Bij DeWereldMorgen.be schrijven we niet voor de clicks.

We maken media voor een betere wereld.

Samen met vele vrijwilligers en burgerjournalisten.

Om dit te blijven doen hebben we uw steun meer dan nodig!

Steun onafhankelijke media!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Analyse

30 jaar later werpen de 3.000 doden van de Caracazo hun schaduw op Venezuela

Op 27 en 28 februari 1989 werd in Venezuela een opstand tegen harde sociale inleveringen onderdrukt door leger en politie. Het aantal gedode en nooit teruggevonden Venezolanen bedraagt meer dan 3.000. Een jonge legerkapitein was moreel zo geschokt dat hij besloot dit brutale regime omver te werpen. Zijn naam: Hugo Chávez.
dinsdag 26 februari 2019

Er wordt door de supporters van regime change van VS-president Trump en zijn neoconservatieve adviseurs John Bolton en Elliot Abrams heel idyllisch gedaan over de tijd voor Chávez en Maduro. Twintig jaar 'extreem-links' bewind onder deze dictators zou een van de meest democratische en welvarende landen van Latijns-Amerika hebben vernietigd. Een terugblik kan een en ander verhelderen.

Om een dergelijke bewering hard te kunnen maken, moet je alvast overslaan dat Venezuela het onder president Chávez tot 2011 sociaal-economisch zeer goed deed. Onder zijn bestuur werden bovendien meerdere verkiezingen gehouden, die door alle internationale monitors (OVSE, OESO, Raad van Europa, EU, OAS, VN en het Carter Center van voormalig VS-president Jimmy Carter) altijd als fair, transparant en correct werden beoordeeld. Je moet tevens negeren dat de Venezolaanse massamedia na twintig jaar 'dictatuur' nog altijd voor meer dan 80 procent in handen zijn van de oligarchie en dat politici van de rechtse oppositie meermaals werden verkozen tot gouverneurs van deelstaten (een machtige positie in het federale systeem van Venezuela) en tot burgemeesters van grote steden als de hoofdstad Caracas zelf.

Muurslogan tegen CAP (Carlos Andrés Pérez) en zijn 'paquete' (zijn pakket maatregelen)

Diezelfde oligarchie is in die twintig jaar geen dollar armer geworden. Het grote verschil met voorheen was de olie. De winsten van de Venezolaanse aardolie gingen voortaan naar sociale programma's, niet naar de koffers van grote multinationals en hun aandeelhouders. Die sociale herverdeling werd niet altijd op de meest effectieve manier uitgevoerd, maar het gebeurde wel. VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP noemde Venezuela in 2010 nog het meest succesvolle land ter wereld in de strijd tegen honger en analfabetisme.

Democratie voor 1999?

Hoe democratisch was Venezuela eigenlijk voor de eerste verkiezing van Chávez tot president op 6 december 1998? Een terugblik. Zoals de meeste Latijns-Amerikaanse landen werd Venezuela voor de Tweede Wereldoorlog geteisterd door een afwisseling van rechtse regimes en militaire dictaturen. De laatste militaire dictatuur eindigde in 1958, waarmee Venezuela het beter deed dan de meeste andere landen op het continent, die nog tot in de jaren 1980 werden overheerst door rechtse regimes en militaire junta's.

In 1958 na de laatste militaire junta kwam er een grondige hertekening van het politieke landschap. Twee partijen, de nieuw opgerichte conservatieve partij Comité de Organización Política Electoral Independiente COPEI en de Acción Democrática AD verdeelden voortaan de macht onder elkaar op basis van een overeenkomst die bepaalde dat ze om beurten de president zouden leveren. De COPEI noemt zich christen-democratisch en dat is wel zo, maar je mag dat niet zomaar vergelijken met de Europese christen-democratie. De partij heet nu officieel Sociaal-Christelijke Partij, maar is een rechts-conservatieve partij en gebruikt nog steeds de afkorting COPEI. AD werd al opgericht in 1941, maar werkte tot 1958 grotendeels in de clandestiniteit en had een meer sociaal-democratisch profiel. De overeenkomst tussen beide machtspartijen werkte redelijk goed tot in de jaren 1980. 

Lange files aan de winkels voor mondvoorraad in 1989, de geschiedenis herhaalt zich...

Dat in Venezuela veel aardolie in de bodem zat was al lang geweten, maar Europa en de VS hadden genoeg aan de olie uit het Midden-Oosten. Bovendien was de vette aardolie in Venezuela veel duurder qua exploitatie dan de vloeibare aardolie in het Midden-Oosten. De Venezolaanse aardolie werd als een reserve gezien, voor 'andere' tijden.

Die andere tijden kwamen er in de jaren 1970. De oliecrisis maakte de aardolie van Venezuela plots veel belangrijker. In 1973 was het de beurt aan de AD voor het presidentschap. Met Carlos Andrés Pérez schoof de partij een jonge, dynamische kandidaat naar voren, die afstak tegen de oude politieke garde.

Na de oorlog van Yom Kippur tussen Israël en Egypte vloog de prijs van de aardolie wereldwijd de hoogte in. Pérez investeerde massaal in de olie-extractie, bouwde infrastructuur, wegen, scholen, hospitalen voor een fenomenaal bedrag van 53 miljard dollar. Pérez vond dat de Venezolaanse aardolie moest dienen voor de eigen ontwikkeling van het land. Hij nationaliseerde de olie- en de metaalindustrie en voerde een progressieve buitenlandse koers, herstelde de relaties met Cuba, verzette zich tegen de dictaturen van Pinochet in Chili en Somoza in Nicaragua en steunde het herstel van de democratie in Spanje na het overlijden van dictator Franco.

Corruptie

Tegen het einde van zijn termijn werd zijn entourage verdacht van grootschalige corruptie. Het inkomende oliegeld werd bovendien slecht beheerd en de nieuwe welvaart werd zeer ongelijk verdeeld. Terwijl een deel van de bevolking inderdaad rijker werd, zagen de arme Venezolanen niets van de nieuwe welvaart. De armoede nam zelfs nog toe. Beschuldigingen tegen zijn persoon werden echter nooit hard gemaakt. De ontaarding van de AD tot een apparaat voor persoonlijke verrijking leidde echter niet tot machtsverschuivingen omdat de corruptie even groot was in de andere machtspartij COPEI, die na hem terug de macht overnam. 

In december 1988 slaagde Pérez er desondanks in terug herverkozen te raken voor een tweede mandaat met 52 procent van de uitgebrachte stemmen. Het land zat na twintig jaar economisch wanbeheer in een diepe crisis en Pérez beloofde een programma van sociale hervormingen ten bate van de gewone Venezolanen. Tijdens zijn verkiezingscampagne verketterde hij het IMF voor de harde leningsvoorwaarden die volgens hem alleen de arme Venezolanen troffen.  

Op 2 februari 1989 legde hij de eed af. Nauwelijks twee weken later kondigde hij een zwaar inleveringsprogramma aan, waarbij hij alle eisen van het IMF voor nieuwe leningen aanvaardde. Die IMF-eisen betroffen uitsluitend overheidsuitgaven in het onderwijs, de openbare gezondheidszorg en het openbaar vervoer. Alle subsidies voor benzine en voedsel werden afgeschaft. De prijs van de benzine aan de pomp werd in een klap verdubbeld. President Pérez brak met andere woorden volledig met het programma dat hem de overwinning had bezorgd.

De vonk in het volksverzet kwam er toen de Venezolanen op maandagmorgen 27 februari 1989 de bus moesten nemen naar hun werk. De legende wil dat alles begon met een buschauffeur in de stad Guarenas die een dame uit zijn bus zette toen die weigerde te betalen, waarop hij zelf door de passagiers uit de bus werd geworpen. In de loop van de dag kwamen er berichten binnen van klanten die in supermarkten massaal begonnen buiten te stappen zonder te betalen.

De commerciële media – die in Venezuela tot op vandaag louter op sensatie en racisme tegenover de arme en niet-witte bevolking draaien – begonnen die rellen live te coveren. Niet dat het hun bedoeling was, maar deze live-coverage zette de hele bevolking aan om hetzelfde te doen. Hardhandig optreden van de politie kon de rellen niet stoppen. President Pérez zette daarop het leger in en kondigde de noodtoestand af. De Caracazo (een woordspeling op Caracas, vrij vertaald 'de afrekening van Caracas) was een week later een feit. 

President Pérez geeft een interview kort na de Caracazo waarin hij de door hem besliste repressie zonder enige reserve goedpraat

Alle grondwettelijke vrijheden werden opgeheven en een avondkok werd ingesteld. Pas een week later, op 8 maart had het leger de situatie onder controle. Officieel werd het cijfer van 276 doden bevestigd. Onder het voorwendsel van het onderzoek van diefstallen werden vluchtende mensen in hun huizen en appartementen vermoord.

Lijken werden door het leger afgevoerd zonder enige identificatie. Een jaar later waren nog steeds meer dan 3.000 personen vermist, zodat het echte dodental waarschijnlijk rond dat cijfer ligt. President Pérez voerde daarop zijn sociaal inleveringsprogramma uit. Er waren nog wel protesten maar die waren verspreid en ongeorganiseerd. 

Een neergeschoten betoger poogt zich tevergeefs te verbergen achter een vuilnisbak

De 39-jarige kapitein Hugo Chávez was op dat ogenblik zwaar ziek door een slecht uitgevoerde behandeling van waterpokken. Zijn regiment werd ingezet in Caracas. Hij was zo geschokt dat hij met gelijkgestemde officieren een staatsgreep begon te organiseren tegen president Pérez en zijn regime.

Met zijn beweging voor de Vijfde Republiek pleegde de tegen dan kolonel geworden Hugo Chávez een staatsgreep op 4 februari 1992. Het doel was om in alle grote steden tegelijk de regeringsgebouwen te bezetten, president Pérez af te zetten en voormalig president Caldera van de COPEI aan te stellen als interim-president. In meerdere steden slaagde de opzet, maar in een aantal andere, waaronder de hoofdstad, mislukte de staatsgreep. Geconfronteerd met de mogelijkheid van een bloedbad nam Chávez live op tv volledig de verantwoordelijkheid voor de mislukking 'por ahora' ('voor het ogenblik') en werd op slag een beroemd gezicht in Venezuela.

Even later wordt hij weggedragen door omstaanders, die zijn overlijden vaststellen

President Pérez werd uiteindelijk toch afgezet door het parlement wegens corruptie en voor de rest van zijn mandaat vervangen door de voorzitter van de senaat1. In 1990 werd zijn voorganger Caldera van de COPEI opnieuw verkozen tot president. Hij liet Chávez vervroegd vrij, die vervolgens het land begon rond te reizen, aanvankelijk voor kleine vergaderingen met nauwelijks een tiental toehoorders. Bij het begin van de kiescampagne van 1998 acht jaar later werd hij nog kansloos gezien in de peilingen.

Ondertussen waren de beide machtspartijen AD en COPEI compleet ontaard tot door en door verrotte apparaten voor individuele verrijking, kiesfraude en corruptie, die geen enkel politiek alternatief boden aan de kiezers. Het is in die context dat Chávez er met zijn nationalistisch programma in sloeg de verkiezingen van december 1998 te winnen. In tegenstelling tot wat nu in de media nog steeds wordt beweerd, was zijn aanvankelijk programma allesbehalve sociaal-democratisch, laat staan links geïnspireerd. Hij verbaasde wel vriend én vijand toen hij zijn belofte om de oliewinsten voortaan voor de eigen bevolking te behouden, ook effectief begon uit te voeren. Zijn linkse radicalisering is pas na de mislukte staatsgreep van 2001 begonnen.

Chávez was bij zijn verkiezing allesbehalve een nieuwigheid in Latijns-Amerika. Er zijn al eerder ex-staatsgreepplegers later verkozen tot president. Bovendien, Chávez' beloften waren niet zo verschillend van die van Carlos Andrés Pérez tien jaar eerder in 1988. De buitenwereld ging er dan ook van uit dat ook deze populist wel snel zou bijdraaien. Dat deed hij niet. De rest is geschiedenis.

Nog dit: de Caracazo was nooit aanleiding voor enige roep tot regime change vanuit het buitenland. Integendeel, de VS en de EU 'betreurden' de harde repressie maar bevestigden hun steun voor Pérez en voor zijn beleid. Terwijl Venezuela nu wordt bedreigd met een militaire invasie 'omwille van de mensenrechten' vergaderen alle EU-staatsleiders in Caïro met president al-Sissi van Egypte. De hypocrisie kan niet groter zijn. Tegelijk weigeren dezelfde landen die de afzetting van Maduro eisen, elke noodhulp aan de grootse humanitaire ramp van de 21ste eeuw in Jemen (volgens de VN). Integendeel, de Britse, Franse en Amerikaanse wapenleveringen aan Saoedi-Arabië gaan gewoon door. En een volksopstand tegen een onwettig verkozen president in een ander Latijns-Amerikaans land wordt doodgezwegen: Haïti.

Dit is wat Venezuela wacht als Juan Guaidó de macht zou overnemen. Hij heeft zelf reeds zijn programma aangekondigd: afschaffing van alle sociale programma's, privatisering van de olie-industrie en van alle overheidsbedrijven, afschaffing van subsidies voor voedsel, openbaar vervoer, onderwijs, gezondheidszorg. Kortom: het programma van Carlos Andrés Pérez van 1989 ... Als deze regime change lukt wacht het land een tweede Caracazo. 

Notes:

1   De Senaat werd later door Chávez afgeschaft. Venezuela heeft nu slechts één parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.