Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

Heeft Proximus een digitaal of een boekhoudkundig transformatieplan?

Het nieuws dat 1.900 jobs op de helling zouden staan bij Proximus sloeg in als een bom. De kostenbesparing maakt deel uit van een digitaal transformatieplan, de komende drie jaar, dat de digitale transformatie van Proximus moet versnellen en het bedrijf “voorbereiden op de uitdagingen van de toekomst”, zo luidde de officiële communicatie. Maar is dat dan wel de juiste remedie voor de kwaal?
woensdag 16 januari 2019

Even terug naar hoe het allemaal begon. Op woensdag 9 januari lekte het bericht dat de Raad van Bestuur van Proximus het shift-to-digital-plan had goedgekeurd en dat daarbij 1.900 jobs op de helling stonden. Het gerucht werd de volgende ochtend door CEO Dominique Leroy officieel bevestigd. Tezelfdertijd zouden er wel 1.250 nieuwe aanwervingen van voornamelijk digitale profielen gebeuren met het oog op een versnelde digitale transformatie. (Ondertussen “weten” we dat de Raad van Bestuur het plan niet heeft goedgekeurd maar de directie heeft gevraagd om het af te toetsen met de syndicale vertegenwoordiging en dan terug te komen om dan pas een go of no go te krijgen.)

Maar de herstructurering moet ook leiden tot een lagere personeelskost, die de verminderde inkomsten en noodzakelijke investeringen moet compenseren. Zo zijn de roamingkosten vorig jaar afgeschaft. Waardoor we nu goedkoop mobiel bellen in Europa, maar waardoor de telecombedrijven inkomsten mislopen.

Ook moet Proximus de komende jaren zwaar investeren in de uitrol van een glasvezelnetwerk en in het nieuwe 5G-netwerk, dat het mobiel internet tot 100 keer sneller moet maken dan 4G. En dan is er nog de vrees voor extra concurrentie. Na de zomer wordt de markt immers opengesteld voor een vierde mobiele speler. En er zijn de internationale spelers als Amazon en Netflix.

Te veel personeel?

ACV-Transcom wil deze realiteit niet ontkennen, noch noodzakelijke aanpassingen tegenhouden. De vraag is wel of ze het schrappen van 1.900 banen rechtvaardigt.

Want het is niet omdat Proximus de komende jaren ook moet inzetten op digitalisering, dat er minder techniekers, callcentermedewerkers, winkelpersoneel, … zouden nodig zijn. Techniekers blijven nodig voor onderhoud en aanleg van het netwerk, maar net zo goed voor de aanleg van het nieuwe glasvezelnetwerk. Het is niet omdat de klantendienst in de toekomst vragen zal beantwoorden via een chat in plaats van via telefoon dat er minder of andere vragen zijn. En het is ook niet omdat klanten vaker producten online kopen, dat ze geen service of advies verlangen van Proximus-medewerkers.

Wellicht zal een aantal taken een nieuwe invulling krijgen waarvoor een aantal andere vaardigheden nodig zijn. Maar waarom zet Proximus niet in eerste instantie in op de omscholing van het eigen personeel? Meer nog, vormingen maken systematisch deel uit van CAO-onderhandelingen en reorganisatiedossiers. Heel wat mensen zijn wel degelijk bereid om nieuwe vaardigheden aan te leren en zijn zelf vragende partij, maar krijgen daar de kans niet toe. Veel mensen hebben binnen het bedrijf nog nooit een opleiding gehad!

Er wordt steeds gehamerd op de verantwoordelijkheid van de werknemer om flexibel te zijn en levenslang te leren. Maar blijkbaar heeft een werkgever daarin geen verantwoordelijkheid. Die mag mensen, die niet meteen de juiste skills hebben, dumpen en vervangen (door goedkopere werkkrachten?).

Proximus vergelijkt haar personeels’kost’ liever met die van de private spelers en stelt dat die vele malen hoger ligt en dus moet dalen. Dat is, op zijn zachtst gezegd, kort door de bocht. Niet alleen heeft Proximus de voorbije jaren al heel wat personeel ingeleverd – op 20 jaar tijd werd dat gehalveerd, van 22.000 tot 12.000 nu, – ook hebben de medewerkers de voorbije jaren al een aantal voordelen ingeleverd, om het verschil zo goed als mogelijk weg te werken. Met die personeelsinkrimpingen hebben wij ook de werkdruk zien toenemen …

Maar er zijn ook andere redenen die het verschil verklaren. Ten eerste besteden die private spelers een heel aantal taken uit aan onderaannemers, wat de kwaliteit van de dienstverlening niet ten goede komt. Ten tweede houden ze de personeelskost zo laag mogelijk door het personeel tot een strikt minimum te beperken, en ook zoveel mogelijk te beknibbelen op loon- en arbeidsvoorwaarden, met het oog op meer winst. En met de logische negatieve gevolgen voor het welzijn van het personeel, en daarbij ook de dienstverlening.

Gaan straks alle 1.200 techniekers aan de deur worden gezet, om dan bij een onderaannemer hetzelfde werk te gaan doen voor Proximus aan een lager loon en slechtere arbeidsomstandigheden? Of komen wij straks met onze vragen en klachten terecht bij een callcenter in India of Madagascar, waar mensen voor een hongerloon ons zullen trachten verder te helpen in een aangeleerd standaard Nederlands, of in Ierland, waar belastingen kunnen ontweken worden en er nauwelijks arbeidsrechten zijn? De directie van Proximus laat er alvast geen twijfel over bestaan dat ze de mogelijkheid van outsourcing als kostenbesparende maatregel zal onderzoeken.

Wij vragen ons af hoe een overheid die vier jaar lang de mantra van ‘jobs jobs jobs’ reciteerde, akkoord zou kunnen gaan dat jobs naar een lageloonland verhuizen? Terzijde heeft Proximus nu al haar callcenters gedeeltelijk verhuisd naar Portugal.

It’s the technology, stupid

Het aantal klachten bij de ombudsdienst neemt jaar na jaar toe, en die hebben niet te maken met de medewerkers, wel met de technologie. Met stip op nummer één staan klachten over de facturatie. Dat hoeft niet te verbazen, de informaticasystemen hiervoor voldoen simpelweg niet, of zijn niet op andere Proximus-systemen afgestemd, want het werd uitbesteed aan een externe firma …

Het zorgt al twee jaar lang voor gefrustreerde klanten, maar ook medewerkers, want in plaats van de werklast te verlichten, is die alleen maar toegenomen. Hetzelfde met de verkopers, wiens bonussen afhangen van het aantal producten die ze per maand verkopen. Maar door haperende informaticasystemen kunnen ze veel minder verkopen realiseren.

Deze technologische vernieuwingen moesten een aantal jaren geleden zo snel mogelijk worden doorgevoerd, maar gebeurden op zijn minst slecht doordacht. 

Het spook van de privatisering

Alsof het personeel nog niet genoeg zorgen had, haalde Philippe De Backer vorig weekend ook de privatisering nog eens opnieuw van onder het stof. “Een regering leidt een land, geen bedrijven”, zei hij. “Ik vind het niet meer de taak van de overheid om aandeelhouder te zijn van een telecombedrijf.” Merkwaardig, aangezien het wel diezelfde overheid is die de beslissing nam voor een vierde speler, één van de zaken die mee hebben gespeeld voor de plannen van de Proximus-directie.

Maar hij zag nog meer over het hoofd. Zo is Proximus nog steeds een winstgevend bedrijf, dat de staatskas jaarlijks zo’n 4,5 procent dividend oplevert. Een verkoop van het bedrijf zou, net zoals we in het verleden al hebben zien gebeuren, de staatskas in één keer een financiële shot geven, maar uiteindelijk heel wat verliezen.

Niet enkel geld, trouwens. Vooral dienstverlening. België is in Europa een unicum met een telecombedrijf waar de overheid nog meerderheidsaandeelhouder is. Het is eveneens het derde beste netwerk ter wereld. Het één staat niet los van het ander. Al eens je vakantie doorgebracht in een klein dorp in Frankrijk? Dan weet je vast ook hoe moeilijk het daar is om op een netwerk te geraken. De reden is simpel: voor een privaat bedrijven is het aanleggen van infrastructuur in een klein dorp met weinig inwoners niet rendabel. Proximus daarentegen voorziet als overheidsbedrijf in een gelijke dienstverlening aan alle burgers in heel het land. Heb je je ooit afgevraagd waarom Telenet wel in Vlaanderen, maar niet in Wallonië actief is? Zelfde reden …

De aanleg van een telecominfrastructuur is net als de weginfrastructuur. Goede verbindingen trekken bedrijven aan en creëren werkgelegenheid. Van een weginfrastructuur, zoals bruggen, vinden wij het vanzelfsprekend dat die in orde is. We betalen daar uiteindelijk belastingen voor. Maar het onderhoud en de aanleg van weginfrastructuur wordt al tientallen jaren uitbesteed aan private spelers. Om meer winst te maken, werken die vaak met ondermaats materiaal, of worden de prijzen kunstmatig hoog gehouden. De uiteindelijke kostprijs is een pak hoger dan wanneer de overheid de weginfrastructuur zelf in handen zou houden. En de burger betaalt mee, wanneer die weer in de file staat vanwege de zoveelste wegherstellingen …

Ook voor het personeel van andere telecom-bedrijven zorgt Proximus voor een positief effect. Onderzoek van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Britse regering heeft aangetoond dat betere arbeidsvoorwaarden in de openbare sector altijd leiden tot betere voorwaarden in de privésector. In alle landen met sterke openbare diensten biedt de privésector betere sociale rechten. De betere arbeidsvoorwaarden bij Proximus stuwen met andere woorden ook die van de private spelers omhoog, en evengoed de dienstverlening.

Althans, dat vinden wij positief. Het lijkt er op dat een aantal anderen dit eerder zien als een blok aan het been, en hier liefst zo snel mogelijk vanaf willen. En zo meer winst kunnen overhouden voor de aandeelhouders. Zou het dan toch enkel daarom te doen zijn?

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.