Reeds acht jaar is DeWereldMorgen.be de alternatieve en kritische stem in de Vlaamse media.

Wij zijn volledig gratis en reclamevrij.

Maar dat kan enkel via uw steun.

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Essay

Radicale Verlichting en haar Haïtiaanse erfenis: inspiratie voor het humanisme en sociaal verzet van de 21ste eeuw?

Wat hebben de Verlichting en Haïti met elkaar te maken? En waarom zouden we vandaag aandacht schenken aan de Haïtiaanse revolutie (1791-1804)? Als we vandaag spreken over fundamentele democratische waarden en normen, over de universele rechten van de mens, over de gelijkheid tussen mensen ongeacht kleur en gender, dan hebben we dat in grote mate te danken aan de Haïtiaanse revolutionairen, aan de Haïtiaanse intellectuelen, die de machtsbalans in de wereld en de algemene opvattingen over die wereld op zijn kop zetten
vrijdag 25 januari 2019

Schilderij van Toussaint Louverture (Wiki Commons)

Deze maand, 215 jaar geleden, werd de voormalige Franse kolonie Saint-Domingue de tweede onafhankelijke postkoloniale staat van het Amerikaanse continent: Haïti. Na een bloedige slavenopstand, die twaalf jaar duurde, was de onafhankelijkheid van Haïti in 1804 de apotheose van een reeks gebeurtenissen die als een schokgolf doorheen Europa en de Atlantische koloniale wereld raasden.

De Haïtiaanse revolutie was op dat moment al meer dan een decennium lang het onderwerp van verhitte discussies en politieke acties binnen de Franse revolutionaire Assemblee, de koloniale bestuurskamers, intellectuele kringen, de Europese pers, de groeiende anti-slavernij beweging, de Caraïbische en Amerikaanse havens en noem maar op. We bevonden ons middenin wat de beroemde historicus Eric Hobsbawm beschouwde als de ‘Age of Revolution’.

Samen met de Amerikaanse en de Franse revolutie verandert de Haïtiaanse revolutie voorgoed het verdere verloop van de moderne geschiedenis. Maar in tegenstelling tot die twee andere grote revoluties, zal de impact en betekenis van de Haïtiaanse revolutie al snel uit de (Westerse) geschiedenisboeken verdwijnen. Tot op vandaag wordt ze grotendeels genegeerd. Hobsbawm, bijvoorbeeld, acht de revolutie in Saint-Domingue nauwelijks het vermelden waard in zijn bekende boek.

 

Landkaart van de Caraïben

 

 

Het orgelpunt van de radicale verlichting

De Amerikaanse, en meer nog de Franse revolutie, worden algemeen beschouwd als de cruciale momenten waarop de intellectuele tradities binnen de Verlichting vertaald worden in een nieuwe politieke realiteit. Beide revoluties, zo luidt de stelling, legden de basis voor onze democratie en onze hedendaagse ‘Westerse’ normen en waarden. Dit terwijl Haïti’s imago en geschiedenis gewoonlijk wordt gereduceerd tot extreme armoede, een gefaalde staat en voodoo.

Volgens de Brits-Ghanese filosoof Kwame Anthony Appiah was het principe van de fundamentele gelijkheid van alle mensen één van de belangrijkste moderne ontdekkingen van die revolutionaire tijd. Ook al wisten de ‘uitvinders’ nog niet precies wat ze ermee bedoelden: “Toen gelijkheid, met vrijheid en broederschap, een van de drie grote leuzen werd van de Franse revolutie, kwam dat niet doordat de mensen een duidelijk idee hadden in welk opzicht ze gelijkheid wilden. Ze wisten heel precies waar ze tegen waren: het slecht behandelen van mensen enkel en alleen omdat ze niet van adel waren, het neerzien op gewone mensen. Het idee van gelijkheid in de moderniteit begint, kortom, met de gedachte dat sommige dingen geen goede basis zijn voor het ongelijk behandelen van mensen, en ontwikkelt zich geleidelijk verder in de richting van een bepaling van de dingen die daarvoor wel een goede basis vormen”.i

Appiah zegt niets over de Haïtiaanse revolutie. Toch is het vooral die strijd die de idealen van gelijkheid, vrijheid en de realisering van universele rechten van de mens zijn meest radicale en progressieve betekenis zou geven. De Haïtiaanse revolutie was het orgelpunt van de Radicale Verlichting, een specifieke traditie binnen het brede spectrum van Verlichtingsdenkers.ii

 

Een mondiale revolutie van het denken?

De Britse historicus Jonathan Israel is de bekende auteur die het onderscheid maakt tussen de gematigde verlichting enerzijds en de radicale verlichting anderzijds. Het is die laatste traditie, met denkers zoals haar grondlegger Spinoza en later Diderot, D’Holbach, Condorcet, Wollstonecraft, Paine, en vele anderen, die met ideeën kwam zoals democratie, universele mensenrechten, scheiding kerk en staat of vrouwenrechten. Radicale ideeën die voor vele gematigde – maar wel bekendere – verlichtingsdenkers zoals Voltaire, Hume en Montesquieu ondenkbaar en onaanvaardbaar waren.

Een belangrijke motivatie in het werk van Israel is dat we net die denkers negeren of onderschatten die garant staan voor de idealen die we vandaag zo hard linken aan de Verlichting. Idealen, normen en waarden die we nog dagdagelijks verdedigen. En net daarom is het zeer vreemd dat ook Israel niet of nauwelijks verwijst naar de Haïtaanse revolutionairen. Ook hij wekt de indruk dat “de revolutie van het denken” een louter Europese revolutie was.iii

De consequenties hiervan zijn niet te onderschatten. Het past perfect binnen een groter en nog steeds standvastig idee: namelijk dat de rest van de wereld een voorbeeld moet nemen aan de Europese geschiedenis en haar Europese ideeën, waarden en idealen. Maar is het niet ergens absurd om aan te nemen dat net op het moment dat Europa de hele wereld veroverde en domineerde (kolonisering), haar intellectuele evolutie enkel en alleen een intern Europese affaire was? Is het niet absurd te veronderstellen dat net op het moment dat Europa in contact trad met de rest van de wereld op een intensieve (en ook gewelddadige) manier die ongezien was in haar geschiedenis, de radicale en progressieve politieke ideeën die in deze periode zijn ontstaan enkel en alleen een Europese oorsprong hebben?

