about
Toon menu
Interview

Cat Hobbs: "Publieke diensten moeten terug in publieke handen komen"

Terwijl ons beleid nog werk wil maken van de privatisering van publieke diensten, voeren burgers en werkers in andere landen succesvolle campagnes om ze terug in publieke handen te nemen. Het Britse platform We Own It heeft zo'n campagnes op haar palmares. Actie loont! Die strijdbaarheid inspireerde ACOD en Vooruit om op 26 april een symposium te organiseren over het belang van ons publiek bezit. We maakten ook tijd voor een gesprek met Cat Hobbs, de oprichtster van het campagneplatform We Own It en spreker op het gelijknamige symposium.
vrijdag 27 april 2018

Cat Hobbs, Founder and director We Own It

We hebben in ons land nog de luxe van een sterke publieke dienstverlening. Maar de neoliberale pletwals aangedreven door het EU beleid rolt ondertussen onverstoorbaar verder doorheen Europa.

Momenteel gaan burgerbewegingen en vakbonden in Frankrijk het gevecht aan met de sanerings- en privatiseringspolitiek van Macron. Het belooft een hete mei te worden.

Het Verenigd Koninkrijk daarentegen, kreeg het neoliberale geweld al veel vroeger over zich heen. Toch is men er hoopvol omdat Jeremy Corbyn met zijn hernieuwde partij Labour gestaag opgang maakt.

Vergeleken met ons land wordt er in het publieke debat ook veel concreter nagedacht over de publieke dienstverlening van de 21ste eeuw en heb je heel wat georganiseerd activisme dat zich inzet om de privatiseringen van essentiële diensten zoals energie, spoorwegen, water, zorg en culturele organisaties terug te draaien.

Dat begint soms klein, vanuit een persoonlijk initiatief, maar kan snel een vliegwiel zijn. Zoals het campagneplatform We Own It. Public Services for People, Not Profit, dat activiste Cat Hobbs jaren geleden op gang duwde en intussen al een paar verzetjes hoger schakelde.

Waar is het voor jou begonnen?

Cat Hobbs: zoals je weet, duwde Thatcher bij ons decennia geleden al een neoliberaal beleid door. De opeenvolgende privatiseringsgolven kennen we al lang en dat heeft als enigste voordeel dat de brede bevolking intussen de enorme nadelen daarvan kent en die ook flink moe is.

Ook wie niet met politiek bezig was, heeft de miserie in haar of zijn dagdagelijkse ervaring mogen ondervinden. De verontwaardiging stapelde zich op. Zo ging het ook bij mij. Aan de kanten van Oxford, waar ik woon, is er een lokale treinverbinding die vanwege de privatisering voor veel ellende zorgde. The East Coast line: een dagelijkse frustratie.

Hoewel het beleid deze private beheerder financieel ondersteunde om een faillissement te vermijden, bleef de frequentie van het lijnverkeer veel te laag waardoor veel mensen, vooral studenten en ouderen van dagen, vrij immobiel waren. Ik startte een campagne in de hoop het beleid zover te krijgen dat ze van de private beheerder een betere service zouden eisen.

We deelden gele antwoordkaarten uit aan reizigers waarmee ze hun ongenoegen konden communiceren. Al die post kon het beleid niet zomaar negeren: er kwamen extra ritten, vervolgens verdubbelde het aantal passagiers en dat zorgde dan weer voor meer investeringen.

In die tijd – we spreken over 2006 – was het heersende discours over privatisering erg dominant. Dat er geen alternatief was, TINA, zat diep ingeprent in de geesten van veel mensen. Of beter: ook al was men het er niet mee eens, het fatalisme was groot.

Wat was voor jou een keerpunt?

Vanaf 2010 kwam het toenmalige Labour met een nieuw beleidsprogramma dat als een Trojaans paard moest dienen om de publieke dienstverlening nog verder open te breken en zo de privatisering een niveau hoger te schakelen. Bij wijze van olifant in de kamer startte ik een website onder de naam We Own It!

Dat was toen vooral als stoutmoedig statement bedoelt, om eens een heel andere stem te laten horen.

Dat ontwapenende idee, gewoon stellen dat je pro publieke dienstverlening bent, zorgde voor verbaasde reacties. Systematisch kwam dan de vraag: wil je terug naar die oude, bureaucratische aanpak? Zo ouderwets! Terwijl ik nochtans vooral inzette op de discussie over de toekomst.

Vandaag, zoveel jaren later en een aantal campagnes verder, merk je dat diezelfde gedachte eerder als een vooruitstrevende nieuwigheid wordt onthaald. Enkele dagen geleden nog deelde Jeremy Corbyn onze campagne op sociale media: “Let's bring our railways into public ownership. Today I'm supporting We Own It’s campaign”.

Zoals Corbyn een tijd terug in de media verguisd werd als een onaangepast en gedateerd relikwie maar vandaag de hoop op de toekomst incarneert, zo was het ook een beetje met onze activiteiten. Onlangs deden we ons verhaal nog op Arte in Frankrijk en ook in België krijgen we nu opvolging (lacht).

Als je terugblikt, wat denk je dan?

We hebben intussen verschillende succesvolle campagnes gehad, in verschillende sectoren. Wat bijvoorbeeld begon als een concrete en lokale actie over een spoorlijn is doorgegroeid tot een tegenbeweging op het niveau van de nationale spoorwegen.

We zetten nu veel meer in op het publieke debat, om mensen het grotere plaatje duidelijk maken en ze ervan proberen te overtuigen dat er betere alternatieven zijn. Dat er hoop is. Ik had natuurlijk niet verwacht dat onze tegenbeweging zo’n vlucht zou nemen. Maar het waren ook heel andere tijden.

Het mooie is hoe snel de wind in de geesten kan keren. Vandaag merk je zelfs dat heel wat opiniemakers van de mainstream media – ooit verstokte verdedigers van het neoliberale beleid, want er was geen alternatief – tegenwoordig aangeven dat het zo niet verder kan. Dat er iets moet gebeuren. Tja.

We hadden toen als vrijwilligers de wind op kop, maar die is gekeerd. We kunnen nu structureel werken dankzij individuele donaties en de politieke situatie is met Jeremy Corbyn helemaal anders. Dat geeft de wind in de rug: er was een tijd dat we campagne moesten voeren tegen het beleid van Labour.

Het ‘hervermaatschappelijken’ van essentiële diensten, zoals Satoko Kishimoto het noemt die ook komt spreken op het symposium, is een nieuwe trend. Wat is er zo nieuw aan, denk je?

Het gaat vooral over de manier waarop het gebeurt, hoe mensen terug de controle willen nemen. We willen niet terug naar de oude, stroeve dienstverlening uit de jaren 1970 die van bovenuit bestuurd werd met te weinig oog voor vriendelijke en efficiënte dienstverlening.

Dezelfde dienstverlening is nadien nog problematischer geworden door een nieuwe marktgerichte managementcultuur en de komst van dure CEO’s die de publieke diensten commerciëler wilden maken.

Daardoor kreeg je een botsing tussen een organisatiecultuur die opgebouwd was rond publieke waarden, weliswaar gekenmerkt door bureaucratie, met een nieuwe mentaliteit gefocust op winst en de koers van het aandeel. Een combinatie van het slechte van twee werelden, zeg maar, behalve voor beleggers.

Wat opvalt aan de nieuwe initiatieven is vooral een nieuwe mentaliteit: veel energie en enthousiasme om het domein te heroveren, de bottom-up aanpak met een sterke betrokkenheid van mensen – werknemers, klanten, buurtbewoners, aanverwante organisaties,… – en vooral een openheid om na te denken hoe we samen iets democratisch kunnen organiseren en verbeteren.

Die mentaliteit kenmerkt ook de nieuwe wind die door ons progressief politiek landschap waait. Met Corbyn is Labour een partij geworden die werkt vanuit een bescheidenheid en het niet allemaal alleen wil beslissen en doen. Het is een integere partij geworden die luistert naar anderen en open staat voor samenwerking om er samen tegenaan te gaan.

Die mentaliteit trekt zich ook door naar de houding van deze partij naar vakbonden en burgerbewegingen, die elkaar nu ook meer opzoeken. Het werken binnen de veilige context van de eigen muren maakt stilaan plaats voor een heruitvinden van de dynamiek tussen structuren en burgers, zeg maar, tussen overheid en middenveld. Dat is volgens mij dus vooral de nieuwe spirit die ook aanstekelijk werkt.

Je wees er al op: opmerkelijk aan het Verenigd Koninkrijk is dat het al veel vroeger een ingrijpend neoliberaal beleid over zich heen kreeg maar dat jullie nu net daardoor in principe ook al meer ervaring hebben met daar tegenin te gaan. Zit het op de goede weg?

We komen van ver. Het afbraakbeleid was heel deprimerend en de effecten ervan stonden in schril contrast met al die dwangmatig extatische praatjes over individualisme en ondernemerschap. De privatisering werd verheerlijkt, want nu hadden we een nieuwe derde weg gevonden en alles zou beter worden. Really?

Vandaag zetten we stappen om samen dingen aan te pakken vertrekkend vanuit het geloof in een collectieve aanpak en vertrouwen. Dat is ook iets heel anders dan de houding die je vroeger soms zag, namelijk van mensen die zich terugtrokken uit het groter maatschappelijk gewoel om zich te buigen op eigen initiatieven.

Dat was ook begrijpelijk: de depolitisering was groot omdat je simpelweg geen deel kon uitmaken van de politiek die zich boven onze hoofden afspeelde. Vooral jongeren haakten om die reden af. Nu voelen zij hoe ze wel terug deel kunnen uitmaken van een beter verhaal. Hun betrokkenheid stijgt.

Je zou kunnen zeggen dat we nu op het punt zijn aangekomen dat we weten dat het anders moet en we daar ook aan willen beginnen, maar de vraag is nu hoe we dat gaan doen. Dat maakt het nog wel fragiel.

We hebben veel studies gehad die een kritische analyse maakte over wat er mis ging. Dat weten we al. Maar nu moeten we niet alleen nadenken wat we er tegenover gaan zetten maar vooral hoe we daar gaan geraken. We gaan dat niet in onze schoot geworpen krijgen.

Maar misschien is dat wel het meest hoopvolle: veel mensen beseffen dat het om een krachtmeting gaat. En dat wij, de mensen, in de meerderheid zijn. De depolitisering is een gepasseerd station.

Momenteel voeren vakbonden strijd tegen de privatisering van het spoor in Frankrijk. Wat denk je als je dat ziet?

Ja, privatiseren is zo’n vergissing, heel tragisch natuurlijk. Wij zijn dat al allemaal kwijt gespeeld. Kom in ons land kijken! We kunnen met vele voorbeelden uitleggen waarom je privatisering echt niet wilt. Op onze site vind je tien redenen waarom. De dienstverlening gaat er bijvoorbeeld op achteruit, ze wordt duurder en je kan private spelers moeilijk aansprakelijk stellen als het mis gaat. En reken maar dat dit gebeurt.

Onze lokale spoorwegen, waarover ik sprak, zijn al drie keer enigszins terug in publieke handen genomen. Telkens ging de private investeerder failliet en was het aan de overheid om in te grijpen. Die verkochten ze vervolgens opnieuw! Daarmee steeg zowel de kost voor de overheid als de ticketprijs voor de verbruiker.

Private investeerders duiken maar op als er iets te verdienen valt. Ze willen alleen de rendabele diensten, de rest moet de overheid maar blijven doen. Tenzij de overheid hen garanties geeft.

Bewust wanbeheer is ook nog een optie: investeerders die kiezen voor een lucratieve schuldenberg en vervolgens hun winkeltje op de fles laten gaan. Het gaat dus om graaiend ondernemerschap met een gegarandeerd vangnet.

Kijk bijvoorbeeld wat er recent met het grote outsourcingbedrijf Carillion in de UK is gebeurd. Duizenden jobs kwamen op de helling in tal van ziekhuizen, spoorwegen, grootkeukens die maaltijden voor scholen voorzien, etc. De overheid zat in een wurggreep en kwam met een lening van 100 miljoen Pond over de brug. Voor hoe lang is de crisis daarmee opgevangen? Too big tor fail, revisited.

Publieke diensten daarentegen, garanderen meer gelijkheid op maatschappelijk vlak. Ze zijn niet alleen democratisch, ze zorgen ook voor een meer democratische samenleving. Ze beroepen zich evenmin voortdurend op de wetgeving rond bedrijfsgeheim om de vraag naar meer transparantie te kunnen ontwijken.

Publieke diensten zijn doorgaans wat economen ‘natuurlijke monopolies’ noemen en die kan je beter niet in private handen laten vallen. Dat je als consument de vrije keuze moet hebben, zo klonk het argument pro privatisering. Maar dat klopt helemaal niet. Je kan bij de trein immers niet kiezen tussen verschillende bedrijven die hun diensten in het station aanbieden. Als je de kraan open zet, kan je niet kiezen vanwaar het water komt.

Daarmee geef je bij privatisering teveel macht in handen van private belangen die daar centen in zien. Om een ander actueel voorbeeld te geven: kijk naar Facebook en waartoe zo’n monopolie kan leiden inzake databeheer en beïnvloeding van de politiek. Als je als gebruiker uit protest een alternatief wilt, dan betekent dat vandaag helaas dat je offline moet gaan.

Dit toont meteen waarom zo’n dienst in publieke handen zou moeten zijn. We hebben daar, naar aanleiding van de recente onthullingen over Facebook in de actualiteit, ook een bewustmakingsactie rond gestart: #EndTheZuckTatorship. Is it time for us to to own Facebook?

Wat zijn de toekomstplannen met We Own it?

We willen vooral blijven inzetten op wat werkt: campagnes voeren waarbij we mensen opzoeken. Zowel online als op straat. Het is zo dat je het verschil maakt, weten we intussen. That’s how you put democracy in action.

Dat is ook wat vakbonden doen met hun leden. Maar ze zouden nog meer impact hebben als ze los van de eigen leden ook meer een breed publiek proberen te bereiken en communiceren voor welke maatschappelijke waarden ze zich juist inzetten, waarom en hoe ze dat willen doen.

Meer die ideeënstrijd voeren – op de werkvloer maar ook op straat en in het publieke debat – dat is echt nodig in tijden waarin commerciële mediagroepen en hun gepopulariseerde experten zo bepalend zijn.

Wat de concrete plannen betreft, onze keuze voor nieuwe campagnes heeft vanzelfsprekend te maken met wat zich lokaal concreet aandient. Momenteel stellen we schrijnende toestanden vast met water als dienstverlening.

Dure facturen, mensen die afgesloten geraken en enorm vervuild water dat in de rivieren wordt gedumpt. Met dramatische beelden op televisie tot gevolg: duizenden dode vissen die komen bovendrijven.

Hier zie je opnieuw wat het gevolg kan zijn van het gebrek aan publieke waarden: een privaat bedrijf wil zo goedkoop mogelijk van haar afval vanaf. Tenzij de recyclage ervan opbrengt.

Maar dan moet de overheid ook met steun komen. Van de recente schandalen die nu bij ons opduiken, zou je bij momenten kunnen denken dat bedrijven daar met een shock op aansturen.

Er is bijgevolg een momentum om er ineens voor te ijveren dat de overheid niet opnieuw steun gaat uitdelen aan de privé maar er op inzet dat deze diensten zelf gewoon terug in onze handen komen. Hier heb je naast economische en sociale redenen ook een heel sterk ecologisch argument.

De natuur is te belangrijk om het als een speelbal over te laten aan de boekhoudkundige balans van private bedrijven! Een herverdeling van de macht is noodzakelijk, zodat we via een democratisch beleid inspraak hebben in de manier waarop we met ons leefmilieu omgaan.

Die machtsverhouding, dat is precies waarom een gemengde economie in tijden van oppermachtige multinationals zo belangrijk is.

Misschien is dat inzake onze toekomstplannen wel het nieuwe: vroeger ijverden we ervoor dat geprivatiseerde diensten meer maatschappelijk bewust zouden worden en hun winsten terug zouden investeren in de dienstverlening.

Nu willen we het vooral hebben over alternatieve vormen van eigendom. Over hoe we op een duurzame en democratische manier onze dienstverlening organiseren. Efficiënter. Met meer participatie. Met een beheer waarbij er ook gebruikers en werknemers in de raden van bestuur zitten. Innovatiever vanuit sociale en economische waarden.


Meer informatie over het symposium vind je hier.

 

Robrecht Vanderbeeken is filosoof, auteur van Buy Buy Art. De vermarkting van kunst en cultuur (EPO, 2015) en vakbondsverantwoordelijke voor ACOD Cultuur.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.