about
Toon menu

Crisis keldert loongroei. Wat nu?

Wat kunnen we doen om te beletten dat economische crises de koopkracht en het toekomstperspectief van massaal veel mensen aantasten? Beter nog, hoe vermijden we een nieuwe financiële crisis? En hoe bereiken we dat de vruchten van de stijgende welvaart opnieuw meer worden geplukt door wie werkt, en dat het fenomeen van de werkende armen teruggedrongen geraakt?
zondag 19 december 2010

In vorige bijdrage ontdekten we in het Global Wage Report hoe de financiële crisis de stijging van de lonen knakt, vooral van de armsten. En dat die crisis mee is veroorzaakt door drie decennia ongelijke loonevolutie: wie van werken moet leven, is zwaar benadeeld ten voordele van kapitaal. Wat nu? Ook voor de toekomst zijn er nuttige voorstellen te halen uit het rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO).

Het veelzijdige nut van sociaal overleg en van collectieve onderhandelingen

Een groot deel van de economische wereld, en ook van de politiek en de media, neemt nog altijd het sociaal overleg op de korrel, om nog maar te zwijgen van de aversie voor vakbonden. Dan vallen vermeende argumenten als ‘niet flexibel’ of ‘niet marktconform’. De werkelijkheid is dat net de afwezigheid van een sterk sociaal overleg en van grote vakbonden een economische ramp is omdat ze een crisis alleen maar erger maakt.

Hoe kan dat? In crisistijden dwingt een sociaal overlegmodel werkgevers en werknemers – via hun organisaties – te onderhandelen over lonen, werktijd en werkgelegenheid. Waar geen sociaal overleg bestaat, zoekt men niet uit hoe men de werknemers toch aan boord kan houden, met arbeidsverdeling, systemen van tijdelijke werkloosheid, of wat dan ook. Neen, ze worden massaal ontslagen. Dit is vanzelfsprekend nefast voor al wie werk en inkomen verliest.

Maar de negatieve impact gaat nog veel verder. Want die massale ontslagen doen de koopkracht en de economie verder krimpen. De economie belandt in een negatieve spiraal, in een recessie. Heel anders verloopt het in landen met een sterk sociaal overleg. De aanslag op de lonen, en dus op de koopkracht, is er opvallend kleiner. En dit kan voorkomen dat de economie er in een lange recessie tuimelt.

En er is een extra immens nadeel aan het ontbreken van dit sociaal overleg. Bedrijven die al te makkelijk hun personeel op straat kunnen gooien, zijn daarna veel minder goed in staat om snel in te pikken op een economisch herstel. Want zonder werknemers lukt dat natuurlijk niet.

Nog zijn de voordelen van sterk sociaal overleg en een hoog vakbondslidmaatschap niet uitgeput. Het helpt namelijk om de voortdurende achterstand van de lonen op de stijgende productiviteit in te halen. Dit vermindert de noodzaak voor gezinnen om zich in de schulden te moeten steken voor alles wat echt nodig is om fatsoenlijk te kunnen leven. Het vermindert meteen ook de kans op een hernieuwde financiële crisis.

Vooral geen loonmatiging meer

Het Global Wage Report van de Internationale Arbeidsorganisatie schuift nog een andere conclusie dwingend naar voren. De politiek van loonmatiging van de jongste decennia, waarbij werknemers er qua beloning voortdurend relatief op achteruitgaan ten opzichte van kapitaal, was al de grote oorzaak van de crisis. Nu nog verder loonmatiging prediken, leidt bijna zeker tot een nieuwe crisis.

Al te evident kan je dan in vele media verwijzingen naar het Duitse succesmodel lezen en horen. Daar passen minstens twee grote kanttekeningen bij.
Ten eerste drijft dit model op een steeds groter aantal mensen dat wel werkt, maar er niet zijn brood mee kan verdienen. De werkende armen zijn in Duitsland al bijna even talrijk als in de Verenigde Staten, met respectievelijk goed twintig procent en een kleine vijfentwintig procent van de werkende mensen. Wie het Duitse model bepleit, pleit dus ook voor onleefbare uurlonen van vijf euro en zelfs minder.
Ten tweede drijft de Duitse economie vrijwel volledig op een heel succesrijke export met reuzengrote overschotten. Wie dit model bepleit voor de hele wereld, mag dan eens uitleggen hoe alle landen een exportoverschot zouden kunnen realiseren? Dat is immers onmogelijk: als sommige landen overschotten realiseren, moeten andere landen met tekorten zitten.
Sta me de opmerking toe dat sommige economen wel eens meer proberen het onmogelijke te propageren. Ze kelderen meteen ook de wetenschappelijkheid van hun eigen discipline.

Slotsom: wie een gezonde economische ontwikkeling en een sociaal verantwoorde economie beoogt, zal zich dus kanten tegen een voortgezette politiek van loonmatiging.

Het belang van de binnenlandse economie

Als de lonen kunnen mee evolueren met de stijging van de welvaart en van de productiviteit, is dit ook een grote stimulans voor de binnenlandse economie. Zo vermijdt men de extreme exportafhankelijkheid van bijvoorbeeld de Duitse of Chinese economie.

China is trouwens zijn les aan het leren, aldus de IAO. Het land is één van de weinige waar de regering een bewuste politiek voert van loonsverhogingen en van stimulering van de binnenlandse economie.

Afgeraken van onleefbaar lage lonen

De cijfers uit het Global Wage Report voor zo verscheiden landen als Brazilië, Indonesië, Zuid-Afrika en Zuid-Korea laten maar weinig twijfel toe. Telkens valt op hoe in de sectoren waar de lonen laag zijn, de vakbonden zwak staan. En omgekeerd, waar meer werknemers lid zijn van een vakbond, zijn de lonen hoger. Het is, aldus IAO, een grote uitdaging voor de vakbonden om sterker te worden in zwakke economische sectoren. Dat is zeker een uitstekende manier om slecht betaalde werknemers vooruit te helpen.

De rol van minimumlonen en van een minimuminkomen

Minimumlonen zijn zowel rechtvaardig als economisch voordelig. Ze maken dat de meest kwetsbare werknemers toch het inkomen hebben dat zo hard nodig is. En ze beletten dat economieën de dieperik induiken doordat de vraag wegvalt.

Reeds in het voorbije decennium was er een groeiende waardering voor minimumlonen. Zowel rijke landen als het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Australië als economische groeilanden als Brazilië, China en Zuid-Afrika voerden minimumlonen in. Ze bestaan nu in negen op tien landen.

Opvallend is dat zelfs in het crisisjaar 2009 de helft van 108 onderzochte landen de minimumlonen verhoogde.

Er zijn nog manieren om slecht betaalde werknemers van een aanvaardbaar minimuminkomen te verzekeren.
Overheden kunnen financieel bijspringen om hen toch in de arbeidsmarkt te houden met een ietwat verhoogd inkomen.
Ook relatief succesvol zijn programma’s als Bolsa Familia in Brazilië en Child Support Grant in Zuid-Afrika die voorzien in financiële steun voor kwetsbare gezinnen. Ze bereiken vooral dat kinderen van onderwijs genieten en dat de vicieuze cirkel van lage onderwijsgraad en lage lonen doorbroken raakt.

Waar blijft de sociaalecologische economie?

Natuurlijk kan niet elke studie alles behandelen. Maar dit Global Wage Report behandelt wel de loonontwikkeling in de ruimere context van de recente crisisjaren, en zelfs van de drie voorbije decennia van neoliberalisme. Dan zou het niet mogen om voorbij te gaan aan de zware ecologische crises die in dezelfde periode fel de kop opsteken. Want zowel de opwarming van de aarde als de razendsnelle erosie van de planetaire biodiversiteit ondermijnen al op vrij korte termijn elke gezonde en duurzame economie, en dus de daarop gebaseerde koopkracht.

Dit manco is zoveel te verrassender omdat net de IAO de voorbije jaren al op de proppen kwam met voorstellen voor groene jobs en een groene economie. Maar in dit rapport is er jammer genoeg geen woord aan besteed. Terwijl het net essentieel is om de noodzakelijke crisisbestrijding te koppelen aan de noodzaak van een echt duurzame economie die zo snel mogelijk opnieuw binnen de ecologische grenzen van onze aarde opereert. Hoe kan dat? Door ervoor te zorgen dat economische herstelprogramma’s in de eerste plaats zorgen voor goed betaalde jobs in de sociaalecologische economie die we nodig hebben.

Afgezien daarvan, ook dit nieuwste rapport van de IAO blijft meer dan het lezen waard.
 

KLIK HIER om de eerste bijdrage te lezen Crisis keldert de groei van de lonen

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.