Reeds acht jaar is DeWereldMorgen.be de alternatieve en kritische stem in de Vlaamse media.

Wij zijn volledig gratis en reclamevrij.

Maar dat kan enkel via uw steun.

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

Minister Pascal Smet reageert op opinie van Johan Leman

De redactie van DeWereldMorgen.be ontving een reactie van Vlaams minister van Onderwijs, Pascal Smet (SP.A), waarin hij reageert op de uitlatingen van Johan Leman over het onderwijs in Brussel.
vrijdag 26 maart 2010

Geachte heer Leman,

Het pleziert me dat u een bijdrage wenst te leveren aan het onderwijsdebat in Brussel. Het ontgoochelt me dat die bijdrage uiteindelijk niet meer blijkt te zijn dan een pleidooi pro domo, voor de biculturele onderwijsprojecten van Foyer.

Dat  u uw bijdrage begint met een opsomming van argumenten van twee politici, om vervolgens alleen in te gaan op de argumenten van één van de twee, lijkt het alsof u partij kiest. Al lijken uw voorbeelden net mijn stellingen te bevestigen. Ik houd graag het debat levendig, en eerlijk.

Ten eerste is er geen debat tussen Sven Gatz en mezelf. Een debat heb je maar als je samen over een probleem praat, niet als de ene over de andere praat in plaats van over het probleem.

In uw opsomming lees ik bij Sven Gatz immers geen enkel argument dat uitgaat van het belang van het kind. Geen enkel. Ik lees argumenten voor een marktaandeel, en onderwijs is voor mij geen markt. Ik lees wel leugens.

Dat ik ons onderwijs wil beperken tot stamboomvlamingen, bijvoorbeeld, terwijl ik net de voorrang van 30 procent voor GOK-kinderen blijf verdedigen, naast de 100 procent zekerheid voor Nederlandstalige ouders.  Dat ik de migranten het recht ontzeg op sociale mobiliteit, terwijl migrantenouders net hetzelfde willen als Nederlandstalige ouders: een goede mix, net omwille van hun sociale mobiliteit. Waar denkt Gatz dat migrantenouders van de middenklasse hun kinderen naar school willen sturen?

Ten tweede is het me niet duidelijk waarom uw ervaringen in tegenspraak zouden zijn met die van mij. Is het bicultureel onderwijs niet net gebaseerd op het feit dat kinderen best een aantal uren taakvakken krijgen in hun thuistaal, en dat je daar een minimum aantal voor nodig hebt?

U organiseert toch ook geen biculturele projecten Spaans in scholen waar geen kinderen zitten die thuis Spaans spreken? Als uw uitgangspunt is, en ik citeer Hilde De Smedt, “dat het identificatieproces niet positief kan verlopen als je de kinderen in een minderwaardige positie zet door ze te laten werken in een taal die de hunne niet is, en dat ze een leerachterstand oplopen als ze uitsluitend in het Nederlands les krijgen”, moet ik daar dan een pleidooi in lezen tégen de rest van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel?

Als ik zo’n uitspraak zou doen, zou Sven Gatz die namelijk meteen vertalen als een oproep om alle, behalve de negen niet-biculturele scholen te sluiten. Is dat een eerlijk debat? Is het ook niet zo dat, als u enig bevredigend resultaat haalt, dat dat ook komt door de sociale achtergrond van jullie doelgroepen, en door het feit dat de projecten ingebed zitten in scholen waar wel nog een goede taalmix is?

Doordat jullie per project met één nationaliteit werken? Is het een toeval dat zeven van de negen biculturele projecten zich richten naar Europese thuistalen, en naar groepen met een christelijke achtergrond? Dat het Turks project een Armeens-christelijk doelpubliek heeft, terwijl de meerderheid van de Turken moslim is? En dat het ene Marokkaanse project een Arabisch project is, terwijl de meerderheid van de Marokkaanse Brusselaars Berbers zijn? Het zijn keuzes, en, wat mij betreft, terechte keuzes. Maar keuzes die aangeven dat bicultureel onderwijs niet in alle contexten en voor alle kinderen werkt.

