Volgens de woordvoerder van het activistennetwerk Haiti Action Committee, zijn grote westerse spelers als de Verenigde Staten meer geïnteresseerd in het verdedigen van hun eigen geopolitieke belangen in Haïti dan in het daadwerkelijk helpen van dit zwaargetroffen Caraïbische eiland. Een interview met Robert Roth.
Haïti is bijna compleet verdwenen van de voorpagina's. Je staat in nauw contact met een aantal Haïtiaanse grassroots-organisaties via het Haiti Action Committee. Kun je de situatie daar op dit moment schetsen?
Robert Roth: De situatie is rampzalig. Ongeveer 230.000 mensen zijn overleden en drie miljoen Haïtianen zijn nog steeds dakloos. Honderdduizenden hebben totaal geen beschutting en slapen letterlijk in de open lucht. Onder lakens, niet in tenten. In vele regio's is er geen water en zijn er geen tenten, en geen gezondheidsvoorzieningen.
Een tot twee miljoen mensen zitten in vluchtelingenkampen die nu overal opduiken in en rond Port-au-Prince. Deze kampen zijn opgezet door internationale hulporganisaties. Maar ze zijn in zeer slechte staat. Het tekort aan behuizing is werkelijk verbazingwekkend. We krijgen veel verzoeken binnen uit de armste gemeenschappen om financiële ondersteuning voor tenten.
Bovendien is het regenseizoen in aantocht. Er is een ernstig gevaar voor de verspreiding van tyfus, mazelen en dysenterie. De gevolgen darvan zullen waarschijnlijk ernstiger zijn dan de ramp zelf. De situatie was en is werkelijk crimineel.
Hoe kan de situatie zo ernstig zijn, rekening houdend met honderden internationale hulporganisaties die actief zijn in Haïti?
Het volledige bedrag van de financiële hulp die via hulporganisaties is binnengekomen, bedraagt om en bij de één miljard dollar. Haïti wordt werkelijk overspoeld met hulporganisaties en toch zijn er maar zeer weinig hulpgoederen verdeeld. De meeste goederen staan op de luchthaven en in grote loodsen. Mensen die van onder het puin zijn gehaald door Haïtianen kregen dagenlang nauwelijks medische hulp omdat die niet efficiënt werd verdeeld.
Uiteraard is er een onderscheid tussen hulporganisaties. Twee groepen zijn zeer consistent geweest bij de verdeling van hulpgoederen: Partners in Health en Artsen Zonder Grenzen. Aan de andere kant zien we dat het Rode Kruis bijna geheel onzichtbaar is in de armste gemeenschappen van Haïti.
Er zijn protesten geweest die gericht waren tegen de opslagplaatsen en kantoren van het Rode Kruis. Daarbij werd geëist dat de hulpgoederen onmiddellijk zouden worden verdeeld. Het gebrek aan efficiëntie van vele hulporganisaties is verbazingwekkend. Maar als een land op deze manier wordt bezet en als de grassroots-groepen steevast worden gemarginaliseerd, zal de hulp ook gewoon niet terechtkomen bij wie het meest te lijden heeft.
Wat is de rol van de Verenigde Naties en van de Verenigde Staten bij de huidige catastrofe?
De VN en de VS zien hun rol in de eerste plaats vanuit een veiligheidsconcept. De hulp is militair van aard, niet echt gericht op wat de getroffen gemeenschappen nodig hebben. Het Amerikaanse leger heeft 11.000 soldaten in Haïti, de VN 9.000 blauwhelmen. De 6.000 VN-soldaten, die sinds de staatsgreep van 2004 tegen de democratisch verkozen president Aristide in Haïti zijn, vormen een repressieve kracht. Een bezettingsleger, zeg maar. In de nasleep van de aardbeving patrouilleerden de VS en de VN vooral in Haïti. Ze begonnen weliswaar met het uitdelen van voedsel, tenten en medicijnen. Maar dit is beperkter gebleven dan verwacht. Er zijn getuigenissen van gemeenschappen waar militaire voertuigen gewoon voorbij reden zonder hulp te bieden.
De Amerikaans-Haïtiaanse activiste Marguerite Laurent suggereerde op haar blog dat humanitaire hulp werd geblokkeerd ten voordele van de toestroom van militair materieel. Dit gebeurde nadat de VS de luchthaven van Port-au-Prince had overgenomen. Was dat het belangrijkste gevolg van de militarisering van de noodhulp door de VS en door andere landen zoals Canada en Japan, die ook honderden soldaten stuurden?
De militarisering van de noodhulp zorgde inderdaad voor een vertraging bij de bedeling van voedsel, water en vooral medische hulp. De eerste dagen na de aardbeving zijn vijf transportvliegtuigen van Artsen Zonder Grenzen omgeleid naar de Dominicaanse Republiek. Partners in Health schat dat elke dag dat de hulp werd vertraagd 20.000 mensen extra stierven.
Is het gebrek aan veiligheid in Haïti een verklaring voor de nadruk op het sturen van troepen? Sommige media berichtten na de aardbeving over de onveiligheid, de verkrachtingen, de gewelduitbarstingen terwijl de buitenlandse hulpbedeling werd opgezet.
Het beeld van onveiligheid dat werd opgehangen in de media is geenszins correct. Er zijn in elk land na zo een ramp bepaalde veiligheidsproblemen. Maar opmerkelijk is de discipline, de geweldloosheid en de creativiteit die de Haïtianen ten toon spreiden na deze catastrofe. Zelfs na dagen en dagen, waarin geen hulp werd geboden, konden de VS en de VN geen belangrijke veiligheidsproblemen melden.
Als Haïti niet zo onveilig is als de media suggereren, hoe verklaar je dan het militaire antwoord van de VS?
De reactie van de VS was vooral ingegeven door een eventuele politieke revolte van het volk. De Haïtianen hebben een zeer goed ontwikkeld politiek bewustzijn en zijn moeilijk klein te krijgen. Na de staatsgreep van 2004 zijn duizenden mensen vermoord en duizenden gevangengezet zonder aanklacht. Elk lid van het Lavalas-bestuur – van topminister tot lokale mandataris – werd aan de kant geschoven. (Nvdr: Fanmi Lavalas is een populaire progressieve partij rond de figuur van de verbannen voormalige president Jean-Bertrand Aristide). Anderen gingen in gedwongen ballingschap.
Maar zelfs dan bleven de grassroots-organisaties overeind. Vakbonden protesteerden tegen de gasprijzen en tegen de privatisering van de telefoonmaatschappij. Er werden demonstraties gehouden die de terugkeer eisten van Aristide. Recent nog was er een zeer succesvolle verkiezingsboycot omdat de Haïtiaanse regering Lavalas het recht ontzegde eraan deel te nemen, ondanks het feit dat Lavalas al jaren de populairste politieke partij van Haïti is.
De VS is gewoon niet gerust over de volkse bewegingen in Haïti. Dit blijkt ook uit de verbanning van Aristide. Terwijl de regering-Obama een beroep deed op de voormalige presidenten Bill Clinton en Georges W. Bush - die laatste was verantwoordelijk voor de staatsgreep van 2004 - om de hulpactie in goede banen te leiden, verzette Obama zich tegen de terugkeer van de voormalige president Aristide toen die als privépersoon wou terugkomen om mee te helpen aan de wederopbouw.
Er moeten toch nog andere redenen zijn die militarisering van de noodhulp te rechtvaardigen?
Er zijn zeer duidelijk geopolitieke en economische belangen in Haïti, vooral voor de VS. Er is een lange geschiedenis van Amerikaanse interventies in de regio, inclusief de directe Amerikaanse bezetting tussen 1915 en 1934. Deze bezetting creëerde het Haïtiaanse leger en leidde uiteindelijk tot de dictatuur van de Duvaliers. Ook Aristide werd in 1991 een eerste keer omvergeworpen door de Amerikanen en opnieuw in 2004.
De VS is duidelijk gekant tegen het sociale programma van Lavalas en tegen het voorbeeld dat dit zou stellen in de Caraïben. Daarnaast is Haïti ook strategisch gelegen, dicht bij Cuba en Venezuela. Tevens is Haïti rijk aan grondstoffen: marmer, uranium, iridium en olie. Grote bedrijven, zoals Royal Caribbean Lines, bouwen een toeristisch centrum in het noorden. Dat is van groot belang voor de toeristische industrie in de hele regio.
Haïti wordt eveneens gezien als een bron van goedkope arbeid. Het land heeft een lange traditie van textielindustrie. Cherokee, Walmart, Disney en Major Legue Baseball hadden allemaal productievestigingen in Haïti. Als het Amerikaanse plan voor Haïti wordt geïmplementeerd, zal het aantal sweatshops in Port-au-Prince zonder twijfel toenemen.
Naomi Klein suggereerde dat 'rampenkapitalisme' toeslaat in Haïti. Ben je het daar mee eens?
Zeker. Dit is rampenkapitalisme op steroïden. Ten eerste had je een aardbeving die de infrastructuur vernielde van een land dat al lang tot de armste landen op deze wereld behoort. Ten tweede zijn er meer dan 20.000 soldaten en is er een geweldige hoeveelheid geld dat daarrond circuleert. Daarenboven heb je de Haïtiaanse regering die zich zeer passief gedraagt. Dat is een perfecte basis voor rampenkapitalisme.
De conferenties over de wederopbouw in Montreal en Miami lopen volgens de krijtlijnen die de machtigste deelnemers uitzetten: de VS, Canada, de Wereldbank, de Clinton Foundation, het IMF, grote bedrijven zoals Royal Caribbean Lines en de Soros Foundation. Haïti is een wit blad voor hen. It is going be a feeding frenzy soon.
De Haïtiaanse regering heeft die conferenties toch ook bijgewoond. Wat is haar rol in de huidige crisis?
Zeer opvallend in deze crisis is de onzichtbaarheid van de regering. Daar zijn twee redenen voor.
Ten eerste lijkt de regering alle banden met het Haïtiaanse volk kwijt te zijn. President Preval heeft sinds zijn verkiezing in 2006 vooral voor teleurstelling gezorgd. Hij was echt de marionet van de VN-bezettingsmacht.
Ten tweede heeft de Haïtiaanse regering de voorbije jaren niet de hulp gekregen die ze nodig had, zeker niet van het officiële Amerikaanse hulpagentschap USAID. En dat is vandaag nog steeds zo. De regering krijgt letterlijk maar één cent in handen voor elke dollar die door de hulpindustrie wordt besteed. Dat zorgt voor een afhankelijkheid van internationale hulporganisaties. Als dan een crisis van een dergelijke omvang toeslaat, heeft de regering geen adequate middelen om daarop te reageren en dan nemen de hulporganisaties het roer over.
De onzichtbaarheid en inschikkelijkheid van de Haïtiaanse regering zijn het beste bewijs dat de VS, de VN en de NGO's het land hebben overgenomen.
Als de hulporganisaties niet efficiënt te werk gaan, wie heeft dan de hulp aan de basis verstrekt?
Wat we zien in Haïti is dat lokale gemeenschappen zichzelf behelpen. Toch wordt er een beeld opgehangen van Haïtianen die niet van aanpakken weten en die bovendien gewelddadig zijn. Dit is echter niet de waarheid. Haïti is op grassroots-niveau zeer goed georganiseerd.
Er zijn buurtcomités actief in elke arme wijk, die onder meer de protesten organiseerden om de hulpbedeling af te dwingen. Ze hebben ook contacten gelegd met internationale organisaties die ze kunnen vertrouwen. Zij zijn het die vooral begonnen zijn met de verdeling van hulpgoederen in hun lokale gemeenschappen, niet de internationale hulporganisaties.
Een organisatie die een zeer belangrijke rol speelt, is de Aristide Foundation, die hulpprogramma's opzet, vooral in de vluchtelingenkampen. Ze heeft ook mobiele scholen opgericht, hospitaaltjes en een grote kliniek. Partners in Health heeft ook belangrijke steun geboden. En onze organisatie ondersteunt gemeenschapsprojecten die geen geld krijgen van de grote hulporganisaties.
Volgens Marguerite Laurent, in het nieuwste nummer van het Amerikaanse tijdschrift The Progressive, werden de meeste slachtoffers door Haïtianen zelf gered. Zij moesten 'wanhopig met hun blote handen in het puin graven en verbrijzelde stukken beton verslepen'. Zijn de eerste reddingsacties werkelijk op die manier gebeurd?
Laurent heeft gelijk. De voorzitter van het Haïti Emergency Relief Fund bijvoorbeeld was in Haïti met zijn gezin toen de aardbeving toesloeg. Hij zag met eigen ogen hoe Haïtianen dag en nacht aan het werk waren om familie en vrienden te redden. Dat is zowat het verhaal van Haïti: Haïtianen die zichzelf redden en elkaar verzorgen en onderdak verlenen. Ze moesten wachten op hulp die nooit kwam. Daarom stierven onnodig veel mensen.
Desondanks kan Haïti de heropbouw niet aanpakken zonder externe hulp. De Haïtiaanse diaspora zal zoals gewoonlijk jaarlijks een miljard dollar naar haar vaderland sturen. Welke rol kunnen de internationale hulporganisaties spelen? Wie moeten we steunen als we Haïti willen helpen?
Je kan niet spreken over rampenkapitalisme en dan doneren aan de grote NGO's. Van de giften voor het Rode Kruis bijvoorbeeld, gaat er maar een deel naar Haïti. Je geeft dus geld aan een systeem dat niet is gemaakt om de Haïtianen de kans te geven zelf hun lot in handen te nemen.
Wie een democratisch Haïti wil, en vertrouwen heeft in het Haïtiaanse volk, moet dus op zoek gaan naar groepen die dicht bij de basisbewegingen staan en er intensief mee samenwerken.



