Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

De ‘objectieve kennis’ van het Nederlands bij Brusselse ouders en het onderwijs

Marie-Dominique Simonet, de Franstalige minister van het basisonderwijs, en de hele Franstalige Gemeenschapsregering vragen het Grondwettelijk Hof om de maatregel te vernietigen die eist dat ouders hun objectieve kennis van het Nederlands zouden aantonen om voor hun leerplichtige kinderen toegang te krijgen tot het Nederlandstalig onderwijs te Brussel.
maandag 7 maart 2011

De Franstalige regering oordeelt dat dit ingaat tegen haar belangen. Ze wil terug naar een vroegere situatie, waarbij een verklaring op erewoord over de kennis van het Nederlands volstond. Laten we proberen om de problematiek ‘zonder emoties’ te benaderen.

Stel dat de Franstalige scholen eenzelfde plicht invoeren, en eisen dat de ouders een objectieve kennis van het Frans zouden aantonen. Dan zouden vandaag heel wat mensen te Brussel voor hun kinderen geen school meer kunnen vinden, want bij veel ouders ontbreekt de kennis zowel van het Nederlands als van het Frans.

Het Nederlandstalig onderwijs kan drie argumenten aanvoeren om zijn standpunt te verdedigen:

(a) de straat-omgangstaal te Brussel is in veel wijken overwegend het Frans en niet het Nederlands; hieronder verstaan: het eerste contact in winkels en onderling op straat verloopt meestal in het Frans (als het niet in het Marokkaans, Engels of Turks is) en niet in het Nederlands, dus: de verwerving van de Franse taal vindt meer ondersteuning buiten de school dan bij het Nederlands het geval is.

(b) Om de kwaliteit van het Nederlands te waarborgen is er bijgevolg een hogere aanwezigheid van Nederlandstaligheid op school zelf vereist dan met het Frans het geval is.

( c)- We bieden bijkomend als gemeenschap cursussen Nederlands aan voor de ouders, de Franstaligen kunnen eenzelfde aanbod doen met het Frans.

Het Franstalig onderwijs kan hiertegen inbrengen dat dit nog niet betekent dat alle lasten voor de opvang van anderstaligheid die niets met het Frans of het Nederlands te maken heeft, op haar zou moeten doorverrekend worden.

Tot daar, denk ik, kort samengevat, enkele objectieve argumenten. Wat daarbij opvalt, in beide standpunten, zowel dit van de Franstaligen als dit van de Nederlandstaligen, is dat anderstaligheid meestal enkel als een ‘last’ gezien wordt. Beide gemeenschappen zien er blijkbaar vreselijk tegen op en ze kunnen het mentaal en politiek niet opbrengen om ook eens na te denken over anderstaligheid als een ‘troef’. Men kan dit betreuren, maar het is nu eenmaal zo vandaag in België.

Provocerend

Een half jaar geleden hebben we er in een opiniestuk hier in De Wereld Morgen (17 juni 2010: ‘Brussels Nederlandstalig onderwijs en ‘apartheid’) op gewezen dat het o.i. onnodig en provocerend was om via een speciaal onderwijsdecreet in het Vlaams Parlement een voorrangsregel in te voeren die bepaalde dat na eerst voorrang gegeven te hebben aan de broers en zusjes van kinderen (van gelijk welke taal) die er al school lopen, van de resterende plaatsen nog eens 55 procent (in plaats van de vroegere 45 procent) naar kinderen met een Nederlandstalige ouder te laten gaan.

Met de vroegere 45 procent kon immers perfect gewerkt worden. Sommigen (niet allen!) wilden echter het onderste uit de kan. De nieuwe 55 procent regel is er blijkbaar te veel aan geweest voor de Franstalige minister. En deze heeft een argument: is er immers een objectieve reden aanwijsbaar, buiten alleen maar de belangen van de Vlaamse gemeenschap, waarom enkel maar het Franstalig onderwijs de 'lasten' op zich zou moeten nemen van de anderstaligheid die uit de migratie volgt?

De drie argumenten die de Vlaamse gemeenschap aanhaalt, zijn zeker niet waardeloos, maar zien over het hoofd dat ze nergens ook de objectieve belangen van de Franstalige gemeenschap willen in rekening brengen. Met andere woorden: de Vlaamse gemeenschap kan van enig egoïsme verdacht worden. Als de zaak doorgaat, vrees ik voor de Vlaamse gemeenschap dat het Grondwettelijk hof niet anders zal kunnen dan vaststellen dat de Vlaamse gemeenschap hier niet kosjer optreedt, wat ons internationaal weer geen deugd doet.

Noodzakelijk overleg

Wat leiden we hieruit af? Dit is een typisch debat waarin een voorafgaand overleg tussen de Franse en Vlaamse gemeenschap op niveau van het Brussels gewest zin zou hebben gehad. Men had bijvoorbeeld kunnen laten berekenen hoeveel niet het Frans beheersende allochtonen er in Brussel wonen met kinderen op leerplichtleeftijd en aan de hand daarvan een faire opdeling van de ‘lasten’ laten uitrekenen.

Omgekeerd had ook de Franse gemeenschap evident vandaag eerst een overleg kunnen voorstellen met de Vlaamse gemeenschap vooraleer naar het Grondwettelijk hof te stappen. En wellicht had dit debat ook een aanleiding kunnen zijn om, aan beide zijden, of toch minstens aan Vlaamse zijde, over een positiever didactisch beheer van de anderstaligheid in een fundamenteel meertalige stad als Brussel na te denken.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

3 reacties

  • door Edwin Buggenhout op maandag 7 maart 2011

    Het lijkt mij de EERSTE vereiste dat Nederlandstalig onderwijs ZONDER KAMPEREN toegankelijk moet zijn voor kinderen van wie één of beide ouders Nederlandstalig is (geboren en getogen...) en dat heeft NIETS met racisme te maken. Sinds DAEMS hebben Vlaamse ouders gemiddeld minder dan 2 kinderen. De voorrangsregel voor broers en zussen is dus discriminerend.

  • door Gaetan Carlier op maandag 7 maart 2011

    In het Brusselse Franstalig onderwijs spreekt minstens 7 op 10 leerlingen thuis Frans. In het Nederlandsetalige onderwijs in Brussel spreekt 3/10 van de kinderen thuis Nederlands. Verhoudingsgewijs neemt het Nederlandstalig onderwijs dus twee keer zoveel anderstaligen op als de Franstaligen.

    Het probleem blijft wel echter wel zo dat men met 2 verschillende gemeenschappen, met daarin nog eens drie verchillende netten, moeilijk de uitdagingen kan aanpakken die de komende jaren boven Brussel dreigen. Tegen 2015 moeten er 80 scholen bijkomen, Nederlandstalige en franstalige scholen samengeteld. Ik heb er geen idee van hoe dat gaat gebeuren als de twee talengemeenschappen in Brussel de hete appel op die manier naar elkaar blijven doorschuiven. Een oplossing voor dit probleem zou één tweetalig immersief onderwijs kunnen zijn, waarin sommige vakken in het NL en sommige vakken in het Fr gegeven worden. Daar zijn verschillende voordelen aan: 1. Verschillende onderzoeken tonen aan dat tweetaligheid de cognitieve ontwikkeling van kinderen op alle leerdomeinen ten goede komt. 2. De enorme uitdaging om binnen 4 jaar 80 scholen in Brussel uit de grond te stampen, wordt genomen door één organisatie(ipv van de verschillende gemeenschappen en verschillende koepels onafhankelijk). daardor zou dat min of meer gecoördineerd en organisatorisch correct kunnen verlopen. 3. Verschillende communautaire angels kunnen zonder veel pijn vanonder de huid worden gehaald.

    3.

    • door jacquet yves op dinsdag 8 maart 2011

      Ik noem dat paniekvoetbal van de franstaligen eerst wilde men zoveel mogelijk verfransen en waren vlaamse scholen slecht gezien en werd er denigrerend over gedaan.Dat ze nu overspoeld worden en geen centen hebben om al die jeugd op te vangen is hun eigen schuld men heeft twee taalgemeenschappen gewild en het franse net is geliefder en trekt meer leerlingen aan daarom willen ze gewoon een deel van de last van hun schouders maar ja kijk Brussel mag niet vlaams zijn dus zal het frans zijn .Tant pis pour eux.

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties