Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

Wilders, fascisme, en de erfenis van de Verlichting

Het feit dat we van politici enkel nog krachtige uitspraken verwachten en wantrouwen koesteren tegenover alles wat iets langer en ingewikkelder klinkt, dat we hen ontslaan van de plicht hun standpunten tegenover ons met ernstige en steekhoudende argumenten te motiveren – en dat alles dan nog onder de noemer van democratie: dat is de crisis van onze democratie, schrijft Jan Blommaert.
woensdag 22 december 2010

Er is de laatste maanden in Nederland nogal wat te doen over een klein boekje van Rob Riemen, De Eeuwige Terugkeer van het Fascisme (Atlas 2010). In dat boekje noemt Riemen Geert Wilders een fascist. Hij doet dat na een rondgang langsheen een ruim aantal schrijvers en filosofen, van Camus over Ortega y Gasset tot en met Thomas Mann en Menno Ter Braak.

Ressentiment, rancune, gecultiveerde haat tegenover een kleine categorie van zondebokken, moreel en ideologisch nihilisme en de cultus van het oppervlakkige, en de doctrine van de menselijke ongelijkheid: deze zaken definiëren voor Riemen het fascisme en Wilders voldoet volmaakt aan deze criteria; hij is dus een fascist.

Alhoewel, dat is problematisch, want op de term fascisme kleeft een taboe. Dus “zo kunnen we nu constateren dat wat evident een opleving van het fascisme in onze samenleving is, zo toch niet genoemd mag worden” (p.38). Riemen wil niet provoceren met zijn boekje, maar hij wil de dingen wel benoemen zoals ze zijn. Parler Vrai, met andere woorden – iets waar mensen als Wilders anders bepaald niet vies van zijn.

Rechtse taboes

Het taboe bestaat echt, zoveel werd duidelijk uit de reacties van een aantal prominente opiniemakers. Frits Bolkestein, de neoliberale Charles de Gaulle, schreef schuimbekkend van woede dat Riemen zich moest schamen over zoveel onzin en dat hij het echte fascisme bagatteliseerde; enkele historici benadrukten dat fascisme historisch toch wel héél specifiek was en dat enkel jongens zoals Mussolini en Hitler eraan voldeden; en Paul Cliteur – wie anders? – bekloeg zich over het feit dat het gebruik van fascisme om Wilders te beschrijven neerkwam op haat zaaien en bovendien het leven van Wilders (nog) onveiliger maakte – vrije meningsuiting blijkt dus zelfs voor Cliteur z’n grenzen te hebben.

Men is duidelijk op z’n ongemak bij het gebruik van de uiterst gekleurde term fascisme voor iemand zoals Wilders, die zichzelf, zoals we weten, liefst van al omschrijft als een ‘democraat in hart en nieren’. Het feit dat alle door Riemen aangegeven criteria perfect passen op Wilders doet kennelijk weinig ter zake; een tijdje geleden werd Wilders door onderzoekers bestempeld als ‘extreem rechts’, en ook daar vond men dat dit overtrokken was. De onderzoekers moesten hun bepaling bijstellen, want Wilders vond hun onderzoek ‘klinkklare nonsens’ en een uiting van linkse intellectuele vooringenomenheid. De rest van het politieke veld in Nederland trad hem daarover impliciet bij: men vond het ‘onverstandig’, ‘niet gepast’ en ‘onvoorzichtig’ om dergelijke grote woorden te gebruiken. We hoorden de klassieke reacties van politieke correctheid.1

Tiens tiens, er blijken dus naast de welbekende linkse taboes ook nog rechtse taboes te bestaan, en rechtse politieke correctheid. Merkwaardig, want de woorden ‘taboe’ en ‘politieke correctheid’ zijn het laatste decennium innig verstrengeld geraakt met het adjectief ‘links’; we ontdekken via het debat over Riemen dat ook de rechterzijde zo z’n gevoelige plekken heeft, en dat debat bewijst dat ‘fascisme’ zo’n gevoelige plek is. Laat me die gevoelige plek wat masseren, misschien doet dat deugd.

In wat volgt wil ik twee argumenten formuleren. Het eerste argument is dat Riemen gelijk heeft wanneer hij Wilders een fascist noemt, al moeten we daarbij een aantal opmerkingen maken over de structuur van het actuele politieke debat en het dus ook over Belgen zoals Siegfried Bracke hebben. Het tweede argument gaat over democratie en zijn vijanden, en bij dit laatste punt moet ik het noodzakelijk ook over Paul Scheffer hebben. Ik sluit af met een herformulering van de stelling van Riemen die, naar ik hoop, door mijn tekst wat ruimer onderbouwd wordt.

Links en rechts: over definities en argumenten

Ongemak van woorden, ongemak over woorden: het politieke debat staat er bol van. Dat is deels vanzelfsprekend want politiek is in z’n diepste essentie een bedrijf van woorden, een mechaniek van definities en strijd over definities. Hoe men zichzelf benoemt, hoe anderen ons benoemen, hoe we bepaalde processen en fenomenen benoemen – dat is de kern van politiek.

De ‘terrorist’ van de ene is de ‘vrijheidstrijder’ van de andere; de ‘crisis’ van de ene is de ‘tijdelijke marktcorrectie’ van de andere; de ‘vrije meningsuiting’ van de ene is de ‘bedreiging voor de nationale veiligheid’ van de andere (zoals Julian Assange mocht ondervinden). Strijd over woorden is politiek, want woorden zijn nooit neutraal en puur beschrijvend maar altijd positionerend, altijd dingen die één bepaalde opstelling weergeven in contrast met een andere.

Dat heeft allerhande gevolgen. Het duidelijkste gevolg is dat er geen ‘objectieve’ politieke taal is; politieke taal kàn nooit puur beschrijvend zijn, want ze is politiek, dus per definitie partisaan en per definitie een middel in de strijd om de macht. Dat merkt men, zoals gezegd, net wanneer het over definities gaat. Precies dan ziet men dat het beklemtonen van het feit dat een woord dit moét betekenen, en dat niet mag betekenen de inzet is van het politieke conflict. We laten bij wijze van voorbeeld Bolkestein aan het woord:

“Het fascisme begon als een cultureel verschijnsel. Zijn voorlopers waren intellectuelen. Bergson en zijn vitalisme, uitgedrukt in het begrip ‘elan vital’. Sorel en zijn revolutionaire syndicalisme. Vooral Marinetti en zijn futurisme, die meende dat ‘tot de tanden gewapende bataljons het hoogtepunt van de esthetica vormden’. Het fascisme was een elitaire beweging met als bestaansgrond de ontkenning van universele waarden. Een kind kan zien dat dit op Geert Wilders slaat als een tang op een varken.”2

We merken dat Bolkestein hier alle mogelijke moeite doet om fascisme netjes en precies, zij het wel héél idiosyncratisch, te omschrijven als een beweging uit het verleden die voortkwam uit een (linkse!) intellectuele en artistieke elite. Noteer evenwel dat hij “de ontkenning van universele waarden” als “bestaansgrond” voor fascisme ziet. Ik kom daar verder nog op terug. Bolkestein plaatst hier een definitie van fascisme tegenover die van Riemen – dat is alles wat hier gebeurt. Het hele vervolg van het artikel van Bolkestein is een verdere uitwerking van dit definitie-verschil.

Daarbij geeft Bolkestein nog een reeks definities, bijvoorbeeld:

“Riemen noemt Wilders een populist. Maar wat is populisme precies? Behalve dan een verzamelnaam voor alles waaraan men de pest heeft. Bij mijn weten zijn leden van de Tweede Kamer volksvertegenwoordigers. Is het dan zo gek dat zij hun oor te luisteren leggen bij wat het volk vindt?"

Ook hierop kom ik straks nog even terug. Op dit punt volstaat het te zien hoe de argumentatie van Bolkestein volkomen drijft op definities, die dan ten gronde afwijken van diegene die Riemen aangaf. De kritiek vanwege historici zoals Bolkestein volgde precies dezelfde logica: eerst wordt fascisme zo gedefinieerd dat het enkel op één bepaalde reeks historisch gesitueerde fenomenen kan slaan, waarna (weinig verrassend) wordt uitgelegd dat het toepassen van fascisme op Wilders niet klopt. Vanuit die definitie wel te verstaan.3

Riemen is overigens gul met definities en argumenten in z’n boekje, dat hebben we boven al gemeld, en wat hem betreft is fascisme de politieke uitkomst van een ruimer probleem van waardenverlies en vervlakking, economische uitbuiting en egoïsme, chauvinisme en korte-termijn denken. Vanuit deze definitie is er inderdaad een continuïteit (of herhaling) met het interbellum.

Lees de diagnose van de cultuurindustrie uit Dialectiek van de Verlichting van Horkheimer en Adorno (geschreven in 1947), de analyse van Hannah Arendt in The Origins of Totalitarianism (uitgegeven tussen 1948 en1968), de kritiek op de universalisering van de kleinburgerlijke cultuur in Roland Barthes’ Myhologies (1957), het gelijklopende argument van Marcuse in One-Dimensional Man (1964) of de snijdende kritieken op de vervlakkende en depoliserende werking van televisie van achtereenvolgens Raymond Williams (1974) en Pierre Bourdieu (1996).4

Men ziet telkens hetzelfde motief opduiken: we leven in een cultuur die telkens weer, of permanent, zichzelf naar beneden toe nivelleert, en dit heeft allerhande politieke en maatschappelijke gevolgen: politieke apathie, het verlies van een besef van waarden, van kwaliteit, van morele en ideologische onderscheiden, concentratie op vermaak en consumptie – kortom, het verlies van de Grote Verhalen, het Grote Verhaal van de Liberale Democratie. En het is deze bredere beweging die haast ongemerkt – omdat het ons niets kan schelen – een politiek toelaat en mogelijk maakt die zich niets meer gelegen laat aan de Grote Verhalen, maar alleen nog bestaat uit faits divers – dingen waarvan Bourdieu zei qui font la diversion, ze leveren ons vermaak op, entertainment.

Voor al deze auteurs staan dergelijke ontwikkelingen in contrast met iets anders: de open en vrije samenleving die drijft op bewuste burgers. En die bewuste burgers gebruiken een instrument: argumentatie, redelijke argumentatie die is ingebed in kennis van zaken, reflectie en een drang naar intellectuele kwaliteit – datgene wat Rob Riemen in z’n bekendste werk als Adel van de Geest beschreef (Atlas 2009).

Wanneer men ophoudt met argumenteren begint men te schelden – of, zoals we hier zagen, met definities te gooien en zo een vorm van verbale hygiene op te leggen aan de tegenstrever. Men definieert zo immers het hele argument van de tegenstrever weg door er eenvoudigweg van uit te gaan dat het argument zich baseert op een verkeerde aanname, “X is Y”, terwijl het “X is Z” moet zijn. Je mag dit woord niet in die betekenis gebruiken, daar komt het op neer, en doe je dit wel, dan ‘vervuil’ je het debat.5

Laat ons dit even dieper uitspitten. Argumentatie wordt vervangen door definities, en dan liefst nog definities die de zaak versimpelen – etymologische definities, common sense definities of definities uit Van Dale, die de suggestie geven dat ieder ander gebruik van een term niet legitiem is. We zagen dit hierboven al, toen Bolkestein zich afvroeg wat Riemen bedoelde met ‘populisme’ en er zelf zijn interpretatie aan gaf:

“Bij mijn weten zijn leden van de Tweede Kamer volksvertegenwoordigers. Is het dan zo gek dat zij hun oor te luisteren leggen bij wat het volk vindt?”

“Het volk vertegenwoordigen” houdt dus in dat men “zijn oor te luisteren legt” bij dat volk. Vreemd, ik heb dat nog ergens gehoord. Hier is Steve Stevaert, de man die het Vlaamse socialisme terug plezant zou maken, in 2003:

“De politieke verkozenen zijn VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Zij vertegenwoordigen niet zichzelf, maar de mensen. Nu moet men mij toch eens uitleggen waarom iemand die de mensen vertegenwoordigt door naar hen te luisteren en op hun vragen in te spelen, een populist is.”6

Voilà – de zaak is eenvoudig. Een populist is in wezen een echte, waarachtige democraat, want als vertegenwoordiger des ‘volks’ luistert hij naar dat ‘volk’ en praat hij zoals het volk: hij praat volks. Wie het ‘gewone volk’ imiteert is een echte democraat, en dit houdt twee dingen in. Eén, men mag niét spreken als intellectueel, want intellectuelen zijn een wereldvreemde elite; en twee, men mag schelden, schimpen en andere vormen van verbaal geweld gebruiken, want ‘de gewone mensen’ spreken ook zo.

Wilders zegt daarom van zichzelf dat hij een politicus is en geen diplomaat, en dat betekent dat hij ‘er geen doekjes om hoeft te winden’ en ‘de dingen kan zeggen zoals ze zijn’. Als ‘democraat in hart en nieren’ spreekt hij de taal van het volk; als het volk racistisch spreekt, of beledigend, of kwetsend en veralgemenend, dan is het aan de democraat-politicus om ook zo te spreken. Want dan, en pas dan, is men echt democraat, wanneer men een perfect doorgeefluik is voor de stem van ‘het volk’.

Ik zou hier met enige kwaadwilligheid enkele precedenten kunnen geven. De krant van Hitlers Nazi’s heette uiteraard de Völkischer Beobachter – een vrije vertaling van wat Bolkestein en Stevaert boven als ‘democratie’ verstaan – en het Vlaams Blok stelde zichzelf in propaganda-materialen steevast voor als “De stem van het volk”. Ik wil maar zeggen: de definitie van de ‘democraat’ als perfect doorgeefluik van de stem des volks, welnu die definitie heeft een boeiende geschiedenis.

De intellectuelen behoren niet tot het volk – meer nog, in de wereld van de Belgische ex-topjournalist en huidige Vlaams-nationalistische coryfee Siegfried Bracke wordt de (intellectuele) opiniemaker als tegendeel gezien met ‘de mensen’ tout court. Vandaar dat Bracke zichzelf graag als ‘links’ wil zien. De voormalige Koning der Opiniemakers spreekt nu zoals ‘het volk’, hij zegt de dingen die ‘de mensen’ aanbelangen, en hij verdedigt die goede brave zielen als een oude dorpspastoor tegen de arrogantie van die andere opiniemakers, elitaire opiniemakers die hij met het label Gauche Caviar aanduidt:

“mensen die niet meer weten hoeveel 100 euro is, en vooral niet wat heel veel mensen moeten doen om die 100 euro bijeen te krijgen. Kan het dan overigens verwonderen dat er een gigantische kloof blijkt tussen deze praetors van de meningen en de publieke opinie zelf?” 7

Tegenover die Gauche Caviar staat dan de échte volkse democraat, en dat is iemand die niét analyseert, geen kennis van zaken nastreeft (naar eigen zeggen “gebruikt hij zijn verstand”, en dat is ruim voldoende), de zaken nooit voorstelt als complex, een duidelijk onderscheid maakt tussen wat belangrijk is voor “de mensen” en wat dat niet is, en zo meer. “Links” staat hier – als definitie – simpelweg voor “anti-elitair”, en die “elite”, dat zijn dan mensen die aanspraak maken op kennis van zaken en die daardoor meningen vertolken die, hoe verrassend, afwijken van die van de ‘gewone man’.

Dit lijntje werkt, het werkt goed, en het komt erop neer dat mensen als Bracke, Wilders en anderen iedereen de mond kunnen snoeren wier standpunt afwijkt van datgene wat – werkelijk of vermeend – onder ‘de mensen’ leeft.8 ‘De mensen’ hebben de indruk dat de criminaliteit toeneemt, deskundigen spreken dat met de feiten in de hand tegen, dus hebben de deskundigen ongelijk. ‘De mensen’ geloven dat de Islam een bedreiging is voor ons, moslims spreken dat tegen, dus moslims hebben ongelijk. Meer nog, deskundigen die ‘de mensen’ tegenspreken liegen en proberen ons (‘de mensen’) hun denkbeelden op te dringen.

Dit is hoe Bracke reageert op een studie waarin een causaal verband tussen etniciteit en criminaliteit wordt weerlegd:

“Eens te meer wordt hier geprobeerd om, overgoten met een wetenschappelijke saus, mensen juist te laten denken. En wie juist denkt is moreel goed en verheven. Het is een au fond ideologische discussie, maar dan een totaal verkeerde, waarvan ik hoop dat ze ooit zal stoppen. Het is het bekende slachtofferverhaal.

Het is een verhaal dat misbruikt wordt door de zogeheten progressieve elites, en, helaas, ook door de minderheden zelf. Om te zeggen 'ons/hen treft geen schuld, wij/zij zijn niet verantwoordelijk’.

À propos. Eén. Weet u wat zo jammer is? Dat door dit soort fratsen de werkelijkheid versluierd wordt, met als gevolg dat échte problemen daardoor nog verder van een oplossing zijn dan ooit.”9

‘De werkelijkheid’, ‘de échte problemen’. Op deze frasen – definities uiteraard – rijden Wilders, Bracke en anderen doorheen het politieke landschap. Ze zijn tweede-generatie gebruikers, want Pim Fortuyn en (in Vlaanderen nog eerder dan in Nederland) Guy Verhofstadt, Steve Stevaert en het Vlaams Blok/Belang waren de pioniers van ‘de echte problemen’ – en van het motiefje waarbij die ‘echte problemen’ doelbewust verzwegen of verdraaid werden door ‘politiek correcte’ leden van een (‘zogeheten’ of ‘zelfverklaarde’) ‘linkse intellectuele elite’, die daardoor ‘anti-democratisch’ zijn.

Het motief is bekend, het is een refrein, en de uitspraak van Bracke heeft bijgevolg vele broertjes. Om er één te geven, hier is wat Wilders himself te zeggen had op het onderzoek van de Anne Frank Stichting waarin hij als extreem-rechts werd gecatalogeerd:

“Dit is de zoveelste schandelijke en ziekelijke poging van de elite ons te demoniseren en de PVV en al onze kiezers proberen de mond te snoeren. Maar dat gaat ze nooit lukken! Als er iets is dat de democratie ondermijnt, dan is het wel deze linkse elite, onder wie dit soort nep-onderzoekers, en de islamisering.''10

Wilders gaf deze commentaren via Twitter, en hier belanden we op een punt dat wat aandacht verdient. Laat me eerst even de voornaamste punten samenvatten. We hebben gezien dat definities een uiterst belangrijke rol vervullen in het politieke debat, en dat ze de plaats innemen van volwaardige argumentaties.

We hebben eveneens gezien dat deze nadruk op definities gericht is op versimpeling, en dat die versimpeling daarenboven wordt gemotiveerd als ‘democratisch’ (in de zin van ‘volksheid’), omdat ze in gaat tegen de complexe stem van de intellectuele elite.

