Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Boekrecensie

Dooft dit vuur nooit?

Net op een ogenblik dat de situatie van de Koerden er dramatischer dan ooit uitziet - via een Trump-tweet verneemt de wereld dat de Amerikaanse militairen hun job hebben gedaan (IS zou verslagen zijn!) en Syrië verlaten - verschijnen er twee uitstekende boeken in het Nederlands over de Koerdische regio. ‘Het Koerdisch utopia’ van Ludo De Brbander en ‘Dit vuur dooft nooit’ van Fréderike Geerdink dat al iets langer uit is. De twee boeken zijn in zekere zin complementair en verdienen dan ook samen gelezen te worden.
woensdag 2 januari 2019

Door die tweet krijgt Erdogan echter een vrijbrief om militair in te grijpen tegen die ‘terroristische’ Koerden. Erdogan liet zich geregeld in felle boze bewoordingen uit over de VS-steun aan de Syrische Democratische Strijdkrachten. Turkije beschouwt de belangrijkste groep binnen de SDF, de Koerdische Zelfbeschermingseenheden die bestaan uit de YPG (Yekineyên Parastina Gel) en de YPG, haar vrouwelijke tegenhanger, en ondanks het feit dat zij verschillende steden in Noord-Syrië van IS hebben bevrijd, als PKK-organisaties en bijgevolg als ‘terroristisch’.

Door die simpele tweet van Trump worden de kaarten in die rumoerige regio nu ineens anders gelegd. Het is een uitnodiging aan het Turkse leger om ‘het Koerdisch Utopia’, zoals de titel van Ludo de Brabanders boek luidt - Belgisch journalist en woordvoerder van ‘Vrede’ -, in noordelijk Syrië binnen te vallen.

Ook De Nederlandse journaliste Fréderike Geerdink waarschuwt in haar boek ‘Dit vuur dooft nooit’ voor het Erdogan-gevaar. ‘Als het de PKK lukt hun systeem van democratie van onderop (oftewel het democratisch confederalisme van Abdulah Öcalan, gesteund op het ideeëngoed van de Amerikaanse anarchist Murray Bookchin) op steeds meer plekken in Koerdistan en daarbuiten daadwerkelijk op te bouwen, is dat een bedreiging voor Erdogans macht.’ (p. 163) Het democratisch confederalisme van de Koerden is bijgevolg subversief en ‘terroristisch’ voor het dictatoriaal Turks nationalisme onder Erdogan.

Kritische medestanders 

Ludo De Brabander en Fréderike Geerdink hebben nogal wat gemeen in hun benadering. Zij zijn beiden geen onbevooroordeelde getuigen - zij benadrukken zeer uitdrukkelijk aan welke zijde zij staan - maar ze blijven kritische waarnemers die niet blind zijn voor elementen in de Koerdische beweging die minder fraai zijn. De Brabander schrijft het zo: ‘Ik sta achter het emancipatorisch streven en spreek er ook openlijk mijn steun voor uit. Ik heb veel bewondering voor de inspanningen van de vele militanten die mijn pad al gekruist hebben, de opofferingen die ze brengen voor hun zaak. Maar uiteraard, zoals dat met elke vrijheidsstrijd het geval is, zijn er ook zaken waar ik me vragen bij stel of waar ik het moeilijk mee heb.’ (p. 163).

Ook Fréderike Geerdink probeert in haar boek aan te geven hoe dicht of hoe ver af ze staat van de Koerdische strijd. Als journalist, zegt ze, ben je per definitie een buitenstaander. Daarom weigerde zij een wapen te dragen, hoewel zij een volledig jaar – tussen mei 2016 en juni 2017 – mee optrok met de gewapende vrouwelijke leden van de YPG. ‘Het is niet mijn taak als journalist om een wapen te dragen. Mijn zelfverdediging bestaat erin dat ik mijn risico’s inschat vooraleer ik aan de research voor een verhaal of reportage begin.’ (p. 137).

Nadat ze al tien jaar als verslaggever vanuit Istanbul en Diyarkabir, de hoofdstad van Turks-Koerdistan, had gewerkt werd ze in 2015 ineens als persona non grata bestempeld en daarom besloot ze haar werk op een andere manier verder te zetten door embedded met de YPG-strijders op te trekken. Op die manier hoopte ze meer zicht te krijgen op ‘het voetvolk’ onder de bewapenden. Waar strijden zij voor en waarom? Hoe ziet hun dagelijks leven eruit? Op die vragen probeert zij een antwoord te geven in ‘Dit vuur dooft nooit’ dat leest als een dagboek aan of toch zeer dicht bij het front. 

Complementair

De boeken van beide auteurs zijn in zekere zin complementair en verdienen dan ook samen gelezen te worden. Geerdink probeert van binnenuit dichter bij het denken en handelen van de YPG te komen, terwijl Ludo De Brabander die al twintig jaar lang de Koerdische kwestie volgt met brede, ook historische penseeltrekken de complexe achtergronden van heel die problematiek in beeld probeert te brengen voor een westers publiek. De auteur is niet aan zijn proefstuk toe. In 2016 verscheen van hem, ook bij EPO, ‘Oorlog zonder grenzen’ waarin hij op een genuanceerde en zorgvuldige manier achtergronden en oorzaken van terreur in de Midden-Oosten onder de loupe neemt.

Het is vooral zijn ambitie om via dit nieuwe boek een antwoord te formuleren op degenen die de PKK en haar zusterbewegingen in Rojava, Noord-Irak en Iran op sloganeske en ongenuanceerde wijze verwijten terroristische organisaties te zijn en die het onderscheid weigeren te maken met bevrijdingsbewegingen. Dat doet hij uitstekend zoals Lode Vanoost dat in zijn bespreking (zie DeWereldMorgen van 17 december 2018) zeer goed aangeeft. Ik zal me voor deze recensie verder dan ook beperken tot een vergelijking tussen het werk van Ludo De Brabander en Fréderike Geerdink. 

Ideologische veranderingen 

Beide auteurs leggen, elk vanuit hun eigen invalshoek, heel veel nadruk op twee zeer belangrijke ideologische en tactische veranderingen in de Koerdische verzetsstrijd van de laatste decennia. Begin 1995 werden er op het vijfde congres van de PKK een aantal belangrijke wijzigingen doorgevoerd in de politieke oriëntatie.

De organisatie nam toen afstand van het marxisme-leninisme, wat symbolisch zijn neerslag kreeg in het verwijderen van de hamer en de sikkel in de PKK-vlag. Na de arrestatie van haar leider Abdullah Öcalan in 1998 - de man verblijft nog steeds in een Turkse gevangenis - neemt de partij ook afstand van de gewapende strijd. Terwijl de PKK in het verleden het gebruik van geweld als noodzakelijk zag om de hegemonie van het Turkse autoritaire nationalisme en van de traditionele Koerdische klassen te doorbreken, zo schrijft Ludo De Brabander, werd vanaf 2000 de nieuwe militaire strategie gebaseerd op ‘legitieme zelfverdediging’.

Ook aan het nieuwe samenlevingsmodel waarnaar de Koerden streven besteden beide auteurs veel aandacht. De Syrische Koerden en hun medestanders hebben tijdens het oorlogsgeweld van de voorbije jaren een eigen autonome federatie opgericht in het noorden van het land. Ze noemden het Rojava, wat West-Koerdistan betekent in het Koerdisch.

De Democratische Unie Partij (PYD), de grootste partij in de Koerdische regio’s, maakte van het ontstane machtsvacuüm gebruik om daar een nieuw maatschappijmodel te introduceren, dat gebaseerd is op het gedachtegoed van Abdullah Öcalan. Rojava dat sinds december 2016 de ‘Democratische Federatie van Noord-Syrië’ heet, kon zo uitgroeien tot een basisdemocratisch alternatief in de Syrische oorlog. Öcalan spreekt over het ‘democratisch confederalisme’ als alternatief op de kapitalistische natiestaat. 

