about
Toon menu

Hoe Jordanië protesteert tegen ‘een bezetting’

In Jordanië komen burgers sinds begin deze maand op straat om te protesteren tegen de zoveelste belastingverhoging. Ondanks toegevingen blijven de protesten voortduren. Wat is er precies aan de hand?
donderdag 14 juni 2018

Jordanië is een stabiel land in een onstabiele regio. Althans dat is hoe internationale donoren het land het liefst kennen. Daarom investeren ze in het behoud van die rust. Het is die politieke inmenging die de burgers beu zijn. Ze eisen een einde aan de corruptie en een eerlijke herverdeling van het geld.

Postdoctoraal onderzoeker in conflict- en ontwikkelingsstudies aan de UGent, Pascal Debruyne, volgt de protesten in Jordanië op de voet. “Jordanië wordt op haar manier eigenlijk ook bezet en de burgers vragen zich af door wie ze eigenlijk geregeerd worden.”

Daartegen komen mensen in opstand. De aanleiding is een aangekondigde belastingverhoging bovenop de donaties van internationale instanties die al te vaak corruptie versterken. Het is de druppel die de emmer doet overlopen. Duizenden burgers en studenten trekken de straat op. Eerst in Amman, gevolgd door stedelijke protesten in Kerak, Tafileh en Irbid.

De onvrede zit zo diep dat zelfs de terugtrekking van het wetsvoorstel geen einde brengt aan de betogingen. “Ze hebben hun overwinning eigenlijk al binnen, maar de protesten gaan gewoon verder. Dat komt omdat de protesten met veel meer te maken hebben dan enkel een belastingverhoging.”

Lenen is snoeien

Jordanië is een arm land, heeft geen inkomsten uit olie, heeft schaarse grondstoffen en probeert bovendien het hoofd te bieden aan een enorme instroom van Syrische vluchtelingen. Het land kon niet afdoend rekenen op de vertrouwde financiële steun van de rijke Golfstaten of de traditionele bondgenoot VS. Daarom had Jordanië geen andere keuze dan zich in 2016 te richten tot het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Een lening aangaan bij het IMF verloopt niet zonder gevolgen. Jordanië moest in ruil voor een lening van 723 miljoen dollar de belastingen verhogen en snoeien in hulpprogramma’s voor de arme bevolking, die hen aan brood en benzine hielpen. De elites plukken in Jordanië voortdurend de vruchten, terwijl de middenklasse én de arme klasse enkel de negatieve neveneffecten van de lening voelen. Daarom vormen de twee klassen volgens Debruyne samen een brede beweging met één gemeenschappelijk strijddoel: een billijk fiscaal beleid en een eerlijke herverdeling van het geld.

“De belastingwet raakt de middenklasse, omdat zij meer moeten betalen, terwijl buitenlandse investeerders en multinationals genieten van allerlei taksvrije voordelen. De lagere klasse is ook geraakt, omdat ondanks de belastingverhogingen, geen publieke investeringen volgen die hen uit de armoede moeten helpen. Daarom heeft de arme klasse zich aan de protesten gevoegd en de middenklasse, die aanwezig en actief is in de professionele beroepsassociaties, heeft hen opgenomen.”

De aanhoudende protesten in Jordanië zijn de grootste sinds de Arabische Lente van 2010 en 2012. Volgens Debruyne maakt het huidig protest deel uit van een golf van ontevredenheid die al 25 à 30 jaar bezig is. “Om de zoveel jaar flakkeren de protesten terug op, maar altijd rond dezelfde thema’s: corruptie, eliteburgerschap, gebrek aan transparantie en ongelijke ontwikkeling en herverdeling … De protesten beginnen met een trigger – zoals de verhoging van taksen of de verhoging van de prijs op benzine of brood – maar zijn uiteindelijk een uiting van een algemene ontevredenheid over verschillende vormen van onderdrukking die de burgers ervaren.”

Een gentleman is niet genoeg

Na dagenlang protest in de hoofdstad Amman neemt de man en de regering achter het besparingsplan, premier Hani Mulki, ontslag. De echte macht in Jordanië zit bij de koning, Abdullah II. Hij beseft dat als hij de gemoederen wil bedaren, hij een nieuwe premier moet kiezen die ook progressief durft te denken. Omar Razzaz is zijn zoenoffer. Een man die behoort tot de stedelijke elite, maar als één van de weinigen niet gelinkt is aan corruptie.

Debruyne: “Omar is een gentleman en volgt een eerder links liberale koers. Razzaz was de voorzitter van de Social Security Corporation, een groot pensioenfonds, waardoor hij eerder een sociaal profiel heeft. Maar hij is ook een ex-medewerker van de Wereldbank en IMF. Hij staat dus op de brug tussen de diverse werelden van het volk en de elites. Het is toch ergens opmerkelijk dat zo iemand als premier wordt voorgedragen. Het toont hoe diep de angst zit. De angst dat de monarchie zijn legitimiteit verliest.”

Nog opmerkelijker dan de benoeming van Omar Razzaz vindt Debruyne de aanhoudende protesten ondanks de goede reputatie van de nieuwe premier. “Zelfs de benoeming van een premier met een eerder progressief profiel, brengt geen einde aan de protesten. De macht van de burgers is duidelijk toegenomen en dat beseffen ze.”

Tweede beste optie

De betogers volharden omdat het ongenoegen veel dieper zit dan de onvrede over een wet en een premier. Ze eisen diepgaande hervormingen. Maar hoe ver zijn ze bereid te gaan? Volgens Debruyne is het verjagen van de monarchie nog een stap te ver.

“Men overschrijdt meermaals rode lijnen en stelt de monarchie in vraag, maar nooit de monarchie als een systeem. Wat men wel doet is koning Abdullah II en koningin Rania aanvallen. Ze worden ervaren als Westerse neoliberalen. Het volk voelt zich vervreemd van de monarchie. Abdullah II is nooit zoals zijn vader Hussein, die een charismatische populist was op veel momenten. Maar men zal nooit zover gaan als: de monarchie moet weg.”

“In Jordanië heerst een enorme angst voor elke vorm van ideologische, tribale of religieuze verscheidenheid. Ze weten dat indien het koningshuis valt, er een factie klaarstaat om de macht over te nemen. Dergelijk scenario wil Jordanië absoluut vermijden.”

Jordanië kon de gevolgen van dergelijke scenario’s in Irak, Syrië of Libanon van dichtbij observeren. Volgens Debruyne zullen de Jordaniërs het dus nooit tot zo ver laten komen. “De tweede optie is voor de Jordaniërs nog altijd de beste optie. Hun ideaal is er niet, dus verkiezen ze een corrupte monarchie boven een factiestrijd.”

De bezetters

De angst om een factiestrijd neemt niet weg dat de burgers de corruptie blijven aanklagen en wijzen de internationale bemoeiallen met de vinger. Ze vragen zich af door wie ze geregeerd worden en welke zeggenschap ze nog hebben als het de onzichtbare handen van internationale spelers zijn die het voor het zeggen hebben. Daarom hoor je slogans zoals “the World Bank will not govern us” en “Down with the rule of the IMF”.

“Jordanië wordt bezet door het IMF, de Wereldbank, de VS, de Noren, de Europese Commissie … Volgens de burgers maken deze internationale instellingen deel uit van de corruptie en het gebrek aan transparantie van het beleid.”

Debruyne vertelt dat het politiek bewustzijn in het Midden-Oosten zwaar onderschat wordt. "We kijken nog steeds naar de politieke toestand in het Midden Oosten vanuit “het regime”, maar dat regime dat echt macht uitoefent strekt globaal. We kijken echt teveel met de nationalistische lens naar landen, terwijl in een geglobaliseerde samenleving macht circulair is en kapitaal is geglobaliseerd. We moeten wel kijken naar specifieke plaatsen in Jordanië die territoriaal begrensd zijn op een fysieke manier, maar die geconnecteerd zijn met de wereld. Je hebt bijvoorbeeld geen vrijhandelszone zoals Aqaba Special Economic Zone geleid door managers zonder verkiezingen voor de 100.000 bewoners, zonder USAID, de Europese Commissie en een hele batterij consultants en instanties als de Wereldbank. “Het regime” in Aqaba Special Economic Zone is een globaal regime."

De Gulfies

Ook de Golfstaten maken deel uit van één van die bemoeiallen. Na twee weken aanhoudende protesten beslissen ze de held van het verhaal te zijn door Jordanië 2,5 miljard dollar te beloven. Volgens officiële bronnen “een inspanning om het land te stabiliseren”. Debruyne noemt het eerder “een investering om een vinger in de pap te hebben.”

“Landen zoals Saoedi-Arabië, Bahrein en Koeweit hebben gigantisch veel geld geïnvesteerd in Jordanië vanuit politieke belangen – om onder andere de samenwerking met Israël te onderhouden – én bovendien vanuit materialistische en vastgoedbelangen. Vanaf juni tot september zijn de winkelcentra en de resorts namelijk gevuld met ‘de Gulfies’. Dat zijn burgers uit de Golfstaten die met tienduizenden naar Jordanië komen wanneer het te warm is in de Golfstaten.”

Volgens Debruyne zijn de Jordaniërs de inmenging van de Golfstaten gewend. Ze kijken niet naar ‘de Gulfies’ met dezelfde blik als ze naar de VS en haar bondgenoten kijken. “Naar de Golfstaten wordt gekeken zoals wij kijken naar madammen met bontjassen of naar de bourgeoisie. De inmenging van de VS en Europa wordt echter veel negatiever ontvangen. Hun strategieën worden gezien als imperialistisch en schadelijk.”

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.