Men simplifieert en verwerpt complexe argumentaties niet enkel omdat ze intellectuele en politieke moeite kosten en het eigen standpunt tegenspreken, men verwerpt ze omdat ze op zichzelf een illustratie zijn van de politiek die men verwerpt: een politiek die zich baseert op argumentatie.

Net op dit punt komt de nieuwe technologie binnen. Blogs en tweets zijn bliksemsnel uitgegroeid tot dé meest gebruikte kanalen voor politiek ‘nieuws’. Wilders heeft er een grote voorliefde voor, hij communiceert overwegend via Tweets. Wat houden deze formaten eigenlijk in? Wel, ze hebben twee grote eigenschappen: zijn kort en snel. Blogs en tweets zijn niet gemaakt voor lange en ingewikkelde berichten. Men schrijft in de regel geen tractaat via Twitter. Wat men er wel mee kan doen is een bliksemsnelle reflexmatige reactie geven op een voorval – een korte en krachtige one-liner die recht uit de buik komt en ongefilterd, ongezouten een mening geeft.

Journalisten smullen ervan: blogs en tweets bieden een kort-op-de-bal gevoelsmatig kanaal voor politieke reacties: vrolijk of droef, blij of boos, tevreden of ongerust. In een mediawereld waarin alles razendsnel moet gaan, kort en krachtig moet zijn, en liefst ook nog een persoonlijkheid en wat emoties moet weergeven, zijn blogs en tweets gefundeness Fressen.

Deze nieuwe genres scheppen nieuwe mogelijkheden voor politieke communicatie. Eén, ze ontslaan de gebruiker van de plicht te argumenteren, want daarvoor is eenvoudigweg geen plaats. Twee, ze scheppen daardoor een grote ruimte om via ‘esthetiek’ effecten te realiseren. Esthetiek: krachtige, scherpe, gebalde, gewelddadige berichten drijven boven, want net die dingen verzorgen de esthetiek van de authenticiteit.

Wie zo spreekt is eerlijk, recht-voor-de-raap en recht-door-zee, geen hielenlikker of blaaskaak maar een oprecht mens, een echte mens die tot ‘de mensen’ hoort. ‘Gewone mensen’ worden immers ook kwaad en opgewonden, ze vloeken soms ook, en hun ja is ja, hun nee is nee. En net daardoor zijn ze gerechtigd om eender welke intellectueel weerwerk te bieden en argumenten te verwerpen met oprechte salvo’s van scheldwoorden. Enkele voorbeelden, geplukt van de ‘reacties’ pagina van De Standaard na publicatie op 7 december 2010 op een opiniestuk van mij; ik druk ze af in de vorm waarin ze verschenen:

“Politicoloog of socioloog; synoniem hiervan: lulloloog? Overigens is dS, allicht voor de duidelijkheid, vergeten te vermelden dat B-plusser j.blommaert een notoire communist is van stalinistische pvda-strekking. Althans naar eigen zeggen cfr soloidair-interview. Dit soort artikelen komen in dS. Invloed van ex-demorgen BB?”

“Sinds wanneer is criminologie (laat staan sociologie) een wetenschap? Verder is Blommaert een schoolvoorbeeld van wat hij denkt te bestrijden: een ideologisch geborneerde fundamentalist met een totaal achterhaald, reactionair denkkader. Ach die marxisten... Sterf toch oude gedachten!”

“Marc Hooghe is een politicoloog : géén wetenschaper dus. Wetenschappers zijn voor mij mensen die zich bezig houden met exacte wetenschapen. Maar die hoor je nooit, want die zijn druk aan 't werk. En ik citeer Blommaert : 'En kijk eens, deze keer hoort men geen gepruttel van de overkant. Hooghe en zijn collega's krijgen publiek gelijk.' Dat komt om dat die 'overkant' geen linkse opiniemakers kent die om de vijf voet een stukje in de krant mogen schrijven. Noem die 'overkent' voor mijn part 'de zwijgende meerderheid'”

Opvallend toch hoe vaak men precies dezelfde frasen hoort, precies dezelfde toonzetting; opvallend ook hoe die frasen overeenstemmen met de punten die in dezelfde context gemaakt werden door Wilders en Bracke; en opvallend, tenslotte, hoe alles hier draait rond definities, niet rond argumenten: Blommaert is een communist, is een schoolvoorbeeld; Hooghe is geen wetenschapper, politicologie is geen wetenschap, en zo voort.

De nieuwe technologie zorgt voor een fenomenale uniformisering in het politieke debat: zaken worden herleid tot een beperkte reeks definiërende uitspraken, tot een simpel ja-nee schema dat geen argumenten toelaat, enkel simpele en versimpelende definitie. Tijdens het laatste televisiedebat voor de verkiezingen van 2010 zagen we Wilders zo in actie. Hij lanceerde zelf een vraag aan de andere panelleden: ‘gaat U of gaat U niet fors investeren in de zorg?’ En vervolgens onderbrak hij iedere poging van andere sprekers om deze vraag te beantwoorden met “JA of NEE?!”.

Zo eenvoudig zit die nieuwe politieke wereld in mekaar: het is ja, of het is nee. Vergeet argumenten, alles is to be or not to be. En in een televisieprogramma waarin elk antwoord maximaal 16 seconden lang mag zijn werkt dit prima, want men raakt op die manier steeds goed uit z’n woorden. Politici staan in de media nog onder één soort van druk: tijdsdruk. Inhoudelijk worden ze gerust gelaten zolang ze maar ‘kort (alstublieft)’ en ‘(dat was heel) duidelijk’ antwoorden.11

Zo een wereld is precies de wereld die Rob Riemen beschrijft: een wereld waarin analyse en argumentatie voortdurend terrein verliezen, zodat de luidste en minst scrupuleuze sprekers de beste kaarten hebben. Wie bang is van het verbale geweld (en dat is, zoals we weten, een reële vorm van geweld), of wie liever de zaken eerst grondig bekijkt vooraleer zich erover uit te spreken – die mensen drijven naar de marge van het politieke debat.

Dat debat wordt dan ook overheerst door oppervlakkige, esthetisch verzorgde schijnargumenten, die er alleen maar uitzien als argumentaties maar geen enkele argumentatie-analyse overleven. Het is doen alsof men argumenteert. Het verheven proza van Bracke kan ons alweer puike illustraties bieden. Hier geeft hij een apologie van spelletjesprogramma’s waarin politici meedoen; commentaar is wellicht overbodig:12

“Debatten zijn belangrijk – zeer zeker – maar onderschat toch ook maar de andere zogenaamd luchtige programma’s niet. Die zijn vaak zeer relevant. Omdat daarin blijkt wat voor soort mensen onze politici zijn. En ik wil dat als betrokken burger wel weten.

Want ik kies via het stemhokje niet alleen voor de richting die het beleid mijns inziens moet uitgaan. Ik kies ook voor mensen die uit mijn naam het land mogen besturen. En dat laatste is meer dan het partijprogramma uitvoeren. Besturen is ook reageren op onbekende, onvoorziene omstandigheden. Managen zeg maar, leiding geven. En nu komt het…

Via op het eerste gezicht tamelijk onschuldige, ja zelfs onnozele programma’s en spelletjes kan je er zicht op krijgen of mensen daarvoor geschikt zijn of niet.
Er zijn trouwens bedrijven die voor veel geld allerlei spelletjes opzetten om na te gaan of mensen voor verantwoordelijke en/of leidinggevende functies geschikt zijn of niet. Een dag lang moeten die dan allerlei situaties spelen en vaak lachwekkende spelletjes doen. Na afloop staat wel vast of je geschikt bent om verantwoordelijkheid op te nemen. Een assesment heet dat. Een beetje bedrijf dat zichzelf ernstig neemt, vindt assesments voor het human resources-beleid een absolute must.

Waarom zou dat voor de leidinggevenden van het land anders zijn? En is het geen goede zaak dat iedereen die spelletjes ook kan zien?”

Zoals Bourdieu aangaf: we leven in de terreur van de faits divers qui font diversion. Berlusconi is natuurlijk ook niet ver meer af. In zo’n klimaat wordt de rede verdrukt en overheersen platvloersheid, hyperbolen en superlatieven, willekeur inzake standpunten, en oproepen om figuren toch maar op hun woord te geloven omdat ze zo eerlijk zijn. We moeten vooral niet dénken, want als je dat doet dan ben je niet democratisch maar elitair.13 Voor Rob Riemen leidt dit tot fascisme en is Wilders een fascist.

Ik stel vast dat zijn standpunt niet weerlegd is; men heeft enkel gepoogd het weg te definiëren. Ik stel ook vast dat Horkheimer en Adorno, Arendt, Barthes, Marcuse, Williams en Bourdieu allemaal hebben gewaarschuwd voor hetzelfde gevaar, en dat ze dat allemaal deden om dezelfde redenen. Riemen is dus in goed gezelschap, en ik zet me graag aan zijn kant. Maar er is meer.

De open samenleving en haar vijanden

Frits Bolkestein, dat zagen we, had niets dan hoon voor Rob Riemen. Hij crediteerde het fascisme daarenboven aan een linkse intellectuele en artistieke elite – naar de empirische bewijzen hiervoor hebben we het raden – maar stelde wel dat fascisten universele waarden ontkennen. Inderdaad, we identificeren totalitaire regimes traditioneel als regimes die de universele waarden kwalificeren of ontkennen.

Die universele waarden zijn ten gronde uiteraard niet echt universeel; het zijn de grote waarden van de Verlichting, het fundamentele humanisme van de Liberale Vrijheden – de gelijkheidsgedachte, de scheiding tussen de private en de publieke sfeer, de vrijheid van meningsuiting, van politieke overtuiging en van religie, het primaat van de rede, het vrije onderzoek en het open debat, het respect voor de menselijke waardigheid en de tolerantie voor de politieke, culturele en sociale diversiteit als basis-ethos van de burger.

Europa beroept zich graag op deze waarden; het zijn die waarden die Europa tot een politiek en ideologisch paradijs maken, en het zijn die waarden die Europa graag exporteert naar andere minder paradijselijke gebieden. En ja, wie er de grondwet van een handvol Europese lidstaten op na slaat ziet die Liberale Vrijheden vaak opgelijst in de preambule of in de allereerste bepalingen. Ze zijn inderdaad het fundament van ons staatsbestel, en het zijn inderdaad dingen van immense waarde voor elk van ons. Weinigen onder ons zijn zich actief bewust van hun bestaan en belang, gewoon omdat ze zo evident zijn. Velen onder ons vinden ze dan ook niet per se een oorlog waard, of zelfs een ernstige reflectie. De Liberale Vrijheden zijn het behangpapier van onze samenlevingen geworden.

Dat is kennelijk ook het standpunt van Geert Wilders, want hij opperde in 2006 dat het eerste artikel uit de Nederlandse grondwet – het gelijkheidsbeginsel – best mocht geschrapt worden.14 Bovendien is hij van mening dat de islam geen godsdienst is maar een politieke ideologie die uit Nederland moet gebannen worden, want ze is volkomen in strijd met de waarden van het Westen en is er zelfs een duidelijke bedreiging voor. Islam is simpelweg een nieuwe vorm van fascisme of communisme.15 Democratie en islam: ze gaan niet samen, ook al zou elke Liberale democraat een ‘politieke’ Islam moeten gedogen precies omdàt het een politieke ideologie is – ze doen dat immers even goed met de christendemocratie.

Het open debat en het respect voor de politieke diversiteit, zoals we zegden: het zijn de precies fundamenten van de Westerse democratie die Wilders inroept die hem er toe zouden moeten dwingen met moslims in debat te gaan eerder dan er fatwa’s over uit te spreken. Het feit dat niemand deze aartsliberaal ooit heeft gewezen op deze catastrofale paradox in zijn eigen opstelling, en dat mensen zoals Bolkestein ze niet eens blijken op te merken, wijst uit hoe ver onze politiek is afgedwaald van de Grote Verhalen waaraan ze haar bestaan en haar structuur te danken heeft.

Liberalen vallen de grote Liberale Vrijheden aan in naam van diezelfde Vrijheden. En christendemocraten die alles te verliezen hebben bij het afwijzen van ‘politieke’ versies van religie geven hieraan gedoogsteun. Ziedaar het merkwaardige ideologische universum waarin we thans leven. Hume, Mill, Rousseau en Benjamin Franklin zouden zich bij het lezen van de esbattementen van hun Liberale zonen omkeren in hun graf; over Marx hoeven we het vooralsnog niet te hebben.

De Grote Verhalen zijn afgeschaft en ideologische rechtlijnigheid is niet langer een vereiste voor een florissant politiek leven. Paradoxen zoals deze zijn dan ook niet langer een obstakel voor politiek succes. Paradoxen en inconsistenties allerhande zijn zelfs helemaal geen bezwaar meer – politici zoals Wilders grossieren er in.

Op 14 december 2010 publiceerde Wilders een artikel in de Volkskrant, onder de titel “Palestijnse staat is er al lang: Jordanië”. In dat artikel legt Wilders uit dat er na de stichting van de staat Israël een ‘etnische zuivering’ plaats vond in de Arabische buurlanden. Joden werden verwijderd. Tezelfder tijd ontstond natuurlijk het Palestijnse ‘vluchtelingenprobleem’ – de aanhalingstekens worden straks door Wilders zelf toegelicht. En hiervoor ziet Wilders een simpele oplossing. Jordanië heeft zichzelf tot voor kort altijd als een ‘Palestijnse’ staat gezien; welnu, de paar miljoen Palestijnse ‘vluchtelingen’ kunnen best overgebracht worden naar Jordanië, want dat is tenslotte hun lang verwachte Palestijnse staat. Wilders lijkt er geen problemen mee te hebben dat hij in zijn reactie tegen de Arabische ‘etnische zuivering’ een nog grotere ‘etnische zuivering’ voorstelt:

“Jordanië heeft 6,4 miljoen inwoners, onder wie reeds 2 miljoen Palestijnse vluchtelingen. 2,7 miljoen vluchtelingen bijkomend toelaten, zal voor problemen zorgen, maar het is niet onmogelijk. Dit vereist echter dat Jordanië zich openstelt voor alle Palestijnse vluchtelingen.”

Zo, dit “zal voor problemen zorgen”. Een etnische zuivering heeft inderdaad vervelende neveneffecten. De volkomen scheve argumentatie stelt het conflict in het Midden-Oosten voor als uitsluitend het gevolg van islamitsch antisemitisme – waardoor het ‘ideologisch’ is. Dat ideologische karakter van het conflict heeft tot gevolg dat ‘territoriale toegevingen’ gevaarlijk zijn voor Israël (waarom wordt niet uitgelegd). De oplossing dient zich aan: laat de moslims terugkeren naar hun ‘land van herkomst’ en laat de Joden leven in het land dat hun naam draagt: Judea. Dat land van herkomst heeft het trouwens zelf gezocht, het noemde zich tot voor kort immers de ‘Palestijnse staat’.

En tenslotte zijn die Palestijnen geen echte ‘vluchtelingen’. Immers:
“De VN beweren dat er 4,7 miljoen Palestijnse vluchtelingen zijn. Volgens de internationale definitie wordt de status van een vluchteling slechts toegepast op de eerste generatie vluchtelingen. De VN maken echter een uitzondering voor één groep: de Palestijnen. Nakomelingen van Palestijnse vluchtelingen krijgen dezelfde status als hun voorouders. Daarom steeg het aantal zogenaamde Palestijnse vluchtelingen van 710.000 in 1950 naar meer dan 4,7 miljoen in 2010. De VN gebruikt deze vluchtelingen als demografisch wapen tegen Israël.”

Zo. De kinderen van vluchtelingen zijn dus geen vluchtelingen meer. Volgens dezelfde logica zijn de kinderen van allochtonen in Nederland natuurlijk geen allochtonen meer en beginnen de demografische cijfers over allochtonen er wel anders uit te zien – alweer een inconsistentie die Wilders lijkt te ontgaan. En de bottom line is: laat de VN ophouden Israël te chanteren en organiseer gewoon één van de grootste etnische zuiveringen uit de geschiedenis.

Daarmee is alles opgelost en kan Wilders als geopolitiek genie de Nobelprijs voor de Vrede krijgen. Inmiddels is het artikel wel een argumentatieve draak waarin de ene non sequitur de andere opvolgt en waarin zelfs de pogingen tot schijnargumentatie het niveau van een schoolopstel niet overstijgen. Het is een cut-and-paste van allerhande kleine puntjes: Wilders blogt en Twittert er op los, en de problemen die dat schept worden helder wanneer hij een iets langer stuk moet ophoesten.16

Het feit dat ik Rob Riemen steun in zijn omschrijving van Wilders als fascist begint misschien wat begrijpelijker te worden. Ik weiger uitspraken zoals deze te beschouwen als domheid, want ik geloof dat Wilders een behoorlijk intelligent mens is. Ik beschouw dit dan ook als iets wat zo uit de keuken van elke totalitaire staat kan komen, en als de term fascisme dit duidelijk samenvat dan teken ik ervoor. Wie pleit voor de ongelijkheid van de mensen, voor het verbieden van een levensovertuiging – of men ze religieus of politiek noemt maakt weinig uit – en voor een etnische zuivering van enkele miljoenen mensen verdraagt slechts een beperkte reeks namen; fascist is er één van.

‘Democraat’, sorry, maar daarvan denk ik niet dat het op Wilders van toepassing is. Het feit dat hij verkozen is in open en vrije verkiezingen is niet echt overtuigend – Hitler, Mussolini, Mobutu en zelfs Stalin konden, zoals we weten, het zelfde argument inroepen. Het feit dat hij zijn verkozen macht gebruikt om fascistische voorstellen te doen is overtuigender. Democratie is immers een Groot Verhaal, geen reeks van technische procedures, en er is meer nodig dan democratisch verkozen te zijn om democraat te zijn.

Iemand die dit bijzonder duidelijk heeft gemaakt is Karl Popper in zijn The Open Society and its Enemies. Het boek verscheen in 1945 en trok lessen uit de Tweede Wereldoorlog, het fascisme en het stalinisme. Het was een krachtig pleidooi voor de liberale democratie – de open samenleving – als een ideologie, een Groot Verhaal waarvan de Liberale Vrijheden de verhaalstof zijn.

De vijanden ervan waren die politieke krachten die de openheid van de liberale democratie wilden terugschroeven door de gelijkheidsgedachte te ontkennen, een teleologische noodwendigheid in de menselijke geschiedenis te poneren, de vrije circulatie van gedachten en overtuigingen te beperken en de menselijke waardigheid aan één of ander hoger doel op te offeren. Poppers werk werd weliswaar een codex voor de Koude Oorlog, maar het is en blijft een werk dat democratie omschrijft als iets wat ver voorbij de procedures en reglementen van onze gewoonte-democratie gaat en permanente zorg, kritiek en toewijding vereist. Ik neem zijn oproep graag ter harte.

Ik ben de enige niet. Paul Scheffer, auteur van Het Multiculturele Drama (2000) en het Land van Aankomst (2007), verdedigde onlangs zijn doctoraat aan de Universiteit van Tilburg. Ik was lid van zijn jury. Het proefschrift zelf was een vertaalde nieuwe editie van Het Land van Aankomst, maar Scheffer ging in de antwoorden op de examenvragen veel verder dan wat hij in dat boek stelt. Pro memorie: de boeken van Scheffer hadden een buitengewone impact op het publieke debat over migratie en allochtonen in Nederland.

Scheffer had het over de noodzaak van allochtonen om zich aan te passen aan hun ‘land van herkomst’, en ook hij nam geregeld de moslims in het vizier wanneer hij slechte voorbeelden nodig had. Bovendien hakte hij in op de (linkse? Intellectuele?) elite die de kop in het zand stak en zich verloor in een sacraal gejubel over de zegeningen van de multiculturele samenleving. Voor hem moest men de ‘échte problemen’ nu maar eens erkennen en ‘de zaken zeggen zoals ze zijn’. Fortuyn nam die uitnodiging graag aan.

Het proefschrift was getiteld – let goed op – The Open Society and its Immigrants. Scheffer kent zijn klassiekers. Toen hem werd gevraagd of deze echo van Popper niet suggereerde dat de migranten de huidige enemies van de Open Society zijn, beklemtoonde hij precies het tegendeel. Migranten zijn nu net de uitdaging voor de open samenleving om écht open te zijn, om opener te worden en te vechten tegen de interne reflexen die openheid proberen te beperken. Diversiteit is in die zin steeds een uitdaging om democratischer te worden.

Scheffer beriep zich uitvoerig op het historische voorbeeld van de VS. Toen deze in oorsprong Protestantse staat in de 19de eeuw werd geconfronteerd met de massale immigratie van orthodoxe Katholieken uit Ierland, Italië en Polen was de eerste reactie afwijzend. Katholieken waren theocraten en ze zouden eerst loyaal zijn aan Rome en dan pas aan Washington; hun waarden stonden haaks op die van de open en democratische Amerikaanse samenleving; ze hadden nooit een Verlichting gekend en ze klitten aan elkaar in etnische getto’s. Waar hebben we dat nog gehoord, nietwaar.

Welnu, die fase van afwijzing is in de VS gevolgd door een fase van aanpassing, vanwege de Katholieken (die snel uitmuntende Amerikanen bleken te zijn) zowel als vanwege de Amerikaanse staat, die er van uitging dat geloofsvrijheid – de hoeksteen van de Amerikaanse geschiedenis – even goed voor Katholieken moest gelden, en dat de VS slechts een echte democratie zou zijn indien het alle mogelijke overtuigingen op gelijke wijze zou eerbiedigen. Een goeie halve eeuw later werd John F. Kennedy de eerste Katholieke president van de VS.

Er is op dit voorbeeld van alles aan te merken en af te dingen, maar het hoofdpunt blijft steeds overeind: diversiteit schept een nood aan verdiepte en verbeterde democratie, en voor een democraat kan enkel een verbetering van de democratie een antwoord zijn op de moeilijkheden die diversiteit stelt. Het terugschroeven ervan, het exclusiever of voorwaardelijk maken ervan: dat zijn geen opties, want ze betekenen het einde van onze open samenleving.

Wie zijn dan de hedendaagse enemies van Poppers Open Society? Wel, het zijn mensen zoals Wilders. Zij zijn het die ons doen geloven dat enkel minder democratie en meer exclusiviteit in het toekennen van rechten onze marsrichting uitmaken. Krijgen wij daarvoor argumenten? Neen: we krijgen tweets en blogs die ons op het eerste zicht en zonder enige reflectie moeten overtuigen, want Wilders is toch zo eerlijk.

Het is een bekend motief bij Wilders en andere islam-bashers: de islam heeft nooit een Verlichting doorgemaakt. Welnu, als reactie daartegen vragen die mensen ons om onze eigen erfenis van de Verlichting op te geven, onze open samenleving dicht te timmeren, ons verstand op nul te zetten en ons te wentelen in angst en haat. Waarom? Omdat zij die ons dit voorstellen toch zo eerlijk zijn.

De populistische opdracht

In 2008 publiceerde David Van Reybroek bij Querido een fel bejubeld boekje, Pleidooi voor Meer Populisme. Daarin legde hij uit dat populisme geen probleem voor de democratie was, meer eerder een oplossing. Toch was er een voorwaarde:

“De angst voor het populisme is ongegrond als het zich aan de principes van de democratie houdt. Dat betekent: onvoorwaardelijk respect voor het gelijkheidsbeginsel, de mensenrechten, de scheiding der machten en de rechtsstaat. In een democratie regeert de meerderheid, maar om te vermijden dat die meerderheid op democratische wijze voor een dictatuur of genocide zou stemmen, bestaan er enkele onvervreemdbare grondrechten. Populisten moeten zich daarnaar schikken.”17

Populisme mag met andere woorden niet in gaan tegen de open samenleving en haar waarden en vrijheden. Prima, daarmee heb ik geen enkel probleem. Van Reybroek bleef echter wel vaag wanneer het erop aan kwam populisme precies te identificeren. Is het gewoon een stijlkenmerk van communicatie, waarin men ‘de stem van de laag opgeleide’ hoort? Of is het (zoals ikzelf beweer) een inhoudelijk gegeven waarvan een bepaalde stijl slechts een drager is?

Er is niks mis met het eerste. Er is zelfs een oude en zeer respectabele benaming voor: vulgarisatie, de doelgerichte poging om via bepaalde genres complexe argumenten toegankelijk te maken voor een ruim en niet-gespecialiseerd publiek. Aucun problème. Vulgarisatie is de transformator die wetenschap tot cultuur maakt, die ervoor zorgt dat gedachten en inzichten die uit een extreem gespecialiseerd milieu komen gedemocratiseerd worden en zo gemeengoed worden, elementen van het denkproces van velen.

Om die redenen ben ik al heel mijn loopbaan een enthousiast vulgarisator.
Dat is voor mij nog iets heel anders dan een populist. Populisme is meer dan een stijlkenmerk, het is een spreekregime waarin je via bepaalde stijlkenmerken welbepaalde types boodschappen produceert. De vorm van populisme staat niet los van de inhoud, maar bepaalt de inhoud, beide elementen zijn niet te scheiden.

We hebben dit boven al gezien: in een populistische politiek weigert men te argumenteren, en men kan deze weigering hard maken door zich te schikken aan de orde van de bestaande formats voor publiek spreken. In een televisiedebat waarin de vraagsteller meer tijd krijgt dan degene die de vragen moet beantwoorden (een zeer wijd verspreid fenomeen), en de ondervraagde om de twaalf seconden wordt onderbroken door de ondervrager (nog wijder verspreid) – in zo’n debat heeft de ondervraagde het gemakkelijk, want hij of zij zal op geen enkel moment gedwongen worden om een uitgebreide en genuanceerde argumentatie op te zetten. Doet de ondervraagde dat wel, dan wordt hij of zij prompt onderbroken door de ondervrager. In de wereld van de politieke communicatie en van de media heeft men dit tot wet verheven; die wet is het het format, en wanneer die wet niet gevolgd wordt ontstaan er conflicten.

Op 5 december 2010 werd premier Yves Leterme in het VRT-praatprogramma De Zevende Dag op de rooster gelegd over het Belgische asielbeleid. Dat beleid was in een diepe crisis want duizenden asielzoekers hadden geen dak boven hun hoofd in de scherpe vrieskou. De interviewer Ivan de Vadder stelt zijn openingsvraag, en Leterme begint aan een uiteenzetting waarin eerst de wortels van de crisis worden geschetst, waarna hij een overzicht geeft van de verschillende stappen en maatregelen van zijn regering. Het was een uitermate heldere, informatieve en coherente uiteenzetting.

Na twintig seconden begint De Vadder echter zenuwachtig te worden; Leterme gaat onverstoorbaar voort; na 70 seconden is het echt genoeg voor De Vadder, en hij begint langsheen de uiteenzetting van Leterme een vraag te stellen: “U hebt dus genoeg gedaan voor het asielbeleid. Hoe gaat U dat uitleggen aan de mensen die op straat moeten slapen?” Leterme gaat gewoon voort, en De Vadder ontploft: “Premier, ik probeer gewoon een vraag te stellen!” Leterme blijft onverstoord praten.

De Vadder staat recht en snauwt (terwijl Leterme voort praat) “zal ik even verdwijnen? Dan kan U rustig verder doen.” Hij wijst naar de camera: “Daar is de camera!”, gevolgd door “Dit is geen regeringsmededeling”. Leterme gaat stoïcijns voort met zijn zeer informatieve uiteenzetting – eigenlijk een perfect inhoudelijk antwoord op de vraag naar wat zijn regering aan het asielprobleem deed; De Vadder dremmelt wat onbeholpen rond, zet zich dan terug neer, en sluit het interview botweg af van zodra Leterme zijn uiteenzetting afrondt.18

Hier zijn nu twee dingen aan de orde. Eén: inhoud. Het antwoord van de premier was buitengewoon helder en coherent, zoals ik zei, en voor wie echt belangstelling heeft voor politiek in het algemeen en asielbeleid in het bijzonder was dit om duimen en vingers af te likken. Een parel van politieke informering. Twee: stijl. We zien dat De Vadder te allen prijze zijn format wil beheersen, en blijkbaar geen bal geeft om de uiteenzetting van de premier. De premier was bezig, zoals gezegd, aan een zeer coherent verhaal.

De Vadder onderbreekt hem op een willekeurig punt, want we zitten inhoudelijk ergens in het tweede kwart van de uiteenzetting. Dit punt is louter ingegeven door tijd: voor De Vadder heeft Leterme al véél te lang gesproken, 70 seconden om precies te zijn, en dus moet hij zijn mond houden want er moét een nieuwe vraag komen. En wat is die vraag? “Hoe gaat U dat uitleggen aan de mensen die op straat moeten slapen?” De Vadder verschuift het platform van het gesprek, de zogeheten footing, van informatie naar emotie, van politiek naar human interest. En hij is danig gekrenkt wanneer blijkt dat Leterme die verschuiving niet mee wenst te maken.

De journalist is manifest niet meer geïnteresseerd in wat de premier te zeggen heeft – de inhoud van Letermes verhaal is volkomen bijzaak voor De Vadder en het is zeer de vraag of hij er naar luistert, bekijk rustig de beelden. De Vadder is over zijn toeren omdat zijn format door de premier aan diggelen wordt gelopen. En om nu even terug te keren naar inhoud: indien Leterme na 70 seconden de vraag van De Vadder had aangenomen, dan zouden we niet enkel niets van wat volgt hebben gehoord, maar meer nog, ook datgene wat we tot dan toe hoorden zou geen enkele betekenis meer hebben, want het was enkel de aanloop naar de rest van de uiteenzetting.

Zo zien we hoe een mediaformat dat naar eigen zeggen ‘informerend’ is ten gronde lak heeft aan informatie. Het is een spel – één van de spelletjes, allicht, waar Bracke het eerder al over had – en dat spel moet gespeeld worden volgens de regels. En in die regels is informatie blijkbaar het eerste wat mag worden opgegeven.

Het is dan ook een kapitale vergissing populisme enkel maar te zien als een stijlcomplex waarin ‘de gewone man’ aan bod komt. Wie dit doet, doet die ‘gewone man’ zeer grote oneer aan, want de ‘gewone man’ wordt informatie ontzegd. Populisme weigert ‘de mensen’ te informeren, het kiest ervoor ze te entertainen – de diversion van Bourdieu. En populisten doen dat net omdat ze ‘de mensen’ belangrijk vinden en ‘hun oor bij hen te luisteren leggen’.

Welnu, wat in wezen gebeurt is de infantilisering van de ‘gewone man’. Hou ‘m vooral ongeïnformeerd en onwetend, en beroep je dan op die onwetendheid om jezelf tot echte democraat uit te roepen. Laat hem er lustig op los bloggen en Twitteren, en blog en Twitter hem naarstig terug: het ontslaat je allemaal van de plicht hem te informeren en met argumenten te overtuigen. Zo win je vandaag verkiezingen, en kan je daardoor jezelf morgen tot ‘democraat in hart en nieren’ verklaren.

We worden doorheen dit alles bestookt met politieke voorstellen en plannen die een prima facie suggestie van geloofwaardigheid hebben, maar die ten gronde door geen enkel ernstig argument worden gedragen – denk aan de visie van Wilders op het Palestijnse vraagstuk. Wanneer deze Tweeter een langere redenering in mekaar moet boksen blijkt alles op een lamentabele manier te rammelen. Maar kijk ook eens hoe de huidige koploper in de Belgische politiek Bart De Wever één van zijn hoofdstellingen uitlegt:

“In België staan twee totaal autonome democratieën tegenover elkaar, met andere culturele en economische agenda's: in meerderheid linkse verzuchtingen in Wallonië staan tegenover in meerderheid rechtse verzuchtingen in Vlaanderen. Activering van vijftigplussers noemen de Franstaligen 'een klopjacht op werklozen' - Frank Vandenbroucke weet dat al te goed. Dus kunnen politici in hun eigen democratie nooit leveren wat van ze gevraagd wordt. En dat zal nog dramatischer worden nu de bodem onder de schatkist uitvalt. Als ik ook eens een axioma mag lanceren: ik zie niet in hoe je het daarmee oneens kunt zijn. Of vind jij België nog een democratie?”19

Valse uitgangspunten (‘twee autonome democratieën’), het verheffen van een historische toevalligheid tot een historische wetmatigheid (de vorige verkiezingen gaven een rechtse overwinning in Wallonië), het particulariseren van algemene standpunten (de ‘klopjacht op werklozen’ is ook in Vlaanderen een thema), en dan een conclusie die uit de valse uitgangspunten volgt (‘is België nog een democratie?’); kortom, we krijgen hier alweer de suggestie van een redelijke argumentatie, die ten gronde kant noch wal raakt – al kan ze wel vlot en met aplomb in zestien seconden worden uitgedrukt.

Het feit dat we aan dergelijke kromspraak gewend geworden zijn, dat we van politici enkel nog eerlijke krachtige uitspraken verwachten en wantrouwen koesteren tegenover alles wat iets langer en ingewikkelder klinkt, dat we hen ontslaan van de plicht hun standpunten tegenover ons met ernstige en steekhoudende argumenten te motiveren – en dat we dit alles dan nog onder de noemer van democratie laten varen: dat is de crisis van onze democratie. Het is de onderstroom waarop mensen zoals Wilders groot worden; het is ook de onderstroom die ervoor zorgt dat we aarzelen om hun standpunten als fascistisch te bestempelen; het is die onderstroom die onze democratie stap voor stap uitholt, comateus maakt, een karikatuur van zichzelf.

Frits Bolkestein sluit zijn tirade tegen Rob Riemen af met de volgende bedenking: “Wie Wilders wil bestrijden, moet dat doen op basis van feiten en argumenten en moet niet met verdachtmakingen komen.” Juist ja, met feiten en argumenten. Hij geeft die zelf niet, maar goed, het is dan maar aan ons om dit te doen. Het is aan ons om Wilders en Co te dwingen tot argumentatie. Die argumentatie mag wat mij betreft best ‘volks’ klinken – hoe meer mensen ze begrijpen, hoe beter, want dat betekent dat meer mensen er kritiek op kunnen formuleren.

Maar het moet een echte argumentatie zijn, geen geësthetiseerde schijn-argumentatie die goed klinkt, ons aan het lachen brengt (‘verdomd goed gezegd Geert!’) en ons kritisch bewustzijn in slaap sust, net zoals bij elke andere vorm van vermaak. Wanneer we hem vrijgeleide geven voor een argumentenloze politiek, dan moeten we aanvaarden dat onze open samenleving gesloten is en dat we in een heel andere politieke omgeving leven. Dat is het gevaar waarop Riemen wijst, en om Bart De Wever te citeren, “ik zie niet in hoe je het daarmee oneens kunt zijn”.

Jan Blommaert is Hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan de Universiteit van Tilburg, en Directeur van Babylon, Center for the Study of the Multicultural Society aan dezelfde universiteit.

Noten:

1 Zie http://nos.nl/artikel/81111-anne-frank-stichting-wilders-extreemrechts.html
2 Frits Bolkestein, “Rob Riemen, schaamt U zich voor zoveel onzin” Volkskrant 13 november 2010.
3 De reactie van Boekestein (niet Bolkestein) is te zien op http://nieuwsuur.nl/video/195658-filosoof-noemt-wilders-fascist.html
4 Max Horkheimer & Theodor Adorno, Dialectiek van de Verlichting (uitgave SUN, 1987); Hannah Arendt, The Origins of Totalitarianism (uitg. Harcourt 1968); Roland Barthes, Mythologies (Seuil 1957); Herbert Marcuse, One-Dimensional Man (uitg. Routledge 2002); Raymond Williams, Television (uitg. Routledge 2003); Pierre Bourdieu, Over Televisie (uitg. Boom 1998).
5 Zie Deborah Cameron, Verbal Hygiene. Routledge 1995.
6 Steve Stevaert, Wat Goed Is Voor de Mensen. Intentieverklaring van Steve Stevaert. Brussel: SP.A, 2003. Voor een bespreking, zie Jan Blommaert
, “Populisme als spreekregime”, in Jan Blommaert, Eric Corijn, Marc Holthof & Dieter Lesage, Populisme. EPO 2004.
7 Zie Siegfried Bracke, “Over pietluttigheden”, 4 december 2008. 
8 Op deze regel is één uitzondering: hun eigen standpunt mag afwijken van dat van ‘de gewone man’. Zo zijn de standpunten van Bracke inzake de Belgische staatshervorming de standpunten van een minderheid in de ‘publieke opinie’.
9 Siegfried Bracke, “Ochtendnieuws”, 6 december 2010.
10 http://www.nu.nl/algemeen/2113180/wilders-ziedend-etiket-extreem-rechts.html
11 Wie hierover details en bewijzen wil, zie http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/06/20/het-dna-van-een-politieke-mediaformat. In dit artikel analyseer ik een ‘debatprogramma’ op de Vlaamse televisie in de aanloop naar de verkiezingen van 2010.
12 Bracke, “Inhoud en vorm”, 14 mei 2007. http://www.siegfriedbracke.be/index.php/
13 In het eerder vermelde artikel ‘Populisme als spreekregime’ betoog ik dat zij die beweren te spreken zoals ‘de mensen’ nu net, paradoxaal, de absolute top uitmaken van de communictie-hiërarchie in onze samenleving. Populisten zijn zonder uitzondering hoogopgeleide elite-figuren. Intellectuelen dus, al schieten ze met liefde en overgave op intellectuelen. Zie ook jan Blommaert, De Crisis van de Democratie, EPO 2007.
14 Zie http://headlines.nos.nl/forum.php/list_messages/2085
15 Er zijn op het Internet nogal wat bewijzen hiervoor te vinden. Zie bijvoorbeeld http://www.youtube.com/watch?v=JMipzYNUHb8
16 Wilders publiceerde dit stuk net op het ogenblik dat de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal aan een rondreis doorheen het Midden-Oosten begon. De geneugten van de gedoogsteun beginnen allicht stilaan door te dringen bij de leden van het Kabinet-Rutte.
17 http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/De-Gedachte/article/detail/395049/2008/08/26/Pleidooi-voor-populisme.dhtml. Het boekje van Van Reybroek was een reactie op het eerder vermelde Populisme (EPO 2004). De volgende paragrafen baseren zich op mijn artikel ‘Populisme als spreekregime’ in dat boek.
18 Het hele incident is te zien op: http://www.youtube.com/watch?v=y4hwS8zMAZI
19 In een wat kromme redeneringen betreft zeer rijk bedeeld dubbel-interview met Frank Vandenbroucke in Humo: http://www.humo.be/tws/deze-week/20258/humo-sprak-met-bart-de-wever-en-frank-vandenbroucke.html

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

45 reacties

  • door David op woensdag 22 december 2010

    Dit een heel sterk en diepgaand artikel, maar toch heb ik enkele bedenkingen bij het gedeelte over het interview met Leterme in het praatprogramma De Zevende Dag. De uiteenzetting van de premier was inderdaad heel informatief en coherent. Hij schetst de wortels van het probleem van een drietal jaar terug toen de wetgeving werd gewijzigd. In feite was het dan al voorspelbaar dat er een verzadiging zou volgen van het aantal opvangplaatsen. Er wordt nu al een hele poos gewerkt om de opvangcrisis op te lossen en er volgden al heel wat politieke beloftes (http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/12/01/opvangcrisis-we-werken-hard-één-jaar-politieke-beloftes). Er is dan misschien tegenwerking op de lokale niveaus, maar het lijkt erop dat de premier naar excuses zoekt om het blijvende falen van het beleid weg te moffelen. Argumentatie en inhoudelijk sterke redevoeringen moeten op een bepaald moment ook eens omgezet worden in een snellere en efficiëntere daadkracht. Het probleem mag niet blijven aanslepen want het is onacceptabel dat er mensen tijdens het koude winterweer op straat terechtkomen. De Vadder speelt hiermee in op de emotionele kant van de zaak, maar in essentie heeft hij toch gelijk. De manier waarop is inderdaad niet goed te keuren. Het showgehalte van de politiek wordt in de hand gewerkt door de media. Ik hoop alleen dat de discussie omtrent de opvangcrisis volgend jaar niet nog eens moet worden gevoerd. We kunnen de feiten niet blijven achterna hollen.

  • door Ghyselen op donderdag 23 december 2010

    Wie introduceerde pakweg vijf jaar geleden het begrip ,,de mensen'' opnieuw in de politiek? Dezelfde politicus die het over ,,vijf minuten politieke moed'' had en ,,degelijk bestuur'' om ruzie makend paars extra in de verf te zetten. Het klopt dat politici - en zelfs Leterme hoort daar ook bij - de tv-formats waarbinnen ze moeten communicatief moeten handelen, beu zijn. Vandaar ook de gretigheid waarmee ze meedoen aan de spelletjes. Want daar zie je de ,,mens'' achter de politicus. Kortom: ik ben het volledig eens met deze analyse.

  • door Leo Van Beirs op donderdag 23 december 2010

    ik beloof uw studie te lezen, ik moet dat afdrukken, maar ik zocht tevergeefs vlugvlug naar uw argumenten voor uw bewering waarom het "vals" is te zeggen dat we in België leven met twee gescheiden democratieën. Als u zegt "vals" verwacht ik daar namelijk ook uitleg over, anders maakt u dezelfde fout die u anderen verwijt. In de wettelijkheid is onze democratie in België niet gescheiden natuurlijk, maar er zijn bijna geen partijen die zich aanbieden met één tweetalig of drietalig programma. In de praktijk hebben we dus héél duidelijk twee-drie gescheiden parlementen en één nationaal parlement met taal-gescheiden partijen. Belangrijker nog: de politiek steunt op publieke opinies die gans taal-gescheiden zijn, wat eigenlijk, daar politiek steunt op gedachten-overbrenging, logisch en normaal is. De taalkennis van de burgers is -anderzijds- niet zo denderend dat zijzelf deze hindernis overwinnen, de Vlamingen kunnen nog -een beetje- mee in het volgen van de Franse taal, de franstaligen blinken uit door hun onvermogen om de Vlaamse publieke opinie te volgen, zelfs van hun politiekers spreekt slechts een handvol een te begrijpen Nederlands.. Hoe noemt u deze situatie dan ?

    • door Laurens op donderdag 23 december 2010

      Ik denk, dik tegen mijn zin, dat De Wever inderdaad gelijk heeft met zijn stelling. Maar dan omwille van het feit dat sinds 15 augustus 1980 (Bijzondere wet tot hervorming der instellingen) media en cultuur bevoegdheden zijn geworden van de gemeenschappen. Die wet was nodig voor de in artikel 4.1 vermelde 'bescherming en luister van de taal' zoals Leo Van Beirs al laat aanvoelen : die heeft een dijk opgeworpen tegen een soort Franstalige taalsuprematie ( die echter naar mijn aanvoelen niet meer zo sterk leeft onder de Franstalige jeugd). Anderzijds is ze ook heel nefast en volgens mij verantwoordelijk voor het wederzijdse onbegrip dat er nu leeft tussen de twee taalgemeenschappen. Immers, werden onder meer gesplitst : bibliotheken, jeugdbeleid, artistieke vorming, intellectuele, morele en sociale vorming, beroepsomscholing, ... Met andere woorden :alle mediatieke en onderwijsgebonden aangelegenheden.

      Het gevolg hiervan is dat Vlamingen geen bal te weten komen over wat er in Wallonië gebeurt, tenzij dan nét zoals met de berichtgeving over - de zo tot buitenstaanders gemaakte - 'allochtonen' over spannende problemen. Die spannende problemen, zo hoopt de tv-maker die half naar Marshall McLuhan heeft geluisterd (The medium is the message) emoties met zich meebrengen. En - voor mij dan toch als Vlaming - is't ook over Vlaanderen stil aan de overkant. We krijgen als het over Federale materie gaat, geen Franstalige helden te zien in de politiek, enkel Nederlandstalige helden. Ik weet het niet, maar ik vermoed dat we alweer hetzelfde plaatje krijgen op de RTbf of de commerciële zender RTL.

      Aangezien ook onderwijs is gesplitst, blijft er dus niets over als sociaal cement om België bijeen te houden. Ik snap die kunkels van onderwijs niet : het taalpotentieel is enorm in België. Ik snap niet waarom taaluitwisselingen - bijvoorbeeld aanmoedigen om over de taalgrens drie maanden schoolonderwijs te gaan volgen - niet gesubsidieerd worden (dat is een incentive die werkt).

      Met andere woorden : ofwel wordt dringend werk gemaakt van zulke maatregelen, van gemengde bibliotheken, uitwisselingsprojecten, gebalanceerde berichtgeving over héél België, ... ofwel is het tijd om de boel te laten ontploffen en definitief te laten overgaan in Europa.

      • door Laurens op donderdag 23 december 2010

        Ik merk dat ik niet alle reacties op het artikel had gelezen.

        • door pol op vrijdag 24 december 2010

          betreffende het door De Wever verheffen van een toevallig verkiezingsresultaat tot finaal eindresultaat, het volgende: de voorstelling van Vlaanderen als een rechtse democratie en Wallonië een linkse democratie is niet zomaar strategisch boerenbedrog van De Wever in functie van zijn onderhandelingspositie. Dat is gewoon wat rechts Vlaanderen al sinds jaar en dag gelooft. Het maakt daarbij niet uit dat voorafgaand aan de verkiezingen de MR de grootste partij was. Deze feitelijke overmacht van een liberale Franstalige partij doet niet af aan het geloof dat de PS (met name vanuit Luik) België in haar ijzeren grip houdt. Het draait immers over een geloofsprincipe dat constituerend is voor de Vlaamse beweging. Politiek draait om dergelijke gemeenplaatsen, niet om feiten.

  • door Stef Breesch op donderdag 23 december 2010

    Schrijf me maar uit op DeWereldMorgen ik ben Blommaert zo beu als kouwe pap

  • door ellen Peeters op donderdag 23 december 2010

    Als de N-VA 30% haalt is het populisme, als de sp.a met Steve Stevaert 30% haalt is het kwaliteitspolitiek. bij deze een warme oproep om het politieke debat in 2011 volwassen te voeren, en niet op basis van dogma's, achterhaalde stellingen, logeverhalen, ...

    Beste Wensen!

    • door christophe op donderdag 23 december 2010

      @ellen Jan Blommaert geeft ook in dit stuk kritiek op Stevaert en schreef er in het verleden zelfs een boek over. Best eerst het artikel lezen vooraleer commentaar te geven

      @stef breesch Vreemd dat een ex-kabinetssecretaris op het kabinet ontwikkelingssamenwerking plots intellectuele debatten beu is. U mag trouwens ook altijd argumenteren wat u stoort in dit stuk.

      • door Stef Breesch op zaterdag 25 december 2010

        [title]goed gegoogled mooie tackle[/title]goed gegoogled mooie tackle Christphe helaas laattijdig en dus rood :-)

        • door J. Blommaert op zaterdag 25 december 2010

          endebe, er is geen sprake van ad hominem, want er is geen homo. U hebt geen naam.

          • door J. Blommaert op zaterdag 25 december 2010

            We kunnen uit de interventies van Mevrouw Endebe lessen trekken denk ik. Hier is wat ze zegt over het gebruik van een schuilnaam:

            "Die feiten zijn dat je als PVV-aanhanger een meer dan gerede kans loopt je baan kwijt te raken, door de linkse en moslimse fascisten bedreigd, geintimideerd, mishandeld of vermoord te worden en/of door de autoriteiten opgepakt en opgesloten te worden."

            Klinkklare onzin; Nederland is een uitermate vrij en veilig land voor PVV-aanhangers. Pro memorie, na de moord op Van Gogh waren er aanslagen op diverse moskeeën in Nederland - "terreuraanslagen" in een bepaald jargon - maar er is sindsdien geen enkele PVV aanhanger meer gedood door "linkse of moslimse fascisten". Er bestaat een naam voor dit: paranoïa; er bestaan ook geneesmiddelen voor. In het geval van Wilders is het echter een centraal deel van de media-strategie: 'wij zijn voorvechters van de vrije meningsuiting; wij staan daarmee alleen tegen een grote bende tegenstanders (links en moslims), en die strijd is uiterst gevaarlijk'. Wilders kokketeert dus met zijn veiligheidsescorte, en Rita Verdonck snapte dat haar politieke leven achter de rug was toen de overheid haar die escorte afnam nadat bleek dat er geen sprake was van lijfsgevaar. Zeggen dat je bedreigd wordt en gevaar loopt is een centraal deel van de Wilders-campagne. Ze zien zichzelf als frontsoldaten voor de vrije meningsuiting, en dus moeten ze 'anoniem' optreden.

            Hier is nu een fundamenteel punt. mevrouw Endebe is in het dagelijks leven allicht iemand die, met een heel andere naam (en misschien een ander geslacht) glimlachend en vriendelijk door de straten en pleinen van Nederland loopt, en zich op geen enkele wijze bemoeit met het openbare leven of met samenlevingsproblemen. Die worden opgespaard voor het anonieme werk op het Internet. Mevrouw Endebe gaat wellicht nooit betogen, doet nooit mee aan affiche-campagnes, is haar kot niet uit te krijgen voor eender welke actie. Maar op het Internet is ze een hoog-actieve actor, die schiet op alles wat beweegt en daar ten volle voor haar standpunten uit komt, zij het dat niemand mag weten wiens standpunten dat eigenlijk zijn. Dat is de lafheid van het huidige activisme: in de reële samenleving ben je de volgzaamheid zelve en verhef je nooit je stem, in de virtuele wereld ben je een kopstuk en brul je als een leeuw(in). Het effect is dat sociale actie geleidelijk aan een schimmenspel wordt waarin niemand 'echt' aanwezig is, niemand dus nog weet wie een medestander is en wie niet, en waarin net daardoor eender welke enormiteit kan en mag gezegd worden. Zie mijn eerder stuk over 'debathygiëne', http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/11/11/publieke-debathygiëne. Het is omwille van die lafheid dat men zich alles kan permitteren - een soort permanente karnaval waarin gemaskerden je constant de huid vol schelden en je bedreigen met alles wat niet lief is.

            Ik kan Mevrouw Endebe geruststellen. Wie vandaag naar knack.be surft en daar onder 'mest gelezen' de lijn 'zwaar racistische praat in de loge' aanklikt belandt op een deel van het interview dat ik deze week aan Knack gaf. Bekijk de 'reacties' eens: tientallen volslagen onbekende mensen - allemaal opererend onder een pseudoniem - gooien er met kak en stront. Ik heb in m'n artikel hierboven ook voorbeelden gegeven, en wie nog niet overtuigd is moet maar eens naar vandaag.be gaan en daar wat reacties lezen. Het is een hobby blijkbaar: je neemt een alias en begint op elk artikel dezelfde vuilbekkerij los te laten. Da's allemaal prima, maar daarmee help je de vrijheid van meningsuiting naar de donder. Ook dat heb ik al herhaaldelijk geschreven en toegelicht. Door deze karnaval van scheldpartijen belanden we in een wereld waarin met de mening van 'de gewone man' nog minder rekening wordt gehouden dan tevoren. Ik bestudeer het fenomeen van de 'reacties' al geruime tijd. Je ziet steeds weerkerende thema's motieven en frasen, dezelfde opmerkingen en responsen, honderden keren terug. Mijn reactie daartegen is dan ook voorspelbaar: ik neem ze niet au sérieux, ook al wordt ik er persoonlijk in beledigd, want ik gebruik mijn echte naam.

            Mijn standpunt is immers dat je in het publieke debat verantwoordelijkheid MOET nemen voor je woorden. Als je het publieke debat belangrijk vindt, dan gebruik je je eigen naam, ben je niet bang van je eigen woorden en evenmin van de ruwe reacties die erop komen. Als ik me achter een alias zou verstoppen zou ik mijn recht op vrije meningsuiting verzaken. Want dan handel ik niet meer als Jan Blommaert maar als een schim, een gemaskerde, die anderen toespreekt en verwacht dat ze met mijn stem rekening houden. De kans dat dit gebeurt is klein, want de kans dat de andere dit ervaart als een karnaval is veel groter. In het publieke debat kan je vandaag de dag veel meer dan een decennium geleden, dankzij DeWereldMorgen en zo. Wel, dat is een voorrecht, en het levert een duidelijke burgerplicht op: zeg wie je bent en zeg dan wat die duidelijk herkenbare persoon voorstaan. De 'gerede kans' dat je bakken stront over je kop krijgt - slachtoffer wordt van verbaal geweld - is groot; maar als je in een massademonstraties meeloopt is er ook een 'gerede kans' dat de politie je met een waterkanon opwacht. Daardoor laat je de actie niet lopen. Mevrouw Endebe en haar geloofsgenoten gaan ervan uit dat je van twee dingen twee kunt hebben: een publieke stem enerzijds, geen aansprakelijkheid oor die stem anderzijds. Ze doen dat uit lafheid, niet uit 'gerede angst' voor represailles, want die zijn er gelukkig niet.

            Bij wijze van afsluiting van deze discussie. Wat die 'gerede kans' betreft: ik denk dat de Palestijnen een meer gerede kans lopen op lijfsgevaar, wanneer we de visie van Wilders volgen. Een gerede kans op etnische zuivering. Wilders zegt dat zelf.

    • door jantje op donderdag 23 december 2010

      mss moet je eerst de tekst eens lezen. dan zou je weten dat de auteur dezelfde kritiek uit op Steve en zijn populisme

      • door J. Blommaert op donderdag 23 december 2010

        Over het standpunt van de twee democratieën.

        -Staatstheoretisch is dit gewone lulkoek. We hebben één grondwet en die is van toepassing op alle Belgen. Daarmee zou het debat al voorbij moeten zijn. -Het argument van De Wever, dat Wallonië een 'linkse' democratie is en Vlaanderen een 'rechtse' is eveneens nonsens. Tot voor de laatste verkiezingen was de MR o.l.v. Reynders de grootste Waalse partij. de Wever verheft zo een historische toevalligheid (de verkiezingsoverwinning van PS) tot historische wetmatigheid (twee autonome democratieën met de beschreven eigenschappen), terwijl dit bij elke nieuwe verkiezing volledig kan keren. Hij neemt zijn eigen geknelde onderhandelingspositie (hij moet België splitsen in dialoog met een partner die hem niet goed ligt en die evenveel macht heeft als hemzelf) en verheft die tot een finaal standpunt over België. Wie niet ziet dat dit door-en-door bedrog is, die is blind vrees ik. -Hij stelt het, ten bewijze van het vorige punt, voor alsof het 'activeringsbeleid' in Vlaanderen een 'culturele en economische consensus' heeft en in Wallonië niet ("heksenjacht op werklozen"). Bekijk De Wereld Morgen en de standpunten van de vakbonden, sociale organisaties en noem maar op: er is in Vlaanderen geen bal consensus daarover, maar net als in Wallonië hevig debat.

        En nu over de wijze waarop hij dit argument steeds gebruikt. Zoals blijkt is zijn these van de twee democratieën nauwelijks te bewijzen en absoluut geen vanzelfsprekendheid. De bewijslast hiervoor ligt bij hem, niet bij degenen die zeggen dat z'n stelling niet klopt (hoewel ik daarvoor zeer graag argumenten geef, zie boven). Welnu, hij geeft op geen enkel moment enige steekhoudende argumentatie hiervoor, hij stelt het voor als een BEWEZEN UITGANGSPUNT en noemt het zelfs een axioma ("ik zie niet in hoe je daarmee niet akkoord kan zijn"). Welnu, als axioma houdt het geen steek, en dat zou zonneklaar moeten zijn, en daarnaast zijn er in de politiek eenvoudigweg geen axioma's. Alles wat je voorstaat moet je hard maken, en dat is iets wat De Wever nogal wat moeilijkheden oplevert, want de PS vraagt hem die stelling hard te maken, wat hij niet kan. Dit een axioma noemen betekent dat je tegen mensen zegt dat het eigenlijk niet beargumenteerd moet worden en maar door iedereen aanvaard moet worden. Dat is politiek bedrog: hij schept een ruimte waarin geen politiek debat meer mag optreden.

        • door Leo Van Beirs op donderdag 23 december 2010

          meneer Jan Blommaert , bedankt voor uw snel antwoord, maar net als mijn lezen van uw artikel maar diagonaal was, was uw lezen van mijn vraag maar diagonaal, u noemt de bewering van "gescheiden democratieën" botweg "lulkoek" omdat we één grondwet hebben, dat vind ik terzake een beginsel, maar geen wetenschappelijk "sociologisch" argument, dat argument had ik u trouwens ook al aangedragen... Maar ook de rest van uw antwoord weerlegt mijn argumenten niet, maar gaat in op uw verwijten naar BDW, terwijl ik wijs op de moeilijke communicatie, zeker ook politiek tussen de "gemeenschappen".... We ERVAREN ons benoorden en bezuiden als in een andere denkwereld, ik ERVAAR de debatten op RTBF en RTL gans ANDERS dan de (summiere) VRT-debatten, ik LEES ook andere dingen in de kranten, soms lijkt het alsof ZIJ (de politiekers dan) -als er over BHV wordt gesproken- op een andere golflengte over iets anders zaten te praten....

          Ik herhaal: In de wettelijkheid is onze democratie in België niet gescheiden natuurlijk, maar er zijn bijna geen partijen die zich aanbieden met één tweetalig of drietalig programma. In de praktijk hebben we dus héél duidelijk twee-drie gescheiden parlementen en één nationaal parlement met taal-gescheiden partijen. Belangrijker nog: de politiek steunt op publieke opinies die gans taal-gescheiden zijn, wat eigenlijk, daar politiek steunt op gedachten-overbrenging, logisch en normaal is. De taalkennis van de burgers is -anderzijds- niet zo denderend dat zijzelf deze hindernis overwinnen, de Vlamingen kunnen nog -een beetje- mee in het volgen van de Franse taal, de franstaligen blinken uit door hun onvermogen om de Vlaamse publieke opinie te volgen, zelfs van hun politiekers spreekt slechts een handvol een te begrijpen Nederlands.. Hoe noemt u deze situatie dan ? Gescheiden of Samenhorig ?

          Ik vind dat zeker géén probleem, die gescheiden gemeenschappen, om zich democratisch te organiseren is een communicatiemiddel als taal mischien toch wel belangrijk, vindt u ook niet ? En de dagelijkse staatshuishouding gebeurt ook best dichtbij de mensen zelf, mijn interessert de vuilnisophaling in Bremen niet zo om op tussen te komen, tenzij we er hier iets kunnen van leren. En dat onze plaatselijke gemeenschappen zich in een groter geheel inpassen, ook organisatorisch, ook staatkundig in België, ook inter-staatkundig in Europa, ook internationaal in de UNO. SUBSIDIARITEIT. Maar dat behoort niet helemaal tot mijn vraag, wel dan tot mijn politieke wens....

  • door Tom V. op donderdag 23 december 2010

    Interessant artikel. De enkele giftige reacties wijzen dat Blommaert wel degelijk de vinger op de wonde legt. Als de kinderen van Hamel loopt kiezers achter de Vlaamse rattenvanger, bedwelmd door zijn kromspraak. Wie zich daar vragen bij stelt, of daar tegen verzet, wordt het zwijgen opgelegd of "heeft het nog niet begrepen", nog zo'n frase van De Wever. Democratie in N-VA-Vlaanderen, een mythe.

  • door piet db op donderdag 23 december 2010

    ondanks de glamour en glitter afstotingsverschijnselen ... stukken van Blommaert brengen de eindejaarsperiode wat meer in evenwicht (misschien ook een therapie voor zichzelf ?)

  • door Chris C. op donderdag 23 december 2010

    Ik word soms een beetje moe van perifere discussies over de vraag of Wilders al dan niet een fascist is, of vanuit 'de rechterzijde' of de Islam al dan niet fascistisch is'. Zoals mijnheer Blommaert zelf in zijn tekst aanhaalt blijft dit te veel rondjes draaien in een spel van woorden en vooral van definities. Radicaal en soms extreem rechts en extreem links verlammen een belangrijk inhoudelijk debat over fundamentele vragen zoals: -in welke mate is een zeer levende monotheïstische godsdienst als de islam (maar ook de 2 andere monotheïsmen) als deze als kern van een identiteit en niet als maar een element van een persoonlijke identiteit wordt beleefd nog compatibel met een open samenleving gebaseerd op tegensprekelijk debat en gelijkheid ? Voor radicaal rechts is het antwoord meteen 'niet compatibel' en eerlijk gezegd geeft men daar toch een aantal argumenten die men niet zomaar met een etiket 'fascistisch' van tafel kan vegen. Zoals dat naiëve verdraagzaamheid tegen onverdraagzaamheid uiteindelijk de basis van de verdraagzaamheid zelf zal ondermijnen. Vanuit links lees ik daar veel te weinige interessante analyses over, tenzij je Scheffer als links zou beschouwen (wat heel wat linkse opiniemakers in Nederland voordien alleszins niet deden... maar soit op dat vlak groeit er openheid). In die zin blijf ik die probeer verder te denken dat het gooien met definities ook hier toch weer op mijn honger zitten. Ik vrees dat die loopgravenoorlog vooral rechts ten goede komt. Doordat zij ten minste een vertaling geven aan ervaringen of angsten van een deel van de bevolking (al is de vertaling helaas soms nefast of weinig constructief). Even weinig productief vind ik de discussie over De Wever een populist is. Een vreemde analyse ook, omdat het net over een politicus gaat die erg vaak zijn intellectuele bronnen verspreid (denk maar aan zijn collums in de Standaard die gebundeld werden in een boek): Spolaore 'size of the nations, Dalrymple 'leven aan de onderkant' enz... Het lijkt me zinvoller om een diepgaande discussie te voeren over de argumenten van deze ideologische bagage. En wat de gescheiden democratieën betreft, is het wellicht geen zwart-wit situatie. Er zijn toch echter heel wat opinieonderzoeken gedaan die aangeven dat op bepaalde domeinen er zeer verschillende gevoeligheden zijn in de landsdelen. Ik herinner me onder meer onderzoeken over de visie op energie (aanvaardbaarheid van kernenergie, een recente opiniepeiling over visie op de ideale toekomst van België waar de unitaire staat nog zeer sterk scoort aan franstalige kant... Vele van die verschillen zijn wellicht te verklaren door andere informatiestromen (waarbij de Vlamingen meer gericht zijn op angelsaksiche ontwikkelingen en de Franstalige media veel meer focussen op Franstalige publicaties en persbureaus ( Meesterproeven van Jinse Renders, Eveliene Renders en Tim Bernaers, Master Journalistiek van Lessius Antwerpen en de K.U. Leuven, 2008.). Maar ook de andere socio-economische context en de geografie van Walloniê creëren andere gevoeligheden. Vanuit mijn dagelijkse ervaring met de franstalige politici en administraties zou ik ook een boel voorbeelden kunnen geven over een tevens erg verschillende beheerscultuur. Maar waar het op neerkomt is dat ik vrees dat de verschillen in de praktijk erg groot zijn. Wat niet wil zeggen dat het daarom zou gaan over een totale scheiding der geesten. De vraag is alleen of er genoeg is dat ons bind om een voor iedereen bevredigend compromis te vinden en we niet vooroordeeld zijn tot 'rotten compromises'. De kennis en interesse in elkaars taal voorspelt in elk geval niet veel goeds.

    • door J. Blommaert op donderdag 23 december 2010

      Aan Chris C: bedankt, dit is een zeer interessante reactie want ze geeft heel veel weer van wat er in het publieke debat leeft. Hier zijn enkele punten ter overweging. We gaan er van uit dat we allemaal rationele mensen zijn en nadenken - willen nadenken - over dingen zoals deze, eerder dan er over te roepen en tieren.

      1. Dat er verschillen zijn tussen Noord en Zuid is evident. Zie echter de volgende punten hieronder. Hier wil ik het volgende zeggen: die verschillen betekenen helemaal niet dat er 'twee democratieën' zijn. Het zijn verschillen BINNEN EEN democratie, en het zijn net die verschillen die een democratie drijvend houden. Een democratie die niet met verschillen kan omgaan is er geen, het is een totalitaire staat. Als De Wever moeite heeft om zijn rechtse agenda aan de PS op te dringen en daarom de boel wil opblazen, is dat slecht nieuws voor Vlaams links ook. Ik neem aan dat hij even radicaal anti-links zal zijn tegen Vlaamse politici dan tegen Waalse. Kijk naar zijn steeds terugkerend argument: België bestaat niet meer, er zijn twee autonome democratieën - en vervolgens beschrijft hij die in IDEOLOGISCHE termen, rechts versus links; die onverzoenbare tegenstelling is voor hem de reden waarom België eraan moet. De man heeft een groot probleem met de basis-houding van de democraat: het aanvaarden van ideologische verschillen. En het Vlaanderen dat hij voor ogen heeft is een rechtse hegemonie, geregeerd door UNIZO en verder beheerd door de EU, die zoals we weten op geen enkele manier democratisch gestructureerd is.

      2. Het gaat hier om Noord-Zuid verschillen die in zeer verregaande mate het gevolg zijn van een democratisch deficit binnen die democratie. We hebben TWEE KIESKRINGEN binnen één democratisch systeem. Die twee kieskringen genereren (a) verschillende politieke landschappen want alle partijen zijn taalspecifiek; (b) verschillende politieke meerderheden BINNEN DIE KIESOMSCHRIJVING. Het Belgische probleem is precies dat we bij afwezigheid van een federale kieskring (een democratisch deficit van zowat 50%). Zie hiervoor Kris Deschouwer op http://www.youtube.com/watch?v=Lpv2L_7sJYM ( in gesprek met Bracke nota bene). Ook het bestaan van twee afzonderlijke kiesomschrijvingen betekent niet dat we 'twee democratieën' hebben; het betekent dat onze ene democratie - een democratie die een grondwet heeft en het hele land daarmee bestuurt - niet goed werkt. Het democratisch deficit zorgt ervoor dat er nog nauwelijks een plicht is voor leden van de twee kieskringen om elkaar te overtuigen, bij elkaar invloed te halen, hun macht op het geheel van de Belgen te baseren. Dat democratisch deficit oplossen is de grootste opdracht van deze staatshervormers.

      3. Wat dat betreft zijn argumenten uit de oude doos volkomen irrelevant - de taalstrijd, de historische vernederingen en kaakslagen, de zogeheten afkeer van de Walen voor het Nederlands, etc. allemaal achterhaald, wat Witte en Vanvelthoven ook mogen beweren. Die Vlaamse strijd is gestreden en gewonnen. Nederlands of Frans zijn als reële politieke factoren al lang, héél lang, overgroeid door allerhande andere factoren, zie hieronder. Als men het vanuit Franstalig oogpunt even bekijkt: zij hebben al sinds 1974 uitsluitend Vlaamse politici aan de leiding van België gehad, mensen, zoals Martens, die tot een radicale Flamingante strekking behoorden. Wie heeft wiens taal te vrezen? En wie moet zich over wie beklagen in dit land? Welke taal is hier al bijna veertig jaar de taal van de macht? Welke taal spreekt de huidige EU-president? het zou goed zijn als Vlamingen nu eindelijk eens beseffen dat hun taalstrijd historisch een mega-overwinning heeft geboekt, en dat taalzaken derhalve op een heel andere manier gevoelig liggen nu dan een halve eeuw geleiden - de status van het Engels en van de talen van minderheden bijvoorbeeld, en die roepen heel andere kwesties op.

      4. Ook het zogenaamde 'sociale karakter' van de Vlaamse beweging moet herwogen worden, want de huidige Vlaamse elite stuurt aan op een Vlaams neoliberaal paradijs, waarin de Vlaamse werknemer heel wat van zijn (Belgische!!) sociale bescherming zal moeten afstaan. Er is een lange traditie van teksten hierover, van VEV tot UNIZO en VOKA. Het rechtse Vlaanderen van De Wever zal een paradijs zijn voor de ondernemer en een woestijn voor de werknemer. Dat is de inzet van de huidige 'Vlaamse strijd': een links-rechts tegenstelling die naar een rechtse revolutie moet leiden (De Wever is daar expliciet over), waarvoor België moet wijken omdat het te veel linkse accenten in de democratische arena houdt. Wanneer in Wallonië de MR terug de grootste partij wordt - en rechts dus de macht heeft zoals tot voor de verkiezingen van 2010 - vervalt het hele argument van De Wever. Hij probeert België dan ook te splitsen vooraleer dit vervelende ongeval kan plaats grijpen (en eventueel zou blijken dat zelfs Reynders niet rechts genoeg is voor De Wever en zijn sponsors).

      5. Nog even terug naar verschillen en hoe we die meten. Je kan zowat elke sociale parameter hanteren om attitudinele en gedragsverschillen te meten. Neem geslacht als criterium en je zal zien dat België twee democratieën telt: een mannelijke en een vrouwelijke. Neem leeftijd, en je zal zien dat er zelfs meer democratieën zijn, die van 16-21 jarigen, 22-40 jarigen, 41-55 jarigen, en ouderen. Neem opleidingsniveau en je zal zien dat we alweer in een verscheurde wereld leven; neem gemiddeld inkomen en je krijgt het zelfde. We zijn gewoon geraakt om SLECHTS EEN KLEIN AANTAL CRITERIA ALS RELEVANT TE ZIEN, alhoewel we daar geen enkele goede reden voor hebben. In onderzoek dat ikzelf met een aantal collega's uitvoerde over 'solidariteit' in Brussel bleek dat arme mensen zich heel sterk uitspraken voor een 'traditioneel' concept van welvaartstaat, met automatische rechten en niet-exclusieve toekenningen van uitkeringen; de middenklasse zag de sociale zekerheid als iets wat in termen van privatisering en competitiviteit moest opgelost worden. Vlaming of Waal, jong of oud, speelde daar geen rol. Arm of rijk wel. Dus waar is die 'rechtse' consensus die De Wever ziet? WIENS CONSENSUS is dat? Ik denk dat we het antwoord weten, want hij is er zelf nauwelijks terughoudend over: het is de consensus van de neoliberale KMO-lobby.

      Excuses voor de overdaad aan woorden. Maar ik vond het een belangrijke vraag.

      • door Chris C. op donderdag 23 december 2010

        [title]Beste heer Blommaert, Uw[/title]Beste heer Blommaert,

        Uw bekommernis om de sociaal-economische agenda van de NVA kan ik begrijpen. Het is inderdaad een punt dat in de media veel te veel onderbelicht is. En hoewel het programma van de NVA mij niet neo-liberaal lijkt, zitten er met hun fascinatie voor het 2e Duitse 'wirtschaftswunder' toch zeer liberale accenten in waarvan een aantal NVA-kiezers vermoedelijk zouden schrikken. Waar ik het niet helemaal mee eens ben is, is dat de taalstrijd achterhaald is. Natuurlijk heeft de Vlaamse beweging historisch gezien enorm veel bereikt en zouden we tot een punt moeten komen waarbij we dit pijnlijke verleden moeten kunnen achterlaten. Alleen is dit vooral in de zone BHV niet de realiteit. Deze week meldde de FOD Economie nog in de cijfers over 2009 dat het Brussels Gewest een netto deficit van migratie heeft van 12.041 Brusselaars die naar andere gewesten trekken. Een fijnere analyse van de FOD cijfers toonde in het verleden al aan dat uittocht uit Brussel vooral gericht is op Brabant en dus ook op Vlaams-Brabant. Deze uittocht waarvan men kan veronderstellen dat het voor een niet onbelangrijk deel over middenklasse gaat en voor een relevant deel over Franstaligen maakt dat voor tientallen gemeenten op het grondgebied van het Vlaamse gewest de oude trauma's over verdringing van inheemse bevolking en cultuur weer hyperactueel zijn. Net zoals de frapante onwil bij de meeste franstalige partijen om de nochtans door het Belgische parlement op 8/11/1962 uitgevaardigde taalwet te aanvaarden. Mijn indruk is dat het net het levend zijn van dit taalspook en de soms zeer agressief nationalistische standpunten van franstalige partijen over corridors, annexaties en andere praat uit wat we langvervlogen verleden hoopten, de NVA erg salonfähig maakt en een aantal kiezers verblind voor de liberale agenda van deze laatste. Temeer omdat links over het algemeen zich weinig druk lijkt te maakten over agressief nationalisme, zolang het maar van Franstalige partijen komt... (What's new ?) Ik was tot een jaar geleden een inwoner van de taalgrens (lag op het einde van mijn Brusselse straat). En ik moet zeggen dat de intensitieit en de snelheid van de demografische verschuivingen in die zone werkelijk moeilijk te onderschatten zijn. Men ziet echt hele bevolkingsgroepen op een paar jaar tijd wijzigen en dan spreek ik niet eens over de eerste gordel van Brussel maar ook over de tweede gordel. Achter deze verschuivingen zit daarenboven het Belgische migratiebeleidverhaal, of net het ontbreken van zo'n verhaal dat de bevolking kan begrijpen. U hebt gelijk dat er in een democratie vele breuklijnen bestaan tussen groepen en zeker niet allen tussen FR-NL-taligen. Maar feit is wel dat onze Belgische democratie omwille van historische reden in taalgroepen is georganiseerd en dat sommige oude breuklijnen zoals het confessionele minder sterk dan vroeger wegen. Een uit elkaar groeien van gevoeligheden van die taalgroepen heeft dan toch wel specifieke gevolgen voor de werking van een democratie. Akkoord, een democratie is het vreemdzaam beheren van verschillen. Maar ik denk dat het ook binnen de actieradius van een open democratie valt om met elkaar te discussiëren of het nog voldoende zin heeft om erg verschillende groepen persé in een democratische machine te willen persen. Discussie over de schaal van een democratie lijken mij onderdeel van een democratie zonder dat daarvoor meteen grote woorden als fascistisch moeten worden bijgehaald. Maar nu vrees ik dat ik iets te veel als Bart Dewever begin te klinken. Laat me het hierbij dus maar voorlopig houden...

        • door J. Blommaert op donderdag 23 december 2010

          Chris C, nog eens bedankt. Groot gelijk op heel veel punten, maar niettemin deze kanttekening. Onze samenleving transformeert zich op dit moment tot een super-diverse samenleving; Vlamingen en Walen cohabiteren nu met tientallen andere nationaliteiten, arm zowel als rijk en jong zowel als oud. Dat betekent dat met name de problematiek van Brussel en van de Rand grondig van karakter aan het veranderen is.

