Opinie, Samenleving, België - Robrecht Vanderbeeken

Advocaat Fabre liegt

Strafpleiter Hans Rieder verklaarde in De Zevende Dag dat de dansers binnen de organisatie Troubleyn nooit contact met het beleid of Jan Fabre hebben opgenomen. Dat is onjuist. Alleen al de voorbije maanden zijn er heel wat pogingen tot communicatie geweest, verbaal en schriftelijk. Dat weten de advocaten van Fabre ook. ACOD Cultuur eist een rechtzetting.

maandag 17 september 2018 10:47

Er zijn vele mails die de communicatie tussen de dansers en de leidinggevenden van Troubleyn kunnen bevestigen. Tevens valt het eenvoudig aan te tonen dat de advocaten dit wisten: dinsdagavond al, de dag voor de open brief verscheen, ontving ACOD Cultuur een claim van Fabres advocaten. In die mail stuurt Mark Geurden, de rechterhand van Fabre, tevens een mail van ACOD Cultuur door naar zijn advocaten. Het gaat om een mail van 30 mei waarin Robrecht Vanderbeeken, verantwoordelijke cultuurwerkers, het arbeidsreglement opvraagt aan de zakelijke coördinator Joost Claes. De dansers hadden die niet.

Dat is niet alleen onwettig. Zo weet je ook niet wie de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur van dienst is. Tenzij je dat aan de directie vraagt, waarmee de kans om iets discreet te signaleren is verkeken. De vereiste functies waren toen ook niet formeel bekrachtigd binnen de organisatie. De heer Geurden bevestigt in die mail aan zijn advocaten dat ‘wij nooit op zijn verzoek tot informatie hebben beantwoord.’ Ik herhaal: de zakelijke medewerker bevestigde dat zelf aan zijn advocaten vorige dinsdag.

Fabre laat nu weten dat hij boos is op de vakbonden omdat we al maanden op de hoogte zijn. Tegelijk hield Troubleyn de deur angstvallig dicht. Een vakbond is geen politiedienst die zomaar kan binnenvallen. Door gebrek aan regelgeving hebben wij ook geen mandaat om een overleg te eisen. Vakbonden werken volgens de logica van zelforganisatie. De dansers konden (en kunnen) een strafzaak starten. Ze kozen voor een open dialoog.

Geen arbeidsreglement

ACOD Cultuur heeft uiteindelijk het arbeidsreglement via de sociale inspectie moeten opvragen. Dat kregen we pas in de maand juli. Toen bleek dat het om een arbeidsreglement ging dat pas op 5 juli is geregistreerd. De dansers waren daar niet van op de hoogte, evenmin is er overleg geweest over de inhoud van dat reglement. De voertaal binnen Troubleyn is Engels. In dat Nederlandstalige reglement stellen we vast dat er een nieuwe vertrouwenspersoon is aangesteld. Die heeft recent een opleiding gevolgd, nota bene mee bekostigd door de vakbonden. De aanstelling van de vereiste functies is overigens een operette op zich.

Na het verschijnen van het artikel van Ilse Ghekiere in rekto:verso (#WeToo: Waar dansers over spreken als ze spreken over seksisme) vorig najaar zijn er openlijk heel wat discussies binnen Troubleyn losgebroken. Een medewerkster duidde zichzelf toen aan als vertrouwenspersoon en zei tegen de dansers: ‘Je kan altijd met mij praten, maar ik sta aan Jans kant’. Later, begin dit jaar, werd de heer Geurden als vertrouwenspersoon ad interim naar voren geschoven om na het uitbreken van de zaak De Pauw in regel te zijn.

Die is daar niet voor opgeleid. Als rechterhand van Fabre en als man is hij daar duidelijk geen geschikte persoon voor. Op een sectordag grensoverschrijdend gedrag (28 mei) georganiseerd door de sociale partners verklaarde de heer Geurden in een groepsgesprek waar Robrecht Vanderbeeken aan deelnam nog dat hij tegenwoordig ‘toch veel gezaag aan zijn oren kreeg’ en dat het probleem in de dansopleidingen zou zitten, want ‘de dansers komen bij ons gekraakt binnen’. Duidelijk een doorverwijzing van het probleem naar de dansscholen en een stevige blame the victim.

Geurden is volgens het arbeidsreglement sinds juli in functie als preventie-adviseur, dat wordt nu ook zo op de website van Troubleyn aangekondigd. Vaudeville, zeg maar, eerder dan vertrouwenscultuur.

Trial by media?

In zijn reactie op de open brief weigert Fabre elke dialoog, dat bleek uit de interventie van meester Rieder. De kunstenaar ontkent de feiten en roept op de interne procedure te volgen. Dat illustreert onwil: de dansers moeten dan, na de vorige maanden waarin meerdere personen al ontslag namen, naar de heer Geurden stappen? Dat hadden zij de vorige maanden al moeten doen zonder zelfs over een arbeidsreglement te beschikken?

De vraag om de procedures te volgen impliceert ook dat je een klacht op individuele basis in discretie achter gesloten deuren wil behandelen. Die klacht kan je dan eventueel afkopen. Recent is er zo nog een strafzaak in de media afgekocht, dan heb je structureel dus geen verandering op de werkvloer. Zo kom je nooit tot een open dialoog om de toxische cultuur binnen de organisatie aan te pakken.

Volgens meester Rieder is er sprake van een ‘trial by media’: kunstenaar Fabre zou nu het slachtoffer zijn van een ‘georkestreerde campagne’ in de media: schending van zijn recht op verdediging. Daarmee dekt de strafpleiter zich in voor een procedure als er alsnog een strafklacht volgt. Maar laat het nu net de heer Rieder zijn die in de media het proces van de slachtoffers alsook hun vakbond voert. Er zou geen contact geweest zijn? ACOD Cultuur klaagt de laster van de heer Rieder aan. Wij vragen formeel een rechtzetting.

Door zijn uitspraken (de ontkenning van de feiten, Fabre omschrijven als slachtoffer van zijn medewerkers, de leugens over de gevoerde communicatie) maakt Rieder het de externe diensten ook moeilijk om sereen hun werk te doen. IDEWE roept de medewerkers op tot een vertrouwelijk gesprek. Is het vreemd dat er angst is om die stap te zetten, wetende wat de radicale standpunten van Troubleyn zijn? Fabre zal die procedure willen gebruiken om zijn onschuld te bewijzen. Maar hoe kunnen ex-medewerkers of mensen met een kort contract gehoord worden door een dienst die zich op de huidige werknemers richt?

Opvallend hoe Rieder in de media de rollen omdraait: de briefschrijvers reageren op een verklaring van Fabre in de media (VRT). De open brief is een weerwoord. De briefschrijvers deden dit via een cultuurblad, niet via de grote media, waar ze alsnog bewust niet aan bod kwamen. Rieder maakt van Fabre het slachtoffer, een klassieke verdedigingsstrategie waarbij je de empathie wil verleggen van de eigenlijke slachtoffers naar de dader.

De advocaat zet ook in op containment: door de media een sneer te geven, hoopt hij dat ze vanaf nu zwijgen. Wie de oproep van de dansers ter harte neemt om de open dialoog aan te gaan, werd als tafelspringer weggezet. De dansers zelf beschuldigt hij van een mediagenieke campagne om Fabre te schaden zonder zelfs de moeite te nemen intern het gesprek aan te gaan. Hij maakt er een zaak van ‘geloven’ van, woord tegen weerwoord. Op de feiten zelf ging hij niet in.

Een sereen mediadebat?

In een terugblik op de vorige dagen blijkt tevens dat het heel wat moeite kostte om de briefschrijvers uit de media te houden ondanks hun uitdrukkelijke oproep in de brief onderaan ‘om respectvol om te gaan met het onderwerp van de brief, de identiteit van de ondertekenaars en de positie van Jan Fabre/Troubleyn’. De getuigenissen die wel naar buiten kwamen, gebeurden na zorgvuldig overleg. Menig televisieprogramma opende met de bedenking dat het toch wel moeilijk was een van de dansers voor de camera te krijgen. Dat was uiteraard moeilijk omdat het ook de afspraak was om dat niet te doen. Vreemd dat nieuwsredacties daar zelf niet opkwamen. We hebben hen dat nochtans uitgelegd.

De briefschrijvers deden er maanden over om solidair naar buiten te komen en hebben nauwkeurig afgewogen wat ze wel en wat ze niet willen communiceren. Fabre is rijk, die kan zich dure advocaten veroorloven. De logica van sommige media bestaat eruit te focussen op nog meer details. Mogelijks was dat een reden waarom anderen de brief uiteindelijk niet mee ondertekenden. De televisie vroeg ook meermaals aan diverse betrokkenen om dan maar anoniem voor de camera te verschijnen, met een vervormde stem en gezicht, alsof je een crimineel bent. Zolang er maar een gezicht is die je met de vinger kan aanwijzen?

De stap om de stilte te doorbreken in de hoop op een publiek debat heeft dus een hoge drempel, wetende dat sommige media daar hun eigen logica van betaalmuren en sensatie op los laten. Dat weegt op ons democratisch recht om structurele problemen bespreekbaar te maken. De media kan hier ook wel even aan een gewetensonderzoek doen.

De briefschrijvers gaven vrijdagavond formeel aan dat ze hun communicatie afronden. Hun stem is gehoord, de open brief werd serieus genomen. De zwijgcultuur kreeg een spiegel voorgehouden. Cultuurminister Gatz neemt de feiten ernstig en wil aan de slag met de sociale partners. Het verhoopte open debat loopt, en ze zijn daar dankbaar voor. Het debat moet nu verder, op meerdere vlakken:

(1) Wat moet artistiek anders zodat de artistieke vrijheid niet als vijgenblad kan dienen voor machtsmisbruik? (zie de leerrijke bijdrages van Petra Van Brabandt in De Standaard en Julie Cafmeyer in De Morgen).

(2) Hoe pakken we de tekortkomingen in de wetgeving aan? (Zie de bijdrage van Liesbet Stevens in Knack).

(3) Hoe vermijden we dat precaire werkomstandigheden tot uitbuiting leiden? Betere jobs in plaats van losvaste contracten, meer projectsubsidies voor jonge makers, etc.

(4) De nood aan beter sociaal overleg binnen de organisaties, wat op zijn beurt degelijke collectieve arbeidsovereenkomsten vereist: een MeToo-CAO (zie de oproep van de cultuurvakbonden op deze nieuwssite).

 

Robrecht Vanderbeeken, verantwoordelijke cultuurwerkers, ACOD cultuur.

Bij vragen over geweld, bel de hulplijn 1712. Zij biedt een luisterend oor, verheldert uw vraag en verwijst u naar de geschikte hulpverlening.

take down
the paywall
steun ons nu!