Een groeiende groep historici en filosofen, voortbouwend op het baanbrekende werk van de Trinidadse historicus CLR James en zijn Black Jacobins, probeert hier tegen in te gaan. Allemaal proberen ze een bijdrage te leveren aan het verstaan van het belang van de Haïtiaanse revolutie voor de moderne geschiedenis.iv Ze vertrekken vanuit de volgende radicale vraag: wat als we de geschiedenis van ons denken, onze waarden en normen, in de eerste plaats verstaan als een mondiale geschiedenis? Welke lessen zouden we hier dan vandaag uit kunnen trekken?

 

Een vergeten revolutie

Geïnspireerd door de ideeën van “vrijheid, gelijkheid en broederschap”, kwamen slaven in de Franse overzeese kolonies al heel vlug na de Franse revolutie in opstand. Op 22 augustus 1791 bereikte deze spanningen een hoogtepunt. Toen brak een algemene slavenopstand uit in Saint-Domingue die later zou uitmonden in de Haïtiaanse revolutie.

Begin van de Haïtiaanse revolutie. Slaven komen in opstand en brandden alles plat. In de koloniale beeldvorming en literatuur werd dit als een totale verrassing en groot onrecht beschouwd

Het begon allemaal met een reeks geheime vergaderingen in de bergen in het noorden van het eiland. De heersende klasse van Caraïbische planters (de Grand Blancs), die vooral neerbuigend keken naar de vreemde gewoonte van slaven om kilometers te reizen voor dansfeesten en begrafenissen, hadden het communicatienetwerk en de toenemende organisatie van de slaven zwaar onderschat.v Onder leiding van de charismatische figuur Toussaint Louverture werden achtereenvolgens de Fransen, de Britten en dan weer de Fransen verslagen in een ware guerrillastrijd van David tegen Goliath.vi

De Franse revolutie vormde als het ware de trigger voor gevoelens van wrok en verlangens naar vrijheid die er altijd zijn geweest. De verhalen, ideeën en idealen uit Frankrijk kwamen via de scheepsvaart uiteindelijk bij de slaven terecht. Soldaten en vooral matrozen, die zelf vaak gebukt gingen onder het gewelddadige regime van het (slaven-)schip, speelden hierin een cruciale rol. Julius Scott toont aan dat zwarte en witte matrozen contacten hadden met slaven uit Franse, Britse, Spaanse en Nederlandse havensteden in het Caraïbische gebied. Zij verspreidden nieuws, geruchten en ideeën over slavenopstanden, de anti-slavernij beweging (de abolitionisten) en de Franse revolutie.

Het koloniale bestuur was zich hier zeer goed van bewust. Ze probeerde actief het contact tussen matrozen en slaven te vermijden en de verspreiding van nieuws tegen te gaan. Scott vermeldt een interessant voorbeeld. In de zomer van 1792 stonden drie bataljons van vrijwilligers klaar in de Franse haven van La Rochelle om te vertrekken naar de Caraïben. Voor hun vertrek werden de jonge rekruten geïnspecteerd door generaal La Salle die de opdracht had gekregen om de slavenopstand in Saint-Domingue te onderdrukken.

Tijdens zijn inspectie beval hij de Franse revolutionaire soldaten van één van de bataljons om hun slogan ‘Leef in vrijheid of sterf’, geborduurd op hun banier, te vervangen door een ander motto: ‘de natie, de wet, de koning’. Bovendien werd ook het idee om een ‘vrijheidsboom’ te planten vervangen door een ‘vredesboom’. Ze mochten de opstandige slaven niet op verkeerde gedachten brengen.vii Het toonde tegelijkertijd de hypocrisie en de grenzen aan van de Franse revolutionaire idealen.

 

Een (dodelijke) goudmijn in de Caraïbische zee

Dat deze revolutie de hele wereld, of op zijn minst de Atlantische wereld, op zijn kop zette is op zich niet zo verwonderlijk. Saint-Domingue was het kroonjuweel van het Franse koloniale rijk. De buitenlandse handel van het kleine Saint-Domingue, goed voor 1/3 van de totale Franse buitenlandse handel, was even groot als die van de pas opgerichte Verenigde Staten.viii

Als klein maar uiterst vruchtbaar gebied leverde het een enorme winst aan het Franse koninkrijk.ix Aan de vooravond van de revolutie was Saint-Domingue goed voor 30% van de wereldproductie in suiker, meer dan de helft van alle koffie en zo’n 36% van de Caraïbische katoen. De productiegraad van het eiland bedroeg het dubbele van alle Britse eilanden in het Caraïbische gebied samen. Er waren meer dan 8000 plantages.

Historische schets van een suikerplantage in Saint-Domingue. In tegenstelling tot de werkelijkheid ziet er alles relatief vreedzaam ui

Elk jaar werden er ongeveer 40 000 nieuwe slaven ingevoerd. Zo’n half miljoen mensen in Saint-Domingue, 90% van de bevolking, werkte als slaaf. Door het moorddadige arbeidsregime op de plantages was de kans klein dat je in slavernij een lang leven leidde, laat staan dat je een familie kon grootbrengen. Er was dus constant nood aan de invoer van nieuwe slaven.

 

De Europese koloniale grootmachten op de knieën

Niet te verwonderen dat ook Spanje en vooral Groot-Brittannië zich gingen mengen met de opstand. Al heel vlug raakte Frankrijk verwikkeld in een imperiale oorlog waarbij de andere koloniale grootmachten uit het Caraïbische gebied trachtten te profiteren van de chaos. De Spanjaarden hadden een groot aantal leiders van de opstand, waaronder Toussaint Louverture, ingelijfd in het Spaanse leger. De belangrijkste Franse commissaris in Saint-Domingue op dat moment, Léger-Félicité Sonthonax, zag zich in het nauw gedreven op verschillende fronten (door de andere Europese machten, de revolutionairen en ook de Grand Blancs die niet al te gelukkig waren met de Jakobijnse bestuurders).

Sonthonax nam daarom een drastische beslissing. Om het tij te keren en de kolonie te redden, maakte hij op 29 augustus 1793 unilateraal een einde aan de slavernij. Op die manier hoopte hij de revolutionaire (ex-)slaven terug aan zijn kant te krijgen. Enkele maanden later volgde ook de revolutionaire regering in Parijs. Frankrijk werd het eerste Europese land dat de slavernij afschafte. Niet uit eigen wil of omwille van de Franse revolutie, maar onder druk van de Haïtiaanse revolutionairen. Wanneer het nieuws uit Frankrijk de kolonie bereikte, verwisselde Toussaint Louverture van kamp en werd hij generaal in het Franse leger.

