Dankzij uw steun zien we de toekomst weer even door een roze bril. DeWereldMorgen.be is voor een groot stuk afhankelijk van lezers die uit sympathie of uit overtuiging maandelijks of regelmatig een som op onze rekening storten.

U was de afgelopen weken met velen om dat te doen. We haalden ruim 22.000€ op. Het helpt om dit jaar niet in het rood te eindigen. Waarvoor dank. En mocht u dat nog niet gedaan hebben, dan kan u nog altijd uw overschrijving maken.

De komende maanden beloven onrustig te worden. De regering-Michel en ook de Vlaamse regering kondigden besparingsplannen aan waartegen de vakbonden storm lopen. De culturele wereld en sociale organisaties verenigden zich in Hart boven Hard.

DeWereldMorgen.be staat klaar om alle facetten van dit protest in beeld en woord te vatten. Er blijft nood aan kritische en onafhankelijke media. Wij gaan er tegenaan en hopelijk zullen we u de komende weken wel ergens – op straat, aan een stakerspost of op een debatavond – tegen het lijf lopen.

Steun via paypal

Steun via homebanking

Geef een permanente opdracht ten gunste van DeWereldMorgen.be
op nummer BE20 5230 4277 5156 (BIC: TRIOBEBB)
met vermelding "steun DeWereldMorgen.be"

Giften vanaf 40€ per jaar zijn fiscaal aftrekbaar.

about
Toon menu

Waals-Vlaamse transfers in kaart gebracht

De draagkracht van de sociale zekerheid ligt in het centrum van het land, zegt het Centrum voor Sociaal Beleid (CSB). Een belangrijke verklaring voor de globale transfers ziet het centrum vooral in een verschil in de loonmassa’s: de Vlaamse ruit kent niet enkel een gemiddeld hoger inkomen per inwoner, er wonen ook meer mensen. Niet iedereen is het daarmee eens.
donderdag 2 september 2010

Binnen ons socialezekerheidsstelsel worden inkomens herverdeeld tussen regionale entiteiten, bijvoorbeeld doordat sociale risico’s ongelijk zijn verdeeld over de regio’s (wanneer er in één gebied bijvoorbeeld veel meer zware industrie is dan in het andere), er regionale verschillen zijn in de capaciteit om bij te dragen aan de sociale zekerheid (zoals bij een hogere werkloosheid in een deel van het land), of wanneer de uitvoering van of beleid rond sociale zekerheid per regio verschilt.

Het onderzoek van het CSB brengt de verdeling van socialezekerheidsbijdragen en uitkeringen op gemeentelijk niveau in kaart om zo de geografische structuur van de transfers te schetsen. Een eerste vaststelling die daarbij gemaakt wordt, is dat de gemeentelijke spreiding van sociale risico’s een patroon van clusters toont die in de meeste gevallen niet samenvallen met de afbakening van de verschillende regio’s in ons land.

Verdeling van de gemiddelde inkomens

Om een concrete inschatting te kunnen maken van de financieringsverdeling van de sociale zekerheid, moet ook het gemiddeld inkomen van de regio’s in kaart worden gebracht. Daarbij valt op dat een inwoner van het Vlaams Gewest met een gemiddeld inkomen van 14.026 euro beduidend meer verdient dan iemand uit het Waals Gewest (12.357 euro) of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (11.309 euro).

Het gemiddelde inkomen is vooral het hoogst in de stedelijke gebieden. Voor Gent, Antwerpen, Brussel en Leuven strekt dit hoger gemiddeld inkomen van de randgemeentes zich uit over de hele zogenaamde Vlaamse ruit. Dit is het gebied tussen Brussel, Antwerpen, Gent en Leuven en hun forensen. Waals-Brabant hoort hier ook voor een groot stuk bij.

De lagere gemiddelde inkomens zijn vooral terug te vinden in de sterk rurale gebieden (Zuid-Oost-België en het zuidelijke deel van West-Vlaanderen), en enkele gemeenten uit de oud-industriële Waalse as (La Louviére, Charleroi, Luik).

Niet enkel het hogere gemiddelde inkomen verklaart overigens de herverdeling van de sociale zekerheid; er wonen ook gewoon meer mensen in de Vlaamse ruit dan in de andere regio’s.

Sociale risico’s

De concentratie werkenden ligt beduidend hoger in de gemeenten die behoren tot het Vlaams Gewest. Vlaanderen kende in 2009 een werkloosheidsgraad van 5 procent, Wallonië 11,2 procent en het Brussels Hoofdstedelijk gewest 15,9 procent.

De sociale zekerheid biedt mensen een vervangingsinkomen bij loonverlies door bijvoorbeeld werkloosheid, pensionering of arbeidsongeschiktheid. Daarnaast kan ze het inkomen aanvullen wanneer mensen bepaalde ‘sociale lasten’ dragen; het opvoeden van kinderen bijvoorbeeld.

Een derde pijler, socialebijstandsuitkeringen voor mensen die onvrijwilllig geen beroepsinkomen hebben, behoort niet tot de eigenlijke sociale zekerheid maar maakt wel deel uit van de totale sociale bescherming van de Belgische bevolking.

Beide soorten uitkeringen kennen een verdeling die gebaseerd is op de geografische spreiding van sociale risico’s. Een verdere opdeling naar leeftijdsstructuur toont opnieuw verschillen tussen de drie gewesten. In Vlaanderen is de gemiddelde leeftijd iets hoger dan in Wallonië; in Brussel iets jonger.

Daarnaast kent Vlaanderen dankzij een lagere mortaliteit een sterkere veroudering van de bevolking, en ligt ook de totale vruchtbaarheid er iets lager dan in Wallonië. Hierdoor kent Vlaanderen een grote stijging van het inkomen uit de sociale zekerheid per hoofd van de bevolking, wat de afname van het Waalse opnamesurplus kan verklaren.

Al deze intraregionale verschillen en sociaalgeografische structuren zijn een belangrijk element bij het in kaart brengen van regionale transfers: de spreiding van de bevolking, de stedelijke motors voor werk en hun forensen, de ruimtelijke ingang van de transitie van onze economie naar een kenniseconomie en de impact van de vergrijzing.

Conclusie

Het rapport van het Centrum voor Sociaal Beleid besluit dat de draagkracht van de sociale zekerheid in het centrum van het land ligt. De Vlaamse ruit, waar ook een groot deel van Waals-Brabant toe behoort, kent naast een hoger aantal inwoners ook een gemiddeld hoger inkomen per inwoner.

De centrale plaats en enorme actieradius van Brussel maken die stad tot het economische centrum van België. Dat bepaalt sterk de sociaal-economische verhoudingen in het land en dus ook de financieringsbasis van de sociale zekerheid.

De ruimtelijke spreiding van de sociale uitkeringen wordt veeleer bepaald door demografische kenmerken en economische evoluties dan door de grenzen van de grote deelentiteiten van het land.

Omdat de veroudering zich sterker laat voelen in Vlaanderen dan in Wallonië en Brussel, zal het Waalse opnamesurplus in de komende jaren verder afnemen. De uitkeringen zullen immers het sterkst stijgen in Vlaanderen, en het minst in Brussel.

De gemiddelde pensioenuitgaven lagen al in 2008 met respectievelijk 244 en 242 euro per maand iets hoger in Vlaanderen dan in Wallonië.

Kritiek

Het Aktiecomité Vlaamse Sociale Zekerheid (AK-VSZ), dat pleit voor een regionalisering van de sociale zekerheid, is het niet eens met de conclusies en wijst op een aantal onnauwkeurigheden in het onderzoek.

“Het is waar dat de Vlaamse ruit een centrum is van economische activiteit en dus een belangrijke basis vormt voor de financiering van de sociale zekerheid”, stelt Herman Deweerdt van het AK-VSZ, “maar het is niet correct om Brussel weg te laten en er Waals-Brabant aan toe te voegen om dan te beweren dat het centrum van het land de rest van het land financiert. Volgens het Aktiekomité vloeit er in de sociale sector jaarlijks 4,7 miljard euro van Vlaanderen naar Wallonië en Brussel.

Verder wijst Deweerdt erop dat de uitgaven voor geneeskundige verzorging, die ruim een derde van de uitgaven in de klassieke takken van de sociale zekerheid inhouden, ook niet in beeld komen. Bovendien maakt de studie geen onderscheid tussen types pensioenen. Net als het effect van verhoogde kinderbijslag wegens werkloosheid, dat veel sterker is in Waalse en Brusselse gezinnen.

reageer

Eén reactie

  • door sven op donderdag 2 september 2010

    Wat te denken van het feit dat meer dan 70% van de mensen die tijdskrediet pakken in Vlaanderen zitten? Het valt niet op te splitsen ins daar wel en daar niet. Sociale fraude moet worden aangepakt en de inkomsten voor de FSZ verstevigd.

    Dat is de enige basis voor een verder zetting van ons sociaal model. De inzet is dan ook dit sociaal model om te wisselen in een neo-liberaal model.

Lees alle reacties