about
Toon menu
Analyse

Loonsopslag in plaats van kruimels: hoe de regeringen de bezittende klasse bedient

Eind dit jaar overleggen vakbonden en werkgevers over een nieuw loonakkoord. Doordat de vakbonden door een strenge loonwet weinig marge krijgen om loonsopslag te eisen, worden ze door de regering en de werkgevers gedwongen om mee te gaan in de concurrentie- en winstlogica. Het is echter hoog tijd om deze keer een serieuze loonsopslag te eisen. We gaan dit verantwoorden in een tweedelige analyse. Het jarenlange verlies aan inkomen van de werknemers en uitkeringsgerechtigden vergelijken we met de stijging van de winst voor de vermogende klasse.
woensdag 7 november 2018

In deel 1 kon je lezen hoe de regering heeft ingegrepen op de inkomens van de werknemers en de uitkeringsgerechtigden. Omdat de indexsprong en de verstrenging van de loonwet ingrijpende maatregelen zijn, zijn we daar dieper op ingegaan. In deel 2 behandelen we hoe de regering een rijke en vermogende klasse heeft bediend. Als slot besluiten we hoeveel procent loonsverhoging de werknemers en uitkeringsgerechtigden mogen eisen.

Vennootschapsbelasting in vrije val

De aandeelhouders en de werkgevers zagen door de regering Michel een lang gewenste droom in vervulling gaan. Ze kregen een forse daling van de belasting op de bedrijfswinst. Die belastingen, bekend onder de naam vennootschapsbelasting, daalde vanaf 2018 van 33,99 procent naar 29 procent. In 2020 wordt dat 25 procent. Specifiek voor kmo’s voorzag de regering in een extra verlaging van de vennootschapsbelasting. De daling van de vennootschapsbelasting zou op kruissnelheid overeenstemmen met een verlies van 4,8 miljard euro aan fiscale inkomsten. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) beloofde deze kost volledig te dekken door een aantal compenserende maatregelen. Zo zou hij het aantal belastingverminderingen beperken. De hele operatie zou dan budgettair neutraal zijn.

Maar dat valt sterk te betwijfelen, vooral op lange termijn. De maatregelen die de regering nam, werden op de korrel genomen door het Rekenhof. Het tekende op vele punten van de geplande compensaties voorbehoud aan en het had grote twijfels bij de budgettaire neutraliteit van de hervorming van de vennootschapsbelasting. Dat kan ook niet missen. De meeste fiscale aftrekposten werden behouden en sommige zelfs uitgebreid.

Zelfs bepaalde regeringsleden hadden hun twijfels over de budgettaire neutraliteit.Vicepremier Alexander De Croo (Open Vld) zei in Trends het volgende: "Voor mij mag deze hervorming geld kosten aan de schatkist. En dat is maar goed ook, want een budgettair neutrale operatie zou weinig zoden aan de dijk zetten.(…) Maar wie denkt dat de multinationals grotendeels de verlaging van het tarief gaan financieren, die gelooft nog in Sinterklaas.”

Precies de dag na Sinterklaas, toen de N-VA-minister van Financiën probeerde de budgettaire neutraliteit aan te tonen, zet Trends zijn partijvoorzitter op de voorpagina, met een passage uit het interview dat Bart De Wever aan het magazine had toegestaan: “De hervorming van de vennootschapsbelasting komt neer op een belastingverlaging.” Nu weet iedereen wel dat een belastingverlaging per definitie niet budgetneutraal is …

Verlaging van de vennootschapsbelasting wordt telkens verantwoord met het toverwoord concurrentiekracht van ‘onze’ ondernemingen. Maar dit slaat op niets. Het kan nooit van toepassing zijn op de vennootschapsbelasting. Deze belasting komt er immers op het einde van het productieproces en na de vaststelling van de winst waarop de vennootschapsbelasting wordt toegepast. Vanaf het ogenblik dat een onderneming winst maakt, kan men ervan uitgaan dat haar concurrentieprobleem is opgelost. Dat ze daarna een bedrag als belasting op dit resultaat stort, heeft een grotere impact op de winstuitkeringen die ze zal storten aan haar aandeelhouders dan op de gemeenschap.