Hoewel Louverture formeel de autoriteit van de Franse regering erkende, trok hij in de daaropvolgende jaren alle macht naar zich toe. Maar hij moest wel eerst nog afrekenen met de Britten. Het Britse Empire had haar zinnen gezet op de rijke kolonie en stuurde bijna 90 000 soldaten, nota bene meer dan het twee decennia eerder naar Noord-Amerika stuurde om de Amerikaanse patriotten in toom te houden.x

Maar het mocht niet baten. Louverture zou de Britse invasie afslaan (samen met zijn bondgenoten malaria en gele koorts – nieuwe Britse rekruten stierven massaal na enkele maanden op het tropische eiland aan deze ziektes). In 1798 trokken de Britten zich terug. Meer dan de helft van de Britse troepen waren gestorven in de strijd of aan ziekte. De Haïtiaanse revolutionairen hadden de toenmalige supermacht op de knieën gekregen.

 

De paradox van de macht in de post-kolonie

Toussaint Louverture was nu de machtigste man op het eiland, alsook één van de belangrijkste ideologen van de revolutie. Hij wou een nieuwe postkoloniale staat creëren, gebaseerd op universele principes van vrijheid en rechten van de mens.

Maar zijn project stond niet los van de nog steeds vijandige Caraïbische geopolitieke context en bevatte een aantal belangrijke contradicties. Louverture was ervan overtuigd dat hij alle macht naar zich toe moest trekken om de vrijheid waarvoor ze zo hadden gevochten te beschermen. Die vrijheid kon ook alleen maar gegarandeerd worden als de nieuwe staat sterk genoeg was om toekomstige buitenlandse vijanden af te slaan.

Hij liet een nieuwe grondwet opmaken in 1801, de eerste grondwet in de moderne geschiedenis waarin alle staatsburgers, los van hun kleur, als gelijken werden beschouwd. Hij benoemde zichzelf ook tot gouverneur voor het leven. Daarnaast herstelde hij de zo gehate plantage-economie op autoritaire wijze om de economie van het land terug op te bouwen na jaren van oorlog. Hij liet zelfs witte planters terugkeren naar hun vroegere domeinen. De ex-slaven moesten nu verplicht samenwerken met hun vroegere meesters voor een bescheiden arbeidsloon.

Dit werd hem uiteraard niet in dank afgenomen door veel revolutionairen die jarenlang hadden gevochten om net aan de plantages te kunnen ontsnappen. Maar Toussaint zag geen andere optie. Hij werd geconfronteerd met het typische dilemma waar veel postkoloniale regimes ook mee te maken kregen in de 20ste eeuw. Het dilemma tussen ‘vrijheid of ontwikkeling’ in een revolutionaire en imperialistische context.

De tragische paradox, zo schreef historica Carolyn Fick, was dat de invoering van werkelijk universele rechten van de mens in Saint-Domingue, het meest radicale politieke project van universele rechten uit die tijd, in eerste instantie afhing van gedwongen arbeid, militarisering en de facto afschaffing van de individuele vrijheden en rechten van de ex-slaven.xi

 

Toussaint versus Napoleon

Louverture had alle redenen om de koloniale machten te wantrouwen. In Frankrijk kwam ondertussen Napoleon Bonaparte aan de macht. Hij wou het Franse koloniale rijk in ere herstellen. En Saint-Domingue, nog altijd officieel een onderdeel van Frankrijk maar ondertussen de facto onafhankelijk, moest terug de lucratieve kolonie worden van weleer. 

Napoleon Bonaparte

In 1802 stuurde Napoleon zijn schoonbroer Charles Leclerc met een leger van bijna 80 000 man. Ondanks de rivaliteit tussen de grootmachten, gaven de Amerikanen en de Britten Napoleon’s leger de vrije doorgang. Ook zij hoopten dat Frankrijk een einde zou kunnen maken aan het bewind van Toussaint Louverture dat steeds meer weerklank vond in de rest van de koloniale wereld. Zijn regime begon een bedreiging te vormen voor de Europese koloniale orde in zijn geheel.

Napoleon presenteerde deze missie als “een kruistocht van de beschaafde mensen van het Westen tegen de opkomende zwarte barbarij in Amerika”. De Britse eerste minister Henry Addington trad de Franse consul bij en verklaarde dat "de belangen van de twee regeringen precies hetzelfde zijn, namelijk de vernietiging van de Jakobijnse ideologie en vooral dat van de zwarten”.xii

Generaal Charles Leclerc (schoonbroer van Napoleon)

De Fransen wouden niet dezelfde fout maken als de Britten en ze wisten dat Toussaint en de zijnen nooit zouden opgeven. In één van zijn bekendste brieven aan de Franse Directoire in 1797 had Louverture nog de volgende woorden laten optekenen als antwoord op de kritiek op zijn bewind van de pro-slavernij lobby en hun druk op de regering om de slavernij terug in te voeren: “Zouden mannen die ooit van de voordelen van vrijheid hebben genoten kalm toezien terwijl het van hen wordt weggenomen! Ze droegen nog hun kettingen wanneer ze geen betere toestand van het leven kenden dan die van de slavernij. Maar indien ze vandaag, wanneer ze [deze kettingen] hebben afgeworpen, duizend levens hadden, dan zouden ze deze allemaal opofferen in plaats van opnieuw onderworpen te worden aan de slavernij."xiii

 

Toussaint gevangen, Frankrijk in de touwen en Haïti onafhankelijk

Toussaint Louverture werd uiteindelijk niet verslagen maar met een list gevangen genomen. In 1802 werd hij samen met honderden van zijn getrouwen verscheept naar Frankrijk waar hij in gevangenschap stierf in Fort Joux in het Jura gebergte. Tegen de kapitein van het Franse schip dat hem naar Europa bracht, waarschuwde hij nog: “Ze hebben alleen de stam van de boom van zwarte vrijheid geveld. Hij zal bij de wortels weer gaan uitgroeien, want die zijn talrijk en rijk vertakt”xiv.

Toussaint Louverture (wiki commons)

Het was opvallend dat veel van Toussaint’s vroegere officieren, zoals onder andere Jean-Jacques Dessalines, waren overgelopen naar de Fransen en niet in opstand kwamen tegen zijn gevangenschap. Toussaint’s dictatoriale bestuur had hem uiteindelijk onpopulair gemaakt bij een groot deel van de revolutionairen. Gebruikmakend van deze onderlinge onvrede, kon Leclerc het Franse bewind op het eiland tijdelijk herstellen.

