about
Toon menu
Interview

Etnisch profileren: probleem wordt steeds meer erkend door politiediensten

Steeds meer politie in Europa erkent het probleem van etnisch profileren. Met het Verenigd Koninkrijk voorop werkt men in landen als Spanje, Nederland, Frankrijk, Hongarije en andere aan diverse bewustwordingsprogramma’s om het etnisch profileren in kaart te brengen en tegen te gaan. Ook de politie in België begint langzaam het probleem te erkennen en met muizenstapjes de wil te ontwikkelen er iets aan te doen.
dinsdag 28 augustus 2018

De grootste vooruitgang op Europees niveau in de afgelopen tien jaar rond etnisch profileren is “dat het door zowel het Europees Hof, als de EU Mensenrechtencommissaris en het Fundamental Rights Agency als een probleem erkend wordt. Deze instanties erkennen heel expliciet dat etnisch profileren niet kan, dat het verboden is en dat eraan gewerkt moet worden in plaats van degenen die erover klagen te criminaliseren.” 

Dat concludeert de Antwerpse Maryam H’madoun die in Londen werkt als beleidsmedewerker bij het Equality and Inclusion cluster van het Open Society Justice Initiative (OSJI), dat weer een uitvoeringsprogramma is van de Open Society Foundation. Al tien jaar focust OSJI zich onder andere op het tegengaan van etnisch profileren in verschillende landen in Europa. Hierbij is het van belang om op politiek en sociaal niveau voor een mentaliteitswijziging te zorgen en dat is waar H’madoun over gaat. 

Vooral door samen te werken met grassroots-activisten, middenveldorganisaties en politie probeert OSJI etnisch profileren in verschillende landen in Europa aan te pakken. “We ondersteunen vooral het werk dat al gebeurt door lokale actoren”, benadrukt H’madoun. Vanaf de zijlijn proberen ze internationaal overzicht te houden.

Daar waar het probleem aangekaart wordt en er behoefte is aan vooral technische ondersteuning, komt OSJI in actie. Waar gemeenschappen en groepen over etnisch profileren klagen, maar geen idee hebben van goede praktijken of beleidsmaatregelen die het probleem helpen tegengaan, bieden wij advies. Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, Hongarije en Nederland zijn de landen waar heel intens is of wordt samengewerkt met verschillende gemeenschappen en politiekorpsen. In Zwitserland, Finland en Duitsland vragen zowel activisten als politiemensen OSJI om advies.

H’madoun ziet zeker een verbetering in Europa wat betreft etnisch profileren door de politie. Dat wil zeggen: “In de landen waar een probleem rond etnisch profileren erkend werd, waar lokale betrokken groepen zelf al in actie waren geschoten en waar wij op een bepaalde manier ondersteuning hebben kunnen bieden. Maar dat verschilt van land tot land. Er blijft nog wel een lange weg te gaan. Met de verhitte debatten rond migratie en antiterreur gaat er vaak een tendens gepaard om repressief en discriminerend op te treden."

Registratie politiecontroles

H’madoun vertelt dat momenteel in landen als Spanje, Hongarije en Nederland de politie hard werkt om etnisch profileren tegen te gaan. In Spanje, in politiezone Fuenlabrada, heeft een experiment plaatsgevonden om de politie alle staandehoudingen en controles die plaatsvinden te laten registreren, inclusief de nationaliteit en andere kenmerken van die persoon. Dit om verschillen te zien in wie er allemaal gestopt wordt, legt H’madoun uit. 

Die datacollectie is heel erg belangrijk omdat het etnisch profileren in detail in kaart brengt. Pas als je begrijpt wat het probleem precies is, kan je concrete maatregelen nemen. H’madoun: “Het gaat hier om een systemisch probleem, een patroon en geen incidenten. Daarom is de registratie van wie, wanneer, door wie, waarom en hoe staandegehouden wordt heel belangrijk. Zijn er bepaalde agenten die steeds bepaalde groepen in het vizier nemen, of locaties waar het meer gebeurt? Ook wegens voor de controle te moeten registreren, gaan agenten twee keer nadenken over waarom ze wie tegenhouden. Daar moet het mee beginnen.” 

In Fuenlabrada heeft de politie op basis van deze data etnisch profileren vastgesteld en het gedrag daarrond aangepast. Als gevolg is het aantal controles drastisch gedaald en het aantal succesvolle aanhoudingen verhoogd, verdriedubbeld zelfs, vertelt H’madoun. "Een van de problemen van etnisch profileren is dat je zo veel mensen tegenhoudt op basis van uiterlijk, religie en afkomst, zónder resultaat. Heel contraproductief zelfs, want je schaadt de relatie tussen politie en verschillende groepen in de samenleving, met als gevolg meer spanningen en minder samenwerking.”

Een doodgewone controle kan een diepgaande impact hebben. Het beïnvloedt de vrijheid van bewegen, is traumatisch en criminaliseert bepaalde groepen. Daarom schuift OSJI deze good practice van datacollectie in Europa naar voren. Vervolgens is het belangrijk dat leidinggevenden controles op het gedrag van hun agenten kunnen uitoefenen en kunnen bijsturen waar nodig.

Het Verenigd Koninkrijk staat op dit gebied verder, “omdat ze het probleem veel eerder hebben moeten erkennen naar aanleiding van de racistische moord op Stephen Lawrence en de fouten die de politie toen heeft begaan”, zegt H’madoun. Daar bestaat een diepgaand en gedetailleerd registratiesysteem van de politiecontroles die plaatsvinden, het Police and Criminal Evidence Act (PACE). H’madoun: “Door een postcode online in te geven kan je zelf zien waar er mensen zijn tegengehouden, voor welke misdrijven en wie er in het algemeen gestopt wordt. Helaas is er nog steeds een verschil in het aantal staandehoudingen onder verschillende etnische groepen en gebeurt het nog steeds het minst onder de witte groep. Maar de situatie is sinds de start van het registratiesysteem wel verbeterd. In sommige gebieden is het aantal controles drastisch afgenomen. En het percentage succesvolle staandehoudingen is toegenomen.” 

Bewijslast discriminatie op schouders van politie 

In Frankrijk staat de registratie van politiecontroles dan weer niet op de agenda. Wel wordt er strijd gevoerd rond het formeel verbieden van etnisch profileren door politieagenten. Tijdens een rechtszaak heeft een rechter beslist dat de politie moet bewijzen niet te hebben gediscrimineerd in plaats van dat het slachtoffer moet bewijzen dat het is gediscrimineerd. De bewijslast ligt nu dus op de schouders van de politie. Via het rechtssysteem wordt dus in Frankrijk geprobeerd de politiewerking te veranderen, zodanig dat etnisch profileren verder wordt ingedijkt.

In Nederland heeft de politie vorig jaar in samenwerking met Amnesty International en de organisatie Control Alt Delete een handelingskader ontwikkeld. Dat beschrijft hoe de vier elementen van de proactieve controle – selecteren, uitleggen, bejegenen en reflecteren – moeten verlopen. Op aanraden van AI en Control Alt Delete is begin dit jaar ook een app als pilot bij tien politieteams gelanceerd. Zij kunnen voortaan op hun gsm zien hoe vaak een bepaald voertuig al gecontroleerd is en wat dat heeft opgeleverd. Informatie die de keuze om een bepaalde auto wel of niet te controleren kan bepalen. OSJI heeft dankzij Control Alt Delete in Nederland niet zo veel te doen, vertelt H’madoun. 

Initiatief in België heel versnipperd 

“In België zou er juist meer aandacht mogen zijn voor etnisch profileren door de politie”, zegt Anne Claeys, beleidsverantwoordelijke bij Amnesty International Vlaanderen. Zij heeft recent een onderzoek naar etnisch profileren door politie in België gedaan voor de mensenrechtenorganisatie. “We weten dat het voorkomt. We horen het niet alleen van mensen die er slachtoffer van zijn, maar ook van politie zelf krijgen we meldingen. Alleen is het onmogelijk om te weten hoe groot het probleem van etnisch proifleren is, omdat er geen cijfers van bestaan”, vertelt Claeys. Deze zijn wel belangrijk om te hebben, om te weten hoe groot die discriminatie is en waar de politie deze het beste kan aanpakken. “Als je er geen aandacht voor hebt, dan zal je er geen aandacht aan geven”, stelt Claeys. 

AI Vlaanderen en enkele andere mensenrechten-, minderheden-, en jeugdwerkorganisaties hebben dan ook enkele weken geleden een conferentie georganiseerd in Brussel over etnisch profileren en het belang om het tegen te gaan. Daar hebben ook medewerkers van Open Society Foundation aan deelgenomen waaronder H'madoun, maar ook Nick Glynn, een gepensioneerde Britse hoofdinspecteur die mee heeft gewerkt aan beleidshervormingen om etnische profilering en discriminatie binnen het politiekorps tegen te gaan. Tientallen politiemensen - politiecommissarissen, hoofdinspecteurs en korpschefs - uit verschillende regio’s kwam erop af. En zo'n 80 deelnemers uit het middenveld. Ze luisterden naar getuigenissen, naar ervaringen van collega’s in Nederland en gingen met hen en elkaar in gesprek – zowel tijdens als na de conferentie. Ze zagen duidelijk het belang in van het probleem en dat er iets moet gebeuren.

“Je kan niet zeggen dat in België niks gebeurt, maar het is heel versnipperd”, zegt Claeys. In Mechelen is in 2016 op een debat van Liga voor Mensenrechten een zekere wil aangekondigd om bij de politie een registratievorm van de controles in te voeren. Om de omvang van het probleem in te schatten. Maar tot zover is het onbekend hoe ver het staat met deze rapportage. “Er is nog geen data of update naar buiten gekomen”, zegt Claeys. De cijfers worden doorgelicht door Sofie De Kimpe, onderzoekster aan VUB, in het kader van Europees onderzoek. Dat er nog geen resultaten beschikbaar zijn komt omdat het onderzoek nog geruime tijd lopende is, verklaart Bart Somers, burgemeester van Mechelen. Al is dat toch vreemd aangezien na het besluit gemeld werd dat geregeld cijfers bekend zouden worden gemaakt. 

“De agenten die op de recente conferentie aanwezig waren, zullen wellicht de eersten zijn die de initiatieven zullen nemen”, stelt Claeys. Aan de krant Le Soir vertelt Frédéric Dauphin, hoofd van de politie van de Brussel-Noordzone dat hij naar aanleiding van de conferentie gelooft dat een raad van administratie voor politiecontroles nuttig kan zijn. Maar deze zou dan voor het hele gewest moeten zijn. Enkel voor de drie gemeentes van Brussel-Noord (Schaarbeek, Evere, Sint-Joost-ten-Node) is volgens de politie zinloos, verklaart Audrey Dereymaeker, woordvoerster van deze zone.

Unia en het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) zijn in dezelfde zone 1,5 jaar geleden ook een onderzoek gestart naar etnisch profileren. In het eerste rapport dat niet publiek is, omdat de studie – ja, ook deze – nog loopt, concluderen de twee instellingen dat etnisch profileren niet systematisch voorkomt, maar dat het wel een probleem is. Zij zien een oorzaak liggen bij de briefing op basis waarvan agenten vervolgens op patrouille gaan. “Daar willen we nu aan gaan werken”, vertelt Dereymaeker. Vanaf september willen ze gaan testen welke briefings werken, welke niet en deze corrigeren, zodat controles op basis van de meest objectieve informatie worden gedaan.

“Ik ben erg blij dat erkend wordt dat er een probleem is, en dat het initiatief wordt genomen om er iets aan te doen”, zegt Claeys. “Het is nu natuurlijk zaak om er werk van te maken. Beleidsstappen die op het terrein ook voelbaar zijn. Een belangrijke eerste stap hierbij is die erkenning van etnisch profileren als probleem. Vervolgens moet de vertaling naar het terrein ook gebeuren en hopen we dat mensen het verschil zullen merken. Het zou ook zeer nuttig zijn dat de impact van maatregelen wordt onderzocht.”

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.