Reeds acht jaar is DeWereldMorgen.be de alternatieve en kritische stem in de Vlaamse media.

Wij zijn volledig gratis en reclamevrij.

Maar dat kan enkel via uw steun.

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

De vierde onmacht: de media zonder kleren

Communicatiewetenschapper Frank Thevissen is een man met een missie. Eén jaar na de bundel Media en journalistiek in Vlaanderen: kritisch doorgelicht ligt er al een nieuwe turf klaar. Het boek met de fraaie titel De vierde onmacht bevat 22 kritische bijdragen over media en journalistiek.
vrijdag 3 december 2010

Het boek Media en journalistiek in Vlaanderen liet zich nogal makkelijk in de hoek drummen. Een boek van “warhoofden en extreemrechtse propagandisten”, schreef een overijverige recensent. Die kritiek was onterecht want ook de voorganger van De vierde onmacht bevatte voldoende stof tot debat en het stuk over het ontslag van GVA-journalist Roger Van Houtte zou zelfs verplichte literatuur moeten zijn in elke les Media.

Om die makkelijke kritiek al op voorhand te pareren, ging Thevissen deze keer in een heel grote vijver vissen. Van Cas Goossens tot Luc Van der Kelen en van Bart Caron tot Jurgen Verstrepen, ze lieten allemaal hun licht schijnen op de huidige onmacht van de media.

Uit zo'n heterogene bundel is het altijd moeilijk conclusies trekken, behalve één dan. De ommekeer zal niet van binnenuit komen. Daarvoor is de omerta te groot. Journalisten mogen overal kritiek op geven behalve op hun eigen job. Negationist van dienst is deze keer politiek commentator van Het Laatste Nieuws Luc Van der Kelen. Er is eigenlijk weinig aan de hand, zo klinkt het. En als er al een probleem is, is dat de schuld van de burgerjournalist.

“Laat het mij maar eens zeggen: de burgerjournalistiek is de pest van het internet. Ze bedreigt de ernstige journalistiek van professionele journalisten, naarmate hun bladen de vuiligheid op hun cover zetten of op hun website of waar ook”, aldus Van der Kelen.

In het boek vind je nog wel voorbeelden van die agressieve ontkenning van kritiek. “Ik krijg puisten van blogs vol cafégeleuter die welig tieren bij de Geert Buelens-sen en Tom Naegels-sen van deze wereld. Hebben die mensen geen vrienden om op café te zagen?”, schreef hoofdredacteur duiding van de VRT-nieuwsdienst Kris Hoflack op Facebook, aldus Thevissen in zijn inleiding.

Paris Hilton in Terzake

Nee, voor wat ernstiger mediakritiek moet je bij oud-journalisten zijn. Bij de oud-VRT-coryfeeën Walter Zinzen en Jef Lambrecht. Die laatste rekent in zijn stuk genadeloos af met Siegfried Bracke. Lambrecht zet Bracke neer als een man die vond dat Paris Hilton een plaats verdiende in de duidingprogramma’s en die al heel vroeg aanschurkte tegen de macht.

Het nadeel van die oud-journalisten is dat ze zich heel lang hebben moeten inhouden en dat bitterheid de motor is van hun mediakritiek. Critici moeten de vinger op de wonde leggen, voorbij de anecdote het grotere plaatje zien en van daaruit ook oplossingen kunnen voorstellen.

Tja, die oplossingen... Dat is nog wat zoeken. Pol Deltour van de Vlaamse Vereniging van Journalisten legt de bal in het kamp van de lezers en kijkers. “Soms lijkt het erop dat mediaconsumenten zich te weinig van hun macht bewust zijn. Wat belet het publiek eigenlijk om sensatiebladen die systematisch de privacy op de proef stellen links te laten liggen? Of waarom investeren ze zelf niet – al was het maar een beetje – in een journalistiek internetproject dat voluit voor onderzoeksjournalistiek gaat? In een liberaal mediaklimaat heeft elk publiek de pers die het verdient.”

Guido Van Liefferinge (oprichter van Dag Allemaal en een resem andere bladen) kijkt in de richting van de overheid. “In het themanummer ‘Combats pour les médias’ van Le Monde diplomatique werd voor de eerste maal over de Vijfde Macht gesproken. Het blad verwees daarbij naar de vele welmenende internetters en bloggers die de toekomst van de pers in zich dragen. Het is de taak en de plicht van de overheid om deze nieuwe maar nog tere Vijfde Macht volop te steunen, ook al is de return on investment momenteel nog niet te becijferen. Overheden moeten tegelijkertijd stoppen met het versluizen van belastinggeld naar winstgevende mediagroepen waarvan de klaagzang steeds harder maar vooral holler klinkt. Weggesmeten belastinggeld dus.”