          Een tijdje geleden verscheen het boek 'Brussel!' van Eric Corijn en Eefje Vloeberghs (VUB Press 2009). Het is zowat de grondigste studie van eender welke stad ter wereld, letterlijk ieder aspect van het leven in de stad wordt er aan de hand van de meest recente gegevens in kaart gebracht. Ik citeer van p171: "Hoe men het ook bekijkt, Brussel is niet louter een stad van Nederlandstaligen en Franstaligen. Het percentage 'Belgen van oorsprong' bedraagt slechts 44% in Brussel; een derde is van niet-Europese origine." Let op de cijfers. Als het op 'thuistaal' aankomt dan geeft de laatste 'taalbarometer' van 2005 (ook geciteerd op p171) de volgende cijfers: Nederlandstalig 7%; traditioneel tweetalig Nederlands-Frans 8,6%; Franstalig 56,8%; anderstalig 16,3%. Dan naar p174: In de volkstelling van 2001 telde het Brussels gewest 45 nationaliteiten met minstens duizend leden; 46,3% van de Brusselaars was van buitenlandse origine. Het valt te verwachten dat die tendens zich sinds 2001 niet alleen heeft voortgezet maar zelfs nog versterkt heeft.

          Kijk in dat boek ook eens naar de pagina's 33-36, waar men de geografische spreiding van diverse nationaliteiten ziet gecorreleerd aan sociale klasse. We beginnen Brussel wel beter te begrijpen zo. We zien een enorme clustering van arme migranten uit Zuid-Europa, Marokko en Turkije rond de kanaalzone in de 19de eeuwse arbeidersbuurten. En een even grote clustering van vreemdelingen uit Noordwest-Europa, de Angelsaksische wereld en Japan in Ukkel, Watermaal-Bosvoorde, de Woluwes en Oudergem. In de eerste zone domineren de politie, het overlastbeleid en de sociale sector; men vindt er zwarte scholen en diversiteit wordt er als problematisch ervaren. In de tweede zone lijkt diversiteit volkomen probleemloos, vindt men de sjieke internationale scholen en de duurste supermarkt van dit land, Rob.

          Die gegevens leren ons dat er op dit moment een heel andere sociale, economische en demografische dynamiek domineert dan die van de tijd van de Beulemansen. Ik ben zelf in Brussel opgegroeid, ik heb de verandering gezien. Het gevolg is dat de maatschappelijke uitdagingen - denk aan zaken zoals rechtvaardigheid en tolerantie - er nu heel anders uit zien dan dertig jaar geleden.

          Als we daar in onze 'staatshervorming' geen rekening mee houden, dan is die staatshervorming irrelevant voor grote delen van de effectieve bevolking van dit land. In zoverre ze probleemoplossend zou moeten zijn rijst de vraag: wiens problemen lost ze op? En per kerende: wiens problemen lost ze NIET op? In het hele debat over de staatshervoming heb ik daarover nog geen woord gehoord.

          Indien politiek relevant wil zijn moet ze gaan over de grote dingen en moet ze die met realisme (d.i. kennis van zaken) aanpakken. En hier komt iets wat ik al maanden zeg: de zogeheten regeringsonderhandelaars zijn sinds deze zomer UITSLUITEND bezig geweest met communautaire splitstechnologie. Al het andere blijft gewoonweg liggen. Men zal begrijpen dat mensen zoals ik daar zo stilaan relevantie-vragen bij beginnen te stellen.

          • door Chris C. op vrijdag 24 december 2010

            Ik heb het boek van Corijn nog niet gelezen. Maar het bevestigd de tendenzen die al in vroegere KUL/VUB studies zoals die van C. Kesteloot werd beschreven en wat mensen elke dag in Brussel kunnen ervaren. De Brusselse socio-demografie lijkt voor het moment inderdaad oncontroleerbaar voor elke politiek 'verhaal'. Of het nu het NVA-verhaal of het FDF-verhaal is. En met de voorspellingen van het Planbureau dat er tussen 2010 en 2020 nog zo'n 200.000 inwoners in Brussel zullen bijkomen lijken de tendenzen zich nog te versterken. Maar ook hier lijkt het gebrek aan een Belgisch immigratie verhaal dat de bevolking begrijpt en perspectieven geeft, precies koren op de molen van de NVA. De leegte aan een verhaal en de chaos op het terrein maakt de bevolking zeer ontvankelijk voor een verhaal over een federale staat die als een stuurloos schip meedobbert op de golven van de globale evoluties. Ook hier is het jammer dat links geen overtuigend en doorleefd migratieverhaal heeft dat zijn eigen achterban kan geruststellen (buiten 'op lange termijn komt het wel goed', maar dan zijn we spijtig genoeg wel dood...). Ik vrees dat dit een van de grootste historische fouten van links is dat lange tijd tegen massamigratie was omdat het teveel in de hand speelde van het grootkapitaal (druk op lonen en huisvesting). De lezer die betreurt dat onderwijs en cultuur zo geregionaliseerd werden dat de bruggen met de andere gemeenschap(en) de facto werden opgeblazen heeft volgens mij gelijk. Maar desondanks, in Brussel heeft de Vlaamse Gemeenschap jarenlang wel veel inspanningen gedaan onder meer met Sociaal Impulsfonds geld en met cultuurbudget om tweetalige initiatieven te lanceren. Helaas werd die dynamiek lange tijd niet beantwoord door de Franse Gemeenschap (Cinéma Nova werd lange tijd vooral vanuit Vlaanderen gesubsidieerd bijvoorbeeld). Ik kan me nog goed de tijd herinneren dat in Franstalige culturele instellingen door het personeel geen Nederlands mocht gesproken worden. En tot de dag van vandaag wil de COCOF geen tweetalige affiches voor wijkfeesten subsidiëren voor feesten als in het Rad in Anderlecht. Tweetaligheid werd/wordt als een bedreiging ervaren. De tweetaligheid van de oude Brusselaars wordt liefst ontkent of genegeerd. Langs franstalige kant is daar gelukkig een positieve evolutie in gekomen de laatste tijd.

        • door Soli op donderdag 23 december 2010

          Tot zeer recent was Ierland (en in mindere mate Ijsland) het grote voorbeeld voor NVA. Hun aandacht voor Duitsland is pas van zeer recente datum. Het spreekt voor zich dat daar in de Vlaamse pers geen opmerkingen over worden gemaakt. En bon neoliberalisme? Het is het programma die telt en niet zozeer de naam die men er aan heeft. Als men puur de voorstellen bekijkt dan passen die toch duidelijk binnen de neoliberale dogma's maar goed dat valt in Vlaanderen niet op aangezien heel Vlaanderen (althans dat is de indruk die men ons wil geven) gevangen lijkt te zitten in neoliberale dogma's.

          • door pol op donderdag 23 december 2010

            de angst voor Wilders lijkt bij Jan Blommaert zo groot dat nu plots een technocratische redevoering een helder discours lijkt. Ik zie geen reden om Leterme hier in bescherming te nemen. Het mag duidelijk zijn dat Leterme op die zondagochtend slechts een rookscherm ophing om het falen van de asielpolitiek begrijpelijk te maken voor leken. Geen kat die begreep wat Leterme daar uitkraamde, maar het vredige zondagochtendgevoel van Vlamingen is verzekerd. De premier heeft misschien niet alles onder controle - de asielzoekers op straat zijn het bewijs - maar hij weet wel het probleem te situeren. Het ingeblikte applaus van het studiopubliek wordt hier even fijn herhaald door intellectueel Vlaanderen. Hiermee scoort Leterme evengoed als Charlie Chaplin in de rol van Hynkel - ook hij kon rekenen op veel bijval in het publiek.

      • door Leo Van Beirs op zaterdag 25 december 2010

        http://opinie.deredactie.be/2010/12/24/een-record-om-trots-op-te-zijn/

        "Met zijn verhaal van de twee democratieën heeft De Wever wel degelijk een punt, in zoverre hij daarmee bedoelt dat we gesplitste verkiezingen organiseren met gesplitste partijen die gesplitste debatten voeren in gesplitste media. En we daarna met die gesplitste realiteiten een regering moeten proberen vormen." Dave Sinardet (politoloog aan de VUB en aan de Antwerpse Universiteit)

        Meneer Jan Blommaert, Ik las uw uiteenzetting met belangstelling, uw standpunten zijn belangwekkend, niet altijd eenvoudig om door te nemen. Uw woorden over Wilders en uw analyse van het populisme en de twitter-politiekers daar kan ik goed in komen, dat had ik intuitief ook zo ervaren, dat hebt u verduidelijkt.

        Ik kan u ook niet kwalijk nemen dat u het axioma van BDW over de twee democratiën populistisch zou noemen, het hanteert vervormingen die verder gaan dan wat u verstaat onder vulgarisatie, dat is misschien zo. Maar, zoals bvb Dave Sinardet het vandaag stelt, raakt het zeker een groot probleem aan van ons Belgisch politiek bestel, of u dat nu graag heeft of niet. Ik kan me namelijk ook voorstellen dat ook u niet helemaal onderuit kunt aan het fenomeen dat we tekeer gaan tegen wat we niet graag willen, en daardoor blind zijn of niet gemakkelijk erkennen dat er en grond van waarheid in steekt. "in zoverre hij daarmee bedoelt" zegt Sinardet, hij neemt de frase dus niet letterlijk, want letterlijk is het niet juist, maar toch is het geen "lulkoek" zoals u het noemt. Ik vind woorden niet altijd letterlijk belangrijk je moet achter de woorden ook even empathisch meegaan in het standpunt van de spreker, anders begrijpen we elkaar niet. Mijn mening is dat het niet zo gemakkelijk is gezamenlijk staatsbeheer te doen door twee verschillende taalgroepen, en dat taalvaardigheid een groot hulpmiddel is voor democratie. Wat me wél verheugt is de aanwezigheid van krachtig argumenterende linkse mensen zoals u. Al hoop ik, wens ik, dat discours helemaal vrij van dogmatismen... Ik volg uw stukken dus verder. Dank u.

  • door Jean op donderdag 23 december 2010

    Een zeer heldere en coherente uiteenzetting die me aan het denken zet over kleine feiten en brede tendensen. Zelf had ik het "incident" Leterme-Devadder niet beschouwd als een conflict rond een format, maar eerder als één van botsende ego's en een defensief getrainde communicatiestijl van Leterme (na verschillende blunders). Maar terecht wordt dit geduid als een conflict van het niet respecteren van een format waarbij inhoud moet wijken. Het dictaat van het format is inderdaad alom tegenwoordig en het gaat verder dan media of politiek maar kan bv, ook toegepast worden het intern functioneren van het bedrijfsleven (niet enkel id communicatie), functioneren van scholen, het definieren van (vermeend) probleemgedrag in scholen of andere instellingen etc. Alles wordt herleid tot categorie (~format) waarbinnen een gegeven geplaatst en geduid moet worden, nuancering of, laat staan, redelijke twijfel worden niet of met moeite getollereerd. Er is bovendien een versterkende effect van dit doordat het ook de verwachtingen definieert, vanuit die optiek hebben populisten vandaag quasi onvermijdelijk de bovenhand in vele debatten.

  • door Kristof Decoster op donderdag 23 december 2010

    Erg interessant stuk. Maar ik begin me af te vragen of links in dit land zich niet beter zou beginnen te concentreren op het Europese niveau, voorbij de Vlaams-Belgische discussie dus. Want het ziet ernaar uit dat veel 'rechts' sociaal-economisch beleid niet zozeer van een autonoom Voka-Vlaanderen zal komen, maar rechtstreeks van een 'geharmoniseerd' Europa.

  • door Fred Guldentops op vrijdag 24 december 2010
  • door Irene Bal op vrijdag 24 december 2010

    Wat een knap, doorwrocht en helder artikel! Chapeau!

  • door erdebe op vrijdag 24 december 2010

    wat een prachtig luchtkasteel heeft de schrijverT hier gebouwd. Altijd grappig hoe linkschmenschen zorgvuldig de vervelende feiten weten te mijden om zo hun verhaal rond te krijgen.

    Neem nu het de opmerking:"....een kleine categorie van zondebokken".

    De kern van het zijn van zondebok is gelegen in het feit dat je ergens de schuld van krijgt waar je part noch deel aan hebt. Dat is een zondebok. Daarom waarom de Joden in nazi-Duitsland ook echt zondebokken. ze kregen van van alles en nog wat de schuld terwijl ze helemaal niets misdaan hadden.

    Vergelijken we dat met onze moslimse vrienden dan blijkt dat die zich aantoonbaar veel slechter gedragen dan autochtonen. En dan is er geen sprake meer van "zondebokken" maar van "daders".

    Maar volgens de redenering van de schrijverT maak ik me schuldig aan het aanwijzen van zondebokken als ik inbrekers kwalijk neem dat ze inbreken.

    Hetzelfde geintje haalt schrijverT uit met "taboe': "Het taboe bestaat echt, zoveel werd duidelijk uit de reacties van een aantal prominente opiniemakers. Frits Bolkestein, de neoliberale Charles de Gaulle, schreef schuimbekkend van woede dat Riemen zich moest schamen over zoveel onzin en dat hij het echte fascisme bagatteliseerde;"

    Ook hier is de schrijverT weer listig bezig. Want er is een wereld van verschil tussen ergens niet over mogen praten ongeacht de feiten en de redeneringen en wat Bolkenstein doet, namelijk oproepen om eens op te houden met het aandragen van onjuiste feiten en ondeugdelijke redeneringen.

    Of, om het wat aanschouwelijker te maken: er is een wereld van verschil tussen een taboe op rekenen waardoor je niet mag zeggen dat 2+2=4, en het verzoek om eens op te houden met 2+2=9!

    afijn....

    Het hele stuk hangt aan elkaar van dit soort listigheidjes. Dat moet ook wel, anders kan schrijverT niet komen waar ie wezen wil: Wilders=fascist.

    Nou, nog een voorbeeldje dan voordat ik afsluit: "Op dit punt volstaat het te zien hoe de argumentatie van Bolkestein volkomen drijft op definities, die dan ten gronde afwijken van diegene die Riemen aangaf. De kritiek vanwege historici zoals Bolkestein volgde precies dezelfde logica: eerst wordt fascisme zo gedefinieerd dat het enkel op één bepaalde reeks historisch gesitueerde fenomenen kan slaan, waarna (weinig verrassend) wordt uitgelegd dat het toepassen van fascisme op Wilders niet klopt. Vanuit die definitie wel te verstaan."

    Klinkt ook weer heel wel doordacht. Maar is het toeval dat de schrijverT geen woord wijt aan de mogelijkheid van de omgekeerde situatie?? Het zou zo maar kunnen zijn dat Riemen en co hun definities zodanig kiezen, dat die van toepassing is op Wilders.

    Sterker nog, de door Bolkenstein aangehaalde historici, hanteren al decennialang dezelfde definitie en criteria. het is juist Riemen en co, die nu, in het licht van Wilders'opkomst, ineens met een ander verhaal aankomen. Dit is een sterke aanwijzing, dat het juist Riemen en co zijn die hun definities zodanig kiezen dat zij Wilders kunnen veroordelen.

    • door Bart Desmedt op vrijdag 24 december 2010

      Voor u zijn allochtonen daders en omgekeerd omdat dat statistisch gezien zo blijkt. Vreemd dat u kiest voor de definitie allochtoon = crimineel. Dat betekent dus dat het in de ‘aard der vreemdeling’ ligt, niet te willen deugen. Terwijl criminaliteit in een recente, gedegen studie gelinkt wordt aan armoede en sociale miserie. Dus geldt volgende conclusie : Allochtoon zijn, is veelal in armoede leven !

      Wat de heer Blommaert hier helder uiteenzet en ook goed blijft verdedigen, is wat ik al een hele tijd aanvoel, alleen kon ik het niet onderbouwd notuleren. Waarvoor dank dus overigens.

      • door J. Blommaert op vrijdag 24 december 2010

        Ik zal nog eens listig zijn. U gebruikt een schuilnaam, ik niet. Ik neem dus verantwoordelijkheid voor mijn woorden, U niet. Wie Uw 'naam' aanklikt belandt op één van die Wilders-websites, 'artikel 7' geheten. Van onpartijdigheid hoeven we U dan ook uiteraard niet te verdenken.

        • door erdebe op vrijdag 24 december 2010

          @blommaert

          Ik zal nog eens listig zijn. U gebruikt een schuilnaam, ik niet. Ik neem dus verantwoordelijkheid voor mijn woorden, U niet. Wie Uw 'naam' aanklikt belandt op één van die Wilders-websites, 'artikel 7' geheten. Van onpartijdigheid hoeven we U dan ook uiteraard niet te verdenken.

          Inderdaad een listige reactie. Om 2 redenen:

          Ten eerste omdat u met deze ad hominem vermijd om op de door mij genoemde punten in te gaan. Wel weer typisch links: Wel een grote bek, maar vervolgens het debat niet aan willen gaan. Of mag ik uit het ontbreken van ene weerwoord afleiden dat u het met mijn kritiek eens bent??

          Ten tweede omdat u wederom voorbij gaat aan relevante feiten om tot een veroordeling te komen. Want wat zijn die feiten waaraan u zo listig voorbij fietst? Die feiten zijn dat je als PVV-aanhanger een meer dan gerede kans loopt je baan kwijt te raken, door de linkse en moslimse fascisten bedreigd, geintimideerd, mishandeld of vermoord te worden en/of door de autoriteiten opgepakt en opgesloten te worden.

          Heeft u daar ook last van meneer Blommaert??

          Zo ja, dan bent u een held wat mij betreft! Zo niet, dan moet u zich diep schamen voor uw opmerking.

          Overigens valt niet in te zien, wat het hebben van een schuilnaam afdoet aan de argumenten. Het lijkt erop dat uw schuilnaamprobleem voornamelijk bedoeld is om de discussie uit de weg te gaan. Waarvan akte!

          Tenslotte ontgaat het mij wat "onafhankelijkheid" er mee te maken heeft en waarom ik uberhaupt onafhankelijk zou moeten zijn om te reageren op uw artikel! Ik schrijf regelmatig op een site met een andere mening dan de uwe. Nou en! Wat is het probleem?? Kunt u dat uitleggen?? Of bedoeld u te zeggen dat alleen mensen die het met u eens zijn mogen reageren??

          • door erdebe op vrijdag 24 december 2010

            @Blommaert

            Onafhankelijk?? Waar heb ik dat nou weer vandaan? Dat zegt u helemaal niet. Ik bedoel natuurlijk "onpartijdig: !

          • door Laurens op zondag 26 december 2010

            Beste Erdebe,

            Zoals professor Blommaert aangeeft is het een bekende strategie van extreme militanten om ( vaak als één persoon ) onder verschillende schuilnamen kritiek te geven die weinig onderbouwd is, of onderbouwd met woorden of zinsneden die ergens logisch lijken maar eigenlijk niet de kern van de zaak behandelen of een erg éénzijdig beeld weergeven. Kritiek spuien op die manier is echter nogal gemakzuchtig. Argumenten proberen te zoeken tegen je eigen stelling zijn in het kritiek geven echter fundamenteel. Waarom? Omdat ze niet simpelweg een uitdrukking van je emoties mogen zijn ; kritiek hoort iets rationeel te zijn - zo leert ons toch de geschiedenis van de Verlichting - . Dat bedoelt, als ik het juist interpreteer, Jan Blommaert met "onafhankelijkheid". Iedereen gaat hier echter wel eens in de fout. Maar durf dat dan ook toe te geven... Ik merk echter dat er mensen zijn die een debat voeren op polemische wijze of op een nuancerende wijze waarin standpunten van anderen worden erkend of weerlegd omwille van de redeneringsfout die de anderen maken. Het is op die laatste manier dat we volgens mij samen vooruit gaan.

      • door erdebe op vrijdag 24 december 2010

        @Bart

        "Voor u zijn allochtonen daders en omgekeerd omdat dat statistisch gezien zo blijkt. Vreemd dat u kiest voor de definitie allochtoon = crimineel"

        Nou, ik heb mn reactie nu 3x doorgelezen en ik zie het niet staan. Kunt u aangeven waar ik dat zeg?? Misschien een citaatje of zo :-)

        .

  • door han op maandag 27 december 2010

    Er zijn mensen die verbaasd zijn dat hun commentaartje verwijdert worden. Dat is vreemd, daar onze gebruiksvoorwaarden zeer duidelijk zijn: http://www.dewereldmorgen.be/gebruiksvoorwaarden

    Ik zet er eentje even in de verf:

    Anoniem blijven U kan anoniem reacties publiceren. Als u ervoor kiest anoniem te blijven dan geeft u DeWereldMorgen.be ook gelijk het recht om uw reactie te weigeren, te verwijderen, in te korten,...

    Wie dus onder een pseudonmiem, valse naam, ... in debat wil treden met mensen zich die met naam en toenaam kenbaar maken moet er mee leren leven dat de redactie zonder enige uitleg kan ingrijpen. Als die mensen dan ook nog anoniem gaan schelden: "grote bek", "lafaard",... dan hoeven we eigenlijk niets uit te leggen, de gebruiksvoorwaarden zijn immers duidelijk.

    • door pol op woensdag 29 december 2010

      met betrekking tot anonimiteit in het debat : ik begrijp het argument van Jan Blommaert dat het gebruik van een eigen naam voor reacties een subjectiviteit vooronderstelt en dus de interpellatie ook verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Op punt staat Blommaert dicht bij de responsabilisatie die ook De Wever beijvert op het bestuurlijk toneel - maar dat terzijde. Er is echter ook een fundamenteel punt in te brengen tegen het noodzakelijke spreken in eigen naam. Waarom zouden anonieme reacties (al dan niet onder een pseudoniem) hun relevantie verliezen? Kunnen zij niet evengoed een vermeldenswaardige positie ten aanzien van de discussie aangeven? Wat is relevantie van de toevallige naam van de drager van het argument? Het gebruik van een eigennaam dreigt een opinie te diskwalificeren op basis van een naam - en niet de argumentatie. Het eisen om een naam bekend te maken is ook antidemocratisch. Zal DeWereldMorgen straks ook vragen om titels en diploma's op te geven in het reactieformulier?

      • door han op woensdag 29 december 2010

        Als het niet uitmaakt wie wat zegt, waarom dan anoniem publiceren?

        Titels en diploma's kunnen aangeven dat iemand met kennis van zaken spreekt, maar staan daar niet garant voor. U mag dus gerust titels en diploma's meegeven, maar U bent de eerste die iets dergelijks voorstelt. Ik denk niet dat we op het voorstel gaan ingaan om dat verplicht te maken. Zoals we ook niemand verplichten om uit de anonimiteit te treden, we wijzen er wel op dat we voor anonieme bijdragen nog 10x strenger zijn dan voor bijdragen waarvan de auteur gekend is.

  • door Thierry Timmermans op donderdag 30 december 2010

    Bedankt voor deze uitvoerige analyse. Niets nieuws onder de zon dunkt me, sinds u in 2004, samen met Corijn, Lesage en Holthof, het boekje “Populisme” schreef. Alleen misschien deze nieuwe fetisj: het label “fascisme”. Mogen we Wilders een fascist noemen? En stel nu dat dat zou mogen, wat dan ? Wie zou hem officieel als fascist mogen veroordelen met welke straf ? Op basis van welke wet of grondwettelijke bepaling ? Ik mis een lijst van strijdmiddelen tegen het fascistisch populisme.

    Dus dacht ik: laat ik eindelijk eens het “Pleidooi voor populisme” van David Van Reybrouck lezen. Daar zullen misschien wel recepten voor een doelgerichte tegenaanval op de verzuring en het ressentiment te vinden zijn. Edoch. Geen van jullie beide teksten reiken me (conceptuele, organisatorische, institutionele, etc.) actiemiddelen aan om de situatie te veranderen.

    Dat is ook de teneur van de scherpzinnige (en mooi bescheiden) recensie die van het boekje van Riemen is geschreven door Samuel Vriezen in De Reactor van 10.12.2010. Diens conclusie: Riemen pleit voor het herwaarderen van grote waarden (het echte christendom, de echte sociaal-democratie, enz.), maar hoe hij die Waarden bij zijn tegenstrevers verkocht krijgt, daar hebben we het raden naar. Citaat: “Maar waarom hebben die fascisten dan ongelijk? Welke nieuwe of vernieuwde absolute waarde kan vandaag de dag in stelling worden gebracht tegen hen, op grond van welke specifieke analyse van de contemporaine situatie? Eerlijk is eerlijk: hoe gretig ze ook emmers water over hun buren smijten, moslims pesten en de kunst kapotsaneren, tegen ‘goedheid’, ‘schoonheid’ of ‘vriendschap’ heeft nog geen PVV’er ooit zich openlijk uitgesproken. Dit gebrek aan duidelijkheid over zijn fundamenten is uiteindeljk wat Riemens pamflet zo kwetsbaar maakt. Het is onvoldoende activistisch. ».(…) « Riemens maatschappijvisie steunt zo sterk op elites, abstracte waarden en vage tradities, dat ook bij hem de vrijheid en de macht van mensen onzichtbaar blijft. ». (…) « Om Wilders werkelijk te kunnen bestrijden, zullen steviger posities nodig zijn. ».

    Ik ben heel pragmatisch. Schrijven of spreken is (tenminste willen) communiceren. En communiceren is zijn plaats kennen in de volgende regie: who says what to whom to get what ? In de strijd die wij (geëngageerde burgers) hier voeren tegen de niet-op-weerlegbare-feiten-gestoelde-politiek zijn er grosso modo twee doelgroepen naar wie u (als geëngageerde academici) uw communicatie (uw analyses) richt: de eigen achterban (de nagestreefde impact is dan: de eigen mening en visies vanb de peers

    consolideren) en de tegenpartij (de nagestreefde impact is dan: de vijand bekeren, zoniet destabiliseren). U schjrijft voor de achterban; ik wil de tegenstrever destabilisren.

    Ik zou het dan puik vinden mochten we uw analyse in populistentaal lezen.

    Neem gerust mezelf als doelgroep. Meer dan één tribune in de krant per dag kan ik niet aan. Doorgaans heb ik tijdens een werkdag één uur tijd om mijn krant De Morgen te lezen. En dat betekent bij mij: ik lees nooit de sportbladzijden, overloop daarbuiten 50 % van de koppen, en van die 50% lees ik doorgaans 10 artikels voluit, plus het editoriaal en één (maximum twee) standpunten in De Gedachte. C’est tout. Ik lees dus hoop en al 20% van de inhoud een dagkrant met een marginale oplage. Als je mij overtuigt met een bondig artikel of een krachtig standpunt, dan spreek ik daar hooguit in de volgende twee dagen nog met twee collega’s over. En daarmee is het onderwerp van de kaart. ’s Avonds zap ik 4 op de 7 dagen door het nieuws (de andere drie avonden kom ik er niet toe). Als een titel of een kop of een beeld me niet aanspreken, dan bestaat het onderwerp voor mij niet. En tijdens het werk (sociale inschakeling van leefloners, 95 % vreemdelingen) heb ik geen tijd om iets gewaar te worden van Jan Blommaert zijn publicaties. Het lezen van uw artikel is er gekomen omdat ik nu twee weken met ziekteverlof ben.

    Dat is mijn realiteit. Ik klaag niet; ik geef gewoon informatie over wat ik door de week kan assimileren over geleerde onderwerpen. Stel ik me dan de vraag (ik meen dat heel serieus): hoe ziet de dag van de fascist eruit ? Wanneer zal die in zijn doordeweekse dag de tijd vrijmaken om zijn geest open te stellen voor de boodschap die Jan Blommaert zal brengen ? Via welk kanaal vinden zij elkaar, thuis of op café: krant ? radio ? televisie ? Waar zal hij Jan Blommaert lezen of horen ? Wie zal bij hem de goede of slechte boodschapper van Jan Blommaert zijn ? Hoe dicht ik de kloof tussen hem en mezelf ? Even te rade gaan bij Van Reybrouck.

    Van Reybrouck vindt twee breuklijnen in onze representatieve democratie: de diplomademocratie en de cultuurkloof. Het eerste is een probleem van representativiteit. Onze parlementen tellen bijna alleen nog maar universitairen onder hun leden, terwijl universitairen een minderheid binnen de stemgerechtigde bevolking zijn; dus verkozenen doen er alles aan om toch maar niet af te haken, en voeling te hebben met hun kiezerscorpsen. Waarbij Van Reybrouck eraan herinnert dat een parlementair mandaat eigenlijk op basis van twee opvattingen van het politieke ambt wordt ingevuld: de parlementair als de zaakwaarnemer (ik ben verkozen omdat ik weet wat goed is voor het nut van het algemeen) of de parlementair als afgevaardigde (ik verdedig belangen van deelgemeenschappen in een parlement waar die diverse belangen tot consensus worden geleid; niet de individuele parlementair, maar de assemlblée is zaakwaarnemer). De tweede breuklijn (de cultuurkloof) draait rond opleiding. Laagopgeleiden kunnen zich in een kenniseconomie moeilijker weren tegen bestaansonzekerheid: arbeiders zijn onvoldoende gewapend tegen de ravages van globalisering; self made middenstanders vrezen voor de minste bedreiging van hun prille welvaart. “Buitenstaanders in de samenleving” noemt Van Reybrouck die laagopgeleiden. Ze vechten voor overleving en verkeren in angst. Van Reybrouck: “Populisten erkennen die angst. Het zou fout zijn om populistische leiders alleen maar als rattenvangers van Hameln te zien. Ze zijn ook de vaandeldragers van bestaand maatschappelijk ongenoegen”. En hoe de elite van hoogopgeleiden daar moet op inspringen ? “We zullen creatiever moeten zijn in het bedenken van oplossingen dan het oproepen tot ‘onversneden traditioneel dedain’ jegens eenieder die onze gekoesterde eruditie bedreigt. Aan dedain onzerzijds geen gebrek. Onze strijdbaarheid zal genereus moeten zijn in plaats van defensief”. Mooie ordewood, waarachter ik me schaar.

    Hoe gaan we nu tewerk in onze strijd ? U mist een definitie van populisme bij Van Reybrouck. Ik miste die ook. Zoals ik bij u ook uw definitie van fascisme mis. Uit uw artikel leer ik veel over uw frustratie tegenover het niet langer op inhoudelijke argumentatie gerichte politieke bedrijf. Maar daarmee weet ik nog niet of en hoe die polemiek over het fascisme van Wilders onze zaak al dan niet kan dienen. Onze zaak en onze strijd lijkt me te zijn: burgers terugwinnen van de populisten, door ze entousiast te maken voor een politiek bedrijf dat stoelt op een weerlegbare diagnose gebaseerd op feitenonderzoek. Welke uw recepten daarvoor zijn, daar heb ik in uw artikel geen antwoord op (misschien wel in andere artikels ?).

    Het is zoals gezegd ook niet makkelijk. Van Reybrouck zegt dat we ons nauwelijks bewust lijken van de omvang van de kloof tussen hoog- en laagopgeleide. Laat staan dat we oplossingen zouden hebben om ze te overbruggen. De mogelijke recepten waar hij naar verwijst komen uit de oudere catalogus van leuke acties voor en door wakkere burgers: grootschalig wijkfeest, jeugdwerk, nieuwe vormen van buurtwerk; maar ook de mastodonten worden van verre aangeduid: we moeten iets doen aan de vorming, aan het onderwijs, aan cultuureducatie, etc. Oui, mais encore ?

    De oproep van Van Reybrouck voor een genereuse strijdbaarheid (in een democratisch en verlicht populisme) nodigt me alvast uit tot volgende reacties bij uw artikel:

    De populist brengt wel een Groot Verhaal, maar niet het onze. Zijn verhaal gaat over een recht op rust, zekerheid, veiligheid, erkenning en herkenbaarheid. Ons verhaal is er één van herverdeling van rijkdom en gelijke verdeling van kansen. Het onze moet het zijne eerst invullen, niet willen negeren. Of het onze wordt genegeerd. Populisme is geen werk van vulgarisatie. Vulgarisatie gaat top down: ik weet wat juist (en meestal complex) is en ik ga je dat met simpele woorden uitleggen. Populisme gaat bottom up: ik zeg je wat je niet wil zien of horen of verwerken in je analyse. Zoals een lezer het al zei: Leterme kan zijn migratiebeleid wel verklaren, maar De Vadder vroeg gewoon naar het resultaat. The proof of the pudding is in the eating. Luisteren naar het volk is geenszins het volk naar de mond praten. Het is een verplichte oefening om eigen denkschema’s en projecties in vraag te laten stellen. Gesprekken met niet-specialisten leren ons nieuwe vragen te stellen of vragen anders te stellen. Populisten zijn eye openers. Man bijt hond. Populisme is inderdaad alleen maar een vorm van publieke communicatie. Het gaat kort door de bocht (van dat volk is er teveel in onze buurt). Dat maakt volgens mij het verschil met fascistische ideologieën: die decreteren dat een volk behoort tot Untermenschen. Populisme heeft niets met inhoud te maken: de format van een boodschap (7 seconden of 7 minuten) is geen inhoud.

    Populisme erkent en valoriseert de wetmatigheden van de communicatie. Er zijn media om over een onderwerp gewoon de aandacht te trekken; media om er wat langer bij stil te staan; media om erover door te bomen. Er zijn media die niet op actualiteit gericht zijn, maar die ze wel in hun producten verwerken (film, soap, theater, docudrama, human interest TV, etc.). Maak er bondgenoten van, geen vijanden. Academici moeten zelf hun communicatie orchestreren om hun doel te bereiken. Ze moeten zich daarbij door (academische) media-experten laten adviseren. De financiering van beleidsoriënterend wetenschappelijk onderzoek zal ooit wel eens onder de bevoegdheid van populistische beleidsverantwoordelijken komen. Is onze repliek en mobilisatie al klaar ? Argumenteren pro of contra een beleidsvoorstel of -oriëntatie: hoeft dat voor het brede publiek te gebeuren ? Laat dat in de Kamers gebeuren, zonder media erbij. Die brengen een synthese en de conclusies in een samengevatte vorm.

    • door J. Blommaert op vrijdag 31 december 2010

      Aan Thierry Timmermans, bedankt voor je lange en interessante reactie. Ik geef enkel punten van reactie.

      1. Je gaat er net zoals Van Reybrouck en de meeste anderen vanuit dat 'de samenleving' één geheel is, met daarin enkel de tweedeling die Van Reybrouck maakt (samen met bijvoorbeeld Bracke, Desmet, Elchardus en de meeste andere waarnemers). Er is in die visie maar één samenleving en die moet 'volledig geïntegreerd' worden; vanuit die optiek is het feit dat de lager opgeleiden 'niet meedoen' het grote probleem, en moet het de bedoeling zijn dat AL die mensen aan EEN proces deelnemen: dat van de 'democratie'. Welnu, dit is een helder en op het eerste zicht overtuigend standpunt, ware het niet dat het sociologisch irrelevant is. De redenen daarvoor heb ik in het lang en het breed uitgeschreven in een hele stapel wetenschappelijke publicaties, en voor een ruimer publiek in 'Populisme' en 'De crisis van de Democratie'. In één zin samengevat komen ze hierop neer: de samenleving is niet één vlak maar een 'patchwork' van niches, grote en kleine. de actieradius van bepaalde boodschappen is soms groot - wanneer er een 'massa' wordt aangesproken, zoals in populaire TV-programma's - of klein tot zeer klein, zoals wanneer driehonderd deskundigen en professionals een studiedag houden over recent onderzoek naar dyslexie. Er is geen enkele reden waarom politiek activisme zich zou MOETEN richten op die ene schaal, die van 'iedereen'. beweert ze dat te doen, dan sluit ze een groot aantal 'niches' uit. Een democratie is dan ook een systeem waarin de verschillende niches in een balans met elkaar bestaan, NIET een systeem waarin de numerieke meerderheid (zoals mensen die Coca-Cola kopen bijvoorbeeld) per definitie gelijk heeft gewoon omdat ze de numerieke meerderheid is. Dat is de these van de populisten: kijk! wij hebben meer mensen die naar ons kijken en luisteren dan zo-en-zo, dus wij spreken de waarheid. Dixit Wilders, Bracke, De Wever, Stevaert en ga zo maar voort.

      2. Ik zie het antwoord op Wilders etc. dan ook als iets wat zich op heel veel verschillende vlakken en in heel veel verschillende niches afspeelt. Er zullen niches zijn waarin mensen deskundigheid willen, er zullen er ook zijn waarin ze die niet willen - je beschrijft die goed in verband met je eigen werk en bestaan. So be it, ik kies mijn niche en werk daarin. De Wereld Morgen is zo een niche: tienduizenden bezoekers per maand, maar bezoekers van een bepaald type: mensen die op een heel andere manier discussiëren dan degenen die op de websites van De Morgen of De Standaard hun gal spuwen. We zitten hier dus in een heel bepaalde niche, en die niche hoeft op geen enkele wijze over te gaan op populisme. Die niche werkt volgens haar regels, en richt zich op EEN BEPAALD TYPE VAN INFORMERING, een type dat oor een relatief kleine groep (hoewel) nuttig en nodig is. Het is aan anderen om andere vormen van informering te ontwikkelen; concreet: wie zin heeft om mijn tekst 'in populistische termen' te herschrijven mag dat altijd doen; ikzelf doe het niet en dat is ook niet mijn opdracht.

      3. Dat brengt me tot de kern van mijn visie op activisme. In een tijd waarin de tegenstrever weigert te argumenteren, en daarmee weg lijkt te raken, moet activisme gericht zijn op informering, op het voorzien van argumenten pro en contra, en het verstrekken van technieken waarmee meer en meer mensen zelf argumenten kunnen ontwikkelen. Dat is alweer niet iets dat zich op één manier of in één ruimte voltrekt, maar iets waarvoor je een hele hoop aan elkaar gelinkte niches nodig hebt. Voorbeeld: zes wetenschappers doen een zeer relevant onderzoek, bijvoorbeeld naar dakloosheid en migratie. Ze publiceren de resultaten in internationale tijdschriften; maar twee van hen schrijven ook een paar Nederlandstalige artikels, en één van hen geeft een vormingsdag voor NGOs en studiediensten die met die problematiek te maken hebben. De professionals die daarop aanwezig zijn brengen dit naar hun werkplek en een aantal ervan geven op hun beurt vormingen voor hun frontlijn-werkers. Enzovoort. Zo werkt informering: niet met één uitspraak in één kanaal (zeg maar de Zevende Dag), maar een hele ketting van verschillende uitspraken waarbij de laatste zich op de voorlaatste en de daarvoor komende enzovoort baseert. Dat is activisme, en we doen dat veel te weinig.

      4. Daarmee is m'n voornaamste punt gemaakt. Wat Wilders en z'n fascisme betreft suggereer ik dat men het artikel in De Volkskrant over de Palestijnen eens opzoekt. Wie een andere naam heeft voor iemand die oproept tot een etnische zuivering van 2 miljoen mensen mag wat mij betreft gerust die naam hanteren. Ik noem hem fascist, omdat voorstellen zoals die van Wilders een lange voorgeschiedenis hebben en in die voorgeschiedenis hebben anderen dikwijls de term fascisme gehanteerd. Het is dus niet onredelijk om dergelijke standpunten te omschrijven met termen die men doorgaans daarvoor hanteert.

      Nogmaams bedankt voor je reactie, en allerbeste wensen voor 2011.

  • door Jeroen DM op vrijdag 31 december 2010

    Ik had ook een aantal kanttekeningen willen maken.

    1) U verwijt De Wever een toevallige verkiezingsuitslag te gebruiken om te besluiten dat er een historische wetmatigheid is. Ik vrees dat u hetzelfde doet. De PS is al jaren groter dan de MR in het zuiden van het land. Neem de zetelverdeling van Waalse Gewestraad. 1995: 30-19, 1999 25-21, 2004: 34-20. Het is juist dat de MR de grootste was in 2007, maar dat lijkt een historische anomalie die in 2009 en 2010 gecorrigeerd is. Bovendien mag u ook niet vergeten dat het linkse Ecolo groot is in Wallonië, en dat de CDH er heel wat linkser is dan de CD&V. Ik vrees dat Bart De Wevers analyse dus wel enige waarheid bevat.

    2) U heeft gelijk dat er regelmatig te snel over wetenschappelijke argumenten wordt heen gestapt. Toch wil ik daarbij twee kanttekeningen maken. Ten eerste is dit populisme geen monopolie van 'rechtse' politici. De manier waarop pakweg de PVDA aan politiek doet, met pseudo-wetenschappelijke studies, het aannemen van a-wetenschappelijke ideeën als de lump of labour en het laten uitschijnen dat je alle problemen van de wereld oplost met een vermogensbelasting vind ik minstens even populistisch. Ten tweede is het uiteraard niet zo dat omdat iemand 'socioloog' of 'politocoloog' is hij of zij geen ideologische opmerkingen kan maken. Het is een probleem dat volgens mij zelfs regelmatig voorkomt. Uitspraken van 'sociologen' en 'polticologen' moet je dus evenzeer kritisch tegen het licht houden.

    3) Ik vind dat u te gemakkelijk de sprong van Wilders naar de N-VA maakt. Het is al te gemakkelijk een citaat van De Wever te nemen en zo te besluiten dat hij niet argumenteert of in debat gaat. De Wever zou ongetwijfeld graag met u in debat gaan, maar heeft ook een onderbouwde visie. Ik verwijs u naar het openingscollege dat hij aan de UGent gaf, waar hij zijn toehoorders een uur lang uitlegde op welke basis hij tot de door u aangehaalde uitspraak. U hoeft het daarmee niet eens zijn, maar zeggen dat het om een niet-onderbouwde uitspraak gaat is gewoon niet juist. Op die manier ontwijkt u het debat ten gronde. Personen kwalificeren als "populisten" en "fascisten" is al te gemakkelijk, want zo hoeft u niet ten gronde te discussiëren. U meent immers aangetoond te hebben dat zij geen argumenten hebben.

    • door J. Blommaert op vrijdag 31 december 2010

      Ten gronde is het best de volledig ontwikkelde standpunten van iemand te leren kennen - die van De Wever zowel als de mijne. Die van De Wever zijn bekend voor velen, de mijne veel minder al zijn ze in de betere boekhandel te vinden en geef ik ze wekelijks in de collegezaal. Ik analyseer politiek discours voor mijn beroep. Men hoeft mijn waarheid daarom iet te aanvaarden, maar ik acht ze niet zo snel weerlegd als velen denken.

      Om een argumentatie te beoordelen zijn er twee regels: één, men onderzoekt de uitgangspunten, de premissen, de presupposities. Ik ga veel naar congressen en geloof me beste Jeroen, ik heb honderden mensen een uur coherent horen praten over dingen die nergens op slaan omdat de uitgangspunten volkomen fout zitten. En met fout bedoelen we 'empirisch' fout, hetgeen me tot het tweede punt brengt. Elk standpunt, ook een wetenschappelijk standpunt, is in wezen een hypothese, maar er is een onderscheid tussen hypothesen. Sommige hypothesen verklaren meer, verdragen meer empirische controle dan andere. De hypothese dat de aarde rond is verdraagt meer empirische controle dan die dat de wereld plat is; de hypothese van Darwin over de evolutie verdraagt meer empirische controle dan die van de Creationisten. Die empirische controle uitvoeren is het echte werk. Redeneringen kunnen makkelijk een a priori waarschijnlijkheid uitstralen, en die enkel na grondige controle verliezen. Het is die controle die ik telkens aanvoer als ik pleit voor informering en argumentatie.

      Dit gezegd zijnde, laat ons enkele van De Wevers premissen onderzoeken. Hij deelt voor en stuk ze met de Vlaamse Beweging en een ander deel is nieuw.

      -Hij deelt met de Vlaamse Beweging de premisse dat natie en staat moeten samenvallen. Empirisch is dat waardeloos, omdat de natie een ideologische constructie is en de staat een organisatievorm is. Zie hiervoor een boek dat ik jaren geleden samen met Mon Detrez maakte, 'Nationalisme: Kritische Opstellen' (EPO 1995). De meeste staten in de wereld zijn op geen enkele wijze een 'natuurlijke' of 'spontane' natie; ze zijn een natie omwille van natie-bouwende ideologische arbeid: een gemeenschappelijk schoolsysteem, propaganda en noem maar op. China is in die zin een uiterst sterke natie, ondanks immense 'nationale' verscheidenheid; Nigeria is dat niet, al is het een staat. De Vlaams-nationalisten praten al een eeuw over het feit dat België een 'artificiële' staat is omdat ze geen natie is. Welnu, bekijk de geschiedenis van Europa en laat me eens weten welke Europese staat een 'natuurlijke' natie is.

      -Dan zijn twee democratieën. Zoals gezegd moeilijk vol te houden in het licht dat we één grondwet hebben die de democratische vrijheden en verantwoordelijkheden van alle burgers regelt. We hebben twee kiesomschrijvingen en dat is het. Noem dat 'democratieën' en je bent met een spelletje bezig - een spelletje dat ik op redelijk solide gronden populisme noem. Hij neemt immers een emotioneel zwaarbeladen begrip (democratie) in de plaats van een technisch-beschrijvend begrip (kiesomschrijving) en legt zo de beeldvorming in een volkomen foute (maar goed klinkende) plooi. Die twee-democratieën idee wordt dan als UITGANGSPUNT gebruikt, als iets wat geen bewijsvoering behoeft. In zoverre ze ie krijgt grijpt hij enerzijds terug naar de natie-staat verwarring van hierboven, en anderzijds mengt hij dat met argumenten die deze natie-staat verwarring precies tegenspreken - zaken over Vlamingen die een 'open cultuur' zijn en 'dynamisch' evolueren - allemaal prima alleen is de vraag dan hoe het komt dat we niet 'open' zijn voor de Walen. Het ene argument spreekt met andere woorden het andere tegen en invalideert het. Het is een argumentatief spel dat geen enkele controle verdraagt. Het is bricolage gebracht met veel demagogische aplomb.

      -De niet-openheid voor de Walen, daar komt een mengsel van oude en nieuwe argumenten op de proppen. Enerzijds is er de oude troep die we doorgaans als 'kaakslagen-nationalisme' bestempelen: wijzen op de historische 'vernederingen' die de Vlamingen vanwege de Walen ondervonden (terwijl diezelfde Walen even goed over verdrukking spreken, maar iets juister: de verdrukking ging uit van een Franstalige bourgeoisie met basis in Brussel, niet in Charleroi of Mons). Dit argument neemt nu de vorm aan van 'minachting voor het Nederlands' en zo - allemaal welbekend. Anderzijds is er het punt van de 'fundamenteel andere beleids- en bestuurscultuur' in Wallonië. Hier komt het beeld van de 'linkse hegemonie' in Wallonie, en van de 'PS-Maffiacratie'.

      -Wat de Waalse 'linkse' hegemonie betreft, het volgende. Men kan dit enkel ernstig bepalen door beleid te analyseren. Wie dit doet zal verschillende zaken zien. (1) Hoe zat die zogeheten verschillende bestuurscultuur in de periode van Paars? Toen zag men immers een zeer grote consensus onder ALLE partijen over wat we best (en historisch meest accuraat) bestempelen als klassiek, ouderwets liberalisme. Dat wil zeggen: primaire zorg voor economische groei en budgettaire orthodoxie, gekoppeld aan een gematigde en conservatieve houding tegenover sociale zekerheid. Die consensus werd door alle partijen gedragen, onder leiding van Vandenbroucke, incluis de PS en zelfs met de nodige hobbels Ecolo (is men Isabelle Durand vergeten?) Is die consensus 'links'? Ik denk het niet. (2) Als er sprake is van een 'mafiacratie' die door de PS geleid wordt, en daaraan een beeld koppelt van verkwistende en corrupte bestuurders, hoe legt men dan de huidige economische evolutie van Wallonië onder Demotte uit? Het gaat daar redelijk goed, nietwaar? Er zijn dit jaar meer buitenlandse investeringen en minder faillissementen in Wallonië dan in Vlaanderen (en begin nu niet over 'transfers' of 'Europees geld' of zo, want dan vraag ik je daarbij om alles met cijfers te bewijzen - je zal zien dat dat niet lukt en dat alles wat je ter zake over Wallonië zegt even goed voor Vlaanderen opgaat). Demotte implementeert in Wallonië even liberale strategieën als Peeters & Co in Vlaanderen. Waar is het verschil in bestuurscultuur en in bestuurlijke ideologie? (3) Men ziet dat doorheen de afgelopen decennia de PS systematisch de verdediging van de sociale zekerheid op zich heeft genomen. Hierbij twee opmerkingen: (a) dit is geen 'Waalse' prioriteit want ook de SP(A) nam systematisch dezelfde rol op; de sociaal-democraten namen in de liberale consensus de linkervleugel voor hun rekening, maar ze deden dat over de taalgrens heen; (b) dit is ook geen Waalse issue want de voordelen van die protectieve standpunten gelden voor alle Belgen - Vlaamse werklozen zowel als Waalse. Nu kan je weer beginnen over 'transfers' en zo meer, want er zijn meer Waalse werklozen dan Vlaamse; maar economische voorspellingen geven aan dat dit binnen enkele jaren omgekeerd kan zijn. Guido Fonteyn heeft hierover behartenswaardige dingen geschreven, ik verwijs je naar hem.

      -Dus waar zit die 'linkse' hegemonie in Wallonië? Ik zie ze niet. Wat ik wel zie is een heel andere houding tegenover FEDERALISERING bij ALLE Waalse partijen, links (Di Rupo, Milquet en Javeaux) zowel als Rechts (Reynders & Co). Dat is het concrete probleem van De Wever: hij wil rijdend op zijn historische (en allicht eenmalige of kortstondige) electorale dominantie de oude Vlaams-nationale agenda maximaal realiseren. Hij moet dit doen zo rap hij kan, want electoraal succes in tijden van populisme is heel fragiel - kijk naar De Decker. Hij heeft echter de pech dat hij net nu moet knokken tegen een ambetante tegenstrever: een stevig Waals front aangevoerd door de grootste Belgische partij, de PS. Om dat allemaal zo rap en zo vlot mogelijk te laten verlopen verheft hij dit concrete probleem tot een transcendent probleem: twee democratieën, elk met een fundamenteel andere bestuurscultuur en ideologische hegemonie. Daardoor lijkt het probleem niet concreet en operationeel, maar algemeen, eeuwigdurend, en bovendien makkelijk te onderbouwen met allerhande anekdotische 'bewijzen' (zie toch hoe slecht Di Rupo Nederlands spreekt!! En die Milquet die altijd maar 'non' zegt - terwijl De Wever even vaak 'neen' zegt natuurlijk). Met die beweging verdoezelt hij zijn reêel en concreet probleem - men geeft hem geen gelijk en dreigt hem de vruchten van zijn overwinning af te nemen - en stelt hij ons een gigantisch en algemeen geldend probleem voor.

      -Voor die beweging zijn heel wat woorden te verzinnen. 'Liegen' is er één van; ik verkies 'populisme': stel de zaken zo voor dat iedereen ze meteen denkt te snappen, misleid de mensen dus, en je zal je slag thuis halen.

      -Intussen is men al 200 dagen bezig met discussies over die agenda van De Wever: een zoveelste ronde splitstechnologie. Al de rest is nog niet eens ter tafel gekomen. Reken eens uit wat een besparing van ca 25 miljard over vier jaar gespreid (want zoveel tijd is al verloren) ons per individu in België (of Vlaanderen, als U dit verkiest) kost. Leg het alvast opzij want je zal het nodig hebben.

      -En dan blijf ik wat De Wever en zijn Vlaamse onafhankelijkheid nog altijd met enkele nooit beantwoorde vragen zitten. Bijvoorbeeld: wordt Vlaanderen lid van de NAVO? en zo ja, hoe gaan we die militaire kosten betalen? Of nog: welk veiligheidsbeleid gaat Vlaanderen ontwikkelen? Meer blauw op straat, lik-op-stuk en volle gevangenissen? Elektronische surveillantie à volonté? Als lid van Europol en Interpol, en in nauwe samenwerking met FBI en CIA? En zo meer. Of nog: welk onderwijsbeleid? Welk beleid inzake wetenschappelijk onderzoek, ruimtelijke ordening en noem maar op. Met het beleid van de huidige Vlaamse Regering ben ik niet tevreden, dus laat het ons eens horen nietwaar.

      Zo, alweer lengte van woorden, ter illustratie van hoe ik mijn standpunten bepaal.

  • door andré op dinsdag 4 januari 2011

    Geachte heer

    U geeft een schoolvoorbeeld van wat de Verlichting sinds de 17de eeuw doet. Het geeft een heldere verstandelijke kritiek , waarvan je denkt; zo, we zijn weer een stap dichter bij de ware beschaving. Toch prachtig, een echt intellectueel genot als je zo duidelijk en met argumenten de andere in de hoek kan drummen, waaruit niet te ontsnappen valt en overgeven de enige mogelijke uitweg voor de tegenstander is.

    Helaas, ik heb akelig nieuws. Zo komt de redding niet nabij. Je kan niemand op deze manier overtuigen, omdat in je methode iets overslaat, namelijk het begrijpen van Wilders als mens. Het stilstaan bij wat Wilders en jou drijft

    Je bent rationeel maar niet redelijk.

    Onze democratie is zeer rationeel maar is niet redelijk, ze doet onrecht aan de feitelijke mens. In de notie van democratie is er geen plaats voor de volledigheid van de concrete menselijke inhoud.

    Deze woorden komen niet van mij maar komen uit het boek Schuins beziend van Slavoj Zizek (blz 209) en ze zijn zo degelijk beargumenteerd dat het begrijpen van wat Slavoj Zizek zegt verschrikkelijk is, maar volgens mij waar is.

    Wilders voelt zonder hoogstwaarschijnlijk een woord gelezen te hebben van de analyse van Zizek dit probleem van de verlichting en van onze huidige democratiej aan, maar begrijpt het ook niet en loopt in zijn volgende stappen als voelend, denkend en handelend mens verloren.

    Het heeft geen zin Wilders aan de schandpaal van het woord fascisme te nagelen.

    U bent een zeer verstandige talige man, met een groot zelfbewustzijn, doch je intelligentie gaat te snel aan je bewustzijn, je aanvoelen voorbij, wat perfect normaal is en kenmerkend is voor snel denkende mensen, doch het staat het begrijpen van Wilders en jezelf in de weg.

    En dat is de verschrikkelijke paradox van onze democratie en politiek van vandaag en is volledig te wijten aan wie we zijn als mens, hoe we in elkaar steken.

    Volgens mij kennen Wilders en u dezelfde morele verontwaardiging maar gezien jullie andere mensen zijn, krijgt het een andere vertaling naar buiten toe.

    Jullie zijn beiden verontwaardigd over de gang van zaken in onze maatschappij en bevechten elkaar maar begrijpen elkaar niet. Het is het failliet van onze huidige politiek, van onze huidige maatschappij.

    Doch gezien bovenstaande blijft er een mogelijkheid om eraan te verhelpen, namelijk elkaar begrijpen. Dit begrijpen is niet enkel een rationeel begrijpen. Nee, het is veel meer. Het is een begrijpen dat je doet met je hele lijf. Dit begrijpen, deze rede is het vermogen om de onwerkelijkheid in te zien van de meeste gedachten en ideeën die de mens erop na houdt en door te dringen tot de realiteit die bedekt is onder vele lagen misleiding en ideologieën.

    Ruzie maken zal ons niet redden. Gezond verstand en redelijkheid wel.

    • door Gaetan Carlier op woensdag 5 januari 2011

      Deze laatste reactie voelt een beetje vies aan vind ik. "De volledige mens is niet enkel oppervlakkig rationeel, maar vooral emotioneel, met een onbegrenst innerlijk. De volledige ontplooing van dat onbegrenste innerlijk zou er toe leiden dat mensen zich verheven en via dat innerlijke hun maatschappijlijke tegenstellingen opheffen." Als dat Zizek is, is er feitenlijk heel weinig nieuws onder de zon. Nietche had daar al een naam voor die volledige mens: de übermench. Fascistische stromingen zoals cöoperatisme zijn er een logisch gevolg van. Of dat Wilders dat allemaal zou gelezen hebben doet er eigenlijk niet toe.

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties