Advertentie

zondag 16 mei 2010

Sam Bogaerts haalt uit: "Er is geen Vlaams cultuurbeleid"

"Inkomsten behaald met subsidiegeld worden gebruikt als kapitaal voor privé-initiatieven... artiesten kunnen op hun kin kloppen." Sam Bogaerts, docent drama aan het Gentse KASK, zit niet verlegen om straffe uitspraken. Meer nog: “Er is geen cultureel beleid!”.
DeWereldMorgen.be -
Sam Bogaerts in Witse
DeWereldMorgen.be -

Sam Bogaerts ziet de beslissing van minister Joke Schauvliege dat artiesten dit jaar geen projectvoorstellen meer hoeven in te dienen als het zoveelste voorbeeld van een falend cultuurbeleid.

Door het blokkeren van de projectsubsidies verliezen artiesten dit jaar de mogelijkheid om individuele projecten op te starten met subsidiegeld. Hierdoor zouden vooral jonge, beginnende artiesten geraakt worden. Volgens de minister van Cultuur een noodzakelijk kwaad om alle andere culturele subsidies te kunnen vrijwaren.

Er rees echter een storm van protest uit verschillende hoeken van de artistieke wereld. Zeventien organisaties uit de muzieksector en alle leden van de Advies- en Beoordelingscommissie Kunsten bundelden hun kritiek in open brieven aan de minister. Ook Bogaerts vindt het raken aan de projectsubsidies voor podiumkunsten een onbegrijpelijke keuze. “De jongeren moeten voor vernieuwing zorgen, maar krijgen daar niets voor in de plaats.”

Zijn de projectsubsidies dan zo belangrijk voor jonge artiesten?

Sam Bogaerts: “Die subsidies bieden hen een startmogelijkheid om na hun afstuderen met individuele projecten hun positie te bevechten of hun originaliteit aan te tonen. Op die manier bouwen ze een klein artistiek ‘CV’ op, waarmee ze zich kunnen proberen binnenwerken bij de grote organisaties voor podiumkunsten. De huidige teneur is immers om geen jonge theatergroepen meer te willen. Als je als jongere dus aan het werk wil, moet je daarvoor aankloppen bij reeds bestaande organisaties. Maar die zitten eigenlijk allemaal al vol. Daar is nauwelijks nog ruimte voor artistieke salarissen of artistieke invulling.”

Met de huidige conjunctuur moet er volgens de minister wel ergens bespaard worden.

“Dan moet je schrappen waar er te schrappen valt. Dat doe je niet bij de jonge mensen, die het nu al moeilijk genoeg hebben. Het lijkt er op dat als er echt bespaard moet worden, het geld niet zal komen van die grote organisaties, maar van de jonge artiesten die het meest kwetsbaar zijn en weinig druk kunnen uitoefenen op wie dan ook.”

“Het absurde is dat er vier jaar geleden een academisering van het kunstonderwijs is doorgevoerd, waar de kunstscholen allemaal zeer enthousiast zijn ingestapt. Dat was op zich prachtig, ik zie ook veel resultaat. Er ontstaan nu veel originele dingen, studenten ontwikkelen een eigen artistieke taal. Maar dan studeren ze af met zo’n geweldig diploma van ‘Master’ en alle competenties die bij zo’n diploma horen, om te ontdekken dat er helemaal geen werk is voor hen. Daar is het cultuurbeleid namelijk niet gevolgd. Er zou juist een groot gedeelte van de beschikbare cultuursubsidies naar die masters moeten gaan! Daar zijn ze voor opgeleid, daar is in geïnvesteerd. Het vormen van een master kost immers ook geld: een dramastudent kost de gemeenschap zelfs vijf keer zoveel als een andere hogeschoolstudent.”

Is het dan zo slecht gesteld met de werkgelegenheid in de artistieke sector?

“Er is geen werkgelegenheid in de artistieke sector! Het is een uitzondering als je eens een paar maanden betaald wordt. Bij voorkeur betalen ze je als dagloner, per voorstelling die je speelt, en kan je repeteren op kosten van de sociale zekerheid, wat eigenlijk niet eens mag. Je zou er echt van versteld staan hoe slecht artiesten betaald worden. En dat geldt niet alleen voor toneel, maar ook voor muziek en andere podiumkunsten.”
___________________________________________________

De zakelijke leiders, dramaturgen en technici hebben allemaal een vast loon en vooruitzicht op een goed pensioen, terwijl de artiesten op hun kin kunnen kloppen.

___________________________________________________

“We hebben dertig jaar geleden de organisatie van de subsidies in handen gelegd van dramaturgen en zakelijke leiders. De artiesten zouden zich zo kunnen focussen op hun creatieve werk. Maar wat is er dertig jaar later te zien? De zakelijke leiders, dramaturgen en technici hebben allemaal een vast loon en vooruitzicht op een goed pensioen, terwijl de artiesten op hun kin kunnen kloppen. Zij moeten leven van een leefloon en vechten voor een speciaal ‘statuut’ om honderd euro meer dop mee naar huis te kunnen nemen elke maand.”

U bent duidelijk niet onder de indruk van het Vlaamse cultuurbeleid.

“Er ís geen cultureel beleid. Cultuur is een bijzaak. De Minister van Cultuur is ook verantwoordelijk voor het departement Leefmilieu, vroeger zat Sport ook in dat pakket. Elke week wordt er een nieuwsbrief uitgestuurd door de Vlaamse regering met wat er allemaal beslist is: bij Joke Schauvliege lees ik nauwelijks iets over cultuur. Dat gaat altijd over andere dingen.”

“Er moet eens goed gekeken worden naar wat er de laatste dertig jaar met de cultuursubsidies is gebeurd. Al die subsidies zijn gebruikt om zakelijke leiders, technici en dramaturgen vaste salarissen te geven, terwijl de artiesten in de kou bleven staan. Daarnaast is er met de gemaakte artistieke producten ook veel geld verdiend, in de vorm van eigen inkomsten. En wat gebeurt er met die eigen inkomsten? Daar kopen en renoveren ze gebouwen mee. De inkomsten die behaald worden met subsidiegeld worden gebruikt als kapitaal voor privé-initiatieven.”

De inkomsten die verdiend worden dankzij subsidies worden dus helemaal niet gecontroleerd?

“Er moet alleen verantwoording worden afgelegd voor dat pakketje subsidie. Met die subsidies moet men dus wel toneel maken. Maar het geld dat verdiend wordt dankzij die subsidies, daar kijkt niemand naar. Dat geld gaat niet naar de artiesten, maar wordt alleen maar in infrastructuur gestopt, en dat terwijl er nu eigenlijk al veel te veel infrastructuur is. Gebouwen worden zo afgeschreven op vrij korte termijn ten laste van die subsidie. En bij voorkeur gebeurt dat twee keer na elkaar, want er is geen mens die het ziet.”

“Dit soort van situaties zullen blijven duren tot er eens een generatie artiesten komt die thuis iets minder verwend is dan de laatste generaties. De jongeren zouden eigenlijk in de media moeten protesteren, niet iemand als ik die het al allemaal weet. Eerst moeten ze leren begrijpen hoe de vork in de steel zit. En dan moet er op tafel geklopt worden. Ik ga niet meer te voet in een mars naar Brussel stappen om de aandacht hierop te vestigen. Zij kunnen dat wel doen.”

Vond u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Klik hier om DeWereldMorgen.be te steunen via overschrijving.

Reageer (Spelregels)

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Reacties

Vlaams Cultuurbeleid

Natuurlijk is er wel een cultuurbeleid. Men kan van mening verschillen over de inhoud ervan en de kwaliteit en de duurzaamheid. De voorbije 10 jaar onder de vorige legislaturen werd het cultuurbudget sterk verhoogd, ook relatief gesproken in verhouding tot de andere beleidsdepartementen van de Vlaamse regering. Ook theater - de sector van Sam Bogaerts - werd daarbij niet onderbedeeld.

Er is ook controle op de gesubsidieerde gelden, maar men kan opnieuw natuurlijk van mening verschillen of die controle met de juiste aandachtspunten en prioriteiten gebeurt.

Voor infrastructuur investeringen kan (// kon) in principe bvb beroep gedaan worden op het Fonds voor Culturele Infrastructuur en normaal zou bij een goede voorafgaande analyse de toekomstige kosten en uitgaven daarvoor moeten vergeleken worden met het alternatief van huurkosten. Er moet zelfs bekeken worden of eigendomsverwerving überhaupt wel opportuun en nodig is.

Maar ondanks dit alles is het probleem voor kunstenaars zeer reëel, en stelt het zich zeker niet alleen voor jonge pas afgestudeerde kunstenaars. Het probleem is zelfs niet nieuw maar wordt met de recente maatregel inzake opschorting van projectsubsidies wel acuut.
Ondanks de subsidiestijgingen is de doorsnee kunstenaar er daarom financieel niet beter aan toe. Dit heeft veel te maken met de stijging van het aantal kunstenaars, maar niet alleen daarmee.

Het is ook niet verwonderlijk dat bij de recente besparingen voor de structureel gesubsidieerde organisaties dikwijls ook de artiesten noodgedwongen de eerste slachtoffers zijn. Dit was toch voorspelbaar en zou volgens een managementvisie zelfs kunnen gezien worden als "goed bestuur". Immers bij de meeste entiteiten is het eigenlijke "artistiek" budget het jaarlijks variabel budget en bij financiële beperkingen wordt in de eerste plaats gekeken naar onmiddellijke besparingmogelijkheden in dat variabel (dus gemakkelijker samendrukbaar) budget.

Cultuur en theater ontsnappen niet aan de verzakelijking van onze maatschappij. Ook bvb in de gezondheidssector gaat meer en meer naar de omkadering en is de patiënt er daarom niet beter aan toe, maar wordt hij wel "professioneler" behandeld. Er is bij De Post relatief ook minder geld voor de postverdeler maar wel meer voor de kaderleden.

De vraag die men zich bij ons huidig cultuurbeleid moet stellen is of de huidige regelgeving en controle ervan houdbaar is en zinvol blijft. In welke mate komt het de kunstenaar en eventueel ook de kunstconsument - ook zo'n professioneel begrip - ten goede? Waar liggen de grenzen van professionele omkadering en hoe wordt dit gestuurd en opgevolgd? Naar wie gaan eigenlijk al die subsidiegelden en wat wordt ermee bereikt?

Proeftuin-gesprek? Colloquium? Marktonderzoek?

Ik ben graag van de partij om over één en ander mee te debatteren.
Wel graag afspreken bij een OCMW-kantoor, kunnen ik en een aantal collega's ineens de verplaatsing combineren...
Sam Bogaerts heeft gelijk. Er wordt ook, teveel en te vaak "rond" problemen gepraat met mooie woorden als "acuut", "omkadering", "variabel". Jammer genoeg zijn wij spelers, losse medewerkers en regisseurs nog niet volledig "samendrukbaar", maar mensen.
Er zijn niet zoveel méér acteurs, er is GEEN bescherming van het beroep.
Iedereen kan en mag zich-zonder opleiding of aantoonbare ervaring- acteur noemen.
De "makelaars"-in de brede zin- blijven op hun ambtenaarlijke post; de "makers" zijn aan hun lot overgelaten. Acteurs repeteren hoe langer hoe vaker zonder vergoeding. Worden soms gewoon niet verloond na prestaties,ook al zijn er inkomsten geweest, uiteraard. Makkelijk zat: er is geen echt drukkingsmiddel. De 'oudere garde' (vijfendertig+ is dat nu al bij ons!) die dùrven weigeren onder onwaardige werk- of loonsomstandigheden te werken (die zelfs soms door de 'grote huizen' worden aangehouden) vinden gewoon geen engagementen meer. De beste "marketeers", de politiek meest "savvy" artiesten worden de meest gevraagden. Dat is ons beroep niet. Wij verkopen ons enthousiasme en ons werk, niet onszelf. Het feit dat een artiest niet enkel voor zijn/haar gage werkt, maar ook in het werk zelf zijn/haar voldoening vindt, zal door de nieuwe beleidsbeslissing nòg meer acteurs, jonge en minder jonge, in de armen drijven van gewetenloze "makelaars" om toch maar hun artistieke ei kwijt te raken, en te doen waarvoor ze een opleiding hebben genoten.
Mitta Van der Maat, jaargang '81 HIDK, (Master, heet dat nu, jaja!), 12 jaar docente spel, frans chanson HIDK, actrice, zangeres, regisseur.

Sam Bogaerts haalt uit.

Straffe taal. En juist ook, zeker? Joke Schauvliege moet hier dringend rekening mee houden.

sam Bogaerts - Cultuurbeleid

Dank Sam om je moedige houding aan te nemen tav het beleid.
Als papa van een afstuderende jongere Seppe, deel ik uiteraard je bekommernissen, en als er op straat moet gekomen worden, zal het me niet teveel zijn omdat andermaal te doen,
Dirk

Advertentie