Reeds acht jaar is DeWereldMorgen.be de alternatieve en kritische stem in de Vlaamse media.

Wij zijn volledig gratis en reclamevrij.

Maar dat kan enkel via uw steun.

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Boekrecensie

Routeplanner 2.0 voor burgerbewegingen

De samenstellers van dit boek hebben titanenwerk verricht en ze deden dat bovendien op een gestileerde, zeer professionele manier. Sven Augusteyns zegt ergens dat Ringland een sterk merk is dat in de juiste stijl moet worden uitgedragen: positief, enthousiasmerend en fris van de lever. Welnu, de samenstellers - en ik vermeld dan uitdrukkelijk de vormgever Paul de Schutter - zijn er uitstekend in geslaagd om die stijl ook in het boek door te trekken.
woensdag 13 maart 2019

Met zijn sociologische argusblik volgt Luc Huyse al lang wat er in het Antwerpse Oosterweeldossier gebeurt. In zijn laatste boek ‘De democratie voorbij’ vermeldt hij uitdrukkelijk de problemen en de spanningen die zich toen voordeden tussen overheid en actiegroepen. Dat boek verscheen in 2014 en Ringland werd niet vermeld. Dat kon ook niet want die burgerbeweging moest toen nog beginnen.

Vandaag bestaat Ringland vijf jaar en kent iedereen, binnen en buiten Antwerpen, het bestaan ervan. Ook Luc Huyse natuurlijk want hij ligt aan de basis van dit boek. Hij pushte de samenstellers van het Ringlandboek om het verhaal van vijf jaar Ringland in beeld te brengen, want volgens hem heeft het als burgerplatform een voorbeeldig parcours afgelegd.

En dat mag geweten worden. Daarom ook schreef Luc Huyse als aanstoker de inleiding van dit boek en hij was niet krenterig met zijn waardering. ‘Vele actiegroepen, vele burgerbewegingen in Vlaanderen zijn op zoek naar een routeplanner, een draaiboek waarmee ze hun organisatie politieke invloed kunnen geven. Voor hen zijn de ervaringen van Ringland goud waard. Het is een zegen dat met dit boek de brede ontginning ervan mogelijk geworden is.’

All-in one boek

Voilà, na zo’n vleiende inleiding verwacht je heel wat en dit boek stelt niet teleur. Het is een uitstekende routeplanner 2.0 geworden en eigenlijk nog veel meer. Het is een all-in one boek: een fraai geheel, 232 pagina’s boordevol foto’s, interviews en achtergrondverhalen, ambachtelijk garengenaaid bijeengehouden. De jongens en meisjes van Ringland hebben stijl én sociale creativiteit en het is al lang geweten dat het hun sterktste wapens zijn.

Het Ringlandboek is een publicatie met twee heel belangrijke verhaallijnen: ten eerste de moeizame zoektocht die een stad als Antwerpen - en zo zijn er heel veel in de wereld - onderneemt om tegen 2030 een antwoord te kunnen bieden voor haar leefbaarheid op het vlak van mobiliteit, gezondheid en stadsontwikkeling. Maar ten tweede gaat het in deze ook over de zoektocht van een overheid en een alerte bevolking om samen de democratie uit te diepen, want – wees maar zeker – een volledig overkapte ring zal niet alleen het resultaat zijn van veel technische creativiteit, maar ook van een nieuwe manier van democratische besluitvorming.

Wie komt er in dit boek daarover aan het woord? Vrijwilligers van Ringland, buurtbewoners, architecten, stedenbouwkundigen, medici, academici van diverse pluimage, mensen uit de administratie, perslui, politici, muzikanten, kunstenaars en ga zo maar door. Founding father en bierkaarttekenaar Peter Vermeulen merkt niet onrechte op dat Antwerpen, internationaal bekeken, eerder een kleine stad is waar het ons-kent-ons nog net mogelijk is.

Wie komt er eigenlijk niet aan het woord in dit boek? Sommige geïnterviewden hebben verschillende petjes op en horen in verschillende hokjes thuis, maar ze hebben allemaal eenzelfde affiniteit met de droom van een tiende district bovenop de ring, die Ringland, verpakt in een goed doordacht ballonnetje, vijf jaar geleden heeft opgelaten. Het is geen luchtkasteel geworden dank zij ook de medewrikkers van onderuit aan dit zware dossier die natuurlijk stRaten-generaal en Ademloos heten.

