about
Toon menu
Analyse

Jemen: de wortels van de huidige tragedie

De gruwel van de oorlog in Jemen is geen hoofdnieuws. Volgens de VN dreigt nochtans de grootste humanitaire catastrofe sinds Wereldoorlog II. In de verslaggeving is nauwelijks aandacht voor de directe westerse betrokkenheid bij de aanvalsoorlog door buurland Saoedi-Arabië, al evenmin voor de oorzaken van dit conflict. Historicus Guy Vanthemsche legt de diepe historische wortels van deze tragedie uit.
woensdag 31 oktober 2018

De geschiedenis kan soms bijzonder ironisch uit de hoek komen. Het gebied dat de Romeinen 2000 jaar geleden "Arabia felix" noemden ("het gelukkige Arabië"), is vandaag een van de meest abominabele plekken van de aardbol. De catastrofe die zich momenteel in Jemen afspeelt kaapt veel minder publieke aandacht weg dan, pakweg, de moord op een Saoedische journalist. Dat zegt iets over onze selectieve en onevenwichtige aandachtscriteria.

Een jarenlange burgeroorlog gepaard met buitenlandse militaire interventies heeft volgens Oxfam 3 miljoen Jemenieten op de vlucht gedreven en 14 miljoen met de hongersnood geconfronteerd. Wat is daar aan de hand? De draden van dit conflict zijn talrijk en complex verweven. We werpen een blik in het verleden om die tragedie iets beter te begrijpen.

Strategische ligging: het ontstaan van Zuid-Jemen

Jemen vormt de oostelijke oever van de Bab-el-Mandeb, letterlijk "Poort der tranen", de zee-engte die toegang geeft tot de Rode Zee. Al honderden jaren voor onze tijdrekening passeerden handelsroutes langs die zuidwestelijke punt van het Arabische schiereiland, met onder meer kostbare ladingen mirre en wierook. Bovendien was in die streek ook heel vroeg landbouw ontstaan, met een heus bevloeiingssysteem.

Op die agrarische basis waren tenslotte bloeiende steden en koninkrijken ontstaan. Een echo daarvan vinden we terug in het Oude Testament, waar de "koningin van Saba" de koning van Israël, Salomon, weet te bekoren met haar charmes en rijkdommen. Omwille van die welvaart hadden de Romeinen dit meest zuidelijke gebied van hun wereldrijk bedacht met de term die we zopas aanhaalden, namelijk Arabia felix.

Die oude glorie was echter helemaal verdwenen toen de Europese machten vanaf de 16e eeuw hun commerciële en koloniale expansie inzetten. De Portugezen doen Jemen heel even aan, maar vestigen zich daar niet. Het loopt anders met de Britten die zich in 1839 nestelen in het zuidelijke deel van die streek. Van de havenstad Aden maken ze een kolonie en een belangrijke ankerplaats op weg naar Brits Indië. Eens het Suezkanaal geopend wordt in 1869, neemt het belang van die kolonie uiteraard nog toe. Deze sleutelpositie op de kortere maritieme route van Europa naar Azië willen de Britten koste wat het kost controleren.

Aden kent dus vanaf de 19e eeuw enige economische ontwikkeling en de Britse kolonie wordt zo een vroege toegangspoort van West-Europese invloeden in een voor de rest nog helemaal "archaïsch" Arabisch schiereiland. Zelfs het hinterland van hun kolonie (het "Protectoraat van Aden") laten de Britten oorspronkelijk vrij onberoerd: ze sluiten verdragen af met de vele lokale sjeiks en emirs op de zuidkust maar laten die kleine heersers voor de rest vrij ongemoeid.

De Britse koningin Elisabeth in Aden in 1954, voor de uitreiking van ridderordes aan koloniale Britse en Jemenitische soldaten (Creative Commons)

Pas na de Tweede Wereldoorlog grijpen de Britten sterker in op het binnenland van Zuid-Jemen. Vanaf de jaren 1960 ontstaan daar ook verzetsbewegingen, die de kolonisator manu militari willen verdrijven. In 1967 bereiken ze hun doel: dat jaar ontruimen de Britten een van hun allerlaatste kolonies. Door de "moderne" invloeden in Zuid-Jemen gaat die nieuwe natie ook snel een heel aparte weg op: in de jaren 1970 ontpopt de republiek zich tot een marxistische staat, die ondersteund wordt door de Sovjet-Unie en China. 

