Reeds acht jaar is DeWereldMorgen.be de alternatieve en kritische stem in de Vlaamse media.

Wij zijn volledig gratis en reclamevrij.

Maar dat kan enkel via uw steun.

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

Foyer stapt in debat tussen Pascal Smet en Sven Gatz

Er ontspint zich momenteel een debat tussen Pascal Smet (SP.A) en Sven Gatz (Open VLD) over de plaats en het functioneren van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Graag dragen we hier een steentje aan bij.
donderdag 25 maart 2010

Eerst brengen we de redenering van Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, en de feiten waarop hij zijn argumentatie steunt (bron: De Standaard, 25 maart 2010):

1. “Voor elk Nederlandstalig kind vangt ons onderwijs twee tot vier niet-Nederlandstalige kinderen op, waarvan de meerderheid thuis Frans spreekt met een van beide ouders.”

2. “Waar zijn de (socio)linguïsten en pedagogen die niet vinden dat een kind meer kansen heeft als de onderwijstaal ook een thuistaal is?”

3. “De schoolse achterstand is voor taalgemengde en anderstalige kinderen drie tot vier keer zo groot als voor Nederlandstalige kinderen. Tot 40 procent van de Brusselse jongeren verlaat ons Nederlandstalig onderwijs voor het einde van het secundair. Driekwart van hen haalt nooit een diploma.”

Aansluitend volgt nu de redenering van Sven Gatz (bron: De Morgen, maart 2010):

Een eerste deel betreft de uitoefening van de bevoegdheid van Pascal Smet als minister voor Brusselse Aangelegenheden:

1. “in 1999 stelde de Vlaamse regering in haar regeerakkoord een Brusselnorm voor. (…) Voortaan zou de Vlaamse Gemeenschap niet enkel de Brusselse Vlaming pur sang maar een derde van de Brusselse bevolking tot doelgroep nemen.”

2. “De minimumnorm van een derde (nl. de Brusselnorm) ligt nog een heel stuk boven de (…) vijfde doelstelling waarvan de huidige minister voor Brusselse Aangelegenheden en Onderwijs nu al zegt dat die niet aan de orde is.” (Om te verduidelijken: er is een deal in Brussel waarbij de Vlamingen de facto meestal 20 procent van de in te zetten middelen voor hun rekening nemen, zowel ten goede als ten kwade, jl).

3. “Een Vlaams minister van Brusselse Aangelegenheden wordt geacht erop toe te zien dat zijn collega’s de ook in dit regeerakkoord herhaalde éénderdenorm toepassen. Door in zijn eigen bevoegdheid de lat ostentatief veel lager te leggen, begeeft hij zich op glad ijs en geeft hij elk argument uit handen om nog in te grijpen als ook zijn collega’s hun afspraken voor Brussel niet nakomen.”

Een tweede deel betreft de uitoefening van de bevoegdheid van Pascal Smet over onderwijs:

1. “Het moet geleden zijn van de jaren zestig of zeventig van vorige eeuw (…) dat iemand met zo veel overtuiging stelde dat Vlaanderen zich enkel moet richten op de – trouwens nog altijd slinkende – groep van ‘stamboom-Vlamingen’.”

2. “Pascal Smet zegt eigenlijk aan een grote groep allochtonen: voor jullie is geen plaats meer in onze scholen.”

3. “Iedereen heeft recht op sociale mobiliteit”. Migranten ook.

Commentaar:

1. Ik wens me te beperken tot feiten en vaststellingen die ik zelf bij de werking van de Foyer in Brussel doe, en die in alle geval minstens zo goed bewezen en nagetrokken kunnen worden als om het even welke andere bewering die ik links of rechts hoor. (nvdr: De vzw Foyer werkt actief aan de integratie van allochtone bevolkingsgroepen.)

2. Binnen de biculturele onderwijsprojecten van de Foyer is het in alle geval niet zo, dat “de schoolse achterstand (…) drie tot vier keer zo groot (is) als voor Nederlandstalige kinderen.”

Het is evident niet zo (en vorig jaar hebben we op last van de toenmalige minister van Onderwijs nog een keiharde doorlichting moeten doorstaan die waarschijnlijk nooit ook maar één school in Vlaanderen heeft gehad), dat 40 procent van de Brusselse jongeren die de biculturele onderwijsprojecten doorlopen hebben, "voor het einde van het secundair onderwijs de school verlaten of dat drie kwart daarvan nooit een diploma haalt". Dit is bij de Foyer manifest niet het geval! Verre van! De scores liggen beduidend gunstiger.

3. In onze biculturele projecten is er ook een achterstand, zij het een beperkte, op het eind van het lager onderwijs, die door de meesten opgehaald wordt in de loop van de eerste jaren van het secundair onderwijs, door anderen niet. Maar die laatste categorie haakt niet af en zet door én vindt werk.

4. Als de situatie inderdaad is zoals minister Smet zegt (en we willen aannemen dat dit het geval is), dan begrijpen wij absoluut niet waarom Foyer indertijd niet aan de gesprekken mocht deelnemen over de toekomst van het Nederlandstalig onderwijs te Brussel.

We begrijpen ook absoluut niet waarom de Roemeense gemeenschap na hun vraag voor bicultureel onderwijs doorverwezen werd naar de Franse Gemeenschap en we zelfs niet even gecontacteerd werden.

Als ik het goed begrijp, heeft men toentertijd op het kabinet Onderwijs, ook al was men goed op de hoogte van de cijfers, willens en wetens de benadering uitgesloten die Foyer had voorgesteld (om welke vooroordelen dan ook), terwijl daar beduidend betere cijfers lagen dan diegene die de minister nu voor geheel Brussel publiek maakt. Onnodig te zeggen dat dit een gevoel van groot onbehagen wekt. Professioneel is dit niet correct. Hopelijk trekt de minister dit recht.

5. Ondertussen blijven natuurlijk wel de vragen overeind die Sven Gatz stelt aan de minister in zijn hoedanigheid van verantwoordelijke voor Brusselse Aangelegenheden.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.