Op het ogenblik van het verschijnen van dit boek is er reden tot optimisme, zo zegt Peter Vermeulen in een laatste woord. ‘De olifant is uit de kamer: de Oosterweelverbinding wordt effectief uitgetekend met gereduceerde capaciteit en een maximale overkapping aan het Noordkasteel.’ Dat wil zeggen dat de BAM-tanker effectief gekeerd is. De weg naar 2030 ligt open, maar het eigenlijke constructieve werk kan nu pas beginnen. Er zal ongetwijfeld nog heel veel bloed, zweet en tranen (en misschien ook vloeken) nodig zijn.

Tips voor burgerbewegingen

In snelle halen en met de nodige schetsen en foto’s worden de belangrijkste stappen die in de loop van die vijf jaar werden gezet in beeld gebracht. En dan begint het eigenlijke boek pas. Tien hoofdstukken met een titel in de aansporende wijs om het routeplannersgehalte aan te geven: ‘Durf te dromen en toon lef, Laat van je horen, Deel je enthousiasme, Bouw dossierkennis op, Schakel burgerwetenschappers in, Maak het gezellig voor iedereen, Bedenk een dynamische strategie in een soepele structuur, Zorg voor geld in het laatje, Vorm allianties en zoek bondgenoten, Trek aan de mouw van beleidsmakers’.

Elk hoofdstuk eindigt met een aantal tips voor burgerbewegingen. Dit procedé beantwoordt helemaal aan het opzet van een roadmap of een routeplanner, maar houdt ook gevaren in. Zo’n manier van werken kan al snel te belerend worden - do’s en don’ts kunnen streng en onwrikbaar zijn - maar gelukkig zijn de samenstellers van het boek daar niet ingetrapt. Zij hebben voor een heldere formulering gekozen die zeker niet te hoera-achtig overkomt zoals dat in sommige Amerikaanse literatuur vaak wel het geval is.

Neem nu hoofdstuk zeven bijvoorbeeld: ‘Bedenk een dynamische strategie in een soepele structuur’, een zeer belangrijk hoofdstuk naar mijn gevoel, want veel bewegingen van onderuit worstelen daarmee en lopen daar vaak op dood. Er staan zeven tips bij om zich te structureren als burgerbeweging. Ik citeer er twee van als illustratie:

1. Druk even op de pauzeknop (‘Waarschijnlijk heb je het druk-druk-druk, maar het loont om tijd vrij te maken om de structuur van je vereniging te bekijken en aan te passen waar nodig. Doe dat pas als je beweging al wat organisch is gegroeid. Laat in het begin zeker het spontane toe.)

2. Doe een beroep op professionals (‘Een burgerbeweging werkt als een bedrijf. Zoek onder je vrijwilligers mensen die ervaring hebben in het leiden van een organisatie en het aansturen van anderen, maar die tegelijk bereid zijn om buiten vastgeroest structuren te denken.’)

Dit zijn bruikbare wenken, - geen catechismus - om goed over na te denken, want vele actiegroepen zijn eendagsvliegen met géén, te weinig of te veel structuur of te veel druk van een of enkele personen al dan niet de founding fathers of mothers.

Democracy requires more no less focus on organization

Ook horizontale, direct democratische bewegingen zullen op een bepaald moment zich naar behoefte moeten structureren. Burgerplatformen getuigen per definitie van een zekere eigenzinnigheid en bestaan vaak uit mensen of groepen van verschillende gezindheden die zich kunnen vinden in een gemeenschappelijk en wervend verhaal. Democracy requires more no less focus on organization, especially the adequate and effective forms of organization need today have to be invented. Dat schrijven Michael Hardt en Antonio Negri in ‘Assembly’ waarin zij de opkomst van ‘leiderloze’ sociale bewegingen, die in heel de wereld de kop opsteken onderzoeken en waarin ook het probleem van de macht en hoe ermee om te springen aan de orde is, zeker dan wanneer er partijen mee gemoeid zijn of uit voortvloeien.

Burgerplatformen die zoals in sommige Spaanse rebelse steden als Madrid en Barcelona inbreken in het stadsbestuur moeten daar zeker ook rekening mee houden en dat loopt niet altijd – ik ben net terug van Madrid om dat fenomeen te onderzoeken – van een leien dakje (en dat heeft dan niets te maken met Madrid Río, de overkapte Calle 30 waar ik als Antwerpenaar toch wel een beetje jaloers heb rondgewandeld).

In de Scheldestad gaat het vooralsnog niet over municipalisme. Antwerpen is op partijpolitiek vlak zeker geen rebelse stad, maar er gebeuren wel rebelse zaken. Natuurlijk zijn Manu Claeys, Peter Vermeulen en Wim Van Hees van de burgerbeweging stRaten-generaal, Ringland en Ademloos geen politici en zeker geen Ada Colau of Manuela Carmena geworden - jammer trouwens, want de politiek zou best veel meer mogen vervrouwelijken - maar ze komen, na jaren van onderuit gerebelleerd te hebben tegen de politieke overheid en de BAM en, na het afsluiten van het Toekomstverbond, nu wel in machtscenakels terecht en dat zijn – ik zei het al – vaak toxische milieus. Burgerplatformen die horizontaal, direct democratisch willen functioneren en die toch institutioneel willen werken, zullen daar rekening moeten mee houden.

Ook Ringland mag geen slachtoffer worden van zijn succes en moet voorzichtig omspringen met haar niet geringe achterban. Dat vraagt structuur en sturing (maar ook niet te veel!). Hoe omspringen met de zes rokken van de ui van Ringland, zoals Pol Van Steenvoort dat noemt? ‘De kern is het dagelijks bestuur van een tiental mensen.

De tweede rok is de stuurgroep met een twintigtal leden die de lijnen uitzetten en de strategie mee bepalen, de derde bestaat uit een tachtigtal actieve vrijwilligers die inhoudelijk betrokken zijn. De vierde rok zijn circa 500 iets minder actieve vrijwilligers die klaar staan om nu en dan in te springen. De vijfde rok is de grotere achterban: een 2.000-tal dat het publiek van De Roma vormt en in de buitenste schil zitten 15.000 à 25.000 mensen die Ringland volgen via de nieuwsbrief en de sociale media.’ Dat schept duidelijkheid.

Wat met het ‘tiende district’?

Het boek is zo rijk aan inhoud dat het onbegonnen werk is daarover uitvoerig te rapporteren. Ik prik er daarom te kust en te keur enkele uitspraken uit. Het zijn er niet toevallig twee van André Loeckx, Leuvense hoogleraar architectuur en stedenbouw, die door zijn profiel een mooi voorbeeld is van de geëngageerde wetenschappers van de Ringlandacademie. Hij noemt zichzelf een ‘geradicaliseerde Ringlander’. Met veel respect omschrijft hij Ringland als een project van stadsvernieuwing ‘op het niveau van de Champions League’.

Het is voor hem ‘een project van projecten’ dat op alle schalen tegelijk werkt: mijn huis, mijn straat, mijn buurt, mijn stad, mijn regio en dat zich ook met alle aspecten van het leven bemoeit: wonen, werken, zich verplaatsen, bereikbaarheid, plezier, kinderen, gezondheid, sociale contracten, democratie. Zoals ook Frans Teuchies van het ’t Schijnverbond werpt hij een blik in de verre toekomst om nu al beter te kunnen nadenken over wat voor land het ‘tiende district’ kan worden. ‘Ga je dat gebied privatiseren of blijft het publiek domein? Zijn er andere beheersvormen? Is er al nagedacht over commons, gemeenschappelijk te gebruiken gronden en te beheren initiatieven? Welke invullingen zijn er allemaal mogelijk?’ (p. 216)

Ik was enkele maanden geleden aanwezig op een bijeenkomst over commons waar Annette Kuhk en Pieter Van den Broeck, twee onderzoekers achter het Leuvense INDIGO-project en samenstellers van de uitstekende reader ‘Op grond van samenwerking’ , de vraag stelden aan Seppe De Blust of er door de Ringlandgroep al was nagedacht over landed commons. Dat leek me een heel relevante vraagstelling.

Tachtig hectare extra ruimte voor de stad en voor haar burgers, want die nieuw gecreëerde grond zouden Antwerpse commons kunnen worden, maar dan zal er nog behoorlijk wat water door de Schelde en … door de wetgeving én de politiek moeten lopen. Ook die oefening zal moeten worden gemaakt en liefst snel, want als de neoliberale logica gehandhaafd blijft, zullen projectontwikkelaars hun beste beentje voorzetten om snel hun slag thuis te halen.

Ook ex-mobiliteitsambtenaar Frank De Bruyne stelt zich relevante, toekomstgerichte vragen voor burgerbewegingen: ‘Er is nog een lange weg af te leggen tot de volledige verwezenlijking van de overkapping. Stoppen we dan? Of moeten we ons ruimer profileren als een drukkingsgroep die ook op langere termijn ijvert voor een gezonde leefomgeving en meer duurzame mobiliteit? Volgen we CurieuzeNeuzen en Straatvinken verder op als die geïnstitutionaliseerd worden?’(p. 197)

Zaaien en oogsten van burgerzin

Ik zei het al: dit boek is rijk aan inhoud en daarom zijn er ook verschillende lezingen mogelijk. Als geëngageerde Ringlander die een verjaardagsgeschenk leest waar hij/zij zelf aan meegewerkt heeft en magische momenten beleefd heeft op bijvoorbeeld Ringlandavonden in De Roma, tijdens een van de optredens op een van de Ringlandfestivals, tijdens de duizend-boompjesactie, bij het gezamenlijk eten van een stukje Ringlandtaart, bij de handtekeningenactie op straat voor het (niet gehouden) referendum en bij de kunstveiling in De Roma.

Er is ook een lezing mogelijk als wetenschapper bij Straatvinken, CurieuzeNeuzen of bij sociologisch onderzoek naar burgerparticipatie en besluitvorming. Maar ook de beginnende actievoerder die met ‘intelligente boosheid’ te werk wil gaan zal via deze lectuur zeker aan zijn trekken komen, alsook de geëngageerde burger van om het even welke stad in binnen- of buitenland die het Ringlandmodel wil bestuderen en, last but not least, de politicus (a) die verder kijkt dan de representatieve democratie die hem/haar voor vier jaar legitimeert om in naam van zijn/haar kiezers te besturen.

Ik hoop dat dit boek van zich zal doen spreken en dat daardoor uitspraken als ‘We hebben gekozen voor dit type van op - en afritten, omdat dat weinig plaats inneemt’ - een uitspraak uit 2010 die getuigt van arrogante onbekwaamheid van toenmalig Vlaams minister van mobiliteit Hilde Crevits - in de toekomst onmogelijk zullen worden.

Ik kom als oudere actievoerder uit de mei ’68-tijd van de vuile afgedrukte stencils met veel tekst en weinig respect voor de lezer. Die periode is, althans voor dat aspect, gelukkig voorbij. De Ringlandgeneratie kan mijn generatie op dat vlak zeker een lesje leren. De vorm telt wél en is zelfs heel belangrijk. De samenstellers van dit boek hebben titanenwerk geleverd en ze deden dat bovendien op een gestileerde, zeer professionele manier. Sven Augusteyns zegt ergens dat Ringland een sterk merk is dat in de juiste stijl moet worden uitgedragen: positief, enthousiasmerend en fris van de lever. Welnu, de samenstellers - en ik vermeld dan uitdrukkelijk de vormgever Paul de Schutter - zijn er uitstekend in geslaagd om die stijl ook in het boek door te trekken.

Om te eindigen wil ik nog eens de woorden van inleider Luc Huyse gebruiken om aan te geven dat Ringland niet alleen een technisch verhaal is: ‘Ringland zaait en oogst ook burgerzin. Sociale en politieke vaardigheden nemen toe, mensen vervellen van passieve overheidsklant tot coproducent.’

Dit Ringlandboek is een routeplanner van formaat. Ik hoop dat het boek stuk gelezen zal worden door heel veel mensen, onder wie ook toekomstige actievoerders.

 

Kathleen Geenen, Veerle Janssens & Stefaan Vermeulen (red.) Het Ringlandboek, 5 jaar burgers in beweging, uitgave in eigen beheer, Antwerpen, 2019. ISBN 978463880114, prijs: 30 euro, te koop in heel wat betere boekhandels of te bestellen via: https://ringland.be/

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.