Maar niet voor lang. Op het moment dat uitlekte dat Napoleon de slavernij terug officieel had ingevoerd, brak de Haïtiaanse revolutie terug los in alle hevigheid. Alle middelen waren goed voor Leclerc om het eiland terug onder controle te krijgen. Hij suggereerde zelfs aan Napoleon om alle opstandige mannen en vrouwen boven de twaalf jaar uit te moorden om op die manier te kunnen beginnen met een schone lei (en nieuwe ingevoerde slaven).xv

Onder leiding van Dessalines (en opnieuw met de gele koorts aan hun zijde) versloegen de revolutionairen het leger van Napoleon en werd de Franse koloniale droom in het Caraïbische gebied definitief aan diggelen geslagen.

Op 1 januari 1804 werd de Republiek Haïti uitgeroepen. Napoleon had ondertussen meer manschappen verloren op Saint-Domingue dan 11 jaar later in Waterloo. Dit had ook gevolgen voor de VS. De enorme Franse verliezen, zowel qua manschappen als voor de Franse schatkist, leidde tot de verkoop van Louisiana aan de Amerikaanse regering.xvi Napoleon bekende later, tijdens zijn ballingschap op Sint-Helena: “Mijn grootste fout is geweest met geweld Saint-Domingue te willen onderwerpen. Ik had het moeten laten regeren door Toussaint Louverture”.xvii

 

De mythes van de macht doorbroken

De grote verwezenlijking van de Haïtiaanse revolutie was niet enkel het feit dat ze erin slaagde twee van Europa’s grootste koloniale rijken te verdrijven van een klein eiland te midden van de Caraïbische zee. Ze bracht ook een enorme klap toe aan de pro-slavernij lobby in Europa. Drie jaar later, in 1807, slaagden de abolitionisten erin de afschaffing van de slavenhandel door het Britse Parlement te laten goedkeuren.xviii

Daarnaast luidde deze revolutie ook het begin van het einde in van het Caraïbische model van plantage-kapitalisme. Men mag niet vergeten dat Saint-Domingue toen deel uitmaakte van één van de meest geïndustrialiseerde gebieden ter wereld. Het onafhankelijke Haïti had duidelijk gemaakt dat een winst-systeem op basis van industriële slavernij moreel, politiek en zelfs economisch onhoudbaar werd op lange termijn.xix

Maar misschien wel de meest actuele verwezenlijking van de Haïtiaanse revolutie is dat ze de Europese mythe van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid met een shock openbaarde. En dat ze de ruimte creëerde voor nieuwe, nog radicalere, ideeën en standpunten. Ideeën die velen onder ons vandaag nog altijd verdedigen en absoluut fundamenteel vinden.

 

De Marseillaise tegen de Franse revolutionairen

 Eén bekend voorbeeld tijdens de revolutie illustreert dit perfect. Op een bepaald moment, tijdens de campagne van Leclerc, hadden Franse soldaten een fort van de revolutionairen omsingeld. Die laatsten konden geen kant meer op. En toen gebeurde er iets opmerkelijks. ’s Nachts werd het leger van Napoleon wakker gehouden door verassende geluiden. De Haïtianen in het fort zongen Franse revolutionaire liederen zoals de Marseillaise en Ça Ira.

Sommige Franse soldaten keken elkaar aan in verwondering en vroegen zich af: “Hebben onze barbaarse vijanden gerechtigheid aan hun zijde? Zijn wij niet langer de soldaten van het Republikeinse Frankrijk? En zijn wij de rauwe instrumenten van het beleid geworden?”xx Twee eeuwen later zouden getraumatiseerde Fransen soldaten in Algerije, of Amerikaanse soldaten in Vietnam, Afghanistan en Irak zich dezelfde vragen stellen.

Haïtiaanse revolutionairen o.l.v Dessaline banen zich een weg door de Franse linies van Leclerc (illustratie door Aguste Raffet, gravure van Hébert)

Deze scène, waarin een belangrijke referent van de ‘Europese beschaving’, van de ‘Westerse Verlichting’, gebruikt wordt tegen de Europeanen, legde de ware contradicties bloot van de toenmalige Europese moderniteit. Of zoals filosoof Slavoj Žižek het verwoordt: de boodschap van de Marseillaise van de Haïtiaanse soldaten was niet: ‘Kijk, zelfs wij, de primitieve zwarten, zijn in staat ons aan te passen aan jullie hoge cultuur en politiek en die als een voorbeeld te imiteren!’ De boodschap was veel preciezer: ‘In deze strijd zijn wij Franser dan jullie, de Fransen, wij staan voor de diepste consequenties van jullie revolutionaire ideologie, precies de consequenties die jullie niet konden aanvaarden.xxi

Een regiment van Poolse huursoldaten zou daarna het bevel van Leclerc negeren om 600 zwarte mensen standrechtelijk te executeren. Niet veel later zouden diezelfde Poolse soldaten vechten aan de zijde van Dessalines tegen het leger van Napoleon.xxii

 

De hypocrisie van de verlichte burgerklasse

De strijd van de Haïtianen toonde aan de (Atlantische) wereld dat de idealen van de verlichting en de Franse revolutie niet alleen een inhoud gaf aan de industriële revolutie, de democratie en de moderniteit maar ook aan het kolonialisme en de industriële slavernij van de Caribische eilanden.

Die slavernij bleef niet bestaan als instituut ondanks de Europese Verlichting. In tegendeel, het bereikte nieuwe hoogtepunten tijdens de opkomst van het liberalisme en de hegemonie van de Europese burgerij. De totale slavenpopulatie bedroeg naar schatting 330 000 in 1700, in 1800 waren het er bijna 3 miljoen en nauwelijks 50 jaar later was dit totaal al verdubbeld naar 6 miljoen slaven.xxiii

De slavenhandel werd in die tijd vooral gedomineerd door het Britse rijk, toen de bakermat van het liberalisme met prominente figuren zoals John Locke en John Stuart Mill. Deze schijnbare contradictie kan men niet zomaar verklaren aan de hand van de ‘tijdsgeest’. De opkomende burgerklasse is mee groot geworden dankzij haar koloniale avonturen en de uitbuiting van slaven.

Het was het verzet van de Haïtianen die de contradicties in het Europese liberale denken blootlegde en mee aan de basis lag van de verandering van de betekenis die werd gegeven aan radicale ideeën zoals vrijheid en gelijkheid.

Veel filosofen en historici zijn zich uiteraard bewust van die veranderende betekenis. Maar al te vaak wekken diezelfde wetenschappers de indruk dat die verandering er kwam door voortschrijdend inzicht van de Europeanen zelf. Als gevolg hiervan blijft de mythe overeind dat de verandering van radicale en progressieve ideeën, met andere woorden het verlichtingsproces, een exclusief Europees proces is (geweest).

Niets is minder waar. De Haïtianen hebben hun eigen vrijheid en gelijkheid uitgevonden en gingen hierin veel verder dan hun radicaal verlichte Europese tijdgenoten.xxiv Zij beslisten, bijvoorbeeld, dat ras geen legitieme basis vormde voor discriminatie en ongelijkheid, in tegenstelling tot de heersende opvatting in Europa op dat moment.

Veldslag tussen Haïtiaanse revolutionairen en Poolse huursoldaten (schilderij van January Suchodolski 1845)

De Haïtiaanse radicale verlichting

Het is niet omdat veel politieke activisten, revolutionairen en intellectuelen in de koloniale wereld hun gedachten meestal niet in filosofische boeken neerpenden (ze hadden vaak die luxe niet) dat hun invloed niet zou bestaan. Sommige historici, zoals Julius Scott, Laurent Dubois, Carolyn Fick of Marcus Rediker proberen vandaag meer aandacht te schenken aan wat ze ‘a history from below’ noemen. Een belangrijke boodschap van deze historici is dat slaven en andere ‘verworpenen der aarde’ ook denkende mensen zijn en ideeën, theorieën en idealen kunnen overnemen, bekritiseren en transformeren.

De Haïtianen hebben mee de revolutie van het denken vorm gegeven. Niet altijd via boeken en geschriften maar vooral door de manier waarop hun strijd en hun idealen waarvoor ze streden de ruimte creëerde voor radicaal nieuwe reflecties. Zo zou Hegel’s inspiratie voor zijn bekende meester-slaaf dialectiek, volgens filosofe Susan Buck-Morss, in grote mate gebaseerd zijn op de verslagen en commentaren die hij las over de Haïtiaanse revolutie in zijn favoriete kranten.xxv

Daarnaast waren er ook denkers die via hun eigen geschriften een grote impact hadden op de filosofische en intellectuele discussies uit die tijd. Toussaint Louverture dicteerde en schreef zelf zijn ideeën neer in honderden brieven met de expliciete bedoeling om de publieke perceptie over de Haïtiaanse revolutie te beïnvloeden. Hij schreef onder andere brieven naar de Franse Assemblee, de Franse regering en naar Napoleon. Hij had zichzelf leren lezen en werd geïnspireerd door de ideeën van radicale verlichtingsdenkers zoals Abbé Raynal en later ook de Franse revolutie.

 

De internationale reputatie van Baron de Vastey

Een ander voorbeeld is Jean Louis Vastey (ook wel Baron de Vastey), een Haïtiaanse intellectueel die vooral publiceerde net na de onafhankelijkheid. Tussen 1814 en 1819 zou de Vastey meer dan tien boeken en pamfletten schrijven. Zijn werk vond een enorme weerklank in abolitionistische netwerken, zowel in Europa, de VS als in het Caraïbische gebied. Het werd quasi onmiddellijk vertaald in het Engels, Duits, Italiaans en zelfs het Nederlands. Hoewel vandaag weinigen de Vastey zullen kennen, was hij een internationaal publiek figuur in de 19de eeuw en werd zijn werk en zijn ideeën onder andere becommentarieerd in de Franse, Duitse, Amerikaanse en Engelse pers.xxvi

De Vastey correspondeerde met figuren zoals Thomas Clarkson, de bekende Britse abolitionist. William Wilberforce, de Britse parlementair die veertig jaar lang zal ijveren voor de afschaffing van de slavernij in het Britse parlement, probeerde persoonlijk tussen te komen om de executie van De Vastey te verhinderen na een staatsgreep in Haïti. Tevergeefs weliswaar.

Ook na zijn dood blijft de Vastey andere denkers inspireren, tot ver in de 20ste eeuw. Hij laat een blijvende indruk na op bekende auteurs als Aimé Césaire en winnaar voor de nobelprijs literatuur Derek Walcott. Zijn boek, Le Système Coloniale Dévoilé, een vlammend en uitermate confronterend antikoloniaal manifest, werd onlangs opnieuw uitgegeven in het Engels.


Iedereen zwart

Tijdens de ‘Age of Revolution’, was de Haïtiaanse revolutie de enige die emancipatie en mensenrechten tot zijn werkelijke universele consequenties doortrok. De Haïtiaanse revolutie was de enige die uiteindelijk heeft geleid tot een nieuwe grondwet waarin de slavernij expliciet werd verboden, evenals discriminatie op basis van huidskleur. Dat was noch het geval bij de Amerikaanse revolutie noch bij de Franse.

De nieuwe grondwet van 1805 brak radicaal met de toen gangbare racistische opvattingen en beschouwde alle Haïtianen, los van hun huidskleur, als zwart. Inclusief de grote groep Duitse en Poolse huurlingen die deserteerden uit het Franse leger en uiteindelijk hadden meegestreden met de Haïtianen tegen het leger van Napoleon.

Dat men de impact van de Haïtiaanse revolutie niet mag onderschatten, blijkt ook uit de reactie van de Europese mogendheden op de stichting van de republiek. Men vreesde voor besmettingsgevaar in andere kolonies met als gevolg dat er een algemene boycot kwam tegen Haïti. Meer nog, de Fransen eisten zeer zware herstelbetalingen in ruil voor officiële erkenning. Sommige historici beschouwen die feiten als belangrijke oorzaken voor Haïti’s hedendaagse problemen en armoede.

Haïtiaanse vlag na de revolutie. Identiek aan de Franse vlag maar dan zonder de kleur wit


Haïti en haar lessen voor de 21ste eeuw

Welke hedendaagse lessen kunnen we trekken uit de Haïtiaanse revolutie? De hypocrisie en de logica van het Franse koloniale bestuur en de pro-slavernij lobby toen, vertoont gelijkenissen met de hedendaagse structuren en belangen die vandaag de mondiale ongelijkheid in stand houden.

In de tijd van de Amerikaanse en Franse revolutie leek de koloniale onderneming en het winstgevende plantage-kapitalisme in strijd met de nieuwe idealen van vrijheid, gelijkheid en universele mensenrechten. Net daarom was er nood aan speciale statuten of speciale wetten voor de kolonies, zoals die bijvoorbeeld werden ingevoerd door Napoleon. Daar zouden de ‘universele wetten’ van de nieuwe Franse Republiek niet gelden.

De ogenschijnlijke tegenstrijdigheid tussen financiële belangen en revolutionaire idealen vormden bovendien een vruchtbare grond voor de ontwikkeling van het wetenschappelijke racisme. Hoe meer men sprak over de universele rechten van de mens, hoe meer men in Europa net nood had aan een dehumanisering van alle mensen die onder het koloniale juk gebukt gingen. Alleen zo kon men de nieuwe idealen verzoenen met de koloniale projecten waarin de ‘verlichte’ Europese bourgeoisie haar ‘ondernemingszin’ kon laten gelden.

 

Hedendaagse contradicties tussen idealen en belangen

Vandaag ziet men gelijkaardige contradicties waarbij ‘onze’ idealen, ‘onze’ normen en waarden lijken te botsen met bepaalde geopolitieke en internationale handelsbelangen. Als we de toenemende kloof tussen arm en rijk en ook tussen Noord en Zuid willen begrijpen, dan is het noodzakelijk om de politieke en economische macht die ons wereldeconomisch systeem structureert, bloot te leggen en uit te dagen. Een systeem dat sinds de kolonisering zo werd ontworpen en veranderd dat het vooral de belangen van rijke landen, haar multinationals en een geglobaliseerde klasse van superrijken dient.

Vandaag bestaat er een complex systeem van internationale handelsakkoorden, een mondiale financiële infrastructuur, een versmachtend schuldensysteem, mechanismen van belastingontwijking (offshore) en een nieuwe grondstoffen race (zoals “the new scramble for Africa”) die ervoor zorgen dat de rijken alleen maar rijker worden ten koste van de overgrote meerderheid van de wereldbevolking.

Al deze mechanismen zorgen er bijvoorbeeld voor dat het totale budget aan ontwikkelingssamenwerking voor het Afrikaanse continent slecht een fractie bedraag van het geld dat uit datzelfde continent wordt versluisd ten voordele van multinationals en rijke landen. Afrika, met andere woorden, financiert de wereldeconomie. Bepaalde economen proberen zich nog op te trekken aan een zogenaamd wereldwijde daling van de armoede om de huidige vorm van globalisering te verdedigen, maar ook die bewering vraagt de nodige kritische nuances.

 

Dictator Al-Sisi moeten we dus koesteren?

Binnen deze constellatie van machtsongelijkheid en machtsmisbruik zien we liberale denkers, zoals Nederlands politicus Hable Zijlstra, openlijk pleiten voor een “realistisch buitenlands beleid” waarin mensenrechten ondergeschikt zijn aan de Europese economische belangen en veiligheidsbelangen.

Stabiele militaire regimes, zoals dat van de huidige militaire dictator Abdel Fattah Al-Sisi in Egypte, die moeten we koesteren, zo stelt Zijlstra in een interview in het Nederlandse programma Buitenhof. “Zolang ze hun bevolking niet uitmoorden”.

Dat interview vond plaats twee jaar na het Raba’a bloedbad op 14 augustus 2013 in Cairo. Het Egyptische leger onder leiding van Al-Sisi doodde toen op klaarlichte dag, volgens Human Rights Watch, minstens 847 demonstranten en waarschijnlijk meer dan duizend. Human Rights Watch omschreef de slachtpartij als één van de grootste op demonstranten in onze recente geschiedenis.

 

Dehumanisering van de Ander (en onszelf)

Het bijkomende probleem is dat discoursen, zoals als dat van Zijlstra, de enorme problemen waarmee arme landen kampen, vaak gebukt onder dictatoriale regimes, voorstellen als iets dat enkel en alleen binnen die landen zelf is ontstaan. Iets waar wij niets mee te maken hebben. Iets eigen aan de mensen daar. Jammer genoeg zijn ze er nog niet in geslaagd ons als voorbeeld te volgen.

En net wanneer de rijke landen in het Westen te maken krijgen met de gevolgen van deze problemen, bijvoorbeeld in de vorm van toenemende migratie, of in de vorm geweld dat ‘thuiskomt’ (zelfmoordaanslagen), net dan ontstaat de nood om de ander terug te dehumaniseren. Anders krijgen we de contradicties niet uitgelegd. Het geweld? Dat is vooral de ‘Ander’.

Deze tendensen zijn niet zonder gevaar. Het opent de deuren voor een beeldvorming en taalgebruik waarin het menselijke, politieke en economische drama achter armoede, dictatuur en vluchtelingen nauwelijks nog aan bod komt. Vooral langs (extreem-)rechterzijde worden vluchtelingen bijvoorbeeld gereduceerd tot angstaanjagende abstracties, tot natuurrampen (tsunami’s) waar wij niets aan kunnen doen. De angst regeert (of wordt als electoraal middel ingezet).

Lang geleden wisten radicale denkers zoals Baron de Vastey en later Aimé Césaire al dat machtssystemen zoals het kolonialisme (of het neokolonialisme) niet alleen de gekoloniseerde ontmenselijkt maar ook de kolonisator zelf, de zogenaamd ‘beschaafde’ mens.

Worden we steeds ongevoeliger voor het geweld en de miserie in andere landen? Het totale gebrek aan aandacht voor de grootste humanitaire ramp van de 21ste eeuw, de vergeten oorlog in Jemen, is misschien een teken aan de wand. Worden we harder, onverdraagzamer, minder tolerant? Volgens Gie Goris van Mo-Magazine is het alvast duidelijk: de mensenrechten worden steeds minder gezien als fundamenteel voor westerse waarde

Haïti zet hier iets tegenover. Een project van re-humanisering. Een project gebaseerd op radicale gelijkheid. Dekolonisering in Haïtiaanse termen betekent universele principes, waarden en normen doordenken en radicaliseren tot in hun diepste consequenties. Consequenties die de huidige mondiale elite, net zoals de koloniale elite in het verleden, niet kunnen aanvaarden.

Daarom betekent dekolonisering in Haïtiaanse termen de bevrijding van zowel de gekoloniseerde als de kolonisator. Iedereen wordt zwart. De Haïtiaanse revolutie staat symbool voor de strijd voor een nieuwe mens. Een radicale strijd die werd verder gezet in de 20ste eeuw door revolutionairen, denkers en sociale bewegingen zoals Frantz Fanon, Angela Davis, Walter Rodney, de antikoloniale bewegingen, de Black Panther beweging en vele anderen.

 

Ja maar… de Haïtiaanse revolutie is toch mislukt?

Vanaf het prille begin werd de postkoloniale geschiedenis van Haïti geteisterd door staatsgrepen, geweld, dictatoriaal bestuur en imperialistische inmenging. In het begin van de 21ste eeuw werd het land zelfs opnieuw bezet, bijna 20 jaar lang, dit keer door de Verenigde Staten. Deze tragische postkoloniale geschiedenis verdient uiteraard haar eigen grondige en kritische analyse.

Maar revoluties zijn meer dan alleen het ontstaan van nieuwe politieke systemen, gevolgd door nieuwe politieke problemen. Ze hebben vaak ook een veel bredere maar ook veel moeilijker te bepalen impact. Revoluties creëren ruimte voor nieuwe ideeën, doorbreken aloude mythes en openen onze ogen voor machtsmisbruik. Meer nog, revoluties creëren niet alleen nieuwe ideeën, ze leggen ze ook op als een nieuwe waarheid. Ze zorgen voor een mentaliteitswijziging en een intenser politiek bewustzijn. Een vorm van emancipatie veroorzaakt door en in de sociale strijd.

De Franse revolutie mondde uit in de Terreur en later het Napoleontische keizerrijk. Het is pas in de 20ste eeuw dat we de contouren zien ontstaan van een hedendaags liberaal democratisch systeem. De postrevolutionaire Amerikaanse staat werd grotendeels uitgebouwd en bestuurd door slaveneigenaars.xxvii Het idee “all men are created equal” (de beroemde zin uit de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring) sloeg niet alleen op witte mensen, maar vooral op witte mannen.xxviii We moeten wachten tot ver in de 20ste eeuw vooraleer de burgerrechtenbeweging zal leiden tot de Civil Rights Act van 1964 en discriminatie op grond van huidskleur, religie of afkomst strafbaar maakt. Maar toch zal niemand de verwezenlijkingen en de betekenis van die twee revoluties ontkennen, noch de manier waarop ze tot op vandaag dienen als bron van inspiratie.

Guillotine als symbool van de Franse Terreur na de revolutie

Haïti als bron van radicale inspiratie

En zo kunnen/moeten we ook inspiratie putten uit de Haïtiaanse revolutie. We bevinden ons vandaag in een periode waarin de schijnbare politieke consensus van een aantal decennia geleden verdwenen is of alleszins in sneltempo afbrokkelt (de Derde Weg, de liberale democratie en de heilzame werking van de economische groei). Daartegenover staan vandaag een falend financieel-economisch systeem, een crisis van de democratie, een mondiale vluchtelingencrisis en een ecologisch doemscenario.

De ruimte, met andere woorden, ligt open voor nieuwe politieke waarheden en verhalen. Dit is iets wat de rechterzijde maar al te goed begrijpt. Cultuurwetenschapper Ico Maly beschrijft in zijn boek uitvoerig hoe ‘nieuw rechts’ (of extreem rechts) via een ‘cultuuroorlog’ en een ‘metapolitieke strategie’ inzet op een algemene mentaliteitswijziging en een verschuiving van de ‘common sense’ om zo de verworvenheden van de Radicale Verlichting in vraag te stellen en te ondermijnen.xxix

Maar ook aan progressieve kant beweegt er van alles en zien we een ‘radicalisering’. Dat is de strijd die nu open ligt. Een mondiale strijd die sinds 2011 nieuw leven werd ingeblazen door de Arabische opstanden en het spook van Tahrir. En in die strijd kunnen de Haïtianen een inspiratie zijn.

Want dit moeten we in het achterhoofd houden wanneer we terugdenken aan de revolutie op Saint-Domingue: De Haïtianen voerden geen strijd voor alleen maar gelijkheid, voor een gelijke behandeling en integratie in de bestaande orde. Integendeel, het was een strijd voor een radicaal andere toekomst, voor radicaal nieuwe ideeën, voor een radicaal nieuwe betekenis van de idealen vrijheid en gelijkheid.

En dit zien we ook bij de hedendaagse dekoloniseringsbeweging. Het is vaak in de marges van onze samenlevingen, bij die groepen die het meest lijden onder het huidige systeem, dat de meest radicale en meest progressieve acties en ideeën ontstaan. Net zoals in de tijd van Saint-Domingue hebben we vandaag we nood aan nieuwe initiatieven van radicale hoop. Bewegingen die een tegenwicht bieden aan de pogingen van extreem rechts om de publieke ruimte te overspoelen met irrationele angst, intolerantie zelfs haat.

 

Radicale hoop en de Haïtianen van vandaag

Vandaag voeren wereldwijd allerlei indigenous movements (zoals het Unist’ot’en kamp in Canada), landloze boerenbewegingen (zoals de MST in Brazilië), arbeidersbewegingen (zoals de recente massale stakingen in Indië), antiracisme bewegingen (zoals Black Lives Matter), vrouwenbewegingen (opnieuw in Indië), en vele andere sociale bewegingen in de marges de strijd aan. Ze behoren tot de voorlopers in de mondiale strijd voor sociale en ecologische rechtvaardigheid en ze geven een nieuwe radicale betekenis aan begrippen als vrijheid en gelijkheid.

Maar al te vaak blijven deze vormen van strijd te onzichtbaar. En lijkt het alsof het sociale protest vandaag iets relatief nieuw is. Iets van de laatste jaren. Nochtans is het nooit stil geweest op vlak van sociaal verzet. Het enige verschil vandaag is misschien het feit dat steeds meer mensen in het geprivilegieerde Westen nu ook delen in de ‘malaise’.

Net daarom is het zo belangrijk om de strijd voor radicale vrijheid en gelijkheid te laten vertrekken vanuit het perspectief en initiatief van diegenen die (al jaren, zelfs decennia) worden onderdrukt. Dat de linkerzijde, vooral bij ons in het Westen, (nog meer) luistert naar de activisten die voorop lopen in de strijd.

Soms slagen enkele van die radicale bewegingen, zoals de Zapatistas in Mexico, Standing Rock in North Dakota (VS) en/of Black Lives Matter, erin om de wereldwijde aandacht op te eisen en miljoenen mensen te inspireren. En soms beginnen progressieve politici, zoals de recent verkozen Alexandria Occasio-Cortez in het Amerikaanse Congres, ook effectief naar die bewegingen te luisteren om samen naar nieuwe radicale oplossingen te zoeken voor de toekomst. Dat is de radicale hoop die we moeten koesteren.

In die zin zijn de Zapatistas, de Native Tribes van Standing Rock en Black Lives Matters enkele van de meest inspirerende voorbeelden van verzet. Hun strijd is niet enkel een pleidooi voor gelijke rechten. Het gaat veel verder dan dat. Zij staan voor de radicale verdieping van waarden en normen die de geprivilegieerden en heersende elite confronteren met de inconsequenties en mythes van hun eigen idealen. Op die manier blijft de Haïtiaanse revolutie een herinnering aan een radicale mogelijkheid.

Om te eindigen met de woorden van de Haïtiaanse intellectueel de Vastey: "De vrienden van de slavernij, die eeuwige vijanden van de mensheid, zijn vrij geweest om duizenden boeken te schrijven; al eeuwenlang hebben ze de drukpersen van Europa laten kreunen onder het gewicht van hun laster en hun pogingen om de zwarte man onder het niveau van een bruut beest te verlagen. (...) Vandaag echter heeft de goddelijkheid ons begunstigd met zijn genereuze geschenken, die ons vrij en onafhankelijk maken, (...). [O]p dit moment hebben we onze eigen Haïtiaanse persen, en kunnen we de misdaden van de kolonisten onthullen en zelfs de meest absurde leugens weerleggen die zijn uitgevonden door de vooroordelen en hebzucht van onze onderdrukkers. (...) Als we onder zulke omstandigheden niet gebruik maken van de kracht het woord, dan zouden we inderdaad de titel 'mens' niet waard zijn, zoals onze vijanden beweren".xxx

 

“Koen Bogaert is docent aan de vakgroep Conflict & Ontwikkelingsstudies van de Universiteit Gent en lid van de onderzoeksgroep Middle East and North Africa Research Group (MENARG). Hij doceert onder andere over de koloniale geschiedenis en antikoloniaal verzet”


 

 

Noten

i Appiah, K.A. (2016) De Erecode. Hoe morele revoluties plaatsvinden (pp.142-143). Amsterdam: Boom.

ii Nesbitt, N. (2008) Universal Emancipation. The Haitian revolution and the Radical Enlightenment. Charlottesville: University of Virginia Press.

iii Israel, J. (2011) Revolutie van het denken. Radicale verlichting en de wortels van onze democratie. Franeker: uitgeverij Van Wijnen.

iv Enkele voorbeelden zijn opgenomen in de referentielijst van dit artikel.

v Hochschild, A. (2005) Bevrijd de slaven! Het verhaal van de eerste mensenrechtencampagne (p.285). Amsterdam: J.M. Meulenhoff.

vi In de eerste jaren na de Franse revolutie waren er ook al toenemende spanningen tussen de witte elite van het eiland en de vrije mensen van kleur, die zich gesterkt zagen door de gebeurtenissen in Frankrijk om gelijke rechten te eisen. Onder leiding van Vincent Ogé waren het vooral zij die in het begin de koloniale autoriteiten uitdaagden. Hun opstand werd onderdrukt en Ogé werd geëxecuteerd.

vii Scott, J. (2018) The Common Wind. Afro-American currents in the Age of the Haitian Revolution. London: Verso.

viii Cijfers zijn afkomstig uit Hochschild (2005: 290) en Beckert, S. Katoen. De opkomst van de moderne wereldeconomie (p.127). Amsterdam: Hollandsdiep

ix Saint-Domingue was slechts een derde van het vroegere Hispaniola, het eiland dat ‘ontdekt’ door Columbus in 1492. Later, op het einde van de 17de eeuw, splitste het eiland in het Franse Saint-Domingue en het Spaanse Santo Domingo.

x Hochschild (2005: 312)

xi Fick, C. (2007) The Haitian revolution and the limits of freedom: Defining citizenship in the revolutionary era, Social History, 32(4): 394-414.

xii Dubois, L. (2004) Avengers of the New World. The story of the Haitian Revolution (p.256). London: The Belknap Press of Harvard University Press.

xiii Aristide, J-B. (2008) Toussaint L’Ouverture. The Haitian Revolution (p.34). Londen: Verso.

xiv Hochschild (2005: 323).

xvDubois (2004: 290-291). Dit idee was op zich niet zo ver gezocht. Men ging er vanuit dat nieuwe slaven als volgzame, psychologisch gebroken ‘producten’ zouden worden afgeleverd. Het slavenschip speelde hierin een belangrijke rol. Marcus Rediker documenteert bijvoorbeeld hoe het slavenschip niet alleen diende als drijvende gevangenis maar ook als systeem van fysieke en psychologische terreur om de gevangen Afrikanen hun weerstand en gevoel van menselijkheid te breken. Zie Rediker, M. (2007) The Slave Ship. A Human History. New York: Penguin Books.

xvi Hochschild (2005: 326).

xvii Ros, M. (2018) Slavenopstand Haïti. Toussaint Louverture en de strijd om de vrijheid (p.175). Soesterberg: Aspekt.

xviii Slavernij als instituut werd pas afgeschaft door het Britse Parlement in 1834. Later volgden ook de andere koloniale machten.

xixVoor een meer uitgebreide analyse over de link en de manier waarop het plantage-kapitalisme de basis heeft gelegd voor de industriële revolutie zie, o.a. Beck (2015) en Mintz, S. (1987) Suiker & Macht. De rol van suiker in de geschiedenis. Utrecht: Veen, uitgevers.

xx James CLR (1963) The Black Jacobins. Toussaint L’Ouverture and the San Domingo Revolution (pp.317-318). New York: Vintage Books.

xxiŽižek, S. (2011) Eerst als tragedie, dan als klucht (p.172), Amsterdam: Boom.

xxii James (1963: 318).

xxiii Losurdo, Domenico (2011) Liberalism. A counter-history (p.35), Londen: Verso.

xxiv De grote meerderheid van de Europese abolitionisten en denkers binnen de traditie van de Radicale Verlichting waren voor een geleidelijke afschaffing van de slavernij. Bovendien zou deze geleidelijke emancipatie van de slaven gepaard moeten gaan met het nodige beschavingswerk (typisch voor de koloniale mindset). Veel Europese radicale denkers waren ervan overtuigd dat deze mensen nog niet het nodige beschavingsniveau hadden bereikt. Zie o.a. Nesbitt (2008).

xxv Buck-Morss, S. (2008) Hegel, Haiti, and Universal History. Pittsburgh: University of Pittsburgh Press.

xxvi Daut, M. (2017) Baron de Vastey and the Origins of Black Atlantic Humanism. New York: Palgrave Macmillan.

xxviiLosurdo (2011)

xxviiiZinn, H. (2010) Geschiedenis van het Amerikaanse volk (pp.97-98). Berchem: Epo.

xxix Maly, I. Nieuw Rechts. Berchem: Epo.

xxx de Vastey, J.F. (2014) The Colonial System Unveiled (p.144). Liverpool: Liverpool University Press.

 

 

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.