about
Toon menu
Interview

"Als je alleen maar het slachtoffer ziet, dan heb je het niet over iemand z’n talenten"

Kleuren, geuren, geluiden, angst, blijdschap, kou, warmte, hard gelach … Tijdens de asielprocedure verdwijnen deze herinneringen van de vlucht compleet naar de achtergrond. Want enkel de objectieve feiten tellen dan. Alleen daarmee maak je kans op een verblijfsvergunning. Een jaar lang kostte het de filmmakers Aïlien Reyns en Marius Packbier om vijf migranten in Brussel te interviewen en de subjectieve herinneringen naar boven te halen. Op hun expo ‘Tracking the Subject’ kan je er volledig in opgaan.
vrijdag 9 maart 2018

“Daar heb ik gelopen.” De glanzende crèmekleurige centrale hal van het treinstation in Athene glijdt om ons heen voorbij. We zien een trap die naar beneden gaat. We horen de drukte van een menigte mensen. Ik vraag aan Omid of hij nog weet hoe hij zich daar toen voelde. “Bang. Vijf keer heeft de politie me daar tegengehouden.” Wat hij dan deed? “Gewoon weer proberen. De zesde keer is het gelukt daar op een trein te stappen. Ik moest wel. Terug kon ik niet.”

We staan tussen grote gespannen doeken die van het plafond naar de vloer in een cirkel om ons heen hangen. Naast ons zitten en staan nog zo’n tien andere mensen. Op de doeken schieten drukke verkeerspunten, toeterende voertuigen, open- en dichtslaande autodeuren, leegstaande gebouwen met achtergelaten berichten op de muren, benen die zich een weg banen over wandelpaden of door hoge maïsvelden, donkere lege beelden en prachtige uitzichten over verschillende natuurlandschappen voorbij. 

Een beamer projecteert de tocht vanaf de Griekse eilanden, via het vasteland, door Macedonië, Servië, Hongarije, Duitsland tot in België naar Brussel. Het is geen registratie van feitelijke gebeurtenissen op een rij, maar een registratie van de zintuigelijke ervaringen, oftewel, de subjectieve herinneringen van migranten die via Libië of Turkije naar een veiligere plek in Europa proberen te vluchten: Tracking the Subject.

De mens achter de cijfers en de traumatische verhalen

“We wilden een heel persoonlijk document samenstellen. Een document dat het heeft over de mens àchter de migratiecijfers en àchter de ernstig traumatische verhalen, die vooral de media halen. Ook juist die traumaverhalen, vind ik heel begrenzend”, zegt Aïlien Reyns, die samen met Marius Packbier als artiestencollectief TRIPOT Tracking the Subject heeft gemaakt. “Want cijfers of een slachtofferrol zorgen niet voor een rijk portret van een mens. Als je alleen maar het slachtoffer ziet, dan heb je het niet over iemand z’n talenten. Dat maakt mensen niet gelijk aan anderen. Maar versterkt juist een beeld van ‘de ander’. De verhalen die hier verteld worden, daarentegen, zijn verhalen die wij allen zouden kunnen vertellen na een vergelijkbare beleving.”

Sommige mensen waren niet zoals ik, neen, en zij gingen rechtdoor, rechtdoor. Maar ik niet, ik dacht allez, die persoon heeft echt hulp nodig. Ik heb één kind en ook twee zakken bagage genomen. En die andere personen: ‘Eh ben jij zot! Niet doen … laat achter …’ Maar, niet in mijn karakter (…) Op die traject moet je eerst naar jezelf kijken en dan naar iemand anders, maar nee ik kon niet.”, lees ik op de muur voor me als ik tussen de doeken uit stap. 

En een andere beamer projecteert een paar meter ernaast: “Tussen de Turkse grens en Griekenland, er waren een kleine rivier en we moesten van die kant naar andere kant gaan, en er was een kleine boot van plastiek, geen veiligheid. En wij waren met een kleine groep van twaalf en iedereen moest die boot nemen. Het was toen vijf of zes uur ’s morgens. Bijna donker naar licht. We moesten heel snel van die naar die kant gaan want het was bijna licht, en er was veel politie. Niemand kon nee zeggen, niemand had een keuze, we moesten die boot nemen.

Van tekst naar tekst schuifelen mensen langs de muren van de ruimte. Het zijn korte fragmenten uit de transcripties van de interviews die Reyns en Packbier een jaar lang hebben gehouden met vijf mensen die ooit naar België zijn gevlucht.

“De interviews hebben we bewust gedaan met mensen die al geruime tijd in Brussel zijn. We wilden niet mensen met een recent migratie-verleden interviewen, omdat we niet het risico wilden nemen dat mensen die verwerking voor zichzelf nog niet hebben gedaan.” 

Een nieuwe taal om naar je eigen geschiedenis te kijken

Alsnog was het een intensief interviewproces om tot de zintuiglijke herinneringen te komen. “Door de talloze administratieve stappen die mensen moeten ondergaan als ze proberen te vluchten naar Europa en daar asiel aanvragen, moeten ze zich vaak legitimeren en een verslag geven dat zo objectief mogelijk is. Hoe verder mensen in de procedure zitten, hoe meer ze moeten vertellen over waar ze wanneer waren”, vertelt Reyns. “Voordat ze tijdens de interviews dus begonnen te praten over de kleuren die ze zich herinneren, de geluiden, de momenten dat ze angst hadden en de momenten van lachen en blijdschap, duurde dus een tijdje.“

Een van de vijf geïnterviewden was een schilder, met hem kon Reyns al snel over zijn subjectieve herinneringen praten. Met de anderen duurde dat veel langer. “Opeens was daar voor hen een nieuwe taal om naar hun eigen geschiedenis te kijken. Een veel persoonlijkere manier dan het anders zo objectief mogelijke verslag van hun tocht.” 

Alle interviews hebben Reyns en Packbier van begin tot eind getranscribeerd. Op basis van de transcripties tekenden ze vervolgens een grafisch draaiboek dat voor hen de te volgen route door Europa bepaalde. “Effectief op basis van elementen uit die interviews hebben we de tocht gemaakt.” Bijna drie weken waren de twee onderweg. Een 360°-camera filmde alles wat ze tegenkwamen.

Tijdens de montage toonden ze beeldmateriaal aan de vijf geïnterviewden om te horen wat volgens hen te kleurig, te donker of juist te licht was. “Ik weet dat we nooit exact hebben gestapt waar zij hebben gestapt”, vertelt Reyns, “en toch dachten ze vaak plekken te herkennen. De beelden werken dus wel.” 

De opnames én de interviewtranscripties hebben de twee vervolgens vertaald naar een virtueel waarneembare ervaring. Die ervaring bestaat dus uit de circulaire installatie en een publicatie vol korte fragmenten van de transcripties.

Iedere fragment raakt

“We nodigen iedereen uit om zelf te komen reizen doorheen al het materiaal. Zowel audiovisueel, als tekstueel”, zegt Reyns. “Je kan in de sculptuur gaan staan en de reis rondom je meemaken. En je kan op een bankje langs de muren of in een van de stoelen aan tafel gaan zitten om de publicatie te lezen.”

Op een grote tafel bij de ingang ligt een tiental publicaties mooi gepresenteerd, dus je hoeft niet (lang) te wachten voor je er een in je handen hebt. Ik pak er een en ga ermee zitten aan een kleiner tafeltje waar al twee anderen ook door een exemplaar bladeren.

Ik lees: “Ik weet niet hoe, ze hebben zoeklichten en verrekijkers … Ze hadden ons gezien. Ze schreeuwden in het Grieks. We renden elk een eigen richting uit. We liepen. Ze hebben ons alle vier kunnen inrekenen.”

En op een andere pagina: “Ik had mijn gsm bij. Op mijn gsm waren memory, kartmemory die zo veel liedjes of songs. Dat was altijd een herinnering of souvenir voor mij. Een reminder of nostalgie. Maar als ik nu die liedjes opnieuw beluister, maakt niet uit waar zit ik. Als ik die maakt niet uit van waar komt, als ik die hoort dan komt die twee maanden in dat huis.

Ieder fragment opnieuw raakt me en ik blijf pagina’s omslaan om weer een volgende en nog een volgende, en nóg een volgende te lezen. Elk stukje tekst neemt me heel even mee naar een moment waar een persoon die de vlucht naar Europa heeft gewaagd daadwerkelijk is geweest. 

Een chronologie of hiërarchie tussen de fragmenten is er niet. “Het is een verhaal dat verteld wordt nu, maar evenzeer een tijdloos verhaal is”, vertelt Reyns. Daarom kent de publicatie door het gebruik van een ringband geen begin of einde, evenals dat de filminstallatie in een loop voortbeweegt.

"Misschien zijn de stukjes van ons traject hier genoeg om het een beetje te kunnen voelen"

Dat de expo in Brussel is, maakt dat de vijf geïnterviewden zelf ook kunnen komen. En ook de Brusselse vzw’s waar ze actief zijn. “Ik vind het bijzonder dat ik op deze manier een stukje van mijn traject kan tonen”, vertelt Omid. “Mensen horen via via verhalen, maar ze hebben zelf nooit in deze situatie gezeten. Misschien kunnen de stukjes van ons hier genoeg zijn om het een beetje te kunnen voelen.”

Omid is uit Iran gevlucht en woont intussen zes jaar in België. Na drie jaar kreeg hij papieren. “Toen ik voor mijn asielprocedure mijn eerste interview had, had ik geen idee hoe ik het moest voorbereiden. Hoe moest ik mijn verhaal uitleggen? In het centrum waar ik verbleef was elke asielzoeker zijn eigen advocaat. De één adviseerde me dit, de ander dat. Wie moest ik geloven? Ik besloot gewoon te gaan vertellen wat ik weet. Maar ik was erg zenuwachtig en bang voor wat er ging gebeuren. Er werd me een vraag gesteld en ik beantwoordde deze. Maar de volgende vraag ging over een compleet ander punt. Ik raakte dan in de war. Sommige vragen hielden echt totaal geen verband met mijn verhaal. Dat voelde erg respectloos. Ik vroeg me af: is dat werkelijk zo belangrijk? Ik kom met zoveel bagage. Ik dacht dat het belangrijk was om te weten waaróm ik hier ben. Niet wat ik waar heb gedaan. Het traject is niet belangrijk, dacht ik. Ik heb een probleem in mijn hart, dat moet je bekijken. Nu besef ik dat ze zoeken naar een excuus, iets waardoor ze kunnen zeggen dat je verhaal niet klopt en je dus een negatief advies krijgt. Dat vind ik zo verschrikkelijk.”

Omid heeft veel mensen leren kennen die later afgewezen zijn. “Velen met nog betere competenties dan ik, maar ze wisten hun reden waarom ze naar hier gekomen zijn niet ‘goed’ te beargumenteren en kregen geen papieren."

Perceptiestrijd

Hij merkt op: “Mensen denken dat asielzoekers profiteurs zijn en hier komen om van de financiële zekerheid te profiteren. Misschien kan ik dit tegen die mensen zeggen: Je moeder is heel belangrijk, voor iedereen. Voor iemand die een hart heeft, is de moeder de belangrijkste plek. Hoe kan een persoon zijn moeder verlaten enkel om ergens anders te ‘profiteren’?”

“We hopen dat bezoekers inzicht krijgen in de barre tocht van mensen die van zo ver komen”, zegt daarom Ruth Flikschuh van De Markten, waar Tracking the Subject te bezoeken is. “Want daar wordt weinig over nagedacht. We weten dat mensen van ver komen, maar wat dat in de realiteit inhoudt, dat weten we eigenlijk niet. Wat de kou betekent, elke dag. Wat natte voeten betekenen, elke dag. Enzovoort.”

Reyns: "Binnen de context van de perceptiestrijd die momenteel gevoerd wordt over of deze mensen een bedreiging zouden zijn of gelijk aan iedereen, is Tracking the Subject denk ik een heel waardevol werk."

 

Tracking the Subject is tot en met zondag 11 maart te bezoeken in De Markten in Brussel. Check hier voor meer informatie. Later dit jaar is Tracking the Subject ook nog te zien in Gent en Oostende. 

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.