Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

Een participerende observatie van stakende scholieren

De jeugdige onstuimigheid voor het klimaat heeft in de afgelopen weken menig volwassene beroerd. Zo ook de leerkrachten. We praten erover in de leraarskamer en vragen ons af hoe we ons tegenover hen moeten verhouden. Sommigen vinden dat spijbelen nooit kan, anderen pleiten voor openlijke solidariteit, nog anderen verkiezen terughoudende steun. Er zijn leerkrachten die de scholieren actief willen bijstaan, zoals Teachers for Climate (1). Een aantal betoonde steun op de acties zelf. Ik besloot dat ook te doen.
dinsdag 29 januari 2019

Op donderdag 24 januari ging ik naar de actie in Antwerpen. Als antropoloog en leraar humane wetenschappen heb ik echter de drang om sociale fenomenen te bestuderen. Waarom dus niet een klein onderzoekje doen bij die stakende scholieren, dacht ik bij mezelf. ‘Wie zijn ze, wat doen ze, wat drijft hen?’ Bijgevolg maakte ik snel een kleine enquête waarmee ik onder andere wilde peilen naar antwoorden op vragen die circuleren in de leraarskamer. Ook vanuit vakbondsoogpunt zat ik met een aantal vragen die ik hen wilde voorleggen. (2) 

De enquête werd enkel afgenomen op de actie in Antwerpen, ze pretendeert dus niet representatief te zijn voor de hele beweging (3). Wel kunnen we vermoeden dat er veel raakpunten zijn tussen de Antwerpse actievoerders en die in Brussel of elders. Van de 77 afgenomen enquêtes waren 72 geldig. Volgens de GVA (4) waren 600 jongeren aanwezig op de betoging, dus zijn 72 enquêtes zonder meer representatief voor deze actie. Van de respondenten waren 55 procent meisjes en 44 procent jongens. Ongeveer drie kwart was 16 of 17 jaar.

De mobilisaties vertrokken inderdaad vanuit de oudere scholieren van de derde graad. Aangezien leerlingen van Stedelijk Lyceum Groenhout de initiatiefnemers zijn van deze Antwerpse acties, waren zij aanwezig met een grote afvaardiging, waardoor ze ook prominent figureren onder de respondenten. Daarnaast waren er scholieren van in en rond de stad (bv. KLA, KAB, De Es), maar evengoed van Kapellen, Essen, Lier, Borsbeek enzovoort. Voor 43 procent is dit hun tweede scholierenklimaatactie, voor 28 procent de eerste, voor 29 procent al de derde.

Steun van de ouders blijkt doorslaggevend voor hun aanwezigheid want 97 procent heeft de toelating van haar/zijn ouders. Ook de houding van de school speelt een rol: 43 procent had toelating van de school, 42 procent vindt dat ze gedeeltelijk die toelating hebben en slechts 15 procent zegt geen toelating te hebben van hun school.

Volgens deze jongeren moeten we de oorzaken én de oplossingen voor de klimaatproblemen zoeken bij zowel economie als politiek. Bij de oorzaken neigen ze lichtjes naar de economie, bij de oplossingen overduidelijk naar politiek.

Gevraagd naar waar ze zichzelf politiek plaatsen op de as links-rechts, ziet drie kwart zich als links (24 procent centrum-links, 39 procent links, 11 procent extreem-links). 15 procent wenst zich niet links of rechts te beschouwen en 8 procent weet het niet. De aanwezigheid van jongeren met een rechtse visie is met 3 procent verwaarloosbaar. Mogelijk wijst dit op een verlinksing van de jeugd (5). In elk geval toont het dat linkse jongeren de motor zijn van de mobilisaties rond het klimaat.

De organisatoren van de klimaatmars op 27/1 zeggen dat ‘het geen strijd meer is van links, rechts of centrum’. Op basis van de aanwezigheid bij de acties (enkel die van Antwerpen?) lijkt die claim niet te kloppen. De uitingen van rechtse boegbeelden zoals Jean-Marie Dedecker, Bart De Wever of Dries Van Langenhove doen trouwens ook anders vermoeden, net zoals die van vertegenwoordigers van de superrijken, genre Geert Noels en Marc De Vos.

Bron: Wim Benda

Het tweede deel van de enquête bestond uit stellingen waarbij ze konden aangeven in welke mate ze ermee akkoord gaan (1 = helemaal niet akkoord, 5 = helemaal akkoord). Mijn gesprekken met andere leerkrachten en volwassenen indachtig spitste het grootste deel van deze stellingen zich toe op hun houding ten opzichte van volwassenen.

Een meerderheid verlangt steun van leerkrachten bij hun acties (4 = 25%, 5 = 37%), het gros van de anderen is eens noch oneens (29 procent). Een nog grotere meerderheid zou zelfs graag meer leerkrachten op hun acties zien (4 = 31%, 5 = 35%), met opnieuw het gros van de resterende groep dat zich hierin op de vlakte houdt (21 procent). Op de stelling ‘Wij hebben bij onze acties de hulp van volwassenen niet nodig’ antwoordden ze eerder ambigu: 39 procent gaat daarmee akkoord, 28 procent gaat daarmee niet akkoord. Er blijft dus ook een grote middengroep. Dat kan erop wijzen dat een deel gelooft in de eigen kracht bij acties, een ander deel interpreteert het mogelijk zo dat jongeren en volwassenen hierbij best samenwerken.

Dat blijkt ook duidelijker wanneer ze gevraagd worden naar de nood aan solidariteit van volwassenen: 53 procent spreekt zich daarvoor uit en 24 procent vindt dit niet nodig. Ondanks de vernoemde ambiguïteit wenst twee derde (68 procent) dat volwassenen hen vervoegen op de donderdagacties.

"Niet spijbelen, maar staken"

Als syndicalist ben ik ook geïnteresseerd in de houdingen van deze jonge actievoerders ten opzichte van staking. En dit zijn misschien nog de meest in het oog springende meerderheden. Een grote meerderheid benadrukt dat zij ‘niet spijbelen maar staken’, 67 procent benadrukt dat erg stellig (optie 5), 21 procent is eveneens akkoord (optie 4). De aantijging dat ze enkel willen spijbelen, hebben de scholieren overigens vakkundig van tafel geveegd met hun opmerkelijke aanwezigheid op de klimaatmars afgelopen zondag. De internationale pers spreekt over ‘school strikes’. Mogelijk is de verwarring met spijbelen bij ons ontstaan omdat ‘brossen voor de bossen’ gewoon goed bekt. Maar voor de scholieren gaat het uiteindelijk over staken, en drie kwart vindt dan ook dat scholieren stakingsrecht moeten hebben (4 = 25%, 5 = 51%).

Bron: Wim Benda

Eveneens opvallend: Twee derde wil dat de vakbonden oproepen tot een algemene staking voor het klimaat (4 = 21%, 5 = 47%) (6). Het uitroepen van een algemene staking is natuurlijk iets waar vakbonden niet licht over gaan, je moet dat grondig afwegen.

Tegelijk zal het syndicalisten veelbelovend klinken dat actievoerende jongeren zo positief staan tegenover staken. De actiemethodes die deze scholieren spontaan gebruiken, namelijk de combinatie van staken en betogen, zijn historisch gegroeid vanuit de arbeidersbeweging.

Vandaag mobiliseren de vakbonden voor een algemene staking op 13 februari. De scholieren en studenten lijken van 14 februari een nieuw momentum te maken. Het klimaat en het sociaal-economische zijn met elkaar verbonden (7). Jongeren lijken zich daarvan bewust want verspreid over de acties hoor je telkens opnieuw ‘Verzet, verzet, internationaal, tegen de vervuiling van het kapitaal’. Dit behoort tot de top drie van hun slogans.

Als het sociale en het ecologische samenhangen, zou het dan niet logisch zijn dat de vakbonden hun stakingsaanzegging verlengen met een dag? Leerkrachten, ouders en andere volwassenen drukken hun steun uit maar kunnen niet gaan. De jongeren vragen tegelijk meer volwassenen op hun acties. Het zou fantastisch zijn als de vakbonden ons de gelegenheid geven op die vraag in te gaan.

Wim Benda is leraar op het Atheneum van Kapellen en bestuurslid ACOD Onderwijs Antwerpen/Kempen, in eigen naam 

 

Notes:

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.