Reeds acht jaar is DeWereldMorgen.be de alternatieve en kritische stem in de Vlaamse media.

Wij zijn volledig gratis en reclamevrij.

Maar dat kan enkel via uw steun.

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Interview

Een kansarme zit met zijn rug naar de rijrichting

Gerda en Patricia zijn opgeleide ervaringsdeskundigen in de kansarmoede en sociale uitsluiting. Ze vinden dat klassieke hulpverlening voor kansarmen haar doel mist. Opgeleide ervaringsdeskundigen zijn volgens hen de missing link tussen de armen en de hulpverlener. "De klassieke hulpverlening bezit niet de feeling van wat het is om telkens opnieuw het deksel op de neus te krijgen", aldus Gerda.
donderdag 30 december 2010

Opgeleide ervaringsdeskundige in de kansarmoede

Gerda: "Ik ben 17 jaar geleden in een project "Tewerkstelling voor kansarme vrouwen" gestapt. Later is er in samenwerking met Kind en Gezin en De Link een opleiding 'Opgeleide Ervaringsdeskundige in de Kansarmoede en Sociale Uitsluiting' opgericht. De opleiding is parttime en duurt vier jaar."

"De voorwaarde is dat je uit de kansarmoede komt en/of een instellingsverleden had tijdens je kinderjaren. Het eerste jaar leer je werken met je eigen levensverhaal, je eigen verleden. Je doet aan armoedeverbreding, je leert luisteren naar anderen en je beseft dat er veel verschillende vormen van armoede-ervaringen zijn. Het eerste jaar is heel belangrijk, anders neem je al de kwetsuren van de anderen met je mee. Je moet kunnen meeleven maar het ook leren loslaten."

"Door die opleiding heb ik een bredere kijk gekregen op kansarmoede. Je hebt zelf heel veel meegemaakt maar je leert ook de problemen kennen waar anderen in kansarmoede mee te maken hebben. Je kan ervaringen uitwisselen en toetsen hoe de andere het heeft ervaren. Zo zijn bijvoorbeeld ervaringen van sociale uitsluiting meestal dezelfde maar worden ze verschillend ervaren, bijvoorbeeld bij misbruik in het gezin."

"De opleiding was mentaal heel zwaar. Maar daardoor ben ik met de jaren vooral innerlijk gegroeid. Je voelt je zelfverzekerder worden. Ik had veel steun van mijn medecursisten. We hadden dezelfde achtergrond. Je mag fouten maken. Je moet je niet schamen of op je taalgebruik letten. Bij kansarmen is de taal meestal veel directer en ook de non verbale communicatie is veel belangrijker."

Patricia: "Ik zit nu in mijn laatste jaar van de opleiding. Ik werkte al bij Kind en Gezin voor ik in contact kwam met de opleiding. Ik had van Gerda gehoord dat de opleiding een heel therapeutisch effect had gehad op haar. Daarom ben ik er ook aan begonnen."

"In '92 ben ik afgestudeerd als Assistent in de Psychologie omdat ik dacht dat het me gelukkig ging maken en me hoger op de sociale ladder zou brengen zodat ik me iemand ging voelen. Maar tien jaar later en nog meer cursussen 'Assertiviteit' lukte het nog altijd niet. Ik geraakte niet aan een job met mijn studies, ook al had ik ervaring. Men keek naar de jaren dat ik niets had gedaan en rekende me daarop af. Toen realiseerde ik me dat die binnenkant toch wel belangrijk is. Je kunt zoveel boeken lezen als je wil maar als je niet eerst met die binnenkant aan de slag gaat dan overheersen de emoties de theoretische kennis die je hebt."

Hulpverlening schiet haar doel voorbij

Patricia: "Nu ik zelf in de hulpverlening sta, zie ik dat hulpverlening soms weinig effect heeft op kansarmen. Organisaties zoals het OCMW met hun vijfdaagse sollicitatietraining schieten hun doel voorbij omdat men niet naar die binnenkant kijkt. Men denkt dat het in orde komt als we de cursisten wat communicatievaardigheden en theoretische kennis bijbrengen. Maar het is niet enkel dat wat mensen in armoede missen. Mensen in armoede kunnen ook een boek lezen. Ze hebben vaak heel wat van die cursussen gevolgd maar zitten vast met een emotionele bagage die verbonden is met een leven van uitsluiting. Als je telkens geconfronteerd wordt met dingen die je emotioneel zeer doen, dan doet al die theoretische kennis er niet toe. Op het moment van de praktijk, krijg je gewoon een black-out. Je emoties overheersen en je vergeet de theorie. Je schiet terug in emoties van vroegere uitsluitingservaringen."

Gerda: "Bij het OCMW kom je voor geld of voor papieren maar wordt er ooit gevraagd hoe het met je gaat? Er is geen tijd voor. Ze krijgen geld en er moet een trajectje doorlopen worden. Maar op mensen in armoede kan je geen tijdspanne zetten. De ene heeft een halfjaar nodig en de andere heeft meerdere jaren nodig."

"Vaak doen die cursussen van de hulpverlening meer kwaad dan goed. Er zijn heel veel mensen die aan de rand van de maatschappij leven. Men weet dat ze nooit tewerkgesteld kunnen worden maar ze kunnen ook niet op invaliditeit want ze zijn niet ziek genoeg. Die mensen zullen nooit tot iets kunnen behoren. Ze worden telkens afgewezen of van het kastje naar de muur gestuurd. Op hun veertigste zijn ze volledig kapot gemaakt. Dat is wat we willen aanklagen. Er moet iets aan gedaan worden. Zo'n mensen moeten eerst serieus ondersteund worden vooraleer ze een job kunnen krijgen. "

Geef ze werk en alles is opgelost

Gerda: "Hulpverleners staan niet altijd open voor de hulpvraag. Kansarmen moeten hun problemen ook leren inzien en beseffen dat ze eraan moeten werken. Het duurt lang voor dat men weet waar het vandaan komt."

"Als opgeleide ervaringsdeskundige begrijp ik vaak wat de mensen voelen in hun situatie. Maar veel hulpverleners vertrekken vanuit een ander referentiekader en hun kijk op de dingen is niet altijd de juiste voor de armen. Bijvoorbeeld als ze zeggen “we gaan werk voor je zoeken.” Met onze achtergrond weten we dat een bepaalde persoon nog niet klaar is om te werken. Die heeft nog te veel problemen met zichzelf. Ook al vindt hij of zij werk, dan kan het snel mislopen. Wij voelen dat aan. Maar in de klassieke hulpverlening denkt men gauw dat alles is opgelost eens de mensen aan het werk zijn."

We effenen het pad naar de gewone hulpverlening.

Gerda: "We volgen als opgeleide ervaringsdeskundige bepaalde gezinnen op die ook uit de kansarmoede komen. We proberen vooral in dialoog te gaan met de mensen. Hun vertrouwen winnen, naar hun noden luisteren. Kijken hoe we hen kunnen begeleiden. Er is niet altijd een directe hulpvraag."

"We effenen het pad naar de gewone hulpverlening. Mensen zijn soms zodanig gekwetst dat ze vaak geen hulp meer willen. Het helpt om vertrouwen te scheppen als ze weten dat ik ook eenzelfde achtergrond heb. Ik vertel het hen ook."

Patricia: "Mensen vinden het vaak moeilijk om de stap te zetten naar de hulpverlening omdat ze zich weinig begrepen voelen door de klassieke hulpverlening. Mensen zeggen ons vaak "ik voel me voor het eerst begrepen en niet veroordeeld of gepusht om dit of dat te doen. Ik mag mezelf zijn en ik hoef me er niet voor te schamen”.

Gerda: "Ik had bijvoorbeeld een mama met twee kindjes begeleid. Ze was 22 jaar en ze liep er heel onverzorgd bij. Ze zei dat het moeilijk ging met de opvoeding van haar kinderen en dat ze zich niet goed in haar vel voelde. We zijn samen op zoek gegaan naar een organisatie waar ze gesprekken kon voeren met andere kansarmen. Ze koos uiteindelijk voor Recht-Op (een vereniging waar armen het woord nemen). Ze wilde naar de groepsbijeenkomsten gaan op voorwaarde dat ik de eerst keer meeging. Ik ben dan meegegaan."

Patricia: "Ik begeleidde bijvoorbeeld een moeder met een zoon die tijdelijk in een instelling was geplaatst. Sinds hij thuis was, kreeg ze hem maar moeilijk in bed. Het duurde meer dan twee uur om hem in zijn bed te stoppen. De thuisbegeleidingsdiensten hebben vanalles geprobeerd met allerhande schema's en beloningssystemen maar dat werkte allemaal niet. Tot ik met de moeder in gesprek ging over wat het voor haar betekende dat haar kind in een instelling was geplaatst. Ze vertelde dat haar zoon in het weekend thuis kwam slapen. Hij mocht toen naar bed wanneer hij dat wou. De moeder associeerde hem in bed stoppen met afscheid nemen de volgende dag. Door samen met haar na te gaan wat het voor haar heeft betekent om telkens afscheid te moeten nemen nadat hij een nachtje geslapen heeft, hebben we die emoties een beetje kunnen plaatsen. Ze voelde zich schuldig tegenover haar zoon en wou hem, door hem langer op te laten, tonen hoeveel ze van hem hield. Ze heeft ingezien dat er andere manieren zijn om haar liefde te tonen en kon zich nadien beter vinden in de oplossingen van de thuisbegeleidingsdiensten. Ze kon voet bij stuk houden en voelde zich minder schuldig als hij naar bed moest."

Het ritme van de kansarme

Gerda: "Wij volgen het ritme van de kansarme als er geen gedwongen hulpverlening is. In de meeste gevallen bepaalt de hulpverlener de agenda van de kansarmen. Ze worden vreemd aangekeken als ze tegen de hulpverlener zeggen "ik wil niet dat je morgen komt." De hulpverlener zegt dan "hoezo, je bent toch thuis? Je werkt toch niet"? Maar vaak zijn problemen zo complex dat ze bijna alle dagen bezig zijn met hun problemen op te lossen. Ofwel moeten ze paperassen in orde brengen bij het OCMW, of naar de school van de kinderen of de deurwaarder die langs komt. Die druk snappen veel hulpverleners niet. We volgen gewoon het ritme van dat gezin, zo groeien ze ook. Als je ze dwingt, doen ze de dingen enkel omdat het moet. Je kunt niet aan problemen werken als de mensen die inzichten niet hebben".

Patricia: "Ik geef mijn telefoonnummer aan de gezinnen die ik begeleid. Ze mogen me altijd bellen als ze in nood zijn. Mensen in armoede hebben weinig steunfiguren waarbij ze terecht kunnen en als ik zo een figuur kan zijn dan ben ik daar blij om, dat betekent dat er vertrouwen is. We worden echt niet lastig gevallen op alle momenten van de dag en avond. Ze respecteren onze vrije momenten en bellen enkel als er iets serieus is."

Het clichébeeld van kansarmoede

Gerda: “Veel mensen hebben een clichébeeld van kansarmoede. Een kansarme is volgens het algemeen beeld iemand die niet goed gekleed is, geen werk heeft, niet gestudeerd heeft, ... Dit klopt niet altijd, er is heel veel verborgen kansarmoede en miserie. Er zijn kansarme mensen waar je het helemaal niet aan ziet. Tegenwoordig zijn er bijvoorbeeld heel veel bejaarden die aan het verarmen zijn. Ze hebben heel hun leven gewerkt maar moeten overleven op boterhammen. Er zijn ook veel armen met een job. Ze komen niet rond vanwege schulden, hoge huurprijzen, etc.“

Taal en normen kansarme versus middenklasse

Patricia: "Er ontstaan vaak misverstanden in de communicatie tussen kansarmen en hulpverleners door het verschil in taalgebruik. Kansarmen hebben een directer taalgebruik, gebruiken korte woorden en zijn straight to the point. Klassieke hulpverleners tonen dikwijls geen emoties. Als een hulpverlener met een uitgestreken gezicht tegen een kansarme zegt "ik ben heel boos op je", geloven die dat gewoon niet. Want hun lichaamstaal stemt niet overeen met wat ze zeggen. Het plaatje klopt niet. Dan proberen we ze echt kwaad te krijgen om te testen of ze het menen. Het is een soort overlevingstactiek. Hulpverleners doorzien dat niet altijd.“

Gerda: "Mijn communicatie met de kansarmen is direct. Als ik kwaad ben dan toon ik dat ook aan de mensen, ik wind er geen doekjes om. Volgens de etiquette van de middenklasse, die algemeen aanvaardt wordt, moet je op een mooie verhullende manier uiting geven aan je gevoelens als je op je tenen bent getrapt. De andere moet dan maar tussen de regels lezen wat je bedoelt terwijl dat niet voor iedereen even duidelijk is."

"Wat mij stoort is de manier waarop gedrag bij een arme of middenklasse wordt beoordeeld. Als je als middenklasse alternatief wilt doen en je anders wil kleden of alternatiever wil gaan wonen bijvoorbeeld in een woonwagen dan is dat maatschappelijk aanvaardbaar. Een kansarme kan die keuze vaak niet maken en als die in een woonwagen gaat wonen, is dat vaak een probleem."

Patricia: "Om een voorbeeld te geven. Ik liep in het begin van mijn tewerkstelling mee met een verpleegster. We gingen langs twee gezinnen die kortelings een kind kregen. Bij beide gezinnen was het huis een beetje rommelig en lag de moeder in de zetel. In het gezin van de middenklasse, zei de verpleegster “de moeder is moe door de bevalling en moet haar weg nog zoeken in het organiseren van haar huishouden”. In het kansarme gezin kreeg de moeder meteen het etiket onhygiënisch en er werd de vraag gesteld of ze de zorg van het kind wel aankon. Dat zegt toch iets over hoe een verpleegkundige naar een gezin kijkt. Deze kijk bepaalt ook hoe de verdere hulpverlening er zal uitzien."

Laag zelfbeeld

Patricia: "Het zelfbeeld van veel kansarmen is heel laag. Ik heb de middelbare school afgemaakt op mijn 21ste en toen ik hogere studies deed, werd ik telkens heel ziek als ik examens moest afleggen. Die schrik om weer te falen zat er echt in."

Gerda: "Ik had dat hetzelfde toen ik moest solliciteren. Ik durfde dat niet. Ik was zo onzeker dat ik zelfs in de winkel wegliep als mensen me aankeken. Sinds mijn kinderjaren hoorde ik altijd dat ik niets waard was en niets betekende. En als je dat duizend keer gehoord hebt in je leven dan voel je dat ook. Het duurt heel lang om je zelfvertrouwen op te bouwen. "

"Toen ik werk vond, was het niet gemakkelijk om mijn leven te organiseren. De kinderen moesten naar de opvang of naar de voor- en nabewaking. Dat moet allemaal betaald worden. Als ze ziek zijn of er gebeurt iets op school zit je met een probleem. Je hebt weinig netwerken om op terug te vallen. Op het werk moet je je aanpassen aan de collega's. Er is een ander taalgebruik, omgang en gewoontes. Het duurt even voor je er aan went. Maar ik weet dat ik nooit al die vaardigheden van de middenklasse onder de knie zal krijgen. Als je hebt kunnen zien hoe je moeder koffie zet dan is dat een vanzelfsprekendheid, maar als je dat niet hebt meegekregen, is het heel moeilijk om het je op latere leeftijd eigen te maken."