Van natiestaat naar communalisme  

Öcalan stelt niet langer te streven naar de creatie van een afzonderlijke Koerdische natiestaat, maar naar autonome en geconfedereerde, basisdemocratische gemeenschappen. Fréderike Geerdink verduidelijkt: ‘Het Midden-Oosten verdient een oplossing die recht doet aan de etnische en religieuze lappendeken die het is. Wég dus met de natiestaat, zegt Öcalans ideologie. In plaats daarvan bepleit ze een systeem van democratie van onderop. Daarin hebben gemeenschappen op buurtniveau werkelijke zeggenschap over zichzelf. Op stads- of dorpsniveau zijn die gemeenschappen aan elkaar verbonden en overleggen ze over gedeelde belangen. De steden zijn weer verbonden aan een kanton, een bestuursregio, en de kantons overleggen ook weer over gedeelde belangen.’ (p. 112)

Dat heet dan ‘communalisme’ waarvoor Öcalan zich liet inspireren door het libertair-socialistisch project van Murray Bookchin dat hij vertaalde en transformeerde tot een politiek pamflet ‘democratic confederalism’, dat nu door de Koerden als een soort roadmap wordt gebruikt voor experimenten van autonoom zelfbestuur, ecologische en gendervrijheid in Turks Koerdistan maar vooral in het Koerdische deel van Syrië.

Het is vooral Fréderike Geerdink die in haar boek en vanuit haar vrouw-zijn met interessante beschouwingen over de man-vrouwverhoudingen uitpakt. Over vrouwen in oorlogssituaties schrijft ze: ‘Niet de vrouwen voeren mannentaken uit in een masculiene oorlog, maar andersom. De mannen versterken de vrouw in zichzelf om een volwaardige rol te kunnen spelen in een feminiene strijd. Hoewel de mannelijke guerrillero’s het anders omschrijven: zij ‘vermoorden’ de man in zichzelf om de maatschappij zoals zij die voor ogen zien te helpen realiseren’. (p. 176)

De ontwikkeling van vrouwelijke waarden is de dood van patriarchale structuren, vindt de PKK. Dat betekent dat een grote rol is weggelegd voor organisaties van vrouwen, die onder andere eigen zelfverdedigingstroepen en media hebben opgezet. De bedoeling is in de vorm van onafhankelijke organisaties een parallelle macht van vrouwelijke waarden op te bouwen. 

‘Dit vuur dooft nooit’ (?) 

Ook Ludo De Brabander beaamt dat vrouwen een bijna volwaardige plaats hebben verworven op zowat alle vlakken van het maatschappelijke leven. ‘Nooit eerder was de politieke participatie en betrokkenheid van de bevolking zo groot,’ schrijft hij. (p. 21). Hij verwijst ook met nadruk naar het sociaal contract van de Democratische Federatie van Noordelijk Syrië dat volgens hem een van de meest vooruitstrevende ter wereld is en hij voegt eraan toen: ‘Er zijn dus grote stappen gezet. Stappen waar Europa, dat zich graag als vaandeldrager ziet van de waarden van de verlichting en de mensenrechten, veel van kan leren.’ (p. 21)

Daar worden met vallen en opstaan de eerste stappen gezet in de richting van het Koerdisch Utopia. Het is daarom bijzonder cynisch dat een Trump-tweet een ontzettend waardevol sociaal experiment om een samenleving op te bouwen gebaseerd op horizontale, matriarchale waarden, zoals samenwerking, diversiteit en egalitarisme zou kunnen teniet doen.

‘Dit vuur dooft nooit.’ Ik hoop dat het waar is.

 

Ludo De Brabander, Het Koerdisch Utopia, Berchem: EPO, 2018, 214 blz., ISBN 9789462671300

Fréderike Geerdink, Dit vuur dooft nooit, Houten: Het Spectrum, 2018, 303 blz., ISBN 9789000353552

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.