“Van 2003 tot 2008 werkte ik voor de Braziliaanse vakbond Fetraf-Sul/Cut”, zegt Luc Vankrunkelsven. “Zij verenigen zowel arbeiders in de steden, als boeren op het platteland. Ze vroegen me om over de Wereldhandeslorganisatie (WTO) te praten, omdat ik daar al twintig jaar mee bezig ben. De WTO wil de internationale handel zoveel mogelijk liberaliseren.”
Cultuur van de stilte doorbreken
Het derde boek, 'Brazilië-Europa in fragmenten' is een verslag van twee reizen die Vankrunkelsven in 2008 en 2009 maakte.
“Ik bezocht bijvoorbeeld universiteiten, landbouwscholen of boerenorganisaties. Volgende week dinsdag vertrek ik opnieuw naar Brazilië. Ik gebruik mijn boeken om de dialoog aan te wakkeren en om media-aandacht te trekken. De Brazilianen zelf worden niet uitgenodigd door de media, maar er is wel aandacht voor wat een buitenlander te vertellen heeft."
"Op die manier zorg ik ervoor dat de boerenorganisaties en de mensen op het veld ook aan het woord komen. Blairo Maggi bijvoorbeeld is de gouverneur van de staat Mato Grosso en de grootste sojaproducent ter wereld. Hij teelt 150.000 hectare soja door middel van monocultuur. In 2000 zei hij: 'Als de milieubeweging en de vakbonden nog te veel van hun oren maken, dan trek ik met mijn soja naar Afrika. Daar is geen verzet.' In Mato Grosso heerst een cultuur van de stilte die ik probeer te doorbreken. Bovendien is Mato Grosso de deelstaat met de hoogste graad van geweld op het platteland.”
Conflict tussen twee landbouwsystemen
“Wereldwijd heerst er een conflict tussen twee landbouwsystemen, maar die tegenstelling is extreem zichtbaar in Brazilië”, zegt Vankrunkelsven. “De kapitaalintensieve exportlandbouw is in handen van grootgrondbezitters zoals Blairo Maggi. Ze bezitten duizenden hectaren grond, bestemd voor monocultuur. Dat is de teelt van één soort gewas zoals soja of suikerriet. Daarnaast leven vier miljoen boerengezinnen die soms maar twee hectaren bezitten. Zij houden de biodiversiteit in stand, omdat ze verschillende soorten gewassen produceren binnen een teeltrotatie. Agrobusiness creëert amper werkgelegenheid en door gebruik te maken van monocultuur is het schadelijk voor het ecosysteem.”
"Onder president Lula, Luiz Inácio da Silva (PT), heeft de regering deze twee landbouwmodellen steeds in stand gehouden. Maar omdat ze vijf keer meer geld geeft aan de agro-industrie, sluit Brazilië de kleine landbouwers uit. De regering bevoordeelt dus enkele duizenden grote bedrijven en ze laat de vier miljoen familiale landbouwers stikken. Dat is schokkend, omdat de kleine boeren nu meer ondersteuning krijgen dan acht jaar geleden. Maar Lula heeft de groten nodig voor hun inkomsten en tegelijk wil hij de plattelandsontvolking tegenhouden. Ondertussen woont 87 procent van de Brazilianen in steden, tegenover 13 procent op platteland. Zestig jaar geleden was dat nog 80 procent op het platteland en 20 procent in de steden.”
“De grote bedrijven zijn echter de prijszetters die de kleine landbouwers doodconcurreren. Sinds de versterking van de agro-industriële landbouwbedrijven in de jaren '60 zijn al 30 tot 40 miljoen Brazilianen naar de favela's rond de steden gevlucht. Of ze trekken verder naar het noorden waar ze weer bomen omhakken om er aan landbouw te doen. Daar worden ze opnieuw verdreven door de grote bedrijven die steeds meer land inpikken. Nog andere Braziliaanse boeren emigreren naar het Westen waar ze in het illegale arbeidscircuit terechtkomen. De grote bedrijven bieden weinig werkgelegenheid, maar de weinige mensen die aan de slag kunnen, werken onder zo'n slechte arbeidsomstandigheden dat we in bepaalde gevallen over slavernij kunnen spreken.”
Het probleem van de Cerrado
"De agro-industrie neemt steeds meer landbouwgrond in om haar productie op te drijven en om haar exportmogelijkheden te vergroten. Daarvoor vernietigen ze grote stukken van het Amazonewoud”, zegt Vankrunkelsven. “En door de groeiende vraag naar biobrandstoffen schieten de suikerrietplantages en de ethanolfabrieken als paddenstoelen uit de grond. Dat gebeurt ook in het Cerradogebied waar de soja-industrie iets minder aanwezig is.”
De Cerrado ligt middenin Brazilië en het is de meest soortenrijke savanne ter wereld. Het gebied strekt zich uit over twee miljoen km² en over elf deelstaten. Bovendien is de Cerrado het centrum van het hydrologisch systeem van Brazilië. Om ecologische, sociale en economische problemen te vermijden, mogen de bronnen en de rivieren die hier ontspringen niet uitdrogen. De ontbossing van het Amazonewoud neemt lichtjes af, maar in de Cerrado wordt jaarlijks 30.000 km² vernietigd. De ontbossing gaat daar twee tot drie keer zo snel als in het Amazonegebied.
“Ik ben benaderd door Brazilianen omdat ze het probleem van de Cerrado willen bekendmaken. Daarom organiseren we in Mundo B een fototentoonstelling van João Caetano. Deze Braziliaanse fotograaf maakte beelden van het nog intacte Cerradogebied. Dit ecosysteem is zeer vruchtbaar, zolang er bomen groeien, net zoals het regenwoud. Maar als grote delen gekapt worden voor suikerriet, soja of veeteelt wordt de grond droog en onvruchtbaar. Na drie tot vier jaar treedt woestijnvorming op. De Cerrado moet dringend beschermd worden om het ecosysteem te behouden. Het Amazonegebied is als sinds 1988 beschermd als Patrimônio Nacional, maar dat is niet het geval voor de Cerrado.”
Evenwicht tussen landbouw en bosbehoud
Toch kunnen we ook zonder de ontbossing tegelijk voedsel produceren.
“Er zijn al heel wat projecten met agroforestry in de Amazone. Dat is een duurzame combinatie van land- en bosbouw. Wervel promoot dit systeem in Vlaanderen, maar in vele culturen is dit een eeuwenoude traditie zoals in Brazilië en Indonesië, maar ook de Maya's in Guatemala organiseerden hun landbouw op deze manier. Agroforestry schept veel meer werkgelegenheid en de opbrengst is veel groter. Bovendien blijft het bos behouden.”
Het inperken van de ontbossing is niet alleen belangrijk voor het behouden van de biodiversiteit. “De CO2 in de lucht stijgt enorm bij de kap van één hectare bos”, zegt Vankrunkelsven. “Brazilië is een van de grootste exporteurs van soja. Dit gewas is erg in trek voor de productie van veevoeder en biodiesel. Die stoten bij de verbranding minder CO2 uit dan fossiele brandstoffen. Maar dit is geen compensatie voor de CO2-uitstoot die vrijkomt bij het afbranden van delen van het Amazonewoud of van de Cerrado. Door agroforestry wordt CO2 vastgehouden in de bomen en dat lijkt mij een betere oplossing.”
Reductie van de CO2-uitstoot
Brazilië stelde zich tijdens de VN-Klimaattop in Kopenhagen voor als een sterke voorstander van de reductie van CO2-uitstoot. Maar pakken ze dat goed aan?
“Brazilië laat illegaal grote stukken bos kappen om er nadien eucalypus en pinus (Amerikaanse den) aan te planten”, zegt Vankrunkelsven. “Eén van de redenen daarvoor is dat ze meer CO2 opnemen, dan een oerbos. Het nadeel is dat deze pinus- eucalyptusplantages de omgeving en de biodiversiteit vernietigen, omdat ze bijvoorbeeld bespoten worden met pesticiden."
"Zonder chemische middelen is het moeilijk om deze plantages in leven te houden. En dankzij het Kyoto-akkoord krijgen de mensen geld om dit aan te planten, dat is de wereld op zijn kop. De Braziliaanse regering pakt hiermee uit en iedereen denkt dat ze zich inspannen om de klimaatopwarming tegen te gaan. Maar jaarlijks worden er in het Amazonegebied alleen al 220.000 vuren aangestoken om te ontbossen en om de kap van rietsuiker te vergemakkelijken."
"Van rietsuiker kan ethanol gemaakt worden. Dat stoot eveneens minder CO2 uit bij de verbranding dan fossiele brandstoffen. Maar vooraleer de plant wordt geoogst, jagen de arbeiders een vuur door de plantage zodat ze zich minder zouden snijden. Deze techniek is al vier eeuwen in gebruik en ik snap dat de slavenarbeid op deze manier draaglijker werd. Het aanplanten van suikerriet is een sociaal, maar ook een ecologisch probleem.”