Ik wil dat kinderen in Brussel de best mogelijke kansen krijgen. Dat wil u voor uw kinderen in de biculturele projecten ook. U zorgt daarbij voor een context en een omgeving waarbij de slaagkansen van die kinderen en van uw onderwijsproject het grootst zijn. Ik probeer hetzelfde te doen voor het hele Nederlandstalige onderwijs. Onder andere door ruimte te geven aan projecten zoals het uwe. In het belang van de Brusselse kinderen.

Ik wil elk debat voeren, en luisteren naar alle argumenten, ook van tegenstanders. Het mag er daarbij zelfs wat ruig aan toegaan. Als er maar fairplay is, en als een meningsverschil maar eindigt in een sportieve handdruk, en niet in een politieke kopstoot.

Pascal Smet

Vlaams minister van Onderwijs

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

3 reacties

  • door Dirkx Danièle op zaterdag 27 maart 2010

    Uw debatten over het Nederlandstalig onderwijs in Brussel kosten u alleen maar veel moeite en hopelijk voor u dan, veel politiek gewin. U denkt beiden als vragende partij NIET aan de Brusselse jeugd, want dan zou u ook niet toestaan dat er op die manier aan Brusselse noch aan Belgische kinderen in het algemeen zou gesleurd worden. Het ganse land is opgesplitst in entiteiten, waar een minister van Onderwijs voor elke talengemeenschap geen beterschap in kan brengen, meneer Smet. Ik heb zelf in het Nederlandstalige Brusselse onderwijs schoolgelopen alwaar de haat voor onze landgenoten van ander pluimage stilaan gedistilleerd werd door een aantal van onze leerkrachten. Mijn broers gingen naar een gerenommeerd college waar 'Vlamingen' gevormd werden voor de grote strijd. Gelukkig heeft die conditionering soms het omgekeerde effect en zijn sommigen zich meer en meer bewust van de haatcampagne die de pers en de politiek op ons blijven afvuren. U koopt ouders om om hun kinderen naar Nederlandstalige scholen te sturen en als de Franstalige bourgeoisie, die inziet dat ze nu beter Engels en Nederlands aan haar kinderen doet studeren, uw scholen uitkiest, dan schreeuwt u moord en brand. Ach, wat een kleingeestige houding. Onderwijs heeft ruimte nodig, adem, inventiviteit en met uw benepen debatjes maakt u er een circus van. Ik ben zelf leerkracht in een Nederlandstalige school (makkelijk op te zoeken) en in de eliteklassen waaraan ik les geef, is er duidelijk een evolutie waar te nemen wat betreft identiteit en waardigheidsgevoel. Arme kinderen die niet goed meer weten waar hun toekomst ligt! Dàt is belangrijk, dàt heeft met de toekomst van deze jonge mensen te maken, redt ze van de publiciteit, van de multinationals die hen tot een object maken, open hun horizon, maak er weer mensen van die kritisch kunnen redeneren en schoonheid kunnen waarderen. Leerkrachten die dat kunnen doorgeven aan jonge mensen worden schaarser, hou dat in het oog, beste politici, en zorg ervoor dat jonge Belgen open staan en de wereld bekijken als één grote uitdaging! En nu zal u me zeggen, wat heeft dat te maken met onze polyculturele projecten in Brussel? Geef onderwijs in het ganse land meer centen en splits klassen op in plaats van duidelijk te kiezen voor nog meer geharrewar, klassen van maximum 15 leerlingen met een aanbod van een stevige basis aan technieken en kennis, én met verschillende talen, dat is toch prachtig! Al de functioneringsmiddelen kunnen best aan de essentie gewijd worden. Als talenleerkracht kan je de leerlingen van je klas, of ze nu uit Turkije, uit Oeganda of uit China komen, verwelkomen en hen een basispakket aanbieden in de drie landstalen, met Engels erbij. Waarom zou een Spaanstalige eerst geen Frans mogen leren, in een stad waar zoveel talen gesproken worden, dient de school de spiegel van de maatschappij te zijn en niet het privédomein van een kleine gemeenschap (hoeveel % Nederlandstaligen in Brussel?) die (omdat ze nog steeds meer geld heeft dan de andere gemeenschap) probeert haar kiezersbestand uit te breiden. Wat een gehakketak! Jonge mensen hebben hoop nodig, openheid en blijheid, én gezonde leerkrachten die je niet moet platslaan met allerhande administratieve rompslomp die het merendeel van hun tijd en energie opslorpt. Veel succes nog als onderwijsminister, en neem eens contact op met de échte basis, de leerlingen, u zal versteld staan hoe wantrouwend zij staan als het over onderwijs gaat.

  • door betty lathouwers op maandag 29 maart 2010

    ipv uw energie in brussel te stoppen zou u beter beter wat meer en dieper nadenken over al die items ( coaching van beginnende leerkrachten/GOK) die van levensbelang zijn voor bepaalde soorten onderwijs en de eraan vasthangende leerlingenpopulatie ( buso/bulo) en die u gaat afschaffen met één pennentrek items waaraan jarenlang met volle overgave EN ervaring gewerkt werd door collega's uit het veld. kennelijk is het voor een minister niet belangrijk om te weten wat er zich in het ware onderwijsveld afspeelt, maar u zich liever in de kijker werkt door even mee in een tuinbouwafdeling de vest uit te trekken en wat putjes te graven. kom eens een paar weken rondlopen in de scholen van de seefhoek , daar hoeft u uw vest niet uit te trekken want dat zullen de leerlingen wel in uw plaats doen als zij dat nodig vinden. het is daar waar u met de ware problemen van de grootstad zoals kansarmoede illegaliteit enz. geconfronteerd wordt en niet in een of ander "pralineschooltje" in een landelijke gemeente!!!! als u dat zou doen dan getuigt u van enige moed, nu is u in onze ogen een etalagepopministertje met weinig moed en deskundigheid in zijn mars... maar gaat u zich maar verder promoten in brussel, dat zal van pas komen op uw verkiezingspalmares. betty lathouwers ( 40 jaar leerkracht in het buso OV3) in de SEEFHOEK

  • door Johan Leman op maandag 29 maart 2010

    Misschien toch even preciseren wat de aanwezigheid van GOK kinderen betreft in de biculturele onderwijsprojecten te Brussel… Bij gelegenheid van een doorlichting door de inspectie is het volgende gebleken. We citeren uit het inspectieverslag van de inspectie (doorlichting):

    “De biculturele scholen maken geen afzonderlijke berekeningen voor wat betreft het aantal GOK-leerlingen binnen OETC. Foyer heeft dit in 2007-2008 zelf nagegaan en komt dan op 64% van de OETC-kleuters en 68% van de OETC-leerlingen (lager) die binnen de GOK criteria vallen.

    Voor de twee Turkse projecten ligt dit percentage tussen de 95 en 100%. In één van deze scholen geldt dit voor bijna de hele schoolpopulatie, in de andere school is er toch een beperkte groep kinderen uit een ‘sterkere’ sociale context.

    In één van de Spaanstalige projecten ligt het percentage OETC-leerlingen die aan de GOK-criteria voldoen op 45% en dit is hoger dan de algemene GOK-aanwezigheid in de school. In het andere Spaanstalige project ligt dit percentage rond de 80% GOK wat overeenstemt met de rest van de schoolpopulatie.

    In de Italiaanse projecten ligt dit rond de 40% in de ene school en slechts een 15% in de andere, telkens in de lijn van de school.”

    In zijn geheel genomen wijst dit toch op een vrij sterke aanwezigheid van GOK kinderen.

    Op andere aspecten kom ik misschien later nog eens terug. Maar wat ik ondertussen niet loochen, is dat Brussel van een vrij complexe taalkundige en sociale situatie getuigt. Johan Leman

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties