about
Toon menu
Verslag

“Geef vakbondswerk een plek in ons onderwijs”

Een debat organiseren over “de vakbond van morgen” terwijl onze Rode Duivels spelen tegen Engeland, het is een hele uitdaging. Toch lokte zo’n debat een fijn en geïnteresseerd publiek in Edegem (bij Antwerpen). Duidelijk is dat de vakbonden ernstig nadenken over hun band met jonge werknemers en over de vraag hoe ze die veel groter kunnen maken.
vrijdag 29 juni 2018

Er zijn inspanningen om jongeren te overtuigen met een nieuw, relevant verhaal dat ook oog heeft voor de grote historische verdiensten van de arbeidersbeweging. Vakbonden, vakbondswerk en sociale zekerheid zijn ook thema’s die veel vaker en prominenter aan bod moeten komen in ons onderwijs. Op dat vlak is er zeker nog werk aan de winkel.

De gespreksavond op donderdag 28 juni 2018 was het werk van The Coalition of the Willing, een samenwerkingsverband tussen vakbondsmensen van het ACV, het Masereelfonds en aanverwante geesten. Twee jonge gasten, Jeroen Van Ranst (eindverantwoordelijke bij ACV Jongeren) en Jos D’Haese (woordvoerder PVDA Antwerpen), waren de gastsprekers. Hun inbreng leidde tot een boeiende interactie met het publiek.

Jeroen Van Ranst werkte vier jaar lang als ‘vrijgestelde’ bij de jongerenbeweging KAJ. Toen zijn ‘mandaat’ daar was afgelopen, kon hij bij de vakbond ACV Tom Vrijens opvolgen als coördinator van de jongerenwerking. In die job ging hij aan de slag in september 2017.

“Als KAJ’er deed ik mijn eerste ervaringen op met de vakbond in Vilvoorde en Zaventem”, vertelt Jeroen. “In Vilvoorde ging ik met jongeren op straat babbelen over de interimkantoren. Zij zeiden me om naar Zaventem te trekken, want daar zou ik ‘zeker werk vinden’. Ik volgde hun advies op en het klopte: in en rond de luchthaven kan je inderdaad vlot aan werk geraken, zeker ’s nachts. Alléén: de aard van het werk daar valt niet mee. Het is er heel hard werken, de luchthaven is complex en de gevraagde flexibiliteit is groot. Ik ontmoette er heel veel interimmers en hoorde er talloze klachten. ‘Waar is die vakbond hier?’, vroeg ik mezelf af.”

Jeroen leerde een vakbondssecretaris kennen en kwam zo ook in contact met vakbondsmilitanten. Dat gaf hem de kans om rechtstreeks op de werkvloer te praten met jonge werknemers. “Ik ontdekte dat de mensen van de vakbond zich écht smeten voor die jongeren, ze leverden grote inspanningen om hen aan vaster en beter werk te helpen.”

Jos D’Haese studeerde niet zo lang geleden af als bioloog maar koos er bewust voor om wanneer mogelijk doodgewone jobs te gaan doen. “Momenteel werk ik als rekkenvuller bij een bedrijf uit de distributie. Ik heb politieke ambities maar wil ook bewust de nodige ervaring opdoen op de werkvloer. Dat is belangrijk als ik later met verstand van zaken uitspraken wil doen in de politiek. Veel jonge politici missen die praktijkervaring.”

Dankzij de vakbond

“Ik leerde de vakbond wellicht kennen toen we met 100.000 betogers in Brussel manifesteerden”, lacht Jos. “Maar laten we wel wezen. Toen ik werd geboren, kregen mijn moeder en vader verlofdagen: dankzij de vakbond. Ik kon naar school gaan: dankzij de grote verdiensten van de vakbond. Als jonge knaap kon ik gaan stemmen: dankzij de vakbond, want het algemeen stemrecht is écht niet uit de lucht komen vallen. Waar ik nu werk, heb ik (weinig) betaalde pauzes en vakantiedagen: dankzij de vakbond. We staan veel te weinig stil bij al die verwezenlijkingen van de arbeidersbeweging. Heel wat van mijn medestudenten aan de universiteit hebben weinig weet van heel dat palmarès.”

Jos kwam vakbonden als het ACV en het ABVV ook tegen bij acties tegen de GAS-boetes. In zijn werk als klimaatactivist liep hij Tom Vrijens en andere vakbondsmensen tegen het lijf. “Voorbeelden van nieuwe terreinen waarop de vakbond actief is, samen met jongeren!” Jos was ook betrokken bij de Frietrevolutie – België zat toen meer dan 500 dagen zonder regering – en acties tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld voor studenten. “Dikwijls constateerde ik dat de vakbonden en jonge syndicalisten sterk aan de kar trokken.”

“Het waren ook de vakbonden die in verzet gingen tegen het neoliberale beleid van de regering-Michel. Als gevolg daarvan hebben we nu nog altijd kaartjesknippers op onze treinen. Door de inzet van de bonden hebben we in dit land toch een aantal maatregelen kunnen verhinderen of afzwakken.”

Momenteel werkt Jos dus als rekkenvuller in de distributie. “Voordien stond ik in de verkoop in een winkel van een doe-het-zelf-keten, maar daar hadden we geen vakbond. Bij mijn huidige werkgever is dat gelukkig anders. Daar heeft de vakbond een hele werking uitgebouwd: als je daar even over nadenkt, is dat best een knappe prestatie! Alle werknemers beginnen daar op een ander uur, vaak zit je alleen in de kantine. Door die grote spreiding van de werkuren wordt het collectief gevoel in een onderneming ondermijnd.”

Meer op jongeren afstappen

Jeroen Van Ranst. Bron: Denis Bouwen

Jeroen van het ACV is van mening dat de vakbond nog véél meer op werknemers en op jongeren in het bijzonder moet afstappen. “In sommige bedrijven en sectoren is het syndicaal onthaal heel goed georganiseerd, en daar merk je dan ook een grote betrokkenheid. Uit onderzoek hebben wij afgeleid dat jongeren een goeie service héél belangrijk vinden. Daarnaast hechten ze veel belang aan persoonlijk contact met de vakbond. De jongeren leven in een wereld die veel ingewikkelder is dan vroeger. De werkzekerheid is kleiner dan vroeger, en mensen veranderen ook wat sneller van werkgever dan vroeger.”

Bij sommige bedrijven doen ze graag een beroep op werknemers uit Polen of andere Oost-Europese landen. Die groep bereiken is voor een vakbond nog lastiger. Jos denkt aan een collega in de distributie die 50 jaar oud is en al anderhalf jaar moet werken met weekcontracten. “Bij ons bedrijf lieten ze 20 Polen invliegen om een aantal klussen op te knappen. Er is zeker heel wat sociale dumping. In zo’n context wordt het werk van de vakbond er niet gemakkelijker op. De vakbonden moeten dan ook nog meer internationaliseren en grensoverschrijdend actievoeren.”

“De vakbond moet zich aan de basis, op de werkvloer aanpassen”, meent Jeroen. “Toen ACV Transcom bijvoorbeeld actie voerde tegen de sociale dumping, verspreidde het ook pamfletten in het Pools om truckers op hun rechten te wijzen. Als jongeren vandaag hun mailbox minder snel opendoen, moeten we hen elders benaderen: op sociale media of waar ze zich ook bevinden.”

Sociale dumping

“Of de vakbonden wel genoeg deden om sociale dumping te voorkomen?”, vraagt iemand uit het publiek zich af. “Waar zijn al onze Belgische truckers gebleven? Wat hebben de bonden tien jaar geleden gedaan?”

“Ik denk niet dat de vakbonden destijds hebben gezwegen”, reageert Jos. “Alleen zijn we met zijn alleen onder de pletwals van het neoliberale Europa beland. We moeten alle werkende mensen beter beschermen, dus ook de Polen en de Portugezen.”

Eén van de aanwezigen werkt bij een koerierbedrijf. “In mijn bedrijf komt de vakbond zeer zeker op voor de werknemers”, getuigt hij. “Daar geldt bijvoorbeeld de afspraak dat we 70 procent eigen personeel moeten hebben. 30 procent van de mensen mag bestaan uit zelfstandigen of onderaannemers. Zonder die afspraak zouden we bijna geen eigen personeel meer hebben! De bonden dwongen bij ons straffe regels af. Als de directie zich niet daaraan houdt, rijden de koeriers niet uit, punt. Doorgaans is een probleem binnen het kwartier opgelost als wij het werk neerleggen.”

De koerier vindt dat jongeren zeker moeten leren dat ‘de baas niet altijd gelijk heeft en dat een werknemer best neen mag zeggen’. “De vakbond heeft daarbij zijn rol te spelen. Een voorbeeld: als een auto niet technisch in orde is, gaat het niet op om een koerier te laten uitrijden.”

Alles liever zelf regelen?

“De sociale dumping is sterk afhankelijk van het bedrijf waar je werkt”, denkt een vakbondsmilitante uit de banksector. Zij heeft als militante veel te maken met jonge, hooggeschoolde werknemers. “Die weten alles beter, regelen alles liever zelf en de baas vindt dat natuurlijk prima. Maar mijn kinderen waren al vroeg lid van ACV Enter (gratis), zij weten heel goed waar de vakbond voor staat. In tegenstelling tot vele universitairen. Eigenlijk zou het thema ‘vakbond’ bij de basiseducatie moeten horen. De vakbond zou ook veel meer info- en gespreksavonden moeten organiseren.”

De militante werkt bij een grote, bekende bank met duizenden werknemers. Het is geen geheim dat de banken voortdurend beknibbelen op hun personeel. Ze zijn dan ook minder aantrekkelijk geworden voor sollicitanten. Hoeveel werkzekerheid heb je anno 2018 nog in de banksector?

“Ik zie dat de vakbonden hebben gezorgd voor prima loon- en arbeidsvoorwaarden. Onze werknemers bij de banken zitten in een fauteuil. Als ze de gevolgen van een maatregel niet echt voelen in hun portemonnee, krijg je ze niet in beweging. Dat maakt het lastig. Daar komt bij dat niet-gesyndiceerde werknemers mee profiteren van alles wat de vakbond bereikt. Moeten we daar op zijn minst niet eens wat grondiger over nadenken? Waarom geven we aan iedereen dezelfde service? Waarom mogen ook niet-gesyndiceerden stemmen wanneer er sociale verkiezingen in het bedrijf zijn? We moeten sterke argumenten hebben om leden te maken. En ja, we moeten zeker ook veel jongeren trachten aan te sluiten.”

Vakbondswaarden spreken aan

Jeroen Van Ranst reageert: “Ik vind het nét heel goed dat alle werknemers een stem hebben bij sociale verkiezingen. Triest is wel dat interimmers nog altijd niet mogen stemmen in het bedrijf waar ze aan de slag zijn. Hoopgevend is dan weer dat heel veel jongeren zich aangesproken blijken te voelen door de waarden die de vakbond uitdraagt. Je kan zeker leden maken bij de jongeren, maar het vergt een aangepaste aanpak.”

“Voor arbeiders is de vakbond vaak echt een soort spreekbuis”, weet de vakbondsmilitante bij de bank. “Als werknemers een grote vakbondspremie hebben, is dat een sterk argument om lid te zijn en blijven. Spijtig genoeg is er niet overal een vakbondspremie.”

Jeroen: “Jongeren vinden de sociale zekerheid heel belangrijk, ondervinden wij. Het is voor hen wel een grote stap om aan te sluiten bij de vakbond of om mee te gaan manifesteren. Er is een serieus vormingsproces nodig. Op school leren jongeren niets over de vakbond. Wij moeten dan ook zoveel mogelijk jongeren op school opzoeken, met speciale lessen over de sociale zekerheid, de vakbond, de arbeidersbeweging. We moeten hen uitleggen wat de vakbond precies is en doet!”

Bron: MediActivista

Jos: “Het is toch héél raar dat we alle oorlogen en namen van koningen uit ons hoofd moeten leren maar dat we écht niks te horen krijgen over onze sociale zekerheid? Gewone mensen hebben nu heel wat rechten. We moeten aan jongeren duidelijk maken dat die rechten wel bevochten zijn, die zijn nooit spontaan toegekend. Ik vind het overigens superbelangrijk dat de vakbond ook niet-leden vertegenwoordigt! Voor mij staat de vakbond voor de werkende mensen als klasse. De vakbond is noodzakelijk om de solidariteit te verdedigen en niet te laten ondermijnen.”

Winkelketen Lidl

Bij de winkelketen Lidl woedde eerder dit jaar een zwaar sociaal conflict waarbij de loodzware werkdruk een essentiële rol speelde. “Bij Lidl zag ik hoe jongeren van 18 of 20 jaar zich aansloten bij de vakbond! Toen ze daar samen met hun collega’s het werk neerlegden. Zij leerden zo de vakbond kennen. Zoiets is toch gewoon knap!”

De sociale strijd bij Lidl illustreert hoe de vakbond zich kan engageren om een reëel probleem als te veel werkdruk aan te pakken. Het verhaal bij Lidl is zeker niet af, maar de vakbonden boekten er wel vooruitgang. Een voorbeeld van het idee dat je heel wat problemen niet individueel moet regelen, maar juist collectief en gemeenschappelijk. De actievoerders bij Lidl kregen overigens heel wat sympathie van klanten. Jos: “Laten we vooral teruggrijpen naar het principe dat de vakbond zeker de slechtste werkomstandigheden moet verbeteren!”

De militante van de bank springt in: “In onze bank hebben de werknemers het eigenlijk heel goed. Achtergestelde personeelsgroepen zijn er niet meer. Veel collega’s weten niet hoe het leven is in een bedrijf zonder vakbondswerking. Het zou niet slecht zijn als ze zouden zien hoe het eraan toegaat in een bedrijf waar de vakbond afwezig is.”

Vooruit in het leven met de vakbond

Jeroen heeft goeie ideeën als het gaat om de vraag hoe de vakbond een nieuw, relevant en overtuigend verhaal kan brengen voor jongeren. “Enerzijds moeten we blijven vertellen over de vele dingen die de arbeidersbeweging heeft bereikt, ook voor hen. Anderzijds moeten we hen vertellen op welke punten en rond welke thema’s wij oplossingen kunnen brengen. In wezen willen jongeren graag vooruit in het leven, een attest van vorkheftruckchauffeur behalen, bijleren, de kans vergroten dat ze ander werk vinden als ze hun werk kwijtspelen. Wij van de vakbond moeten hen helpen om vooruit te geraken. Met het ACV zijn we daar nu een stevige service rond aan het ontwikkelen. Dat is een manier om de vakbond relevanter te maken voor jongeren.”

“Met ACV Enter hebben we al een heel parcours afgelegd. Onze infolijn voor studentenarbeid ISA (*) wordt overstelpt met vragen, niet alleen van jongeren maar ook van bezorgde ouders. Met de vakbond willen we juiste informatie verstrekken en ook de zekerheid bieden dat we (ook) jongeren verdedigen. Via ISA maken we heel wat nieuwe jonge leden. De ervaring leert dat jongeren zichzelf in een aantal situaties de vraag stellen of het geen tijd wordt om aan te sluiten bij de vakbond, een positief teken.”

Bij sommigen heeft de vakbond een kwalijke reputatie. Al te vaak wordt dan de link gelegd met ‘te veel staken’. Onzin natuurlijk, want in wezen wordt er in ons land niet overdreven veel gestaakt. Staken is trouwens een perfect legitiem middel voor werknemers die voor hun belangen opkomen. Ten onrechte reduceren sommigen graag ‘de vakbond’ tot ‘die bende stakers’. Dat is geen toeval natuurlijk, want meer dan eens houden ze niet van werknemersorganisaties en zien ze die liefst niet te sterk worden. Vakbondswerk gaat in zéér veel gevallen over heel andere zaken dan staken: te hoge burn-outcijfers in een bedrijf, werknemers die te lang in een interimcontract blijven steken, een gebrek aan aanwervingen, te hoge werkdruk, slechte loon- en arbeidsvoorwaarden, werkgevers die de sociale wetgeving niet naleven of beloftes niet nakomen enzovoort.

Successen in de verf zetten

“De vakbond moet nog véél meer de successen in de verf zetten”, beseft Jeroen. “We moeten aan de mensen zeggen: sluit je aan, maak ons draagvlak nog groter en help ons zo om nog meer te realiseren voor werknemers en werkzoekenden.” Waarbij sommigen terecht opwerpen dat de vakbond méér moet zijn dan een dienstverlener. Een goede service hebben voor jongeren en anderen is erg belangrijk, maar de vakbond is ook een sociale beweging met waarden, idealen, principes die moeten worden uitgedragen én beleefd.

Jos D'Haese. Bron: Denis Bouwen

Jos: “Of we nu in een goed statuut werken of niet, allemààl ondervinden we de gevolgen van het regeringsbeleid. De onzalige pensioenplannen zijn hiervan slechts één voorbeeld. Elke sociale verandering in België is er gekomen dankzij de vakbond. En die vakbond is nog altijd een grote motor van sociale verandering en een sterke sociale kracht. In het pensioendossier hebben onze vakbonden meer dan 1 miljoen degelijke pensioenkranten uitgedeeld! De vakbond moet proberen om iedereen, ook interimmers, mee te trekken. En hij is ook belangrijk voor het pleidooi voor genoeg herverdeling en voor rechtvaardige belastingen.”

“Heerlijk om jou bezig te horen, Jos! Maar jij behoort tot de weinige jongeren die hierover grondig nadenken”, klinkt het vanuit het publiek. “Oh, maar ik ben al veel actieve jongeren van ACV Enter tegengekomen”, antwoordt Jos. “Ook toen we actie voerden tegen de vermaledijde GAS-boetes.”

Mobiliseren vergt veel energie

Jeroen herinnert zich zijn contacten met het belaagde dorp Doel, bij Antwerpen. “Je had daar veel jongeren met frustraties, hun ouders werden uit hun huis gezet. We hebben daar toen een actiegroep gesticht, en die draait nog altijd! Bij de KAJ dacht ik die dynamiek te herhalen maar dat is me toch geregeld tegengevallen. Wie jongeren wil mobiliseren, moet daar véél energie in steken. Ooit brachten we 100 jongeren op de been voor een betoging: een geweldige ervaring, maar het blijft peanuts. Jongeren overtuigen om in Brussel op straat te komen is écht niet simpel.”

Heel wat organisaties en verenigingen, zeker niet alleen vakbonden, worstelen met de vraag wat ze moeten doen om te verjongen en om genoeg jongeren aan te trekken. “Bij een recent bezoek aan FNV Jong – de tegenhanger van ACV Jongeren bij de Nederlandse vakbond FNV – leerde ik hoe ze daar met succes veel jongeren op straat hadden gekregen in de strijd tegen de jeugdlonen. Jongeren hebben uiteenlopende identiteiten. Het lukt beter om ze warm te krijgen en bijeen te brengen als je focust op een goed afgebakend thema.”

“In de VS zag je hoe veel jongeren enthousiast werden voor presidentskandidaat Bernie Sanders en hoe ze zich voor zijn beweging engageerden”, merkt Jos op. “Gelijkaardige fenomenen zag je rond Jeremy Corbyn in Engeland en Jean-Luc Mélenchon in Frankrijk. Bij de PVDA Jongeren realiseren we ook van alles met jonge mensen, bijvoorbeeld met evenementen in het teken van diversiteit en de strijd tegen racisme.”

Een wijze syndicalist uit het publiek roept de vakbonden op om een meer offensieve aanpak te ontwikkelen. Die oproep valt in goede aarde. “Laat jongeren en anderen veel meer meedenken over een andere samenleving die beter is voor iedereen! Jongeren hebben minder vastgeroeste ideeën, ze zijn vlotter toegankelijk voor discussies over de manier waarop we sociale en ecologische problemen kunnen oplossen.”

Er is sociale bewogenheid

De militante bij de bank ziet lichtpunten: “Er is zeker sociale bewogenheid bij jonge collega’s in mijn werkomgeving, bij koerierbedrijven, in ziekenhuizen. Laten we dat gevoel vooral stimuleren. Als ik met collega’s op het werk over de vakbond babbel, verandert hun kijk op wat we doen soms, in positieve zin wel te verstaan. We moeten af van het beeld dat de vakbond er alleen is voor werknemers die in de shit zitten of om te staken. Onze leden bij de bank zitten verspreid over heel veel kantoren. Met hen een babbel slaan is niet zo simpel, ze hebben er ook niet altijd de tijd voor.”

En de militante gaat voort: “We hebben een denktank nodig die ideeën ontwikkelt over andere vormen van informeren richting werknemers. Vakbondswerk moet een basisvak worden in het onderwijs! Voor te veel mensen is de vakbond de boeman die ervoor verantwoordelijk is dat treinen of bussen niet rijden. Dat beeld klopt dus zeker niet. We moeten ook tonen dat de vakbond er niet alleen is voor ouderen maar net zo goed voor jongeren.” Te gauw meegaan in de clichés over ‘de vakbond’ is dus not done en niet verstandig.

Jeroen sluit mooi af: “Laten we jongeren opzoeken waar ze samen zijn en hen op die plekken aanklampen en aanspreken. Een jongerencentrum of jeugdhuis kan een schitterende plek zijn. We moeten jongeren een klik doen maken en laten beseffen dat ze vooruit zullen komen in het leven mét de vakbond als bondgenoot. Het gesprek aangaan met de mensen is essentieel, eigenlijk is dat de core business van de vakbond. We moeten niet alleen flyers uitdelen maar ook en vooral goed luisteren. En dat zullen we ook doen met de 100.000 mensen die de vakbonden willen bereiken met de campagne ‘Een ander beleid is mogelijk’ die nu op stapel staat.”


The Coalition of the Willing is een creatieve werkgroep die wordt gedragen door mensen van de vakbond ACV, het Masereelfonds en gelijkgestemden. Je vindt de werkgroep ook op facebook. Wil je meewerken of heb je een vraag? E-mailen kan naar coalition.zuidrand@gmail.com

(*) De Infolijn Studentenarbeid (ISA) van het ACV kan je bellen via het nummer 02 / 244 35 00. Surfen kan naar www.chatmetisa.be en het e-mailadres is isa@acv-csc.be. De Infolijn heeft ook een Facebookpagina.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.