"Een ander voorbeeld is het huishouden. Ik heb een lange tijd in een instelling gezeten. Ik had het bijvoorbeeld moeilijk bij de opvoeding van mijn kinderen. Wanneer leer je je kind zwemmen, fietsen, om hoe laat moeten ze in bed, wat mag een kind vanaf welke leeftijd? Ik had geen houvast. Dan moet je bij de middenklasse gaan kijken hoe zij het doen, maar het wil niet zeggen dat wat goed is voor hen ook goed is voor mijn situatie, voor mijn kinderen."

Organisaties waar armen het woord nemen

Patricia: In veel van die organisaties waar "armen het woord nemen" mogen/kunnen kansarmen niet doorgroeien. Ze mogen hun levensverhaal doen en naar de activiteiten komen.

Een echte organisatie waar armen het woord nemen, moet gerund worden door de kansarmen zelf, geholpen door de middenklasse. Nu wordt de organisatie gerund door de middenklasse en wordt ze geholpen door de kansarme. Een kansarme kan ook organiseren of een dossier mee voorbereiden. Ook kansarmen hebben bepaalde vaardigheden en ervaringen die ze kunnen inzetten of verder ontwikkelen. Men onderbenut die ervaringen in de hulpverlening."

Gerda: "Er is een bepaald budget voorzien waar vooral de hoogopgeleiden mee aan de haal gaan. Tewerkstelling in armoedebestrijding of hulpverlening gaat naar banen voor middenklassers. Als er nog een beetje geld over is, gaat het naar een ervaringsdeskundige. In onze maatschappij hecht men nu eenmaal meer belang aan een diploma dan aan ervaring. Vroeger kon je laag beginnen en doorgroeien met je ervaring maar nu is dat bijna niet meer. Ik vind dat de overheid een bepaald percentage van het budget moet voorzien voor ervaringsdeskundigen. "

Oppervlakkige hulpverlening

Patricia: "Er zijn twee problemen met de huidige hulpverlening. De politici maken te weinig geld vrij voor de sociale sector. Het zal er niet beter op worden met de bezuinigingsplannen van de regering. Daarnaast moet de hulpverlening, met haar lange wachtlijsten, snel verlopen en is ze daardoor oppervlakkiger. In plaats van een huisbezoek zijn er consulenten die gewoon bellen. Kan je je dat voorstellen: een gezin in de problemen wordt gebeld om te vragen hoe het met hen gaat in de plaats van een echt gesprek met hen te hebben? Als je niet face to face met iemand praat, kan je als hulpverlener nooit echt aanvoelen wat er aan de hand is in dat gezin. Bij hulpverlening bij kansarmen is het belangrijk om met hen in dialoog te gaan en hun tempo te respecteren. Dat zijn net twee dingen die de hulpverlening vandaag niet meer kan bieden."

Een vicieuze cirkel

Patricia: "Mensen uitsluiten brengt enorm veel (emotionele) schade toe. Kansarmen worden sneller geviseerd, sneller geplaatst, strenger gestraft etc. Kansarmoede is een soort vicieuze cirkel, er is een goed beleid voor nodig om het grondig aan te pakken. De politici moeten meer geld vrijmaken voor de sociale sector en de hulpverleners moeten meer in dialoog gaan met uitgeslotenen. De hulpverlening zal pas effect hebben als mensen zich terug beter in hun vel voelen en gewapend zijn om te kunnen omgaan met de uitsluitingen in hun verleden. "

Gerda: "Kansarmoede los je niet op in één generatie. Je hebt minstens twee generaties nodig. Je hebt ook twee generaties nodig om in kansarmoede terecht te komen. De eerst generatie heeft nog de vaardigheden en netwerken. Mijn kinderen hebben bijvoorbeeld een aantal vaardigheden meegekregen die ik niet had. Het opgroeien in een gezin, moederliefde ervaren etc. Maar zij zullen ook een stuk schade ondervinden door mijn kansarmoede. Ik kan dat niet vermijden. Ze kunnen hun vaardigheden wel al doorgeven. Het zijn vooral psycho-sociale en communicatievaardigheden die je van kinds af aan leert."

De kansen van de kansarme

Gerda: "Je zou kunnen zeggen dat de kansen in de maatschappij toch open zijn voor iedereen. Maar de informatie komt niet altijd toe bij de kansarmen. Er zijn bijvoorbeeld heel veel toelagen, premies, verminderingen op belastingen en dergelijke waar een kansarme beroep op kan doen voor studies en allerhande maar die weten dat vaak niet. Ze hebben de nodige netwerken en juiste voorbeelden ook niet zoals iemand uit de middenklasse. De kansen in de maatschappij voor een kansarme kan je vergelijken met een rit op de trein. Als je in de rijrichting zit dan zie je de kansen op voorhand op je afkomen en kan je ze grijpen. Een kansarme zit met zijn rug naar de rijrichting. Hij ziet de kansen passeren en ze zijn weg voor hij ze kan grijpen."

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

19 reacties

  • door manuel op vrijdag 31 december 2010

    bedankt Gerda en Patricia ik sta niet meer alleen jaren zeg ik dit , al jaren word ik in een hoek geduwd . laat mij doe om het stuk van organisaties te belichten

    Organisatie waar armen het woord nemen Patricia: In veel van die organisaties waar "armen het woord nemen" mogen/kunnen kansarmen niet doorgroeien. Ze mogen hun levensverhaal doen en naar de activiteiten komen.

    in 2003 Mieke vogels minister van welzijn gaf aan het opbouwwerk 3 extra ervaringsdeskundigen aan het samenlevingopbouw waar nog een ¼ ondersteuning voor de tewerkstelling . in 2005 was er maar 1 aan het werken deze was in brussel Antwerpen en geld verdeelde deze middelen om de hoogopgeleide iets extra te geven .groen was doof zelf werk er een vraag gesteld in de kamer (vlaams )

    het zijn niet alleen de verengingen die het spel fout spelen ook de overheid .de verengingen krijgen geld op basis van zes criteria . 1. Armen verenigen zich 2. Armen nemen het woord 3. Werken aan maatschappelijke emancipatie 4. Werken aan maatschappelijke structuren (10 grondrechten) 5. Dialoog en vorming 6. De vereniging blijft armen zoeken

    Is er controle van de overheid hier in met het nieuwe decreet wel maar het is nog altijd hoe goed dat je dossier is geschreven in het verleden zijn basiswerking die echt door mensen in armoede opgestart gewoon van de kaart geveegd omdat hun dossier niet goed geschreven waren . De meeste werkingen zijn gestart van uit grote werkingen zoals het caw en samenleving deze zijn ook echte middenklasse werking . je moet al een master hebben om in dienst genomen te worden . En als er een ervaringskundigen word aangeworven is dit met tijdelijke middelen van de cera, Boudewijn stichting……………… en doch schrijven ze hoe belangrijk het is om met mensen in armoede te werken . De overheid spreek niet van een % te werkgesteld van mensen in armoede .als we zien wat ze verwachten van de werking zal het goed zijn . In de p.o.d werken ongeveer een 36 tal mensen die armoede ervaring hebben .in de vlaams overheid geen . Begrijpen wie het kan begrijpen . Op de vdab werken een 4 tal hun loon is gelijk gestel als de onderhoud mensen .ze moeten mensen actief begeleiden op zoek naar een job .als iemand pas van school afkom heeft al snel 150 € meer . is dit gelijkheid .dan spreken van gelijk loon naar gelijk werk de vakbonden zijn hier niet mee bezig .

    Waarom word er geen druk uitgevoerd om echt mensen met armoede ervaring in de raden beheer te zetten van deze vzw waar arme het woord nemen . En niet als schoothondje of hun geld niet te verliezen maar wel moet er ook geïnverteerd worden in kennis .

    Ik kan mij 2 collega goed begrijpen en hoop echt dat hun verhaal ,hun inzichten een debat in gaan gaat brengen . Een eerlijk debat ik ben er ook wel van overtuigd dat het geen kwade wil is van de middenklasser ook ze moeten hun boterham verdienen hun studie moeten hun toekomst verwaren .

    Dit debat kan zelf door getrokken worden in sociale tewerkstelling waarom is het % heel laag van mensen die doorgroeien hier in . zelf hebben ze 10 jaar ervaring .het mooiste voorbeeld is deze week nog gelezen instucteur/begeleider schoonmaakbedrijf Moclean . Profiel een graduaatdiploma of een gelijk waardig door ervaring . De filosofie van dit sociaal tewerkstelling bedrijf is mensen een kans geven .ik stel mij dan de vraag welke kans .en wie heeft de meeste voordelen hier in . je ga mij niet kunnen wijs maken iemand die al 10 jaar werk kan dit niet ,of er is niet geïnverteerd in de groei van de sociale zwakker persoon

  • door froels op vrijdag 31 december 2010

    Leerrijk artikel van mensen die het kunnen weten. De laatste paragraaf (allerlei maatregelen die slecht gekend zijn, dus verloren) is ook bekend aan Ingrid Lieten, want ze heeft op haar programma staan de automatische toekenning aan rechthebbenden, in plaats van afhankelijk van de juiste aanvraag. Cruciaal zijn dus de taal, het woordgebruik: iedere sociale klasse, ieder beroep heeft aparte uitdrukkingen en termen. Journalisten gebruiken vaak bedekte termen, al is de morele ondertoon wel merkbaar (groei; regularisatie; omstreden; betwist; illegalen; uitkeringstrekkers; gesloten centra; politieke beslissing; politisering; een Waalse, of Franstalige (krant, minister, spreker, ...). Welbespraakt beschaafd versus dialekt, woordarmoede, schrijffouten...Ambtenaren gebruiken de termen uit de officiële besluiten; die zij alleen verstaan (of zelfs niet: zie de vaudeville tussen Muyters en de gemeenten over "kleine" verbouwingen). Toch zijn er onduidelijke plekken in de uitleg van Gerda en Patricia. Waarom is werk geen oplossing? Wat zit er in het hoofd waardoor een aantal zaken blijven mislopen? is het een totaal tekort aan hoop en diep wantrouwen?; teveel valse beloften, teveel bedrog ervaren? Daarvan zouden concrete voorbeelden moeten gegeven worden. Wat betekent: "dat een bepaalde persoon nog niet klaar is om te werken. Die heeft nog te veel problemen met zichzelf. Ook al vindt hij of zij werk, dan kan het snel mislopen". Ik kan mij voorstellen dat de zaken verkeerd lopen met de veelgebruikte officiële uitdrukking "begeleiding naar werk". Voor velen resulteert dat immers NIET in een contract; het is een eufemisme, mooipraterij.

  • door Lucie Evers op zondag 2 januari 2011

    Dit is niet alleen de titiel van een boek over sociale migratie, maar ook het beeld dat ik wil meegeven als ervaringsdeskundige in de armoede. Ik herken heel veel in de getuigenissen. Het verhaal is genuanceerd. Wel wil ik er op wijzen dat wij, ervaringsdeskundigen, niet alleen de mensen in armoede moeten bijstaan (1ste lijn), maar ook de 'middenklasse hulpverleners' (2de lijn) moeten bijstaan en 'empoweren'. Die opdracht heb ik mij nu gesteld. Dat betekent dat we de hulpverlening niet alleen nu moeten verbeteren in haar dagelijkse praktijk, maar ook mensen vormen, organisaties en sectoren moeten hervormen en nieuw beleid maken, zodat de hulpverlening 'effectiever' wordt. Dat kunnen we alleen doen als we diezelfde middenklasse niet 'bedreigen'. Onlangs heeft een hulpverlener toegegeven dat ik 'bedreigend' ben voor haar positie en voor haar identiteit als hulpverlener. Dat is een belangrijk signaal. Ook die middenklasse, de hulpverleners, uitvoerende ambtenaren maar ook de academische wereld verdient het om 'empowered' te worden , zodat ze meer empowerend kunnen zijn. Het mechanisme dat emotie en diepe schema's het overnemen van inzicht, ratio en kennis geldt immers ook voor die middenklasse. Al snel kom je dan in een stellingenoorlog, een wij- zij patstelling en dat helpt niemand vooruit. Wat verloning en tewerkstelling betreft, volg ik de redenering wel. Het maakt deel uit van de structurele component van kansarmoede en de nood aan formele scholing is een mechanisme dat heel erg kansarmoede versterkt en reproduceert. Ten tijde van het ontstaan van de opleiding was dat één van de grote argumenten: het is een soort van diploma! Eigenlijk heeft men dan toegegeven aan de druk om te conformeren aan het systeem van 'bewezen kennis en vaardigheden' via een schools traject en niet gewerkt aan EVC erkenning. Achteraf is gebleken dat de maatschappelijke en financiële waarde van dat traject niet bijster is, maar - zoals gezegd- de opleiding een uitstekend traject is voor individuele emancipatie. Daarom mogen we de opgeleide ervaringsdeskundigen niet onderschatten, maar ook niet overschatten. Voor sommigen is het een noodzakelijke en prima stap in weg uit de armoede, maar niet het eindstation en horen ze ook niet thuis in de hulpverlening. Belangrijker is dat het afmaken van de opleiding een succeservaring is waarmee ze aan de slag kunnen om dan verder professionele competenties te ontwikkelen die dicht bij hen liggen, zonder dat dit noodzakelijk in verlengde van de ervaringsdeskundigheid ligt. Als maatschappij kunnen we ons niet langer veroorloven om talenten onbenut te laten, ook al zitten ze gevangen in kansarmoede of een vorm van 'handicap'. Het is mensonwaardig om iemand volledig weg te parkeren in de zorg of hulpverlening. Het onvermogen en de beschadigingen gaan nooit weg. Het is een kwestie van ze juist en expliciet te benoemen en te managen (zodat er geen grote maatschappelijke en persoonlijke kost van komt) maar ook van het 'restvermogen' maximaal aan te spreken. Zo kan een kansarme ook wel een intellectueel zijn, een dichter, een kok en nog veel meer. Begin dus eens met niet alleen te werken en te repareren aan wat niet marcheert maar met een inventaris te maken en te werken met datgene wat wel marcheert...

    • door danielverhoeven op zondag 2 januari 2011

      Ik heb twee vraagjes, Lucie: 1) Is dit een solo-project 2) En wat gaat dit kosten.

      Ik huiver een beetje van opleidings-inititieven die 500 € per persoon kosten aan de deelnemers van het programma, verblijf en reiskosten niet meegerekend. Ik kwam er onlangs nog zo een tegen in Ierland. Ik erken wel dat er opleiding nodig is, meer nog ik vind dat de overheid dergelijke opleidingen van mensen in het werkveld zou moeten subsidiëren, maar dikwijls wordt er schoon geld weggegooid zonder dat er een efficiente output kan aangetoond worden. Kun je mij meer informaitie, een web-site of iets dergelijks aanwijzen. Let wel, op DWM zijn er specifieke regels ivm met het voeren van reclame.

      • door Lucie Evers op zondag 2 januari 2011

        zie: http://www.educatievewinkel.be/index.php?id=110 LUDI educatieve winkel is een organisatie met als missie 'duurzame marketing van duurzame ontwikkeling'. In het kader daarvan ondersteun ik mensen, organisaties en overheden die met aspecten van duurzaamheid aan de slag willen gaan. Sommige organisaties willen 1 workshop, anderen leggen een heel traject af, nog anderen willen eerder 'strategisch advies'. Veel van wat ik doe is dus maatwerk. Meer vragen? mail mij via info@educatievewinkel. Is dat al een antwoord op jouw vraag?