Noord-Jemen vormt een aparte staat

Zo ontstaat één van de cruciale elementen van het huidige conflict: de contrasten en rivaliteiten tussen het noorden en het zuiden van Jemen. Doordat de Britten niet geïnteresseerd zijn in het noorden van Jemen, gaat dat gedeelte een heel aparte weg op. In 1872 komt het onder gezag van de Ottomanen ("Turken") die de westkant van het Arabisch schiereiland vanuit Constantinopel besturen. In het noorden van Jemen botsen ze echter op lokale weerstand. Daar is immers een specifieke islamitische stroming ingeplant, de zaidieten.

De twee Jemenitische staten voor de hereniging in 1990 (WikiMedia Commons)

Ze beroepen zich op Zayd ibn Ali (8e eeuw van onze tijdrekening), de achter-achterkleinzoon van de profeet Mohammed, stichter van de islam. Het gaat hier dus om één van de vele sjiitische stromingen binnen de islam, die ondanks hun onderlinge diversiteit toch dit éne punt gemeen hebben: ze vinden dat het wereldlijke gezag over de moslims toekomt aan een rechtstreekse afstammeling van de profeet. 

Volgens de zaidieten komt het "imamaat" ("leiderschap") dus toe aan de nakomelingen van die Zayd. Het is precies één van die afstammelingen van de Profeet ("sada"; enkelvoud: "sayyed") die, na het gedwongen vertrek van de Ottomanen uit Jemen in 1918, het gezag over het noorden van Jemen uitoefent: imam Yahya Hamid al-Din blijft op de troon van het nieuwe Noord-Jemenitische koninkrijk tot 1948. Dit gegeven vormt dan weer een bron van nieuwe conflicten eens in de rest van het Arabische schiereiland een andere monarchie ontstaat, Saoedi-Arabië.

Noord-Jemen tegenover Saoedi-Arabië

In de Arabische woestijn was een bedoeïenenfamilie, de Saoeds, al decennia haar gezag over het Arabische schiereiland aan het uitbreiden. Zij profileren zich onder meer door de bijzonder conservatieve vorm van de islam die ze voorstaan, het wahhabisme. Na de verdrijving van de Ottomanen uit Arabië slagen ze er in 1926 ook in om een koninkrijk te vestigen over het grootste gedeelte van het schiereiland: Saoedi-Arabië is geboren. Nu ze ook de controle over de heilige plekken Mekka en Medina heeft verworven (hoewel die niet tot hun bakermat behoren), claimt de Saoedische monarchie ook een vooraanstaande positie binnen de hele islamwereld.

De Jemenitische monarchie vormt echter een bedreiging voor die positie, vermits de koning van Noord-Jemen als afstammeling van de Profeet ook een serieuze claim op suprematie binnen de moslimwereld kan leggen. Bovendien is Noord-Jemen wel kleiner qua oppervlakte, maar qua bevolking (4,5 miljoen inwoners in 1949) vormt dat koninkrijk zeker geen dwerg tegenover Saoedi-Arabië (dat in 1952 7 miljoen inwoners telt). In 1934 moeten de Noord-Jemenieten het onderspit delven in een oorlog met Saoedi-Arabië: het zaiditisch koninkrijk moet een groot deel van zijn grondgebied afstaan aan de overwinnaars. De grens tussen beide monarchieën blijft echter slecht afgebakend: een bron van latere spanningen en conflicten.

Rond het midden van de 20e eeuw verwerft de Saoedische monarchie echter een ongeziene machtspositie door de uitbating van petroleum, wat haar ook de onvoorwaardelijke steun van de westerse mogendheden oplevert. Vanaf nu is Noord-Jemen duidelijk de zwakke partij; de Saoedi's beschouwen het zuidelijke buurland nu zowat als een ondergeschikte staat, die onder de duim moet worden gehouden. Dat blijkt overduidelijk in 1962, wanneer in Noord-Jemen een revolutie uitbreekt.

Naar het voorbeeld van Nasser in Egypte roepen officieren daar de republiek uit. Saoedi-Arabië kan uiteraard geen "socialistische" lekenrepubliek aan zijn zuiderflank dulden. Mede met Britse hulp komen de Saoedi's dan ook tussen in Noord-Jemen om de monarchisten te steunen in hun burgeroorlog tegen de republikeinen, die op hun beurt militaire hulp krijgen van het Egypte van Nasser. In de jaren 1960 is Noord-Jemen dus al volop de speelbal van de strijd tussen regionale en mondiale grootmachten.

(CC)

De burgeroorlog wordt beëindigd in 1970, dankzij een compromis: de Jemenitische Arabische Republiek wordt gevestigd, met integratie van monarchistische elementen die hun claim op een apart koninkrijk laten vallen. Daarmee is het zaiditische gevaar voor de Saoedi's geweken en hebben ze greep op de kleinere zuidelijke buurstaat. Er wordt ook een modus vivendi ingevoerd: Jemenitische bondgenootstammen moeten de (niet altijd goed afgebakende) grens tussen beide landen controleren: politieke infiltranten, smokkelaars en andere elementen die de Saudische monarchie kunnen bedreigen worden zo door de plaatselijke tribale leiders uitgeschakeld. 

Wanneer een Noord-Jemenitische president in 1977 probeert los te komen van de invloed van Saoedi-Arabië (onder meer door toenadering te zoeken met het "socialistische" Zuid-Jemen) wordt hij prompt vermoord. In 1978 komt in Noord-Jemen uiteindelijk Ali Abdallah Saleh (foto) aan de macht, de man die pas door de "Arabische Lente" van 2011-2012 van zijn voetstuk zal vallen.

Blijvende noord-zuid tegenstelling in verenigd Jemen

De spanningen tussen Noord- en Zuid-Jemen blijven ondertussen bestaan. In 1979 kwam het bijvoorbeeld tot een kortstondige oorlog tussen beide staten. De val van de Sovjet-Unie op het einde van de jaren 1980 betekende echter ook een klap voor Zuid-Jemen dat verzwakt was door het wegvallen van de hulp vanuit het Oostblok. In 1990 wordt bijgevolg een historisch herenigingsakkoord afgesloten tussen noord en zuid. Saleh wordt president van het verenigde Jemen en een relatief multipartisme ontluikt in de nieuwe staat, zij het van korte duur.

Maar alle problemen zijn daarmee niet van de baan. Het zuiden voelt zich achtergesteld tegenover de noordelijke "dominantie". In 1994 komt het zelfs al tot een afscheuring van het zuiden; een poging die de noordelijke troepen bloedig onderdrukken. Het ongenoegen over de verwaarlozing van het zuidelijke landsgedeelte blijft echter voortwoekeren.

Op die fricties ent zich bovendien het kleptocratische bewind van president Saleh, die zichzelf en zijn kliek steeds meer weet te verrijken – uiteraard ten koste van de bevolking en de infrastructuur van het land. Saleh dingt ook naar de gunsten van de westerse machten, voornamelijk van de VS. Hij beweert immers aan hun zijde te strijden tegen Al Qaida, dat zich eind 20e–begin 21e eeuw heeft ingeplant in Jemen. De westerse financiële, militaire en diplomatieke steun ziet hij als een levensverzekering voor zijn onderdrukkende regime.

Houthi-opstand: terugkeer van het zaidisme

Die steun kan Saleh zeker gebruiken, eens hij vanaf 2004 af te rekenen heeft met een nieuwe opstand, die eigenlijk de heropflakkering is van een oud ongenoegen. Bepaalde groepen in het noorden van het land verzetten zich tegen de al te sterke marginalisatie van de zaiditische traditie en belangen en protesteren tegen de penetratie van wahhabitische religieuze elementen ondersteund door de Saoedi's. Ze verwerpen ook de economische achterstelling van hun noordelijke streek door het centrale bewind.

(CC)

In 2004 neemt een welbepaalde familie het voortouw in dat verzet: de Houthi-familie. De leider van de familie, Hussayn al-Houthi (foto) komt om in de eerste van de zes militaire operaties (2004-2010) van president Saleh tegen de opstandelingen, maar andere leden van de familie nemen onmiddellijk de fakkel van hem over. Om zijn kansen in die confrontatie te vergroten, beweert Saleh dat Iran (zelf een sjiitische staat) de zaidieten steunt, eveneens een sjiitische strekking, zij het van een andere aard. De VS hechten toen weinig belang aan Salehs bewering, waarvoor geen bewijzen worden aangedragen.

De Saoedische monarchie, van haar kant, mengt zich wel in dat interne Jemenitische conflict om verschillende redenen. Een eerste militaire interventie van de Saoedi's komt er in 2009. De Houthi-opstand vormt immers een bedreiging voor hun jarenlange containment-politiek van de zuiderbuur, meer bepaald omdat het systeem van informele grenscontrole door lokale stammen onderuit wordt gehaald. "Infiltratie" van het Saoedische koninkrijk door ongewenste elementen kan dus weeral plaatsvinden. Iedere kritische benadering van de machtspositie van de Saoed-familie wordt als een levensdreiging aanzien door de petromonarchie, en de zaiditische beweging kan daarvoor een begin- of aanknopingspunt of zijn.

Het sjiitische karakter van de Houthi-opstand mag overigens niet overdreven worden. Die rebellie vindt immers ook steun in niet-sjiitische (dus soennitische) groepen; en niet alle zaidieten steunen de Houthi-beweging. In de dagelijkse geloofspraktijk bestaan er ook geen fundamentele verschillen tussen beide strekkingen. De relaties tussen sjiieten en soennieten waren in Jemen traditioneel vrij goed. Daarentegen spelen allianties en rivaliteiten tussen lokale stammen en stamhoofden wél een cruciale rol in het verloop van de strijd in Jemen. Het tribalisme – de verdeling van de samenleving op basis van bloedverwantschapsgroepen – is en blijft in dat land een factor van doorslaggevend belang (zoals in andere delen van de islamwereld, zoals bijvoorbeeld in Afghanistan).

De huidige situatie

Vanaf begin 2011 komt de Arabische Lente ook in Jemen aangewaaid. Het regime van Saleh wordt gecontesteerd, door een hele reeks uiteenlopende krachten: door gewone burgers die de kleptocratie beu zijn en een beter leven willen; door democratische elementen die meer "vrijheid" en inspraak wensen (denk aan de – overigens niet onomstreden – laureate van Nobelprijs voor de Vrede 2011, Tawakkol Karman); door Zuid-Jemenieten die het juk van het noorden willen afwerpen of het minder zwaar willen maken; door zaiditische Houthi's en hun bondgenoten die in tribale rivaliteiten zijn verwikkeld.

Twee Eurofighter Typhoon toestellen van de Saoedische luchtmacht geleverd door Groot-Brittannië. GB levert ook de adviseurs, trainers voor de bombardementen (WikiMedia Commons)

In 2012 treedt Saleh uiteindelijk af en er wordt een nieuwe president gekozen, Abd-Rabbo Mansur Hadi. Maar ondertussen hebben de Houthi's en hun bondgenoten de hand kunnen leggen op het noordelijke gedeelte van het land. Dat laatste is ontoelaatbaar voor Saoedi-Arabië. Met operatie "Beslissende Storm" (gelanceerd op 26 maart 2015) interveniëren de Saoedische strijdkrachten in Jemen, voor de zoveelste keer in de afgelopen decennia.

De Saoedi's willen het land in de status van vazalstaat houden – zelfs als daarvoor het zuiden van het land een aparte weg zou opgaan. Vanaf 2011 lijkt de tussenkomst van Iran wel degelijk te zijn toegenomen, al zijn de omvang en de aard van die steun niet helemaal duidelijk[1]. Maar het argument van de Iraanse interventie is alleszins zeer nuttig voor de Saoedi's die zich willen verzekeren van westerse steun voor hun bloedige interventie in het immer onrustige Jemen. 


Guy Vanthemsche is historicus en emeritus hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel waar hij hedendaagse geschiedenis doceerde. Hij publiceerde:

Referentieliteratuur:


[1] W. Andrew Terrill, "Iranian Involvement in Yemen", in Orbis. FPRI 's Journal of World Affairs, 58, 2014, 3, p. 429-440. 

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.