Bij DeWereldMorgen.be schrijven we niet voor de clicks.

We maken media voor een betere wereld.

Samen met vele vrijwilligers en burgerjournalisten.

Om dit te blijven doen hebben we uw steun meer dan nodig!

Steun onafhankelijke media!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Milieuwetten functioneren vooral op papier

Een sterke wereldwijde toename van het aantal milieuwetten heeft zich niet vertaald in beter natuurbeheer. Dat blijkt uit een rapport van de Verenigde Naties, het eerst rapport in zijn soort dat dergelijke wetgeving evalueert.
donderdag 31 januari 2019

Het rapport analyseert nationale wetten, regels en beleid wereldwijd. De conclusie van die analyse is dat gebrek aan politieke wil, geldgebrek, oneerlijke juridische systemen en slechte implementatie van wetgeving een hindernis zijn om de grote uitdagingen van deze tijd aan te pakken, zoals klimaatverandering en biodiversiteitsverlies.

Om dit te veranderen, stelt het rapport, moet de milieurechtsstaat versterkt worden door geregelde controles die de vooruitgang of teruggang in kaart brengen.

In de afgelopen tientallen jaren zijn zowel het aantal wetten als instituten in omvang gegroeid, maar de vooruitgang stagneerde, zegt Carl Bruch, medeauteur en onderzoeker aan het Environmental Law Institute in Washington D.C.  Hij spreekt over een “soort hiaat” dat al 26 jaar bestaat.
Milieu-ministeries

Top van de Aarde

De top van de Aarde in Rio de Janeiro in 1992 werd in honderden landen gevolgd door een explosie van milieuwetten, staat in het rapport. Milieubescherming werd vastgelegd in grondwetten en er ontstonden ministeries van Milieu. In 2017 had ongeveer 90 procent van alle landen basiswetgeving die het milieu tot op zekere hoogte beschermde.

Die wetgeving wordt echter ondermijnd door niet-effectieve en inconsequente handhaving. De meeste landen voelen niet de behoefte om de wetten te handhaven, en dat geldt niet alleen voor ontwikkelingslanden, zegt Bruch. “Er zijn wetten waaraan je je moet houden, en wetten waaraan je je mag houden”, legt hij uit. “In veel landen valt de milieuwetgeving in die laatste categorie.”

Costa Rica

Desondanks zijn er ook succesverhalen. Geen ander land illustreert dit misschien beter dan Costa Rica, dat sterk afhankelijk is van natuurlijke hulpbronnen in een regio die vaak prooi is van politieke strijd. Na tientallen jaren van ontbossing stelde de overheid in 1998 milieucontroles in en investeerde miljoenen dollars in bescherming van biodiversiteit.

Costa Rica heeft inmiddels zijn bosgebied verdubbeld ten opzichte van de situatie in het midden van de jaren 1980, en is hard op weg naar CO2-neutraliteit in 2021.

Volgens een studie die in het rapport geciteerd wordt, is de snelle vooruitgang in Costa Rica een voorbeeld van hoe sterke milieuwetgeving en -controle kunnen leiden tot een politieke consensus die, in combinatie met diep respect voor rechtbanken en milieu-instituten, leidt tot een milieurechtsstaat.

Moord op activisten

Het rapport wijst ook op een zorgwekkende trend als het gaat om moorden op activisten die opkomen voor milieubescherming en de komst van nieuwe regelgeving om de invloed van burgerorganisaties in te perken. Tussen 2002 en 2017 verviervoudigde het aantal moorden op milieuactivisten, staat in het rapport. Veel van hen werden gedood in afgelegen bossen in ontwikkelingslanden – voornamelijk in Latijns-Amerika en op de Filipijnen – na protesten tegen mijnbouwindustrie, waterkrachtcentrales of agribusiness.

In de meeste gevallen werden de daders nooit vervolgd. Een slecht signaal voor de milieurechtsstaat, zegt Bruch. “Als je het leven van mensen niet kunt beschermen, is het onwaarschijnlijk dat bijvoorbeeld waterwetgeving wel gehandhaafd wordt.”

Victoria Tauli-Corpuz, de speciale VN-rapporteur voor de Rechten van Inheemse Volken en niet betrokken bij het rapport, is het daarmee eens. In de afgelopen vijf jaar zag ze geen goede voorbeelden van wetgeving die speciaal ontworpen is om milieuactivisten te beschermen, zegt ze. “Helaas doet geen enkel land dat op een goede manier.”

Zelfevaluatie

Bruch en zijn collega’s roepen landen op om een zelfevaluatie uit te voeren als het gaat om de status van de milieurechtsstaat, om zo hun beleid op koers te houden. Zo’n evaluatie zou uitgevoerd kunnen worden op basis van verschillende indicatoren, zoals expliciete erkenning van het recht op een gezonde omgeving in de grondwet, het niveau van publieke participatie bij de ontwikkeling van milieuwetgeving, of het aantal overtredingen op het gebied van smokkel van wilde dieren en illegale vervuiling.

Dergelijke evaluaties moeten echter wel transparant zijn, zegt Edith Brown Weiss, een advocaat en expert op het gebied van milieuwetgeving aan de Georgetown University in Washington D.C die zelf niet meewerkte aan het rapport. “Er moet veel meer gedaan worden om een robuuste en veerkrachtige leefomgeving te creëren voor onszelf en toekomstige generaties. En het is niet duidelijk dat we klaar zijn voor die taak.”


Bron: Scidev.net

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.