        • door froels op zondag 2 januari 2011

          Heb even gekeken op deze webstek. De plaatjes zijn vrolijk, maar de tekst is voor hoogopgeleiden. Wie moet dit lezen? En te abstract, niet konkreet, vind ik (ik kom beroepsmatig uit het onderwijs.

          • door danielverhoeven op zondag 2 januari 2011

            Mijn persoonlijk standpunt is dat het gebruik van marketingstechnieken in de strijd voor sociale ontvoogding enkel nuttig zijn voor het verzamelen van fondsen. Marketing technieken aanwenden in het werkveld OF in de opleiding van mensen in het werkveld is de kat bij de melk zetten. Bon dat is kort, en daar kunnen we waarschijnlijk nog uren over doorgaan daarom geef ik u volgend artikel ter overweging: "Why Social Transformation is not a Job fot the Market" van Michael Edwards ook de auteru van het boek "Small Change: Why Business Won't Save the World.". De URL http://www.opendemocracy.net/openeconomy/michael-edwards/why-social-transformation-is-not-job-for-market?utm_source=feedblitz&utm_medium=FeedBlitzEmail&utm_content=201210&utm_campaign=Nightly_2010-12-29+05:30

            • door Lucie Evers op dinsdag 4 januari 2011

              De geciteerde geschriften zijn mij bekend. Ik heb een ruime bijdrage over het spanningsveld tussen 'social marketing' en 'empowerment' geschreven op een thread op de linked in group 'international society of ecological economics' http://www.linkedin.com/groupItem?view=&gid=2092240&type=member&item=25121051&qid=4634298e-9071-40b7-8e9d-943745965617&goback=%2Egmp_2092240 Veel leesgenot...

              • door danielverhoeven op dinsdag 4 januari 2011

                @Lucie Evers In uw eerste tussenkomst in deze thread vermeldt gij het boek 'Bruggen over woelig water', dat in feite geen boek is maar een brochure. Deze brochure is gemaakt in opdracht van de Vlaamse Overheid in het kader van de armoedebestrijding. Deze is voor iedereen beschikbaar, hier vind je ze: http://www4.vlaanderen.be/wvg/armoede/publicaties/Documents/brochure_armoede_bruggen_woelig_water.pdf

                Ik heb eens naar je naam gegoogeld binnen het internet-domein .vlaanderen,be maar vind je naam daar nergens terug. Toch beweer jij dat je aan die brochure hebt meegewerkt, maar ze hebben blijkbaar je credits vergeten te vermelden. Ik geloof niet dat je daaraan meegewerkt hebt. Je kan dat niet aantonen en nog minder bewijzen. Ik denk dat je die brochure als kapstok gebruikt om reclame te maken voor je winkeltje waarvan je de URL hebt opgegeven. Ik werk reeds sedert 1991 in de organisatie Hand in Hand Gent. Dat is in jouw buurt, Lucie. Wij doen aan concrete armoedebestrijding als vrijwilligers. Daarover kan je lezen op onze website http://mezopa.wordpress.com/

                In de beginjaren hebben wij te maken gehad met charlatans die van armoede en hulp aan sans-papiers een handeltje wilden maken, die wilden profiteren van hun miserie om er zelf aan te verdienen. Dit is op de Algemene Vergadering besproken toen, daar zijn verslagen van. Een individu is toen uit Hand in Hand Gent gezet. Ik noem hier geen namen, maar jij weet donders goed over wie het gaat. Dus kom hier niet terug hetzelfde winkeltje verdedigen van frietkramen en zonnepanelen voor armen, jij wil er gewoon aan verdienen. Wees eens eerlijk.

                • door Gerda Massenhove op woensdag 5 januari 2011

                  De brochure is maar een samenvatting wat er in het boek geschreven staat. Het boek is door OASeS uitgebracht bij Acco. Trouwens bij al de boeken die uitgebracht zijn staat er altijd wel een vermelding bij waar ze de informatie gehaald hebben.Het kan een organisatie of een persoon zijn. Bij brochures wordt dit niet vermeld.

                  Groetjes

                  Gerda @Lucie, wat betreft de competentieprofiel van ervaringsdeskundige in de kansarmoede en sociale uitsluiting ( Serv) kan ik je genoeg uitleg geven want ook aan dit heb ik meegewerkt. Zoek maar onder mijn naam op Google.

          • door Lucie Evers op dinsdag 4 januari 2011

            De educatieve wnkel biedt educatieve spelen en workshops aan , die bijna altijd via het middenveld worden georganiseerd. Dus de teksten zijn bedoeld voor de vormingswerkers en dergelijke. De rest zijn achtergrond en visie teksten. De inhoud, datgene wat inhoudelijk aan bod komt , in de educatieve spelen en workshops, staat niet op de site. Het is die inhoud die , telkens aangepast aan de 'finale' doelgroepen, de kern vormt van het werk van de educatieve winkel. Toch ook even reageren op uw andere opmerking. Het is juist dat 'voorbeelden' een belangrijke rol spelen, maar zeker niet uitsluitend kansarmoede bepalen. Sommige instellingskinderen, die weinig gezinstypische voorbeelden hebben meegemaakt, kunnen ook andere 'vermogens' inzetten om toch heel wat vaardigheden te ontwikkelen. Er is altijd de 'binnnenkant' en de 'buitenkant' die op elkaar inwerken. In een 'rijke' omgeving kan je met beperkte 'innerlijke' vermogens toch weinig ontwikkeling bereiken en dus kansarmoede beleven. Omgekeerd, zal je in een zeer 'arme' omgeving, ondanks vele innerlijke vermogens en talenten, waarschijnlijk niet veel 'ontwikkelen'. Het is dus een samengaan van verschillende aspecten die zowel in de omgeving en in de persoon zelf moeten aan bod komen. Daardoor is kansarmoede niet alleen een kwestie van een gebrek aan kansen, maar nog meer een kwestie van gebrek aan krachten en 'kapitalen' (het ontwikkelen van menselijke vermogens) die het grijpen van kansen op welbepaalde momenten (of zelfs een heel leven) onmogelijk maken... Daarom heeft kansarmoede zo veel dimensies en is het zo hardnekkig... En dus is het veel meer dan 'geen goed voorbeelden zien'.

    • door Gerda Massenhove op zondag 2 januari 2011

      Lucie,

      Ik ben één van de mensen die ook meegewerkt heeft aan het boek "Bruggen over woelige waters.Trouwens , mijn verhalen zul je dikwijls terug vinden in één of ander boek over armoede . Het is moeilijk om alles aan te kaarten in een artikel. Dat er mensen die in armoede leven of ervaringsdeskundige in de kansarmoede in de raden van bestuur zouden moeten zitten , zou een ideale en meest normale gang van zaken moeten zijn. Ikzelf zit in de raad van bestuur in " de LInk" waaronder nog 2 ervaringsdeskundigen. Er is nog veel aan de winkel en ik zal nog dikswijls iets van mij laten horen.

      Vriendelijke groeten,

      Gerda Massenhove

      • door Lucie Evers op dinsdag 4 januari 2011

        Bedankt voor jouw reactie. Ook ik zal een en ander publiceren, hopelijk kan ik er binnenkort werk van maken :-) Overigens vind ik het ook belangrijk om een aantal competenties uit de 'opgeleide' deskundigheid te hebben voor bepaalde functies, want de ervaringsdeskundigheid alleen is niet voldoende om bijvoorbeeld goed te kunnen besturen. Er is inderdaad nog veel werk aan de winkel. Op verschillende niveau's en met een gevarieerde aanpak. In ieder geval, altijd welkom...

  • door froels op zondag 2 januari 2011

    Zoekend naar de mechanismen, en wat eraan te doen: bijna alles wat een kind en volwassene doet - werk, huishouden en gezin organiseren, officiële papieren invullen, lezen en schrijven, zich wassen! - hebben we geleerd door VOORBEELDEN: iemand (ouders, onderwijzer op school, vrienden,...) doen het ons voor. Actueel voorbeeld: met een computer werken: een cursus volgen is minder efficiënt dan dat iemand het een aantal malen toont op het scherm en toetsenbord. Of autorijden, enz. Handelingen uitvoeren vertrekkend van een tekst op papier vereist een aparte training; gaat alleen voor gespecialiseerde mensen. welnu: missen kansarmen precies niet voldoende voorbeelden? Iemand die hen alles voordoet? Eén keer is soms voldoende. Ik krijg gaarne de kommentaren van mensen die werken in het veld.

  • door anoniem op maandag 3 januari 2011

    Zelf had ik deze opleiding erg graag gevolgd, ben ervan overtuigd dat ervaringsdeskundigen een echte meerwaarde zijn voor de maatschapij. Zeker aangezien ik zelf zie wat er allemaal mis gelopen is in het verleden. Jammer dat de opleiding maar om de 4 a 5 jaar georganiseerd wordt via De Link. De volgende in de buurt begint pas in 2012, en dan nog gaat het via bepaalde instanties waarvan niet geheel duidelijk is dewelke dit zijn.

  • door Ann de Schutter op woensdag 5 januari 2011

    Bedankt Gerda en Patricia, ik kan me nu een veel duidelijker beeld vormen van het beeld van een kansarme in oze maatschappij en wat en wie hij werkelijk is. Zeer mooi artikel!

  • door Ann de Schutter op woensdag 5 januari 2011

    Bedankt Gerda en Patricia, ik kan me nu een veel duidelijker beeld vormen van het beeld van een kansarme in oze maatschappij en wat en wie hij werkelijk is. Zeer mooi artikel!

  • door cindy op vrijdag 14 januari 2011

    Collega's, Na het lezen van het artikel wil ik jullie zeggen..CHAPEAU voor jullie inzet en kracht om de kloven kenbaar te maken. Het staat inderdaad niet altijd op een mens zijn gezicht!..Een pluim.Doe zo voort...

  • door cindy op vrijdag 14 januari 2011

    Collega's, Na het lezen van het artikel wil ik jullie zeggen..CHAPEAU voor jullie inzet en kracht om de kloven kenbaar te maken. Het staat inderdaad niet altijd op een mens zijn gezicht!..Een pluim.Doe zo voort...

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties