europa, of Duitsland, het opleggen. Wie dat bestrijdt, of alternatieven naar voren schuift, is een populist.

Sinterklaas voor volwassenen

Op die manier gaat het deksel weer op het debat. De beslissingen waarover nu in Europa wordt gediscussieerd, zijn niet onderhandelbaar. Misschien in hun precieze uitwerking, om de illusie te bewaren dat de nationale politici de touwtjes in handen houden.

Voor de ‘ideologische discussie’ over alternatieven als een financiële transactietaks is geen tijd, aldus Dehaene.

Daarmee doet competitiviteit, al een tijdje trouwens, dienst als een sinterklaas voor volwassenen. Als we niet braaf zijn (pijnlijke hervormingen doorvoeren), dan krijgen we de roe.

Zulke stoute meneer inroepen, is nu eenmaal makkelijker dan uitleggen wat de precieze reden is waarom bepaalde dingen goed of slecht zijn. Wel, weg daarmee.

Pact tegen competitiviteit

Graag wil ik een pact sluiten tegen competitiviteit. Met al onze journalisten. Of althans een welwillende coalitie onder hen. Anders dan het pact voor competitiviteit is het simpel en ondubbelzinnig.

Ik heb het zelf geschreven en draag er de volle verantwoordelijkheid voor. Het pact bevat slechts één regel:

1° Vanaf heden zal ik elke keer een respondent het woord 'competitiviteit' gebruikt hem of haar vragen dit te definiëren.

Competitiviwat?

Er zijn van die woorden die plots opduiken in ons taalgebruik en dan door iedereen te pas en te onpas worden gebruikt zonder goed te weten wat ze precies betekenen.

Competitiviteit gaat al langer mee in economische zakwoordenboeken, maar raakte in het politiek taalgebruik bij ons vooral geïntroduceerd door de Lissabon Strategie uit 2000 die van de EU ‘de meest competitieve economie ter wereld’ moest maken tegen 2010.

Sindsdien lijkt competitiviteit de maatstaf van alle dingen des politiek geworden. Vooral onpopulaire maatregen worden steeds verantwoord onder het mom van de competitiviteit.

Maar wat wil competitiviteit zeggen? Ik weet het ook niet helemaal zeker, maar ik denk dat de gebruikers van de term ermee bedoelen dat de dingen die wij hier maken in het buitenland verkocht moeten raken.

Dat heeft tot gevolg dat onze lonen niet te hoog mogen zijn. Onze pensioenleeftijd moet omhoog, want te vroege pensioenen zorgen voor te veel extra loonlasten. Wat competitiviteit dus eigenlijk wil zeggen, is dat onze lonen, arbeidsvoorwaarden en sociale bescherming hier niet beter (of kom, maar een klein beetje beter) mogen zijn dan elders.

Maar wat zijn optimale arbeidsvoorwaarden, wat is een correcte loonshoogte en pensioenleeftijd? Zijn dat luxe ‘ideologische’ discussies, of net de onderwerpen bij uitstek waarover onze politieke debatten zouden moeten gaan?

Europa heeft links-rechts debat nodig

En daarmee komen we opnieuw bij Europa uit. De links-rechtsdiscussie die momenteel woedt over welke economische koers de EU en de eurozone moeten varen, zou heel gunstig kunnen zijn voor de Unie.

Het is een teken dat de EU als politiek project tot wasdom is gekomen. Wellicht wordt er gekozen voor een ‘rechtse’ koers. Dat is niet meer dan logisch, de overgrote meerderheid van regeringen in Europa is rechts alsook een meerderheid in het Europees Parlement.

Als binnen een aantal jaren blijkt dat te grove besparingen nefast zijn geweest en afbouw van onze welvaartsstaat door de mensen wordt beklaagd, dan kunnen zij deze partijen daar bij verkiezingen de rekening voor presenteren.

Of als het goed uitdraait, voor belonen. Als het wordt voorgesteld als een niet-onderhandelbare noodzaak of een Europees/Duits dictaat, kan dit bij mislukking enkel uitmonden in antipolitieke en/of eurosceptische gevoelens.

Laten we het debat dus blijven voeren. Aan de ‘Europese meerderheid’ om beter, duidelijker en vooral eerlijker uit te leggen waarom ze welke maatregelen wil nemen.

Als ze zich verstopt achter holle frasen als ‘competitiviteit’, aan journalisten om hen het vuur aan de schenen te leggen. En aan de ‘Europese oppositie’ om alternatieven naar voren te schuiven.

Ferdi De Ville

Ferdi De Ville is verbonden aan het Centrum voor EU-studies van de UGent en Poliargus.

Deze tekst werd eerder gepubliceerd als opiniestuk in de De Morgen van dinsdag 15 maart 2011.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

2 reacties

  • door Frank Roels op donderdag 17 maart 2011
  • door Mestrum op vrijdag 18 maart 2011

    Er is inderdaad een link-rechts debat over het Europese beleid nodig. Maar schuif de schuld n iet helemaal in de schoenen van de politici, iedereen die al eens probeerde een debat hierover te organiseren, weet dat de belangstelling van het publiek niet bepaald groot is. De media dragen natuurlijk een grote verantwoordelijkheid, nooit werd er 'politiek' bericht vanuit de Europese Unie. Mocht het nu nog lukken, mooi meegenomen natuurlijk, hoewel ik me afvraag of het kalf al niet verdronken is. De belangrijkste beslissingen zijn genomen, ook door onze regering.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties