Het ingestorte Rana Plaza-gebouw in Dhaka in Bangladesh in 2013. Bron: Flickr
Nieuws, Economie, Samenleving, Politiek - IPS

“Kledingmerken werken nog steeds misbruiken in lageloonlanden in de hand”

Grote kledingmerken werken nog steeds misbruiken in de fabrieken in lageloonlanden in de hand. Dat stelt Human Rights Watch in een rapport met getuigenissen. Dat verschijnt naar aanleiding van de zesde verjaardag van de Rana Plaza-ramp in Bangladesh.

woensdag 24 april 2019 12:58

“Ik haat de gevangenissfeer op de werkplek, het verbod om naar de wc te gaan, het verbod om op te staan om water te drinken, het verbod om op te staan tijdens de werkuren”, zegt Fawzia Khan, een 24-jarige arbeidster in een fabriek in Pakistan, in het rapport. “En dat ene uur dat we zogezegd mogen pauzeren elk dag, is maar een half uur in de praktijk. Ik kan me de laatste keer dat ik een volledige pauze van een uur kreeg niet herinneren.”

“Het is goedkoper voor mij om werknemers te laten overwerken en de leveringsdatum te proberen te halen dan de levering te moeten uitstellen en zelf voor de vluchtkosten te moeten opdraaien”, zegt een manager van een groep kledingfabrieken in China, Zuidoost-Azië en Zuid-Azië die aan een twintigtal internationale kledingmerken levert.

Overwerk

“Er is geen prijsonderhandeling”, zegt een leverancier uit Pakistan. “Er zijn gewoon te veel opties [andere leveranciers] voor hen. Het is voor hen alsof ze eieren kopen.”

“Als een merk zegt dat ze 150.000 stuks gaan bestellen en dan uiteindelijk 250.000 stuks bestelt, dan krijg je overwerk of uitbesteding”, zegt een Amerikaanse sourcing-expert met meer dan 30 jaar ervaring in de sector (bij het sourcen van producten bekijkt men waar en hoe de producten kunnen worden gefabriceerd.) Het zijn maar enkele citaten uit het 66 pagina’s tellende rapport Paying for a Bus Ticket and Expecting to Fly dat mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch naar aanleiding van de zesde verjaardag van de Rana Plaza-ramp publiceert.

Rana Plaza

Vandaag is het precies zes jaar geleden dat het Rana Plaza-gebouw in het Dhaka in Bangladesh instortte. Daarbij kwamen 1.138 arbeiders om het leven en raakten er meer dan 2.000 gewond. In het Rana Plaza bevonden zich meerdere textielfabrieken, waar ongeveer 5.000 mensen werkten.

Volgens Human Rights Watch is de druk van grote internationale kledingmerken om tijd en kosten te besparen nog steeds van dien aard dat ze misbruiken in de lageloonlanden in de hand werken. Enerzijds doen de merken inspanningen om de arbeidsomstandigheden te verbeteren, anderzijds “ondergraven ze hun inspanningen door de niet aflatende druk op leveranciers om prijzen te verlagen of sneller te produceren”, stelt Human Rights Watch.

Buskaartje

“Veel leveranciers reageren op die druk met verkeerde kostenbesparende methoden die werknemers benadelen. Een fabriekseigenaar vatte het probleem goed samen: hij zei dat merken ‘betalen voor een buskaartje en verwachten te vliegen’.”

De mensenrechtenorganisatie interviewde voor het rapport werknemers in Bangladesh, Cambodja, India, Myanmar en Pakistan, en ook leveranciers uit Zuid- en Zuidoost-Azië en experts uit de industrie. Kledingmerken laten hun producten meestal maken door een breed scala aan fabrieken in meerdere landen, die dan vaak nog eens met onderaannemers werken, zegt Human Rights Watch. “Dit maakt hun inspanningen om de omstandigheden in die fabrieken te volgen ontmoedigend en ingewikkeld.”

Verschillende kledingmerken weigeren hun fabrieken in kaart te brengen en openbaar te maken. “Een gebrek aan transparantie maakt het veel moeilijker voor monitoringgroepen om misbruiken te vinden die de merken zelf niet kunnen detecteren. En sommige merken gebruiken agenten om fabrieken voor hun producten te vinden, zonder te vragen wat de locaties, de arbeidsomstandigheden en de prijspraktijken zijn.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!