#YouthForClimate Klimaatstaking - week 6
Opinie - IPS

Klimaatbetogers gaan beter spaarzaam om met de beruchte “12 jaar-deadline”

Klimaatjongeren hebben alle recht om boos te zijn, maar doen dat beter met de juiste slogans, schrijft Myles Allan, hoogleraar geosysteemwetenschappen en medeauteur van het bewuste VN-klimaatrapport. Eerder dan een acute dreiging is de klimaatverandering een fundamenteel onrecht, net zoals de slavernij dat ooit was.

vrijdag 19 april 2019 15:05

Onlangs werd ik uitgenodigd om te gaan spreken voor klimaatspijbelaars in Oxford. Zoals veel andere wetenschappers steun ik hun acties, maar ik vind ze ook storend. En dat is natuurlijk ook wel de bedoeling, neem ik aan.

Kwaad

De betogende jongeren hebben absoluut gelijk om kwaad en bezorgd te zijn over de klimaatverandering, en ze hebben nood aan sterke beelden om de aandacht van de mensen te vatten. Maar sommige van die slogans zijn waarlijk angstwekkend: een collega vertelde me hoe haar elfjarige dochter huilend thuis kwam, omdat de menselijke beschaving niet lang genoeg zou bestaan voor haar om kinderen te krijgen.

Het probleem met kritiek op de slogans is echter dat, van zodra wetenschappers er kanttekeningen bij plaatsen, onze woorden misbruikt worden door een krimpende groep van usual suspects om het hele klimaatthema als larie weg te zetten.

Twaalf jaar

Als ik dus praat met spijbelende studenten, of jonge mensen in de Extinction Rebellion of andere groepen, of iedereen die ernstig wil begrijpen wat er gaande is, dan zou ik het volgende zeggen.

Mijn grootste bezorgdheid draait om de vaak herhaalde stelling van het VN-klimaatpanel (IPCC) “dat we twaalf jaar hebben” voor de wereld afglijdt naar een onomkeerbare klimaatchaos. Die slogans verduidelijken niet of de klimaatchaos over twaalf jaar start, dan wel of we twaalf jaar hebben om ze af te wenden. Maar beide versies zijn misleidend.

Ik was een van de hoofdauteurs die meeschreef aan het Special Report on Global Warming of 1.5°C van het VN-klimaatpanel, eind vorig jaar. Ik bracht toen verschillende dagen door met delegaties van regeringen uit de hele wereld om uit te leggen wat we wel en niet konden zeggen over dat niveau van klimaatverandering en hoe dicht we daarbij genaderd zijn.

Op basis van de definitie van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) over de gemiddelde wereldwijde oppervlaktetemperatuur en met de late negentiende eeuw als pre-industrieel niveau (jazeker, al die definities zijn van belang), zijn we nu net de 1 graden gepasseerd en blijven we opwarmen met meer dan 0,2 graden per decennium. Met die snelheid zouden we ergens rond 2040 uitkomen op 1,5 graden. 

1,5 graden in 2030?

Alleen: dat zijn niet meer dan onze beste schattingen. Mogelijk klokken we nu al af op 1,2 graden opwarming en gaan we door met 0,25 graden per decennium – dat blijft binnen de betrouwbaarheidsmarge van onze modellen. In dat geval bereiken we in 2030 al 1,5 graden: dus twaalf jaar na 2018. 

Maar een bijkomende kwart opwarming – min of meer wat we nu hebben meegemaakt sinds de jaren 1990 – zal voor de meerderheid van de jongeren van vandaag (de belastingbetalers van 2030) niet aanvoelen als armageddon. En wat zullen ze er dan van denken? 

Ik zeg de meerderheid, omdat er ongelukkige uitzonderingen zijn. Een van de meest hardnekkige mythen van de klimaatverandering is immers dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Mensen vragen me of ik ’s nachts wakker lig van het vooruitzicht van een opwarming met 5 graden. Maar ik denk niet dat we daar zelfs geraken. Ik lig veel meer wakker van de geopolitieke chaos die ontstaat als de onrechtvaardige gevolgen van de klimaatverandering zich manifesteren tijdens het traject van 2 naar 3 graden.

Zeg dus alsjeblief niet langer dat er wereldwijd iets vreselijks zal gebeuren in 2030.  Er gebeuren nu al heel wat erge dingen, en elke halve graad is van belang. Maar het VN-klimaatpanel trekt geen planetaire grens bij 1,5 graden Celsius, waarachter klimaatdraken op de loer liggen. 

Word boos, maar om de juiste redenen

Wat met de andere interpretatie van de slogan: dat we nog 12 jaar hebben om in actie te schieten? Ons rapport stelt, als we met een kans van 50 of 66 procent de klimaatverandering onder de 1,5 graden willen houden, we de uitstoot van broeikasgassen met de helft moeten terugdringen tegen 2030. 

Dat betekent allesbehalve dat we twaalf jaar hebben om in actie te schieten; wel dat we nu meteen in actie moeten komen, en dat we zelfs dan niet met zekerheid zullen slagen. 

En als we de uitstoot niet halveren tegen 2030, hebben we dan de strijd verloren en moeten we in overlevingsmodus gaan? Natuurlijk niet. Het VN-klimaatpanel is duidelijk dat we, zelfs als we de uitstoot zo snel mogelijk terugdraaien, de temperatuurstijging amper onder de 1,5 graden zullen kunnen houden. 

Maar elk jaar dat we die uitstoot niet terugschroeven, stoten we opnieuw 40 miljard ton CO2 uit waarvan we verwachten dat onze jongeren van vandaag ze later uit de atmosfeer zullen moeten halen, als ze warmwaterkoralen of het Noordpoolijs willen behouden.  

Schoonmaak

Als we ervan uitgaan dat mensen zich nog steeds willen voeden en niet de hele wereld willen opofferen voor biobrandstoffen, dan kost het filteren van CO2 uit de atmosfeer zo’n 170 tot 580 euro per ton, plus de kost van de permanente opslag. Die 40 miljard ton CO2 levert dus een flinke klimaatrekening van 9250 miljard euro per jaar op – veel minder dan wat de wereld momenteel uitgeeft aan energie. 

Dus dit is de discussie die de jonge klimaatactivisten met hun ouders zouden moeten voeren: bereken eerst wat de CO2-uitstoot van die ouders het laatste jaar was (er zijn verschillende calculators beschikbaar online, en het gemiddelde is zo’n zeven ton fossiele CO2 per persoon in Europa). Vermenigvuldig dat met zo’n 230 euro per ton en stel de ouders voor om het bekomen bedrag in een fonds te storten dat de kinderen kunnen gebruiken om de klimaatvervuiling op te ruimen in de jaren 2040.

Als de ouders antwoorden: “maak je geen zorgen, daar betalen we belastingen voor”, dan zouden de jongeren moeten vragen voor wie hun ouders laatst gestemd hebben en of de strijd tegen de klimaatverandering een rol van betekenis speelde in het programma van die partij. 

Slavernij

Word dus boos, maar word boos om de juiste redenen. Er had al veel eerder actie ondernomen moeten worden, zeker, maar vreemd genoeg blijft de klimaatverandering niet als een noodsituatie aanvoelen, ook al kunnen we nu zonnebaden in februari. De volwassen critici van de betogingen kibbelen liever over de schaal van de klimaatimpact (alsof ze het recht hebben te beslissen met welk klimaat jongeren zullen achterblijven) dan te praten over de rekening van de opkuis.

Eerder dan een acute noodsituatie is de klimaatverandering een etterend onrecht. Onze voorouders schaften de slavernij niet af met noodkreten en imaginaire deadlines of “aanvaardbare niveaus van slavernij”. Ze noemden het wat het was: een spectaculair winstgevende industrie, het fundament voor heel wat welvaart op dat moment, maar gebaseerd op een fundamenteel onrecht. 

Het is tijd om met de klimaatverandering hetzelfde te doen.

Myles Allen is hoogleraar Geosysteemwetenschappen aan het Environmental Change Institute van de Universiteit van Oxford. Hij werkte mee aan verschillende rapporten van het VN-klimaatpanel (IPCC).

Bron: The Conversation

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!