 Het begrip ‘concurrentie’ is al zo ingeburgerd dat we er niet meer over nadenken. ‘De concurrentie’ is het toverwoord geworden om de transfers van de inkomens van de werknemers naar de werkgevers te verhogen. ‘De concurrentie’ verplicht ons ertoe, in naam van het algemeen belang, cadeaus te geven aan het kapitaal; terwijl ze in werkelijkheid het merendeel van de bevolking verarmt om een kleine meerderheid te verrijken.

Fiscale deals met multinationals

Wat de Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA)  voor de bevolking nooit zou doen, deed hij wel voor de eigenaars van de multinationals. In 2016 ging hij op zoek naar een topadvocatenkantoor dat hem moest bijstaan in zijn strijd met Europa over de zogenaamde excess profit rulings. Die fiscale deals, waarmee multinationals hun belastbare winst fors konden drukken, werden door Europa vernietigd. Daardoor dreigden 36 multinationals een grote fiscale factuur in de bus te krijgen.

Aanvankelijk zouden ze samen zo'n 700 miljoen euro moeten terugbetalen. Maar later bleek het om meer dan 1,15 miljard euro te gaan. De minister van financiën en de voltallige regering gingen zeer ver in het beschermen van de multinationals. Ze stapten naar het Europees Hof van Justitie om de Europese beslissing te annuleren. Tegelijk startte de regering ook een kortgeding om de uitvoering van de beslissing van de Commissie op te schorten. Maar deze keer mocht het niet baten. De Europese rechter oordeelde dat België de onterechte belastingvoordelen van de betrokken multinationals moest terugvorderen.

Loonkostsubsidies

De totale som aan lastenverlagingen voor de ondernemingen kreeg een enorme boost sinds de regering Michel aan het stuur kwam. Het totale bedrag aan lastenverlagingen steeg van 13,7 miljard in 2014 naar 16 miljard euro in 2018. Wanneer we dit bedrag vergelijken met de 17 miljard euro uit de belastingopbrengst op de ondernemingswinsten, dan krijgen de werkgevers zo goed als alles terug. De enorme stijging van dat bedrag heeft voor een groot deel te maken met de recente daling van het wettelijk tarief van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid als onderdeel van de taxshift. Hier gaan we wat dieper op in.

De regering Michel besliste om vanaf 1 april 2016 de werkgeversbijdrage aan de sociale zekerheid stapsgewijs te verminderen. Men zou in twee stappen werken. Een eerste vermindering van 1 april 2016 tot en met 31 december 2017; vanaf dan zou de werkgeversbijdrage dalen van 34,06% naar 30%. Een tweede vermindering kwam er vanaf 1 januari 2018. Vanaf dan is de werkgeversbijdrage gedaald van 30% naar 25%.

In plaats van te spreken over een taxshift, zou men beter spreken over een contractbreuk van het in 1944 tot stand gekomen sociaal pact. Wat toen werd afgesproken, dat de werkgevers verplicht een deel van het loon moesten doorstorten naar de sociale zekerheid, wordt er nu een groot stuk van dat deel afgenomen door de regering Michel. Ja afgenomen, want vergeet niet dat dit deel niet toebehoort aan de werkgevers, maar wel degelijk geld is dat je arbeid heeft opgebracht. Het is een uitgesteld loon dat terecht komt in een sociale zekerheidskas. Bij ziekte, werkloosheid of bij pensionering wordt het vervangingsinkomen vanuit die sociale zekerheidskas betaald. De werkgeversbijdrage is de naam die men gaf bij de totstandkoming van het Sociaal Pact aan dat deel van de totale loonkost wat we vandaag werkgeversbijdrage noemen. Onder het begrip totale loonkost moet worden verstaan: nettoloon + bedrijfsvoorheffing + werknemersbijdrage + werkgeversbijdrage. De eerste drie begrippen vormen samen het brutoloon. De ‘werkgeversbijdrage’ is een percentage bovenop het brutoloon. Dus: de werkgeversbijdragen verminderen, betekent een daling van het loon dat de werknemer verdient door zijn arbeid.

Waarom dan de fictie van een werknemersbijdrage en een werkgeversbijdrage?  Deze vragen stelden zich ook tijdens de besprekingen van het Sociaal Pact. Het had met praktische overwegingen te maken. Door de werkgevers en de werknemers samen het beheer toe te vertrouwen van de sociale zekerheid, zouden de sociale spanningen afnemen. De begrippen werkgeversbijdrage en werknemersbijdrage rechtvaardigden de deelneming van beide groepen. Het overleg tussen werkgevers en werknemers werd hierdoor geboren, waardoor sociale vrede werd gewaarborgd en waardoor akkoorden konden gesloten worden die de werknemers een waardiger leven boden.

De liefde voor de vermogenden

De liefde van deze en vorige regeringen voor de bezittende en vermogende klasse is zeer groot en zij neemt  deze klasse dan ook stevig in bescherming. Maar die grote liefde kost de gemeenschap aardig wat miljarden euro’s. Ondanks dat het grootste deel van de bevolking er voorstander van is, weigert men al jarenlang de invoering van een vermogensbelasting. Daardoor verliezen we jaarlijks 10 miljard euro fiscale inkomsten. Tevens weigert men de invoering van een vermogenskadaster, waardoor het grote kapitaal zich voor de fiscus kan blijven verstoppen. De inkomsten die de Belgische staat door belastingontduiking misloopt, worden geschat op 20 miljard euro en meer. Dat berekende de socialistische vakbond ABVV, dat een beroep deed op de universiteit van Brussel.  Het ABVV berekende dat 20 miljard euro fraude, iedere Belg maandelijks 150 euro kost.

En is het waar dat het vooral de rijken zijn die de fiscale fraude plegen? Het wordt in elk geval bevestigd door een studie van de Franse econoom Gabriel Zucman. Hierin staat te lezen dat van diegenen die bij de rijksten behoren, er 70 procent kans bestaat dat ze een rekening hebben in een belastingparadijs. Ook hier zorgt de regering voor bescherming. De Minister van Financiën, Johan Van Overtveldt (N-VA) zorgde voor een permanente amnestie. In het schoon Nederlands wil dit zeggen: je betaalt een boete en je zonden zijn vergeven. Maar hier stopt het niet. Permanente fiscale amnestie is voor de fraudeurs niet de enige uitweg. Wie betrapt wordt op fraude, kan nog rekenen op een minnelijke schikking, in de volksmond de afkoopwet. Deze wet laat aan financiële criminelen en fraudeurs toe hun vervolging af te kopen door een akkoord te sluiten met het Openbaar Ministerie.Met de afkoopwet veegt de overheid de spons over fiscale misdrijven.

Om de woede tegen de regeringsmaatregelen te temperen, moest men natuurlijk ook iets doen voor de schone schijn. Men ging nu ook de meer vermogenden aanspreken en de regering Michel voerde een taks in op de effectenrekening. Dat is een rekening die je alleen kan gebruiken voor beleggingen. Elke particulier die een effectenrekening heeft met een waarde van meer dan 500.000 euro zal op de volledige waarde van de effectenrekening 0,15 procent belasting moeten betalen of 750 euro. Omdat er verschillende vermogensbestanddelen niet onder de effectentaks vallen, zal het eenvoudig worden de taks te omzeilen. Meer nog, de echte grote vermogens zullen niet worden geraakt. De belasting is enkel van toepassing op effectenrekeningen die worden aangehouden door particulieren en niet op effectenrekeningen van vennootschappen. En daar begint het al. De rijkste Belgische families hebben hun aandelen niet op een effectenrekening staan, maar op naam in een register bij een bedrijf en soms zelfs via tussenstructuren. En die aandelen op naam zijn uitgesloten van de taks. De opbrengst van deze belasting is dan ook te verwaarlozen. De effectentaks zou volgens de regering 254 miljoen euro moeten opbrengen. Heel wat specialisten vonden de schatting veel te optimistisch. De Europese Commissie schatte de opbrengst op 175 miljoen euro, terwijl ING hooguit 150 miljoen euro verwacht.

Ter vergelijking: een jaarlijkse progressieve vermogensbelasting vanaf 1 miljoen euro met een vrijstelling van 500.000 euro voor het eigen en enige woonhuis, plus de beroepskosten, eveneens ten belope van maximaal 500.000 euro, brengt meer dan 10 miljard euro op.

Besluit

Als we naar het verlies van inkomen kijken van de werknemers en de uitkeringsgerechtigden, die enorm zijn toegenomen onder de regering Michel, en we zien hoe deze regering de rijke klasse bevoordeelt, dan is het meer dan gerechtvaardigd om een serieuze loonsopslag te eisen.

We nemen als voorbeeld een bruto maandloon van 3.000 euro. Per jaar is dat 41.760 euro bruto. Als gevolg van alle besparingsmaatregelen nemen we op basis van de voorbeelden in deel 1, een gemiddelde van 1.000 euro per jaar aan inkomensverlies. Door de verstrengde loonwet komt daar nog 400 euro per jaar bij. Door de onwil om degelijke maatregelen te nemen tegen een fiscale fraude van 20 miljard euro, verhogen we het verlies met 1.800 euro per jaar. Dat geeft dus een totaal verlies van 3.200 euro per jaar of 7,6 procent. Zou een minimale looneis van 3 à 5 procent dan niet gerechtvaardigd zijn?

Dat de werkgeversorganisaties en de regering Michel dit zullen weglachen, daar kunnen we ons aan verwachten. Maar met een actieplan dat de onderhandelingen ondersteunt, zingen meestal de werkgeversorganisaties een toontje lager. Kijk maar wat men in Duitsland heeft bekomen. De militanten stapten naar de werknemers met een bevraging, trokken de straat op met manifestaties en hielden beurtelings waarschuwingsstakingen. Op de eis van een loonsverhoging van 6% bekwam men een loonsverhoging van 4,3%,een aanzienlijke stijging van de extra premies vanaf januari 2019, de mogelijkheid om een deel ervan om te zetten in bijkomende vakantiedagen en tot slot het recht om in de loop van hun carrière gedurende twee jaar over te schakelen naar een 28-urenweek, weliswaar met loonverlies. Niet al hun eisen zijn ingewilligd, maar de werkgevers hebben moeten plooien en toegevingen doen. Dat zijn we lang niet meer gewoon geweest.

Bronnen:

  • Daling van de Vennootschapsbelasting, nota ACV, Yannick.Mercier
  • https://pvda.be/artikels/regering-liegt-over-hervorming-vennootschapsbelasting-niet-drie-maar-zes-keer
  • NBB Verslag, 2017, statische bijlage, p.264
  • Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn?De geschiedenis van de Belgische arbeidsbeweging 1830-2015, Jaak Brepoels, p. 350-351
  • De beginjaren van de sociale zekerheid in België, 1944-1963, Guy Vanthemsche, p.94-95
  • De Tijd, 03/02/2016,p.1
  • http://www.standaard.be/cnt/dmf20160723_02396102
  • http://www.standaard.be/cnt/dmf20100517_083
  • https://pvda.be/sites/default/files/documents/2017/07/belastingontwijking_400_rijkste_families.pdf
  • http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/1389/54K1389001.pdf
  • Trends, 10 augustus 2017
  • Trends, 7 december 2017

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.