Bij DeWereldMorgen.be schrijven we niet voor de clicks.

We maken media voor een betere wereld.

Samen met vele vrijwilligers en burgerjournalisten.

Om dit te blijven doen hebben we uw steun meer dan nodig!

Steun onafhankelijke media!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Interview

"Kunnen we überhaupt nog spreken van een Belgisch asielbeleid?"

Francken wil naar een Europees model waarbij mensen die ‘illegaal’ Europa en België binnenkomen, geen asiel meer mogen aanvragen. Tegelijkertijd schort hij de Belgische engagementen voor hervestiging op. Dat blijkt uit zijn recent gepubliceerde beleidsnota over het asielbeleid voor 2019. Het asielbeleid bereikt hiermee een triest dieptepunt, waarschuwt Vluchtelingenwerk Vlaanderen. “Kunnen we überhaupt nog spreken van een Belgisch asielbeleid?”, vraagt de vluchtelingenorganisatie zich af. De belangrijkste punten uitgelicht.
dinsdag 27 november 2018

Staatssecretaris van Asiel en Migratie Theo Francken heeft de nieuwe beleidsnota asiel en migratie voor 2019 gepubliceerd. “Ongeveer de helft van de beleidsnota is min of meer overgenomen van de beleidsnota van vorig jaar. De nieuwe punten zijn vooral visies die lijken overeen te stemmen met bepaalde passages uit het boek van de staatssecretaris Continent zonder grens”, merkt Vluchtelingenwerk Vlaanderen op. “Voor ons levert dat de vraag op: Wat is de grens tussen waar de regering naartoe wil en waar Francken naartoe wil?” 

“Punt 1 in de nota gaat over ‘terugkeer’”, vertelt Petra Baeyens, beleidsmedewerker Bescherming bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen. “Dat zet meteen de toon waar het asielbeleid naartoe wil. De beleidsnota draait om hoe zo weinig mogelijk mensen erin te laten en hoe zo veel mogelijk mensen eruit te zetten.” Uit België dus. Baeyens: “De beleidsnota gaat om ontrading in plaats van bescherming.”

Veel aandacht schenkt de beleidsnota aan migranten in transit. Maar dat verbaast Vluchtelingenwerk Vlaanderen niet. “We hebben gezien wat de laatste maanden in de politiek heeft bewogen.” 

Het doel is volgens de beleidsnota om naar een toekomstig Europees asielmodel te gaan met enkel legale migratie. “Is dit een regeringsvisie, of is dit een visie van de staatssecretaris”, vraagt Vluchtelingenwerk Vlaanderen zich direct af? “Bovendien, wat bedoelt hij hiermee?”, vraagt Baeyens. “Want het zal altijd voorkomen dat mensen op een onwettige manier naar België komen. Gaat hij dan het recht ontzeggen om asiel aan te vragen? Dat is onmogelijk, het internationaal recht laat het altijd toe dat iemand die nood heeft aan bescherming, deze ook effectief kan aanvragen.”

"Mens moet altijd recht hebben om aanvraag in te dienen"

“Het VN-vluchtelingenverdrag zegt niet dat je in het eerste land waar je aankomt asiel moet aanvragen. Nergens staat dat internationaal neergeschreven. Mensen moeten dus altijd het recht behouden om een aanvraag in te dienen”, zegt Baeyens. “Bovendien, hoe meer mogelijkheden je als land biedt om dat op een legale manier te doen, hoe minder mensen als ‘transit’ door het land proberen te reizen en dat is direct ook een manier om mensensmokkel aan te pakken.” 

Voor veel vluchtelingen die in ‘transit’ in België verblijven is de Dublin-regeling een grote drempel om zich hier te laten registreren. “Ze willen niet terug naar de gruwel in Griekenland of Italië terechtkomen”, zegt Eef Heylighen, persverantwoordelijke van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. “Een andere belangrijke reden voor velen om door te reizen naar het Verenigd Koninkrijk is omdat ze daar al familie of vrienden hebben wonen, ze hebben daar al een sociaal netwerk. Ook horen ze dat het daar gemakkelijker is om werk te vinden.”

Los van een sociaal netwerk en werkzekerheid, heeft een zelfde persoon niet in elke EU-lidstaat evenveel kans op erkenning. “In 2016 verschilde het erkenningspercentage voor Afghaanse vluchtelingen tussen de 2,5 en 97 procent, afhankelijk van de lidstaat waar de persoon asiel aanvroeg”, voegt Baeyens toe. Als deze informatie onder de vluchtelingen rondcirculeert, dan speelt dat mee als een belangrijke factor om te bepalen waar je asiel aanvraagt. 

“Voordat we over de hervorming van de Dublin-regeling spreken, is er dus eerst een harmonisatie nodig van de verschillende asielprocedures in Europa. Zolang er geen kwalitatief hoogstaande procedures gelijkaardig in alle Europese landen lopen, zal er altijd een beweging van de vluchtelingenstroom zijn”, stelt Baeyens. “Op Europees niveau wordt over deze harmonisering gesproken, maar ze slagen er niet in een besluit te nemen”, vult Heylighen aan. Baeyens: “Elke lidstaat is nu bezig met het verdedigen van zijn eigen belangen, zonder het globale beeld te behouden om echt een oplossing te zoeken.” 

“Francken zegt het één, doet het andere” 

“En ok, Francken spreekt over ‘legale migratie’ in zijn beleidsnota, maar voorziet hij daar in?”, vraagt Baeyens zich verder af. “Een paar weken geleden zei hij nog een tijdelijke stop van hervestiging in te voeren. Minstens tot het einde van het jaar, vermoedelijk tot mei 2019, rond de verkiezingen. Terwijl dat een van de weinige manieren is om mensen veilig en wettelijk naar België te laten komen. Heel tegenstrijdig. Hij zegt het ene, maar doet het andere. Elders in de beleidsnota duikt nog eens het belang van hervestiging op. In de praktijk is dat omgekeerd.”

Bron: Screenshot Twitter Theo Francken (zie link in tekst).

Als Marcel De Prins van Orbit vzw eerder deze maand over Franckens hervestigingsbesluit een kritisch opiniestuk bij ons publiceert, tweet Francken op 13 november het volgende: ‘Ik breek helemaal geen belofte. Is pledge voor 2018-2019. Heb nog 14 maanden. Ze zullen in deze periode toekomen. Een woord is een woord. Heb dit ook zo gezegd op radio en in parlement. Fake news. Zoals altijd met die extreemlinks medium.’ 

Wanneer Baeyens de tweet ziet, checkt ze direct nog een keer de beleidsnota voor 2018. “Daar staat wel degelijk in dat ze ‘in 2018 1.150 vluchtelingen zouden gaan hervestigen’. Dus ik lees daarin dat het wel voor 2018 is.”

Bovendien zegt Francken erbij dat hervestiging momenteel niet mogelijk is omdat er geen plaats meer zou zijn in de opvang. “Maar dat heeft hij zelf in de hand gewerkt, want hij heeft de voorbije maanden en jaren sterk ingezet op de afbouw van opvangplaatsen. Het is eigen aan een asielbeleid dat dat met fluctuaties gepaard gaat. Als overheid moet je daarop inspelen. Niet enkel om mensen bescherming te kunnen bieden. Maar ook financieel voor de overheid is het gezonder om capaciteit daarvoor te voorzien. Het is volledig not done om te zeggen: ‘We kunnen de hervestiging niet aan, terwijl het te voorspellen was.’”

Nog meer contradicties 

Naast hervestiging is gezinshereniging een belangrijke vorm van legale migratie. Baeyens: “In 2016 moest een aanvraag gezinshereniging in 6 maanden behandeld worden. Toen is dat aangepast naar 9 maanden met het argument van Francken in het parlement dat het hier om een tijdelijke maatregel zou gaan. Eens de administratieve werklast zou dalen, zou het teruggevoerd worden naar 6 maanden. Nu zijn we 2,5 jaar verder en zegt Francken nog altijd dat de behandelingstermijn niet korter kan, omdat er nog te veel aanvragen zouden zijn. Ondertussen vinden er op andere administratieve diensten van de overheid wel capaciteitsuitbreidingen plaats. Hij kiest er dus bewust voor de capaciteit niet uit te breiden, terwijl het net één van de legale toegangswegen is. Daar zit dus een contradictie.”

De gezinsherenigingsregeling is op dit moment beperkt tot het kerngezin. “Bestaat een gezin uit 5 kinderen, waarvan er 3 minderjarig zijn en 2 meerderjarig van bijvoorbeeld 19 en 20 jaar zijn, dan kunnen de minderjarigen via de gezinshereniging komen, maar moeten de meerderjarigen gebruik maken van een humanitair visum, dat een gunst is en geen recht. Daarbij wordt er gekeken in welke mate de meerderjarigen afhankelijk zijn van hun ouders. Dat is dus een andere procedure, die langer duurt, duur is en andere regels heeft. Ook de geïsoleerde oudere vader of moeder van de vluchteling, bijvoorbeeld iemand van 80 jaar die ergens achterblijft, zou onder de gezinsherenigingsregeling moeten vallen.”

En wáár je een gezinshereniging kan aanvragen is óók een belangrijke om op te lossen, benadrukt Vluchtelingenwerk Vlaanderen. “In België kan dat momenteel enkel in het land van herkomst. Een persoon die bijvoorbeeld in Syrië woont, heeft dus een probleem, want er is geen Belgische ambassade vanwege de onveiligheid. Die moet dan naar een buurland om zijn of haar aanvraag in te dienen. In de praktijk gaat de overheid daar al iets soepeler mee om, een deel van de procedure kan per post. Maar post is ook niet zo evident in een oorlogsgebied. Maak het mogelijk dat de persoon die hier is, de aanvraag kan doen voor zijn familieleden. Dat is geen vreemd voorstel, want volgens de EU-richtlijnen is dat mogelijk en ook sommige andere Europese lidstaten doen het. Een heel makkelijke dus om op te lossen.”

Dakloos 

In de beleidsnota is er geen aandacht voor de eventuele dakloosheid van gezinnen die via gezinshereniging herenigd worden. Bij de afbouw van de opvang wordt niet nagedacht hoe eventuele openstaande plaatsen daarop zouden kunnen inspelen, vindt Vluchtelingenwerk Vlaanderen.

Pascal Debruyne, medewerker Integratie, legt uit: “Een vluchteling die erkend wordt, wordt vervolgens begeleid naar een woning. Vaak komt die terecht in een studio, een kamerappartement. De gezinshereniging wordt aangevraagd, voltrokken en dan komen 5, 6, 7 mensen samen op een kamerwoning terecht. Mensen komen in toestanden van overbewoning terecht, soms gevolgd door uitzetting. Vanuit steden met een nachtopvang nemen de signalen toe dat erkende vluchtelingen er met hun gezin – dat via gezinshereniging is gekomen – slapen. De woonbegeleiding gebeurt niet goed en dan zie je dergelijke drama’s zoals een toename van dakloosheid onder erkende vluchtelingen en hun gezin.”

“Terwijl”, zegt Debruyne, “waarom kan een deel van de LOI’s, die volgens Francken moet worden afgebouwd omdat er minder instroom zou zijn, niet gebruikt worden als woonalternatief voor gezinnen die na gezinshereniging anders ineens op straat terechtkomen?” 

De hele kwestie rond de opvang van erkende vluchtelingen wordt nu heel eng bekeken, vindt Debruyne. “Twee maanden na erkenning moet een vluchteling officieel het LOI verlaten. Dat is verlengbaar tot vier maanden. Maar waar je dan terechtkomt zijn goedkope woningen aan de onderkant van de woonmarkt. Terwijl de gemiddelde periode voor een alleenstaande om een geschikte woning te vinden geschat wordt tussen de 6 maanden tot een jaar. Dat is niet min, maar het toont dat er wel degelijk een doorstroming is naar de private huurmarkt. Vaak zijn er weinig andere opties, want het recht op een sociale woning wordt maar al te vaak moeilijk gemaakt door het criterium van “lokale binding” op te leggen, en dus diegene die “van ergens anders komt” zo te benadelen. Ook wanneer het erkende vluchtelingen wel lukt, is de herhuisvesting naar een grotere woning na gezinshereniging erg moeilijk door het gebrek aan aangepaste woningen voor grotere gezinnen." 

Debruyne: “Het beleid zou ook kunnen inzetten op het écht begeleiden van mensen in die periode, en ook tijdens de gezinsherenigingfase, naar een goede woning. Fedasil en LOI’s, onder andere, zouden deze woonbegeleiding kunnen bieden, maar in de plaats daarvan vinden daar voortdurende besparingen plaats met als gevolg onderbemanning en expertise die verdwijnt. De ironie is dat bij gebrek aan een alternatief vaak de huisjesmelkers degenen zijn die nog het meest de opvang doen, vaak in schamele woonomstandigheden."

Identificatiemissies en cultureel wantrouwen

Waar Vluchtelingenwerk Vlaanderen zich ook zorgen over maakt, is dat er volgens de nieuwe beleidsnota meer identificatiemissies nodig zouden zijn, méér akkoorden met landen om hun burgers in België te komen identificeren en terug te nemen. “Gaat Francken hierbij voldoende aandacht hebben voor de aanbevelingen die vorig jaar hierrond gemaakt zijn door de commissaris generaal? Die stelde dat identificatiemissies enkel mogen als bepaalde voorwaarden worden nageleefd. De persoon moet vooraf op de hoogte worden gebracht dat die wordt blootgesteld aan zijn of haar overheid. Vorig jaar bij de identificatiemissies met Soedan was er niemand van België aanwezig die kon verstaan wat er gezegd is tussen de Soedanezen en hun overheid. Terwijl ook dat een voorwaarde is. Een identificatiemissie mag enkel als je de persoon niet blootstelt aan een mogelijke foltering. Dat moet van tevoren geverifieerd worden”, legt Baeyens uit. 

Bij een instrument als een ‘nieuwkomersverklaring’ valt Vluchtelingenwerk Vlaanderen op dat daar een soort cultureel wantrouwen speelt. Een groot deel arbeidsmigranten moet deze ondertekenen. “Wat bereiken we hiermee? Behalve dat je een beeldvorming ophangt dat er bij deze groep een probleem is rond normen en waarden”, zegt Debruyne kritisch. “Niemand is tegen informatieverstrekking over hoe een samenleving werkt. Maar de manier waarop de overheid daarmee omgaat en instrumenten als een nieuwkomersverklaring, zorgen voor een voortdurend wantrouwend beeld over iedereen die een ‘derdelander’ is. Dat is toch wel verontrustend. Gedrag van individuele regeringsleden via sociale media versterkt dat wantrouwen naar nieuwkomers nog meer.” 

“Over het inburgeringsbeleid valt heel veel te zeggen”, stelt Debruyne. “Ik spreek bewust niet over een ‘integratiebeleid’, want dat is bijna weg. Je doorloopt een taalopleiding, gevolgd door een opleiding maatschappelijke oriëntatie waar je de waarden en normen en institutionele context leert van het land. En dan zou je georiënteerd worden naar werk of een leertraject, maar hier zijn grote besparingen doorgevoerd.”

Hysterisch over integratie, maar integratiebeleid valt weg

“Het woord ‘samenwerkingsprotocol’ is in een beleidsnota over het asielbeleid nooit eerder zoveel gevallen als nu”, vertelt Debruyne, “maar in de praktijk ontbreekt het aan mensen die een brugfunctie vormen. Op deze trajectbegeleiders, die mensen zowel begeleiden naar klassieke onderwijstrajecten zoals universiteit of hogeschoolopleidingen, als naar vormingscentra, is flink gekort. OCMW-medewerkers en VDAB-bemiddelaars bijvoorbeeld zijn zó onderbemand dat de dossierlasten hen tot veredelde loketbedienden maken.”

Er is bespaard op trajectbegeleiders en op de juridische hulpverlening en ondersteuning. “Dat zijn net de twee posten die een brug vormen naar integratie”, zegt Debruyne. “Als iemand niet een goed brugfiguur achter zich heeft die begeleiding biedt, dan worden rechten veel minder omgezet in de praktijk. Er zijn onvoldoende brugfiguren om kwalitatief de overgang te maken van een inburgeringsfase naar een integratiefase. En dan krijg je dat VDAB zegt: ‘Ja, maar ze komen niet.’ Terwijl, als er genoeg trajectbegeleiders zouden zijn die kwalitatief werk doen, dan zouden mensen tot daar worden gebracht.” 

“‘Samenwerkingsprotocol’ is echt maar een woord in de beleidsnota”, vindt Debruyne. “In de praktijk is er noch op basisniveau, noch op Vlaams niveau een goede coördinatie op vlak van integratie. Dat is een klacht van onderuit, van alle ngo’s, middenveldorganisaties en lokale overheidsdiensten”, legt hij uit.

“Vorig jaar stond er al weinig over, nu is het er helemaal uitgesukkeld. De ambtelijke werkgroep Vluchtelingen op Vlaams niveau werkt echt wel hard en stemt af op het Horizontaal Integratiebeleid, maar die wordt politiek door gebrek aan speelruimte voor de coördinatie gewoon gefnuikt. Compleet gefnuikt. Dat is verontrustend”, gaat Debruyne verder.

“Aan de ene kant zijn we als samenleving soms heel hysterisch bezig met ‘integratie’. Het zou een probleem zijn, de angst bestaat dat dat fout loopt. Allerlei hyperbolische termen worden in het debat gegooid. Maar als het gaat om de praktische uitwerking, dan zie je dat er heel weinig coördinatie is. En dat komt omdat er heel weinig visie is over wie nu wat doet. ‘Geeft de overheid om de integratie van nieuwkomers, waarover ze zo hysterisch debatteren?’” 

Debruyne voegt toe: “Wat we zien in de praktijk is een grote toename van vrijwilligers: buddies om mensen te begeleiden naar wonen, naar werken, naar vrije tijd en onderwijs- en leertrajecten. Is dat de vermaatschappelijking van integratie?”

Netwerkdag van Gastvrij Netwerk voor vrijwilligers die hulp bieden in België aan vluchtelingen. Foto: Gastvrij Netwerk - Vluchtelingenwerk Vlaanderen

Wil de regering hierin mee?

De beleidsnota voor 2019 gaat over het asielbeleid, “maar waar is nog dat recht op asiel? Hoe wordt een beschermingsbeleid gezien? Wil de regering hierin met Francken mee? Of gaan we voor een echt asielbeleid, waar aandacht is voor mensen die nood hebben aan bescherming, hoe die te geven, hoe hen op te vangen en hoe op lange termijn hierin een succesvolle samenleving te zijn?”, aldus Baeyens.

Vluchtelingenwerk Vlaanderen heeft zelf een andere visie hoe er met migranten en migranten op doorreis moet worden omgegaan. “We zijn voor een open onthaal- en oriëntatiebeleid, zoals we dat als vluchtelingenorganisatie in Brussel nu al gedaan hebben met de humanitaire hub. Dat is een open onthaal- en oriëntatiecentrum, waar zowel opvang, medische hulp en juridische informatie verstrekt wordt.”

Verhuizing humanitaire hub in Brussel naar het Noordstation. Foto: Vluchtelingenwerk Vlaanderen

“Wij zien hierin ook voordelen voor de overheid”, zegt Baeyens. “Want zij weten dan om wie het hier exact gaat. Vragen als hoe daarmee om te gaan, wat zijn de bewegingen en wat zijn de mensensmokkelnetwerken, kunnen dan beantwoord worden. Er gaat veel aandacht in de beleidsnota uit naar de strijd tegen mensensmokkel, maar er is weinig aandacht voor het statuut van het slachtoffer van mensensmokkel. Terwijl mensen moeilijk gaan getuigen tegen mensensmokkelaars, want ze rekenen erop ergens te geraken. Daarom is het belangrijk om rust en vertrouwen aan die mensen te geven, zodat zij meer inzicht durven geven in de smokkelnetwerken.” 

Ook om rationele beslissingen te kunnen maken, moet je eerst rust hebben, stelt Baeyens. “Wat je nu ziet is dat mensen zitten te wachten op eten, zich afvragen: ‘Waar ga ik vannacht slapen?’, ‘Wanneer komt er een vrijwilligersorganisatie?’, ‘Welk weer wordt het …?’ In zo’n context kan je totaal geen rationele beslissingen nemen. Zeker niet één die zo’n complexiteit omvat als het veranderen van het land waar je van plan was asiel aan te vragen.”

Daarom is het voor Vluchtelingenwerk Vlaanderen volkomen logisch om mensen in alle rust opvang te bieden, met vertrouwensfiguren, zodat ze vandaaruit kunnen beginnen informeren en oriënteren over hun mogelijkheden. “Mensen oppakken en terugsturen is niet echt duurzaam en dat kost de overheid ook geld hè”, zegt Baeyens.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.