about
Toon menu

Debatteren over 'economia solidária' in Mato Grosso

Twaalf uren busreis brengen me in Cuiabá, hoofdstad van de Braziliaanse staat Mato Grosso. Blairo Maggi is er juist gestopt als gouverneur, want hij gaat de verkiezingsstrijd in om senator te worden. Zo kan de ‘bancada ruralista’ (nvdr: de rurale fractie in het federaal parlement) in Brasília nog wat versterkt worden. Luc Vankrunkelsven bericht vanuit Cuiabá.
donderdag 24 juni 2010

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Cleonice Terezinha Fernandes is vijf dagen gastvrouw, omgeven door een groepje mensen die een dynamisch programma verzorgen.

De eerste ochtend brengt me in de Universidade Federal bij 17 studenten die een postgraduaat tropische landbouw volgen en hun professor Fábio Nolasko. ’s Avonds hebben we een ronde tafel over het containerbegrip ‘duurzame ontwikkeling’. 430 studenten van het universitair centrum Rondon zijn geïnteresseerd, maar er kunnen maar 100 gelukkigen in de zaal. Een geïnteresseerd publiek. Animositeit verzekerd.

Solidaire economie …

Sinds de regering-Lula de ‘solidaire economie’ ondersteunt, kent deze nieuwe vorm van productie een hoge vlucht. Momenteel loopt er in heel Brazilië een interessant proces om de tweede nationale conferentie over solidaire economie van juni 2010 voor te bereiden.

De tekst ‘Voor het recht om op een duurzame manier te produceren en te leven in coöperatief verband’ vormde de basis om tussen 10 februari en 10 mei te debatteren op territoriaal of regionaal niveau. Nadien op deelstaatniveau om dan uit te lopen op het ultieme debat tijdens de nationale conferentie.

Zoals er nu in Cuiabá tweehonderd afgevaardigden uit heel Mato Grosso samen zijn, zo zullen er vanuit elke deelstaat delegaties naar de slotconferentie komen. Met de  geamendeerde tekst zullen ze bij de federale regering aanbevelingen indienen.

Tegelijkertijd wordt er een wetsvoorstel ingediend om landelijk het beleid van de Economia Solidária verder te implementeren en om een nationaal systeem van de Economia Solidária (1) op poten te zetten.

Sterk staaltje participatieve democratie

Het hele proces kan als een sterk staaltje van participatieve democratie tellen. Het is ontroerend om te zien hoe de afgevaardigden, ieder met hun enorme diversiteit, zo eigen aan Brazilië, zich met grote ernst wijden aan het bespreken en amenderen van de basistekst.

Het eerste deel van het document presenteert een gecontextualiseerde visie van de solidaire economie in de actuele, globale crisis met zijn diverse dimensies. Deze crisis van het kapitalisme geeft juist kansen om vooruit te gaan in de opbouw van andere vormen van economie, gebaseerd op coöperatie en niet op winstmaximalisatie.

Om dit alternatief te kunnen uitbouwen, is het noodzakelijk om stappen vooruit te zetten in de erkenning van nieuwe burgerrechten voor de vormen van economische organisatie, gebaseerd op associatief werk, op collectief bezit, op coöperatie, zelfonderneming, op duurzaamheid en solidariteit. Dat is de inhoud van het tweede deel.

Het derde deel verwoordt de uitdagingen en voorstellen om een nationaal systeem uit te bouwen. Het gaat om een instrument dat diverse politieke terreinen omvat: gezondheidszorg, opvoeding, sociale assistentie, voedselzekerheid en voedingswaarden.

Er valt veel kritiek te geven op acht jaar beleid van president Lula da Silva, maar het laten uitdeinen van de solidaire economie als alternatief voor het alles vernietigende kapitalisme dat hier in het immense land woedt, is zeker één van zijn belangrijkste verwezenlijkingen.

Quilombos

De volgende dag staat volledig in het teken van de Quilombos (2). In Brazilië zijn er ongeveer 3.000 zulke Quilombo-gemeenschappen met afstammelingen van gevluchte negerslaven. Sinds dat deze unieke gemeenschapsvorm officieel werd opgenomen in de federale grondwet van 1988 zijn er nog maar 105 Quilombos erkend.

De regering-Lula breidde nochtans de wet uit (de gemeenschappen moeten niet meer bewijzen dat ze echt afstammelingen zijn van gevluchte slaven; een geschiedenis van lijden om en strijd tegen racisme geeft hen het recht om het statuut  aan te vragen) en creëerde heel wat extra voorzieningen (‘Luz para todos’ - Licht voor iedereen; watertanks, woningbouw).

Niet alle zwarte gemeenschappen appreciëren het om als Quilombo geïndentificeerd te worden. Iane Silva Thé Pontes van Sebrae (Serviço de apoio às Micro e Pequenas Empresas Mato Grosso - Dienst ter ondersteuning van micro- en kleine ondernemingen) rijdt een dag met me rond langs diverse Quilombos, op 100 kilometer van Cuiabá.

Mato Grosso is namelijk de deelstaat met de meeste gemeenschappen van Afrikaanse afstammelingen. In Poconé bezoeken we de coöperatie Comprup. Castanha de Cumbaru is één van de producten die ze tot in de luchthaven van Cuiabá verkopen. Ook hier zie je onmiddellijk het effect van de nieuwe wet die bepaalt dat 30 procent van alle publieke aankopen van de agricultura familiar moet komen.

De coöperatie verzamelt nu al producten van kkleine producenten uit 16 gemeenten en levert aan tal van scholen. Het bereik zal in de nabije toekomst nog uitbreiden.

Da Silva

Nadien bezoeken we de Quilombo Chumbo ('Lood'). We ontmoeten er Maria Gonzalina Pinho da Silva en Eleny Rosa da Silva. Zoals president Lula da Silva en zovele anderen in Brazilië eindigt hun naam op ‘da Silva’, '‘van het woeste bos’). Als de pastoor begin 19de eeuw in de doopakte een naam moest inschrijven en het gezichtje leek nogal bruin of zwart, dan schreef hij al vlug ‘da Silva’ in.  De velen die ‘dos Santos’ (’van de Heiligen’) heten, waren meestal in dienst van paters.

Om de 14 dagen komen de vrouwen in groep samen om hun geschiedenis, hun ‘raizes’ (wortels) op te delven. Het is een interessant gemeenschapsgebeuren dat telkens eindigt met een rondedans.

Maria Gonzalina ontdekte zo al dat haar overgrootvader als slaaf gevlucht was en op deze plek kwam wonen. Achteraf werd er looderts ontdekt en werd hij ingeschakeld in de mijnbouw, waar nu nog enkele restanten van te zien zijn. Het is een streek met vele mineralen.

Tijdens de rondrit zien we dan ook nog diverse sites waar duchtig gedolven wordt. Bergen mijnafval zijn er de getuigen van. Maria Gonzalina is een bijzonder creatieve vrouw. Ze teelt zelf wat katoen, spint het en maakt er kunstige onderleggers van.

Bij het vertrek zie ik een mooie tekening hangen van de CEBs: de interkerkelijke bijeenkomst van de basisgemeenschappen anno 2000 in Ilheus in de noordoostelijke staat Bahia. Het was een extra punt van herkenning. Zowel zij als ik namen indertijd deel aan deze heuglijke happening.

Het derde bezoek brengt ons bij Copão Verde. Bij aankomst zien we meteen een grote plakkaat van de federale overheid. Na de bouw van puike huisjes zorgde de overheid recent voor de aanleg van elektriciteit (‘Luz para todos’), water en een agroindústria familiar. Het is wel goed gevonden van de regering: om elektriciteit en water te kunnen betalen, moet er ook een plaatselijke economie en inkomen zijn. De gemeenschap produceert al van ouds groene bakbananen.

Sinds 10 jaar frituurt ze die en verkoopt ze het product in heel wat winkels van de streek. Het nieuwe gebouw is juist af om dit werk te professionaliseren. Het project omvat ook een communicatiecentrum met computers, bibliotheek en een radio voor de diverse gemeenschappen in de streek.

Bij zulke projecten wordt dan Sebrae ingeschakeld. In samenspraak met de gemeenschappen werd juist een mooi logo ontworpen door een kunstenaar van Minas Gerais. Hij werkte de Quilombo-cultuur uit met het feit dat de streek heel wat heuvels heeft. Het merk heet voortaan: ‘Moraria. É sabor, é tradição’ (’Heuvelachtig. Het is de smaak, het is de traditie’). Het logo en de tekst komen nu op de producten en op T-shirts.

Ieder zijn taak

De bezoeken zeggen iets over de werkwijze van Sebrae: ze haken in op wat leeft bij de mensen, organiseren vorming en zoeken mee afzetmarkten voor hun producten. In de vele conflicten, die de Braziliaanse maatschappij rijk is, gaat Sebrae niet staan. Dat laten ze over aan volksbewegingen, vakbonden en andere basisorganisaties. Als de coöperatie met agro-ecologie bezig is, dan wordt daar op ingegaan.

De tweede groep met Maria en Eleny is vooral met eigen geschiedenis en cultuur bezig (3). Daar gaan ze dan samen voor. Bijna elk weekend zijn er feesten, waarbij allerlei heiligen gevierd worden. Jaarlijks is er op 20 november, de dag van de ‘conciencia negra’ ('zwarte bewustwording'), een feest van alle gemeenschappen samen. Dit jaar zal dat in de Quilombo ‘Chumbo’ zijn.

Wat tijdens het jaar wordt opgebouwd, staat dan in werkwinkels extra in de verf: dans, muziek, theater, bedrukken van stoffen, kookles, Afrikaans beschilderen van gezichten.

Ik reis nu ruim tien jaar in Brazilië rond. Het land is in die tijdspanne behoorlijk van gedaante veranderd. De verschrikkelijke ontbossing, het geweld en de fraude blijven welig tieren, maar ondertussen werd de weerstand en de creativiteit van het volk ook door wetgevend werk ondersteund. De evolutie in de Quilombos is daar een mooi voorbeeld van.

Luc Vankrunkelsven
Cuiabá, Mato Grosso, 29 april 2010

Luc Vankrunkelsven is medewerker bij Wervel vzw. Hij publiceerde al diverse boeken over de sojaproblematiek en Brazilië.

(1) www.mte.gov.br/conaes  Ministério do Trabalho e Emprego: De tweede federale Conferência Nacional de Economia Solidária vond plaats van 16 tot 18 juni 2010.

(2) www.palmares.gov.br

(3) Voor het Portugese taalgebied, zie: “Diversidade Sociocultural em Mato Grosso”, van Maria Fátima Roberto Machado (redactie); Entrelinhas, Cuiabá, 2008.