Advertentie

vrijdag 10 december 2010

Hebben de kapitalisten het klimaat opgegeven?

De wil om te overleven is de krachtigste van alle menselijke drijfveren. Waarom laten net dat instinct ons in de steek als het gaat over de klimaatopwarming, vraagt Marc Vandepitte zich af.

Dezer dagen vergadert de wereldgemeenschap in Cancún om zich te beraden over onze gezamenlijke toekomst. De tijd dringt, na het debacle in Kopenhagen kan de planeet zich niet veel meer permitteren. Toch zal er wellicht en opnieuw heel weinig uit de bus komen, veel te weinig.

Gezien het allergrootst belang van deze bijeenkomst zou je van de media verwachten dat ze de urgentie van het probleem in de verf zetten en dat ze de politieke verantwoordelijken met hoogdringendheid zouden wijzen op hun verantwoordelijkheid en ze aanporren om maximale akkoorden te sluiten. We zien het tegenovergestelde.

De media sussen de publieke opinie met de boodschap geen al te hoge verwachtingen te koesteren. Met succes. Een recente grootschalige poll in 26 landen laat zien dat de bekommernis niet gestegen is, maar integendeel gedaald. Vorig jaar zegden nog 61% van de ondervraagden dat de klimaatverandering een ‘heel ernstig’ probleem was, nu nog maar 53%.[1]

Heeft het establishment uit het Noorden de pogingen om het klimaat vooralsnog te redden opgegeven? Het ziet er naar uit. The Economist, misschien wel het meest invloedrijke tijdschrift ter wereld en spreekbuis van de economische elite zegt het onomwonden: ‘Wereldwijde actie zal de klimaatverandering niet stoppen. Het gevecht om de globale opwarming te beperken tot gemakkelijk aanvaarde niveaus is dus voorbij.’ (sic) We moeten de klimaatopwarming niet proberen een halt toe te roepen, de wereld moet gewoon harder zijn best doen om te zien ‘hoe we er mee kunnen leven’. De zeespiegel zal wellicht meer dan een meter stijgen, misschien zelfs twee. Daar moeten we ons bij neerleggen en er ons op voorbereiden door dijken te bouwen, tientallen miljoenen mensen te laten verhuizen naar hoger gelegen gebieden, de geneeskunde af te stemmen op tropische ziektes, enz. Pech voor de landen van het Zuiden: zij zullen het meest worden getroffen en hebben het minst middelen om zich daarop ‘voor te bereiden’. [2]

Après nous le déluge, is hier wel zeer letterlijk te nemen. Die redenering is echter je reinste onzin. De klimaatopwarming is geen onontkoombaar lot. Wereldwijde actie is wel degelijk mogelijk om de klimaatopwarming binnen aanvaardbare niveaus te houden. Alleen moeten dan drastische keuzes gemaakt worden. En daar wringt het schoentje.

The Economist zal het natuurlijk nooit toegeven, maar die keuzes zijn niet mogelijk binnen de winstlogica van het kapitalisme. Het is zoals Susan George het ooit zei op het Wereld Sociaal Forum van 2001: ‘Het kapitalisme is zoals die fameuze fiets die altijd moet blijven rijden of anders omvalt. En de bedrijven beconcurreren elkaar om te zien wie het snelst fietst alvorens tegen de muur te pletter te rijden.’[3]

Binnen de winstlogica is de klimaatopwarming blijkbaar niet te stoppen, maar binnen die klimaatopwarming valt er wel nog steeds winst te rapen. Constructiefirma’s die dijken bouwen en verzekeringsbedrijven bijvoorbeeld zullen gouden zaken kunnen doen. Ook aan emissierechten valt nog een flinke stuiver te verdienen. En uiteraard bieden de groene technologie– en energiesector enorm veel opportuniteiten.

Onze Europese Commissaris voor klimaat, Connie Hedegaard, zit helemaal op deze golflengte. In het verleden had ze het nog over ‘morele verantwoordelijkheid’ en over het ‘voortbestaan van de mensheid’. Recentelijk veranderde ze het geweer van schouder. ‘Zij die uiteindelijk de energie-efficiëntie verbeteren alsook de innovatie, zullen meer geld sparen. Zij die dat niet doen, riskeren te worden voorbijgestoken door Chinese concurrenten.’[4]

Om ter hardst fietsen dus. De beurskrant The Financial Times merkt daarbij fijntjes op dat de lobbyisten in Cancún misschien op een aantal punten van mening zullen verschillen met de Eurocommissaris, maar dat ze in elk geval ‘moeten toegeven dat zij tenminste probeert hun taal te spreken’.[5]

De wil om te overleven is de krachtigste van alle menselijke drijfveren. Hoe verklaar je dat de winstlogica in staat is om dit instinct uit te schakelen? Hoe verklaar je dat de bekommernis bij publieke opinie gedaald is terwijl de situatie er nog verder op achteruit gaat? In zijn laatste boek geeft Erich Fromm een interessante verklaring. Hij geeft het relaas van een merkwaardige ervaring van een bekend filosoof, Arthur Koestler.

Op een goede dag verbleef die man tijdens de Spaanse oorlog in een comfortabele villa van een vriend. Er kwamen berichten binnen van het steeds nader oprukken van de Franco-troepen. Er was geen twijfel aan dat zij die nacht het huis zouden bereiken, en zeer waarschijnlijk zou geëxecuteerd worden. Hij kon zijn leven redden door te vluchten, maar de nacht was koud en nat en het huis was warm en behaaglijk. Daarom bleef hij ter plekke. Hij werd gevangen genomen en mocht van geluk spreken dat zijn leven gespaard bleef doordat na verloop van enkele weken sympathiserende journalisten het voor hem opnamen.

Dit is hetzelfde soort gedrag dat sommige zieke mensen vertonen die liever het risico lopen te sterven dan een medisch onderzoek te ondergaan waaruit zou blijken dat een zware operatie noodzakelijk is. [6]

Laat ons hopen dat de collectieve mensheid zijn overlevingsinstinct tijdig weer weet te activeren. Er is maar één planeet.

[1] Financial Times 3 december 2010, p. 6.
[2] The Economist 27 november 2010, p. 79-82.
[3] http://www.tni.org/es/archives/act/1417.
[4] Financial Times 1 december 2010, p. 4.
[5] Ibid.
[6] Fromm E., To have or to be?, London 1979, p. 20.

Tags:

Vond u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Klik hier om DeWereldMorgen.be te steunen via overschrijving.

Reageer (Spelregels)

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Reacties

Klimaat is niet te beheersen.

Dit is geen rechts of links dogma. Het is de realiteit.
Ooit stond het zeewater 70 meter hoger en in andere perioden klotste de zee 60 meter lager. De zeespiegel rijst en daalt konstant, klimaat is geen stabiel gegeven. Dat is nu eenmaal de natuur in evolutie. In het bestaan zijn niet de bestrijders van evolutie de sterksten, maar wel degenen die zich het best kunnen aanpassen aan de steeds wijzigende omstandigheden. Niemand kan dit tegenhouden. De evolutie is nu eenmaal het mekanisme waarbij de 'sterksten' zullen overleven. Dit is zo in de planten- en dierenwereld en dus ook zo bij de mens. Dat de mens in zijn huidige verschjningsvorm uitsterft staat als een paal boven water. Zelfs al rijst de oceaan nog 10 meter omhoog, wat ze in de toekomst nog wel eens zal doen ook. Leren leven met woestijnen, met het water en met rampen is dus de boodschap. Aanpassen of verdwijnen zoals het altijd al is geweest in de geschiedenis. Meer dan 90 procent van de levensvormen is al uitgestorven, en dat is ook geen ramp, maar een ontwikkeling van de evolutie, het mekanisme van de schepping.
Dat de gorilla, de orang-oetan, de tijger, de neushoorn en vele andere levensvormen binnen een eeuw zullen uitgestorven zijn is emotioneel erg, maar slechts een pietluttig detail in het Bestaan. Dat is niet erger dan dat de dinosaurussen, de mammoet en de neanderthaler het bijltje hebben moeten neerleggen. Het Leven gaat ook zonder ons altijd verder.
Daar zorgt het overlevingsinstinkt van het Leven wel voor, in welke nieuwe vormen dan ook.

evolutie

De huidige klimaatopwarming afdoen als een natuurlijke evolutie is onzin. De natuurlijke klimaatsveranderingen die we kennen doorheen de geschiedenis zijn processen van duizenden of tienduizenden jaren. Zelfs de klimaatschommelingen tussen de ijstijden (interglaciale schommelingen) zijn processen van honderden jaren. Sinds 100 jaar schiet de temperatuur pijlsnel de hoogte in. Als men deze veranderingen dan gaat vergelijken met die van voor het Holoceen, dan kan men niets anders dan besluiten dat de mens hier wel zijn deel in heeft. Over heel het procede van uitlaatgassen en CO2 bestaat zowat een wetenschappelijke unanimiteit.

Heel je uitleg over uitgestorven diersoorten getuigt ook van extreem relativisme. Natuurlijk zijn wij een deel van de evolutie en zij velen voor ons uitgestorven. Maar je vertelt er niet bij hoe of wat... De sabeltandtijger en Neanderthaler zijn soorten waarover wetenschappers het eens zijn dat ze op "relatief korte tijd" zijn uitgestorven. "Relatief korte tijd" wil zeggen een periode van ongeveer 5.000 jaar. Dan is hun popolutatie drastisch achteruit gegaan en verdwenen. De dier- en plantsoorten die nu uitsterven doen dat in een periode van nog geen 100 jaar........ U zult dus met andere argumenten moeten afkomen om geloofwaardig te zijn.

Decarboniseren en consuminderen.

De enige manier om de finale ramp te vermijden is zeer vlug stoppen met het ontginnen en verbruiken van fossiele brandstoffen. Het feit dat dit niet gebeurt is, zoals de ter zake meest gezaghebbende econoom Lord Stern zegt, het historisch zwaarste en vérst-strekkende marktfalen van het globale economische systeem.

Na 20 jaar internationale klimaatonderhandelingen is de uitstoot van koolstof in de atmosfeer met 40% gestegen in plaats van gestabiliseerd, laat staan gedaald. Het IEA voorspelt in zijn nieuwste energierapport een blijvende stijging van het wereldwijde energieverbruik en dito broeikasgasuitstoot. Hernieuwbare -koolstofvrije- technologie zou slechts een deel van de toegenomen vraag kunnen opvangen.

De enige manier om fossiele brandstoffen uit de markt te prijzen is het stopzetten van de nog steeds massale subsidies ervoor, zoals ook het IEA bepleit, én het verrekenen in de prijs van de schade aan de atmosfeer, aan het locale milieu en van de reële schaarste. De prijs van koolstof aan de bron hoog genoeg stellen is de enige mogelijkheid om de noodzakelijke energietransitie te doen slagen.

Dat uiteindelijk niet alleen een technologische maar ook een culturele omslag redding moet brengen moge duidelijk zijn. De dogma’s van de consumptiemaatschappij - de economische groei, de export-en importeconomie, het particulier gemotoriseerd vervoer en vliegtuigreizen , de overmatige vleesconsumptie, de ongebreidelde vermenigvuldiging van electronische en elektrische apparaten en gadgets - zijn nu eenmaal onverenigbaar met een duurzame samenleving die een leefbare wereld nalaat voor volgende generaties.

Alle maatschappelijke actoren moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. De tijd voor het doorschuiven van de zwarte (koolstof) Piet is niet langer voorhanden.

Het valt nochtans te vrezen dat heel wat staten en allerhande lobbygroepen vooral hun economische belangen bewaken alsook proberen zo diep mogelijk in de pot te graaien.

De overheersende benadering komt neer op wat zowel de meerderheid van de ondernemingen, vakbonden als staatsleiders aanhangen : ontwikkeling van bijkomende (energie)technologie, een koolstofmarkt en subsidiemechanismen voor investering in nieuwe markten.
Ook het cijfer dat China vooropstelt ligt gewoon binnen wat de nieuwe industriële reus wel moet realiseren om zijn economische doelstellingen te halen. Als China in 2050 nog altijd 60% uitstoot van wat het in 2005 deed, dan soupeert het zowat in zijn eentje het nog beschikbare koolstofbudget op. Hetzelfde geldt vanzelfsprekend voor Amerika .

In de heersende context is het toegelaten de klimaatverandering te beteugelen zolang eraan verdiend wordt en de economische groei niet wordt belemmerd of -liever nog- wordt bevorderd. Ook de mainstream groene politiek en beweging is in datzelfde bedje ziek.

De noodzakelijke dringende drastische ingrepen om het productiesysteem koolstofvrij te maken vallen niet te verwachten binnen afzienbare tijd, ondanks het voorbije klimaatrampjaar dat ontegensprekelijk een teken aan de wand was, want volledig in lijn met de klimaatmodellen.

De huidige bricolage, het gemarchandeer met emissierechten en de onmogelijke verificatie van reductieafspraken leiden tot de vraag of men niet beter het bord afveegt en opnieuw begint. Het Kyoto-protocol is praktisch sowieso betekenisloos. Indien als bij wonder de vrijwillige reductietoezeggingen van Kopenhagen en Cancun zouden nagekomen worden dan warmt de wereld in de tweede helft van deze eeuw nog op met meer dan vier graden.
Het hele onderhandelingsproces schept zo een rookgordijn(sic) en wordt een zeker recept voor een globale catastrofe.

In de klimaatwetenschap is de vraag vandaag of het überhaupt nog mogelijk zal zijn op basis van de te verwachten broeikasgasuitstootscenario’s gevaarlijke en catastrofale klimaatverandering te vermijden en vooral waar de drempelwaarden liggen (tipping points) vanaf waar het klimaat totaal op hol slaat.
Wat op het spel staat is niet meer of minder dan het overleven van de menselijke soort evenals dat van vele andere soorten.

Er is voor de media een belangrijke educatieve taak weggelegd om de door de mens veroorzaakte klimaatverandering en de voor de meerderheid der burgers nog onvoorstelbare gevolgen ervan helder uiteen te zetten . Het gaat hierbij om een volgehouden en prioritaire inspanning waaraan het vandaag ten enen male ontbreekt.

akkoord, maar...

de meeste nationale en internationale milieuorganisaties, die toch tot de 'maatschappelijke actoren' behoren, leggen steeds opnieuw de verantwoordelijkheid bij de individuele consument. Zo ook gisteren tijdens de nieuwsuitzendingen op de vrt, gevraagd naar de resultaten van Cancun, wist de Greenpeace-vertegenwoordigster niet meer te vertellen dan dat ze 'gematigd positief' was maar dat we 'met z'n allen' ons milieugedrag in de toekomst moesten wijzigen. De verpletterende verantwoordelijkheid van de producenten, in casu kapitalistische bedrijven en multinationals, wordt op deze wijze eens te meer verdoezeld.

Waar ligt de verantwoordelijkheid?

Greenpeace wijst zeker wel op de verantwoordelijkheid en het soms criminele gedrag van de grote industrie en multinationals zoals de energieproducenten Shell, Electrabel( Suez), de auto-industrie( Mercedes, BMW,...), de chemische industrie , de invoerders van geroofd tropisch hout, enzovoort.

In het algemeen wijzen milieuorganisaties te weinig op de onhoudbaarheid van de levenswijze van de middenklasse uit de rijke westerse én opkomende economieën. Voor een stuk zit daar met name hun achterban.

Een drastische verandering in het consumptiepatroon zal evident ingaan tegen de winsthonger van multinationals actief in de globale economie waarvan in de eerste plaats China en ook India, Rusland en Brazilië integrerend deel uitmaken. ( BRIC- landen)
China is in dit systeem zowat de belangrijkste producent van massaconsumptiegoederen voor export geworden - de fabriek van de wereld- én de grootste financier van de consumptieverslaafde Noord-Amerikaan en zijn overheid.

Wat misschien te weinig belicht wordt vanuit diverse hoeken is het reële monsterverbond tussen het westerse militaire, financiële en industriële complex , het Chinese autoritaire staatskapitalisme, de vaak dictaroriale elites in de arme landen en de supranationale superklasse van managers en maffiose grootkapitaalbezitters. Dit monsterverbond vormt de ruggegraat van het geglobaliseerde systeem. Het kan evenwel niet bestaan zonder de actieve economische en ideologische steun van voornoemde middenklassen.

massale subsidies voor fossiele energiebronnen

Kan u mij eens een voorbeeld geven van hoe bvb in ons land fossiele brandstoffen massaal gesubsidieerd worden ?

reactie

wij in de kleine landjes kunnen wel van alles doen maar vrag me af wat voor zin het heeft tegen landen als rusland india en china .........

Advertentie