Commercieel

Na twee bundels en zo'n veertigtal bijdragen over mediakritiek moeten er misschien wel eens wat conclusies getrokken worden. Kan dat met zoveel verschillende invalshoeken, achtergronden en drijfveren?

Er zijn wel een aantal rode draden op te diepen. De commercialisering bijvoorbeeld die stilaan alle kwaliteit overwoekert. Cas Goossens, oud-administrateur-generaal van de BRTN, vindt dat je media niet in handen kan geven van “mensen die zich uitsluitend door financieel gewin laten leiden”.

De innige band tussen politici en journalisten is nog zo'n leitmotiv. De etentjes, de reisjes, de interviews op bestelling, de getelefoneerde scoops, de ghostwriters, het jobhoppen tussen redactie en kabinet. Het leidt tot een soort politieke journalistiek waarin analyse, afstandelijkheid en kritiek verdrongen wordt door drama en anekdotiek.

“Waar de Wetstraatjournalistiek zich ooit bekwaamde in oorzakelijke analyses, ging zij steeds meer de toer op van de dramaturgische metaforen. Politiek was geen aangelegenheid meer van instellingen, besluitvormingsprocessen, electorale krachtsverhoudingen en wetgevend werk, maar van interpersoonlijke (machts)relaties tussen een beperkt aantal politieke BV’s wier professionele verhoudingen worden teruggebracht tot basale, bijna kleinmenselijke drijfveren. En zo versoapt de politiek. ‘De Wetstraat’ als een exotische, ietwat glamoureuze biotoop, met een geheel eigen interne logica, bevolkt door een aantal herkenbare personages die tastbaar zijn, maar toch vreemd, en waar elk verhaal eindigt met een open einde.” 

Het is een citaat uit het stuk van Bart De Wever. Zonder dat hij het zelf zo expliciet verwoordt, laat zijn artikel toe om de link te leggen tussen de commercialisering van de media en de verwording van de politieke verslaggeving. Een commercialisering die ook het politieke bedrijf heeft aangetast toen ideologie en maatschappijproject bij het vuilnis van de geschiedenis werden geplaatst en alle partijen op een kluit gingen strijden om de stem van de zwevende kiezer.

Als commercialisering één van de hoofdproblemen is, dan kunnen daar eigenlijk relatief makkelijk enkele oplossingen voor gevonden worden. Er staan er al een aantal hierboven vermeld: haal de journalistiek weg bij de marketeers en de mediamagnaten, geef het overheidsgeld (350 miljoen per jaar) aan media die dat nodig hebben én verdienen. En lezers, neem uw verantwoordelijkheid.

De vierde onmacht laat zien dat er naast de zeldzame opstoten van zelfkritiek in de mainstream media nood is aan onafhankelijke en permanente mediakritiek. In het boek zitten heel veel sporen die verder onderzocht moeten worden. Ook na een stuk of veertig brokken mediakritiek blijf je dus onvoldaan achter. In dit geval is dat een compliment.

Ook Dirk Barrez en Han Soete, journalisten van DeWereldMorgen.be schreven een bijdrage in het boek. U kan hun stuk Van wie zijn de media? De media zijn van onshier lezen.

De vierde onmacht verscheen bij Van Halewyck, 480 blz.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

3 reacties

  • door svdl op vrijdag 3 december 2010

    [title]nog niet gelezen, Alleszinds[/title]nog niet gelezen, Alleszinds een nodig debat, meer en meer!

    Ook Jan Peumans weet hoe media broodnodig zijn om "zijn" vlaamse indentiteit gemeengoed te kunnen maken en "erin" te krijgen... Sommigen winden er helemaal geen doekjes meer om.

  • door piet db op vrijdag 3 december 2010

    die bijdrage van Ward De Bever, en die dramaturgische metaforen, het doet mij aan iemand denken. Als ik mij niet vergis nog een oudgediende van Het Huis van Vertrouwen. Zijn naam wil mij nu even ontsnappen ...

  • door froels op zaterdag 4 december 2010

    Zowat alle grote media zijn nu reeds in handen van commerciële, dwz winstgevende bedrijven. Als enige uitzondering denkt men dan aan de VRT. Maar ook die werkt met een vergelijkbare logica: a) reclameinkomsten zijn onmisbaar b) kijkcijfers gelden officieel als criterium voor kwaliteit en behoud/ontwikkeling van programma's. c) een openbare omroep die buitengewoon succesvol zou zijn (kijkcijfers) (dankzij duidende en maatschappij-kritische journalistiek, e a kwaliteit), zou zwaar onder vuur liggen van de commerciële netten. Het zou immers "oneerlijke concurrentie zijn met overheidssteun". Er zou dan een politieke meerderheid ontstaan om middelen af te nemen van de openbare omroep. Of gebeurt dat al niet?

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties