Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Sluit het vangnet van de kunstenaars zich?

De besparingen die de cultuursector de vorige jaren moest ondergaan, krijgen mogelijks nog een venijnig staartje. Als het van N-VA afhangt, zal de precaire werksituatie voor kunstenaars nog escaleren: vanuit de oppositie pleiten ze nu via het debat over de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen zijdelings ook voor de uitholling van het kunstenaarsstatuut.
maandag 14 januari 2019

In het regeerakkoord van Michel 1 stond een hervorming van het zogenaamde kunstenaarsstatuut (enkele voordeelregels in de werkloosheid) op het programma. Hoewel een herziening wenselijk is, bleef die achterwege omdat N-VA een afbouw in gedachten had en bij Minister van Werk Kris Peeters geen bondgenoot vond.

Nefast voorstel

Nu de regering gevallen is, poogt N-VA het kunstenaarsstatuut zijdelings toch nog af te knijpen. Kamerlid Jan Spooren (N-VA) zocht vorige week de media op met de boodschap dat N-VA ‘geen cherry picking zal toelaten’: als Peeters hun steun wil voor de arbeidsdeal, dan moet de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen er integraal deel van uitmaken. Zo wil de partij druk zetten op de regering om werk te maken van de hervormingen van de arbeidsmarkt waarvan het niet zeker is of die er nog komen nadat N-VA de regering heeft verlaten.

Spooren legde intussen ook een eigen voorstel omtrent de werkloosheidsuitkeringen op tafel. De arbeidsdeal voorziet de eerste drie maanden in een verhoging van de uitkering om vervolgens sneller te dalen. Het nieuwe voorstel van N-VA bepleit een hogere stijging dan gepland om na drie maanden nog sneller te dalen.

Die timing is cruciaal voor het kunstenaarsstatuut. Dat biedt als voordeel dat het uitkeringsbedrag na twaalf maanden bevriest voor wie kan bewijzen artistiek actief te zijn door een aantal gepresteerde werkdagen aan te tonen. Dit voordeel neutraliseert de daling die daarna normaal volgt.

N-VA stuurt dus niet alleen aan op de doorvoering van de geplande degressiviteit maar wil die bovendien sneller doen dalen, waardoor de werkloosheid van artiesten na twaalf maanden op een lager bedrag zal vastklikken dan nu het geval is (namelijk 60 procent van het laatst verdiende loon begrensd tot de middelste loongrens).

Als blijkt dat kunstenaars binnenkort na één jaar werkloosheid nog maar op 55 procent of minder van het bedrag van hun laatste aanstelling uitkomen, dan is dit meer dan een flinke besparing op cultuur. Het hele idee van het sociale statuut zelf – als vangnet voor kunstenaars waardoor ze niet meteen niet-artistiek werk moeten zoeken om rond te komen – geraakt zo uitgehold.

Die uitzondering in de werkloosheid is nochtans essentieel omdat de meeste cultuurwerkers de atypische conjunctuur van de culturele wereld moeten volgen: filmopnames, optredens, voorstellingen en festivals zijn discontinue activiteiten waardoor je na momenten van intens werken terugvalt in stille periodes zonder werk.

Het aantal kunstenaars dat het geluk heeft vast in een organisatie te werken en zo over een stabiel inkomen te beschikken, is beperkt. Wie als zelfstandige voldoende verdient, kan dit onregelmatig patroon enigszins opvangen. Voor de meesten is dat echter niet het geval.

Klopjacht

De uitholling van het statuut is allicht geen onbedoeld bijeffect van de manoeuvres van N-VA. ‘Er zijn teveel werkloze cultuurwerkers in Brussel’, benadrukte Wouter Raskin (N-VA) in een hoorzitting over het kunstenaarsstatuut in januari vorig jaar. ‘Er moest dringend iets gebeuren!’ Hij vindt een aparte regeling voor kunstenaars vanwege de bijzondere aard van hun beroep wel verdedigbaar, maar pleit voor een verstrenging ‘want anders zouden de echte kunstenaars de dupe zijn’.

Toch valt de oprechtheid van die intentie te betwijfelen want het verstrengen van de toelatingsvoorwaarden is duidelijk niet de juiste manier om het misbruik van het statuut tegen te gaan en de kunstenaars die nu uit de boot vallen, tegemoet te komen. Met het opvoeren van de degressiviteit maakt N-VA er nu openlijk een klopjacht op alle kunstenaars van.

In 2014 kwamen er al strengere regels om het misbruik van het artiestenstatuut tegen te gaan. Die hervorming had de intentie personen uit te sluiten voor wie het statuut niet is bedoeld maar toch aan het nodige papierwerk geraakten via de administratieve willekeur bij schijnwerkgevers zoals Smart.be. Daar zijn de echte artiesten het slachtoffer van geworden.

Vooral voor jonge kunstenaars ligt de drempel om het statuut te krijgen nu te hoog, de voorwaarden om het statuut te behouden zijn dan weer te soepel. De kibbelregering Michel 1 miste de kans deze ontsporing bij te sturen. Als Spooren in zijn opzet slaagt en Peeters – die we als vakbond waarschuwden voor dit probleem – alsnog de versnelde degressiviteit na drie maanden doorvoert, zijn kunstenaars hun vangnet vrijwel kwijt.

Erger nog, ze zijn erin verstrikt geraakt. Want sinds de invoering ervan heeft de economie van de cultuursector zich daarop ingesteld: werkgevers rekenen in hun verloningspolitiek steeds meer op die extra ondersteuning voor cultuurmakers en sommige kunstenaars beschouwen het ten onrechte als een basisinkomen. Ook het tekort aan subsidies, in verhouding tot de toename aan aanvragers, wordt regelmatig vergoelijkt met de bedenking dat kunstenaars op een sociaal statuut kunnen terugvallen.

Kortom, door deze verschuiving in de economische organisatie van de kunstwereld evolueerde een goedbedoeld veiligheidsnet naar een potentiële valkuil. Dat vangnet dreigt nu te sluiten.

Robrecht Vanderbeeken, verantwoordelijke cultuurwerkers, ACOD cultuur.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.